Sleutels om het mirakel van een beroemd maar geheim proces te begrijpen

Blog

Sleutels om het mirakel van een beroemd maar geheim proces te begrijpen

Sleutels om het mirakel van een beroemd maar geheim proces te begrijpen
Sleutels om het mirakel van een beroemd maar geheim proces te begrijpen

Hallo, Eerst en vooral een warme omhelzing en mijn beste wensen voor jullie allen. Hartelijk dank voor alles wat jullie doen voor onze zaak. Olguita was onder de indruk bij haar laatste bezoek aan België. Ik stuur jullie bij deze een artikel door dat ik geschreven heb voor een Duits dagblad. Misschien kan je het posten op onze blog. Het geeft nogal wat info over wat eigenlijk gebeurd is in ons proces.

Miami, Verenigde Staten van Amerika, 27 november 2000. Begin van de juryselectie in het grootste spionageproces uit de geschiedenis van de Verenigde Staten.
Juni 2001. De vijf beklaagden worden over heel de lijn schuldig bevonden. Zes maanden later spreekt de rechter de straffen uit: vier maal levenslang plus 75 jaar te verdelen over de vijf. Er zijn geen verzachtende omstandigheden. Elke beklaagde krijgt de hoogst mogelijke straf. Einde van het verhaal.
Zes maanden lang glipte de vrije pers stilzwijgend en systematisch weg uit de zaal, zonder dat ook maar iemand geïnteresseerd leek om de collectieve ziel van Amerika in beroering te brengen met de gebruikelijke kroniek van een rechtszaak. In plaats van haar verhaal voor veel geld te verkopen, handhaafde de jury een unanieme zwijgplicht. De openbare aanklagers zagen af van hun vijftien minuten roem op TV waarmee ze hun ego’s hadden kunnen strelen of hun politieke ambities een duwtje in de rug geven. Na een halve eeuw laster aan het adres van Cuba zwaait vandaag niemand met het vonnis om de anti-Cubaanse hysterie nog wat aan te wakkeren.
De zaak is in volkomen stilte gehuld. Hoe is deze plotse breuk met de Amerikaanse obsessie voor rechtbankspektakel te verklaren? Waar ligt de sleutel voor dit mirakel van eenstemmige discretie, unanieme geheimhouding en gedisciplineerde terughoudendheid?

Om het antwoord te vinden moeten we even terug in de tijd.
Begin 1998 reisde Gabriel García Márquez, winnaar van de Nobelprijs literatuur, naar Washington in opdracht van Fidel Castro. Hij moest er proberen een communicatiepiste te openen met de regering van Bill Clinton om tot een gezamenlijke aanpak te komen van terroristische activiteiten, opgezet vanuit Florida, die zowel voor de Amerikaanse als voor de Cubaanse inwoners gevaar inhielden.
Dankzij de contacten van de schrijver met medewerkers van de Amerikaanse president reisden in juni van dat jaar een aantal agenten van het FBI naar Cuba om met hun collega’s daar te overleggen. Nadat ze informatie over het terrorisme hadden gekregen, keerden ze naar Washington terug met de belofte dat ze op gepaste wijze op de Cubaanse geste zouden reageren.
Het is niet geweten waarom die oorspronkelijk veelbelovende antiterroristische samenwerking uitgemond is in een mislukking. Hoe veranderde de communicatiestroom tussen het bestuur van de FBI en het kantoor in Miami in een criminele samenzwering om de in de Cubaanse documenten vermelde terroristen te beschermen? Dat is wellicht het eerste mysterie in deze zaak.

Maar het gevolg was dat er amper drie maanden na de ontmoeting in Havana al een Grand Jury was samengeroepen, er aanklachten waren geformuleerd en de Cubanen die waren geïnfiltreerd in de terroristische groepen wier activiteiten Cuba aan het FBI had meegedeeld, werden gearresteerd.
Op 12 september 1998 werden we aangehouden en in isolatiecellen opgesloten. Hetzelfde gebeurde met de bewijsstukken die wij nodig hadden om ons te verdedigen: ze werden ver buiten ons bereik gehouden en arbitrair geclassificeerd als geheim. Duizenden documenten met heel de geschiedenis van onze missie in Miami werden uit onze woningen weggehaald en in beslag genomen.
Je zou bijna denken dat de openbare aanklager bang was van het bewijs. In elk geval was dat de reden waarom de openbare aanklager in maart 2000 aan het hof vroeg de bewijsstukken in verband met het terrorisme niet toe te laten. Het standpunt van de Noord-Amerikaanse regering, dat later tijdens een open zitting werd voorgelezen, luidt als volgt: ‘Het terrorisme moet niet aan bod komen tijdens het proces, want de strijd tegen het terrorisme was de motivatie van de beklaagden en de motivaties moeten niet uiteengezet worden voor de jury.’

Je zou enig verband kunnen vermoeden tussen deze eigenaardige verklaring en het feit dat FBI-agent Stuart Hoyt, expert in het terrorisme, op 12 februari 2001 door de verdediging gedwongen werd te bekennen dat hij had nagelaten te verwijzen naar de terroristische plannen tegen Cuba waarvan sprake in de bewijsstukken…
Of met het feit dat agent Richard Gianotti op 31 januari 2001 tegen het hardnekkige bezwaar van de openbare aanklager in gedwongen werd tegen zijn zin de antiterroristische activiteiten van de beklaagden toe te geven…
Of met het feit dat de openbare aanklager op 19 maart 2001, in een poging de anti-Cubaanse terroristen die waren opgeroepen door de verdediging te weren, het hof vroeg hen voor te stellen van hun getuigenis af te zien en daarvoor het recht van de niet-zelfbeschuldiging inriep…
Of met het feit dat de openbare aanklager na de verwerping van die motie tijdens een open zitting op 26 maart 2001 de anti-Cubaanse terroristen rechtstreeks bedreigde met vervolging, als ze zouden ingaan op de oproep van de verdediging om hen te laten getuigen over hun gewelddadige activiteiten tegen Cuba…
Of nog met het feit dat getuige Orlando Suárez, die de dreigementen van de openbare aanklager aan zijn laars lapte, diezelfde dag een verklaring aflegde over de jarenlange straffeloze gewelddadige activiteiten van Alpha 66 tegen Cuba vanuit Miami …
Of met het feit dat douanebeambte Raymon Crump, getuige voor de verdediging, diezelfde dag getuigenis aflegde over een mislukte gewapende aanval op Cuba vanuit Florida…
Of met het feit dat de openbare aanklager op 27 maart 2001 verder aandrong door een wettekst voor te leggen op basis waarvan hij de terroristen die toch zouden getuigen over hun anti-Cubaanse activiteiten bedreigde met vervolging…
Of met het feit dat de openbare aanklager diezelfde dag nog zijn dreigement herhaalde tijdens een open zitting …
Of met het feit dat Rodolfo Frómeta, die zich niet door de dreigementen van de openbare aanklager liet afschrikken, diezelfde dag getuigde over zijn terroristische activiteiten bij Alpha 66 en Comandos F-4. Hij gaf een beschrijving van de militaire opleiding, de gewapende aanvallen tegen Cuba vanuit het zuiden van Florida en het arsenaal gesmokkelde wapens waarover beide groepen beschikten…
Of met het feit dat getuige Rodolfo Frómeta diezelfde dag verklaarde dat de openbare aanklager hem in 1994, toen hij werd gearresteerd voor zijn pogingen C-4-springstof, Stinger-luchtdoelraketten en antitankwapens in handen te krijgen, een schikking had voorgesteld: 1 jaar huisarrest en voorwaardelijke invrijheidsstelling tot aan de voltrekking van het proces…
Of met het feit dat op 28 maart uit de getuigenis van speurder Debbie McMullen en het in beslag genomen bewijsmateriaal bleek dat zij de opdracht had in het zuiden van Florida een kamp van de terroristische groepering Comandos F-4 te lokaliseren…
Of met het feit dat federale agente Julie Torres op 28 maart getuigenis aflegde over een expeditie die ten noorden van Cuba een wapenarsenaal had onderschept. Het bestond uit automatische geweren, explosieven en granaten en was afkomstig uit Florida; de daders werden niet aangehouden omdat ze volgens hun eigen woorden ‘op kreeften visten’…
Of met het feit dat openbare aanklager John Kastrenakes op 29 maart 2001 weigerde documenten die de beklaagden in verband brachten met het onderzoek naar de aanslagen in hotels in Havana, georganiseerd vanuit Miami, als bewijs aan te nemen …
Of met het feit dat getuige voor de verdediging Percy Francisco Alvarado Godoy op 10 april 2001 het verband legde tussen de Fundación Nacional Cubano Americana en de aanslagen in de hotels in Havana…
Of met het feit dat de openbare aanklager op 10 april 2001 met succes bezwaar aantekende tegen een pleidooi van het ministerie van Justitie waarin het president Bush sr. verzocht Orlando Bosch geen amnestie te verlenen voor zijn terroristische activiteiten, verzoek dat evenwel geen enkel resultaat had…
Of met het feit dat op 12 april 2001 uit de getuigenis van Debbie McMullen en de in beslaggenomen briefwisseling tussen de beklaagden bleek welke hun anti-terroristische opdrachten waren:
Ø      Operatie Arcoiris moest toezicht houden op een plan van de terroristen Orlando Bosch en Darío López Castro om Fidel te vermoorden;
Ø      Het terroristische verleden van Orlando Bosch en zijn band met actieve anti-Cubaanse terroristische organisaties uitpluizen;
Ø      Operatie Morena moest toezicht houden op de terroristische activiteiten van Roberto Martín Pérez, leider van de Fundación Nacional Cubano Americana;
Ø      Operatie Paraíso moest toezicht houden op de plannen om wapens te stockeren in de Bahamas om ze te gebruiken tegen Cuba;
Ø      Toezicht houden op de boten op de rivier Míami die vermeld stonden op een lijst van mogelijke vervoersmiddelen van springstoffen naar Cuba;
Ø      Aanslagen verhinderen op het leven van Fidel Castro tijdens zijn reis naar Santo Domingo;
Ø      Toenadering zoeken tot Luis Posada Carriles, die verantwoordelijk was voor de organisatie van het aanbrengen van de springstoffen in de hotels in Havana…
Of met het feit dat de verdediging op 13 april 2001, ondanks heftig bezwaar van de openbare aanklager, bewijs indiende van openlijke dreigementen vanuit Miami tegen het toerisme in Cuba; of van beschietingen van Cubaanse hotels vanop zee, die openlijk werden toegeschreven aan de groep Comandos L uit Miami; of van de artillerieaanval op een tankschip vanop een speedboot, die daarna koers zette naar Florida…
Of met het feit dat getuige voor de defensie Francisco Fernández Gómez op 16 april 2001 het verband legde tussen in Miami gevestigde contrarevolutionaire groepen en de invoer van springstoffen in Cuba met de hulp van Centraal-Amerikaanse huurlingen…
Of met het feit dat op 24 april de openbare aanklager – evenwel zonder resultaat – bezwaar maakte tegen een rapport met uitgebreide informatie over de terroristische activiteiten tegen het eiland, dat Cuba tijdens de ontmoeting van juni 1998 aan de FBI had overhandigd …

Elk van deze feiten laat wel vermoeden dat er enig verband is tussen de verklaring van de openbare aanklager en het feit dat hij op 14 december 2001 bij de toekenning van mijn straf aan de rechter vroeg mij voor de periode van voorwaardelijke invrijheidsstelling onbekwaam te verklaren, of met het feit dat de rechter de  volgende vraag zou inwilligen:

‘Als bijkomende bijzondere voorwaarde voor zijn invrijheidsstelling onder toezicht is het de beklaagde verboden aan te sluiten bij of specifieke plaatsen te bezoeken die regelmatig gefrequenteerd worden door terroristische groepen of individuen of voorstanders van geweld.’

Of met het feit dat de rechter enkele minuten daarvoor had meegedeeld:

‘Als er terroristische aanslagen worden gepleegd tegen onschuldigen in de VS of in Cuba, Israël of Jordanië, Noord-Ierland of India, dan is dat des duivels en misdadig; maar de terroristische activiteiten van anderen mogen geen verontschuldiging zijn voor het verkeerde en illegale gedrag van deze of de andere beklaagden.’

Dit gezegd zijnde, lijkt het mysterie al niet meer zo groot. Misschien was het normaal dat de vrije pers uit de zaal wegglipte; of dat niemand erin geïnteresseerd was de collectieve Amerikaanse ziel te beroeren met het gebruikelijke relaas over een rechtszaak; of dat de jury zich unaniem verbond tot zwijgplicht; of dat de openbare aanklagers hun vijftien minuten roem opgaven; of dat niemand de gebruikelijke anti-Cubaanse hysterie wilde aanwakkeren.
Schaamte als motivatie voor zo’n massale opwelling van gezamenlijke schroom, is moeilijk te geloven. Maar wat maakt het ook uit? Criminelen maken zich nooit bekend, zonder dat ook maar enige vorm van schroom speelt. Maar diep in ons hart weten we allemaal dat de verspreiding van zoveel haat tegen vijf mannen, wier enige misdaad het redden van mensenlevens was, niet kan toegejuicht worden.

Ondertussen zullen de openbare verslagen van ons proces een schandalig geheim blijven en elke keer dat ze door de handen van ‘justitie’ gaan zal de inhoud verminkt, weggelaten of nog dieper begraven worden.
Wat ons, de Vijf, aangaat, wij blijven weerstand bieden met dezelfde moraal waarmee we het terrorisme bekampt hebben en wij ons leven in de waagschaal hebben gesteld om andere levens te redden.

René González Sehwerert
Federal Correctional Institution
Marianna, Florida - juli 2008