Kaboel bromt en gonst

Blog

Kaboel bromt en gonst

Kaboel bromt en gonst
Kaboel bromt en gonst

Zaterdag 29 november 2008. Een stad heeft een karakter, maar meer nog dan bij mensen heb je tijd nodig om dat te doorgronden -als dat ooit al lukt. Ik doe daar na enkele dagen geen poging toe. Maar ik observeer de stad wel.

Kaboel bromt de hele dag en op sommige plaatsen ook nog ’s nachts. Dat heeft niet alleen te maken met het toegenomen verkeer van taxi’s en allerlei expat 4x4’s, het gebrom is vooral afkomstig van de alom aanwezige generatoren. De stoepen staan in sommige straten vol met die brommende instrumenten, de ene naast de andere.
Met een onbetrouwbare en voor een aantal mensen of op sommige plaatsen gewoon afwezige elektriciteitsbevoorrading, is die lokaal geproduceerde stroom een noodzaak om zaken te doen, lichten te laten branden, computers en internetservers gaande te houden,…
Je merkt het eerst een hele tijd niet, en daarna domineert het je geluidsveld zo dat het echt irritant wordt. Dat is me vandaag overkomen -al moet ik toegeven dat het me nog niet bekeerd heeft tot een jihad tegen de elektriciteit zelf. Ik heb alleen graag stille en zuivere bronnen, mag dat even?
Vandaag verschillende wijken van de stad bezocht, op weg naar interviews. Het is nu de tweede keer dat ik Kaboel zie in november/december. Het is ditmaal veel beter weer dan twee jaar terug: open, zonnig en zelfs niet echt koud overdag; en met het kleine gaskacheltje dat ik ter beschikking heb, mag ik ook ’s avonds niet klagen.
Toch  vraag ik me af hoe deze stad eruit ziet in de zomer. Is er dan meer kleur, een zweem van dolce vita? Ik betwijfel het. Daarvoor is de armoede te groot en te wijdverbreid. Maar ook de fysieke verschijningsvormen zijn niet bevorderlijk voor een opwaaiend zomerjurkengevoel: kale, bruine bergen rond de binnenstad, met daar tegenaan gebouwd bruine lemen huizen met kleine raampjes, en bijna altijd een zweem van stofwolk in de lucht.
Die stofwolk wordt trouwens bijna tastbaar bij zonsondergang. Het geeft de stad even een poëtische vaagheid, een zachtheid die vloekt met de keiharde politiek-economische realiteit, maar wie maalt er om economie gedurende die enkele minuten dat de zon in de felste herfstkleuren achter de heuvels wegglijdt?
Toch is politiek altijd aanwezig, in elk gesprek. Of het met interne vluchtelingen is die het geweld op het platteland ontvlucht zijn, of met een aannemer (die onder de Taliban nog voor het ministerie van Buitenlandse Zaken werkte), of met jonge upwardly-aspiring urbanites: iedereen heeft altijd een mening die met vreugde gedeeld wordt met de verslaggever terplaatse.
De “informatie” waarop die meningen gebaseerd zijn, zijn vaker geruchten dan feiten, maar dat belet niemand om ze voor onomstotelijk bewezen te gebruiken. De geruchten worden overigens niet gefluisterd, ze worden rond gebazuind, gedrukt, uitgezonden, in moskeeën verkondigd, in de bazaar bediscussieerd…
Ze gonsden bijna harder dan de generatoren brommen. En bijna alle geruchten die ik tot nu toe te horen kreeg, vallen uit in het nadeel van de westerse aanwezigheid in Afghanistan. Met name de Amerikanen hebben het verkorven, ook al herhalen heel wat mensen dat ze blij waren in 2001, toen de Taliban van de macht verdreven werden -door de Amerikanen.
Benieuwd wat we daarover kunnen vernemen in Kandahar.