Op de vlucht in je eigen land

Op de vlucht in je eigen land

05 augustus 2010

Een kwart miljoen Georgiërs zijn al jarenlang op de vlucht in hun eigen land. Volgens mensenrechtenorganisatie Amnesty International leven ze in grimmige omstandigheden. '‘De beperkte steun en aandacht van de Georgische overheid hield vluchtelingen de voorbije jaren in een staat van voortdurend gevangenschap. Genoeg om van te leven, te weinig om een nieuw leven op te bouwen’, concludeert het rapport "In de wachtkamer: Ontheemden in Georgië".

Tijdens de oorlog in 2008 braken tien mensen in in ons huis, ze beroofden ons, vernietigden alles en dreigden ons te doden als we niet onmiddellijk vertrokken. We zijn die dag gevlucht naar een naburig dorp en trokken daarna naar Gori. Twee jaar later weten we nog altijd niet of het veilig is om terug te keren. We krijgen geen compensatie omdat de muren van ons huis er nog steeds staan, zelf al is binnen alles leeg.’ Het relaas van de 80-jarige Giorgia uit de Georgische stad Gori is schrijnend.
Verschillende vluchtelingen, verschillende noden
Zes procent van de Georgische bevolking is ontheemd. In 1991 verlieten honderdduizenden Georgiërs hun huizen tijdens een bloedige secessieoorlog met de deelstaten Zuid-Ossetië en Abchazië. 246 000 van hen keerden tot op vandaag nog niet terug.
In 2008 laaide het geweld opnieuw op. Wanneer Zuid-Ossetië en Abkhazië in de zomer van 2008 een tweede maal voor onafhankelijkheid streden, sloegen nog eens 26 000 mensen op de vlucht. In samenwerking met internationale organisaties organiseerde de Georgische overheid toen noodopvang voor de nieuwe vluchtelingen. Voor veel slachtoffers uit de oorlog van 1991 was op dat moment echter nog geen adequate oplossing gevonden.
Vicieuze cirkel
Huisvesting was de kern van het crisisbeleid in 2008. Volgens Amnesty leven vele vluchtelingen echter nog steeds in deplorabele omstandigheden. De nieuwe opvangcentra voldoen dan wel aan de normen, de collectieve centra - waar 42 percent van de vluchtelingen uit 1991 verblijven - tarten de verbeelding. Vooral zwakkere vluchtelingen kwamen in die centra terecht: alleenstaande moeders, ouderen en gehandicapten. Velen van hen wonen er nog steeds.
Amnesty stelde vast dat het de bewoners vaak aan privacy, water en elektriciteit ontbreekt. ‘De meeste van deze gebouwen zijn niet bedoeld voor langdurige huisvesting, en voldoen niet aan de minimumnormen voor adequate behuizing,’ aldus het rapport.  
Een groot deel van de vluchtelingen heeft ook al jaren geen stabiele bron van inkomsten. Slechts een op drie van de vluchtelingen uit 1991 heeft naar eigen zeggen vast werk. De meeste vluchtelingencentra bevinden zich immers in landelijke gebieden, waar weinig jobs voorhanden zijn.
Ook op gezondheidsvlak staan ontheemden ver achter op de rest van de bevolking. Ongezonde levensomstandigheden, armoede en werkloosheid werken gezondheidsproblemen in de hand. Voor veel vluchtelingen zijn medische zorgen echter te duur en enkel slachtoffers uit 2008 komen direct in aanmerking voor een gesubsidieerde verzekering. De anderen moeten een aanvraag indienen, net als de rest van de bevolking.
Onzekerheid troef
Overheidsinitiatieven voor de interne vluchtelingen zijn er wel, benadrukt Amnesty, maar ze gaan niet ver genoeg.  Het Actieplan uit 2008 concentreerde zich bovendien te fel op huisvesting, aldus de organisatie. Zolang er geen maatregelen komen op het gebied van tewerkstelling en gezondheidszorg, zullen de ontheemden in onzekerheid blijven leven.