Volg je het geld of de fatwa?

Blog

Prijsverhogingen en subsidiehervormingen in sjiitisch Iran

Volg je het geld of de fatwa?

Volg je het geld of de fatwa?
Volg je het geld of de fatwa?

Irans economie staat voor een nieuw tijdperk: de populistische staat wordt hervormd. Sjiitische politieke strategieën en neo-liberalisme komen hier samen.

Binnenkort worden de taxiprijzen hier in Teheran met 25% verhoogd. Taxi’s, een van de meest gebruikte openbare vervoermiddelen in Iran, zijn niet het enige wat duurder wordt. Het Perzisch nieuwjaar is voorbij en iedereen bereidt zich mentaal en financieel voor op de nationale jaarlijkse prijsverhoging.

Momenteel bedraagt de jaarlijkse inflatie in Iran ongeveer 35%. Dit getal, hoewel nog geen hyperinflatie, betekent toch een afgrijselijk snelle devaluatie van de nationale munteenheid. Iran, Venezuela en recent ook Argentinië staan bovenaan op de lijst met landen van hoogste inflatie.

Zoals uitgelegd in een eerder blogs, zijn in Iran de hoofdoorzaken hiervan 1) internationale sancties, 2) economische afhankelijkheid van grondstoffen en 3) de populistische politiek van de vorige president.

Irans economie is stevig gereguleerd. Dat betekent dat de prijzen van bijna alle basisproducten op jaarlijkse basis door de staat vastgesteld en eventueel herzien  worden. De huidige regering wil dit veranderen. Het land kampt met een van de hoogste subsidiekosten ter wereld. Meer dan 100 miljard dollar wordt jaarlijks uitgegeven om olie, gas en de meeste basisproducten goedkoop te houden.

Wat doet het Tweede Fase Plan?

Deze som is grotendeels de uitkomst van het beleid van de vorige president, Mahmoud Ahmadinejad. Hij besefte in zijn laatste regeerperiode zijn beleidsfout en voerde het Eerste Fase Plan van de Gerichte Subsidies (EFP) door. Het EFP paste het subsidiesysteem meer aan aan behoeften (haddafmandsazi).

De slechte uitvoering van dit plan leidde tot een enorme schok in de economie omdat prijzen in een mum van tijd in buitengewone properties verhoogd werden. Het Tweede Fase Plan (TFP) is het resultaat van de huidige regering onder President Rohani en wordt nu langzaam in werking gezet.

Het TFP probeert drie dingen te verwezenlijken: 1) geleidelijke implementatie en verhindering van abrupte schokken 2) kostenvermindering van de subsidies 3) het invoeren van een progressievere sociale bijstand, oftewel het ‘zij die het meer nodig hebben krijgen meer’ systeem.

Stabiliteit, besparen en merocratisering

Punt 1 is natuurlijk een les van de vorige administratie. Toen schoot de prijs van benzine en brood van de een op de andere dag met zo’n 400 procent omhoog. Deze keer verhoogt men deze prijzen geleidelijk, dit jaar met maximum 10 procent. Zo’n acht goederen zullen dit jaar zelfs helemaal niet duurder worden.

Veel mensen, waaronder ikzelf, vreesden dat de prijs van noen-e barbarri, het dagelijkse brood van de meeste Iranezen, van 600 toman naar 1500 toman zou gaan. De regering beloofde enkele dagen geleden echter om de broodprijs niet te veranderen. Een van de redenen is natuurlijk het voorkomen van sociale onrust.

Sociale onrust in Iran heeft niet de opstandige, antiregime-betekenis die ze in dictatoriale landen zoals China zou hebben maar wordt eerder vertaald in steun voor de machtige conservatieve oppositie. Het is dezelfde oppositie die ook de huidige toenadering met het Westen afwijst.

De kostenvermindering van subsidies voor de staat is een ander belangrijk punt. De wijze waarop dit wordt uitgevoerd is neo-liberaal, met een sterk geloof in vrijemarktprincipes en staatsneutraliteit in de economie. De lange-termijn visie is om uiteindelijk een volledig ‘vrije’ economie te bereiken waarin prijzen niet worden bepaald door de staat (qeymatgozzari) maar volgens marktprincipes fluctueren. Dit wordt geleidelijk doorgevoerd en de regering heeft al 26 basisgoederen aangeduid die dit jaar voor de eerste keer door de markt geprijst zullen worden.

Ten laatste is er ook een depopulisering van de sociale uitkering gaande. Onder het EFP van de vorige president werd er een algemene sociale uitkering vastgesteld op 50.000 toman (nu ongeveer 12 euro). Op wonderbaarlijk populistische wijze werd deze uitkering aan iedereen uitbetaald zonder enige vrees dat dit inflatie zou aanwakkeren!

De huidige regering beseft de defecten en is ze aan het repareren. Het nieuwe registratieproces voor de uitkeringen is een prachtig voorbeeld van hoe het Iraanse sjiitische politieke systeem werkt.

De overtuigingskracht van sjiisme en nationalime

De staat heeft de logistieke middelen niet om individueel bezit en inkomen te achterhalen. Daarom kan iedereen kan zich vrijelijk registreren voor de uitkering. Het gevaar is nu natuurlijk dat iedereen zich registreert.

Dus, vervolgens geven enkele van de hoogste sjiitische religieuze geestelijken (marja’ al-taqlid) in de heilige stad Qom een fatwa: een Islamitisch juridisch oordeel bedoeld om te verkomen dat zij die rijk genoeg zijn zich ook voor een uitkering zouden registreren. Bovendien verklaren de opperleider en de president dan nog dat zij die zich niet registreren echte steun aan het land bieden (hemayat-e melli).

Vrijheid, sjiisme en nationalisme worden hier mooi gecombineerd en hebben relatief indrukwekkende gevolgen. Volgens de cijfers zouden zo’n 2,5 miljoen mensen hun uitkeringsrecht opgegeven hebben en meer dan 7 miljoen anderen hebben zich niet geregistreerd. Hoedanook is deze kleine tien miljoen nog veel te weinig, gezien volgens de regering  er minstens 25 miljoen mensen hun uitkering moeten opgeven.

Jaren van inflatie in Iran hebben keiharde gevolgen gehad voor de levensstandaarden van de meeste Iranezen. Maandinkomens eroderen in waarde, huurprijzen worden onbetaalbaar en schulden stapelen zich op. Of de regering het tij kan keren en de economie tenslotte jaarlijks met 7 procent kan laten groeien, het minimum nodig om werkloosheid grondig aan te pakken, blijft een grote vraag. In ieder geval is de prijsverhoging dit jaar redelijk vlot verlopen. Het enige wat ik er van zal merken is gemopper in de taxi over de nieuwe prijzen.