Tragische ongelukken

Blog

Tragische ongelukken

Hier is een leven niet veel waard. We hebben het eerder al geschreven, maar het is meer dan gerechtvaardigd er nog eens de aandacht op te vestigen. Als ouders in Ethiopia niet meer dan 2 kinderen zouden krijgen, dan is niemand van hen er zeker van over 5 jaar niet (weer) kinderloos te zijn.

Om te beginnen halen in Ethiopia nog altijd 173 kinderen van de 1000 het zesde levensjaar niet. Dat ligt natuurlijk grotendeels aan armoede, slechte medische voorziening (de onbereikbaarheid van een degelijk hospitaal en beperkte toegang tot medicatie) en serieuze ziektes als malaria en HIV/Aids die nog altijd niet klein gekregen zijn.
Maar heel veel mensen en kinderen sterven hier ook een op een onnatuurlijke wijze. Meer nog: eigenlijk valt hier heel wat aan te doen. Op kop staan de verkeersslachtoffers wegens een schrijnend gebrek aan veiligheid en preventief rijgedrag. Elke Ethiopier kent verscheidene mensen die een bus- of taxirit niet overleefden – meestal ook iemand binnen de familiekring. Elke week horen we over een nieuw dodelijk verkeersongeluk. Soms zijn we getuige…
Twee weken terug speelde zich zo een weerzinwekkend verkeersongeluk voor onze ogen af. Een jongeman van 17 komt plots met motor over de bergtop geraasd, veel sneller dan de man met paardenkar die uit een zijweg kwam hem kon opmerken. Het gevolg was catastrofaal: de jongeman heeft zelfs geen tijd om te toeteren en knalt met zijn eigen hoofd staalhard tegen het hoofd van het paard. De motor rijdt op eigen houtje verder onder het paard door en de jongen smakt op de grond en glijdt zeker 10 meter verder de berm in, tegen een rotsblok aan. Het paard zakt bloedend door de knieen in het midden van de weg, maar niemand merkt dat op.
Als uit het niets verschijnen van overal Ethiopiërs die gillend naar de levensloze jongen spurten. Wij blijven op afstand. Ethiopiërs veronderstellen immers vrij snel dat wij (blanken) dokters zijn. Ze houden een minibusje tegen (een ambulance bestaat hier niet) om het lichaam naar het hospitaal te brengen, maar het was al te laat. In minder dan 5 seconden zijn de ouders van deze jongeman ook hun zoon kwijt.
Iedereen, ook wij, ondervinden dagelijks aan de levende lijve hoe doodsbenauwend gevaarlijk hier gereden wordt.  Waarom veranderd dan niets? Misschien omdat elke nieuwe chauffeur totaal naïef achter het stuur krijpt en fier als een gieter blind wordt voor de gevolgen? Of omdat we hier leven van dag tot dag? Omdat je liever voor een dag de snelste man van Gondar bent dan je hele leven een middelmatige snelle? Of omdat vooruitdenken niet Ethiopisch is?
Dit wijten aan algemene domheid of korte-termijn-denken van de Ethiopiërs zou racistisch en onjuist zijn. Wij menen dat het echter voortkomt uit het onvoldoende ‘collectief’ denken. We horen hier vaak dat het Westen individualistisch is en Ethiopië/Afrika gericht op collectivisme en familie. We hebben het gevoel dat dit een heel eenzijdig perspectief is en de werkelijkheid veel te ongenuanceerd benaderd. Want ook hier, in deze zogezegde ‘collectieve’ samenleving, nemen mensen vaak hun verantwoordelijkheid niet op voor de anderen. Op straat worden zieken en gekken niet geholpen. En als de bus gevaarlijk snel rijdt doet iedereen een schietgebedje maar niemand, behalve wij, durft de chauffeur daarop aan te spreken.
Een mogelijke verklaring, die Ethiopiërs in een moment van zwakte eveneens geven, is hun schrik om verantwoordelijkheid op te nemen. De geschiedenis heeft hen zo gemaakt, zeggen ze. Maar verklaart dat waarom ze niet vooruit denken? Als iemand in het water gaat die niet kan zwemmen, waarom zeggen de vrienden niet dat dit een risico is? Waarom beseft zo iemand dit zelf niet?
Een andere reden is dat goed doen voor de gemeenschap vaak niets oplevert voor jezelf. En dus doe je maar niets. Hieronder een fraai voorbeeld waarom een enkeling, met name de manager, niet investeert ten voordele van velen, met name de gasten. 
Het voorbije weekend brachten we met vrienden door aan ‘Lake Tana’. We waren er niet alleen: veel studenten en bruidsparen komen er respectievelijk hun graduatie en trouwfeest vieren. Romantisch aan het water. Op zondag besluiten Hassan en Mamoes, beiden 20 jaar, samen wat te ravotten in het ondiepe water dat plots niet zo ondiep meer was. Zonder vaste grond onder hun voeten, weten de vrienden helemaal niet hoe ze hun hoofd boven water moeten houden. Alvorens de bewonderende student-vriendinnen begrijpen dat de twee aan het verdrinken zijn, passeert al gauw een poosje. Plots holt een man paniekerig onze hotelkamer binnen en schreeuwt of we kunnen zwemmen.
Ruhan en Kobe spurten naar het water. Karlijn en Lea kijken vanaf een hoger gelegen uitzichtpunt of ze de drenkelingen zien drijven. Kobe ziet een hand boven water komen en slaagt er in de eerste drenkeling aan wal te halen terwijl Ruhan blijft duiken om de tweede te vinden, maar tevergeefs. Het water is diep en te donker om vijf centimeter voor je neus te zien. Slechts Mammoes overleeft. In het dorp worden geweersschoten afgevuurd om de “reddingsbrigade” op te roepen. Helaas arriveert deze pas na 20 minuten en is de reddingsactie totaal chaotisch. Honderden mensen komen immers uit het dorp naar het meer om daar te huilen en gillen. De man met het geweer schiet regelmatig in het wilde rond om zo meer organisatie, en aandacht, te krijgen.
Wij kijken toe want we geloven niet dat iedereen uit de “reddingsbrigade” ook werkelijk kan zwemmen. Een uur later wordt Hassan op de grond van het meer gevonden. Hij wordt in een witte sjaal gewikkeld en hoog in de lucht weg gegedragen. Zijn beste vriend, die al een uur aan het bidden was, stort in elkaar. Heel het gebeuren is een enorme klap voor ons. We voelen gewoon hoe vaak dit hier gebeuren moet. Is er dan niemand die het tij probeert te keren?
Reddingsboeien en een afgebakend stukje doorwaadbaar water zouden tientallen soortgelijke verdrinkingen kunnen vermijden. Een beetje collectiever denken - dus ook aan de onbekende nieuwe Ethiopiër die hier volgende week pootje wil baden - zou heel veel betekenen. Maar wie zal het doen? De overheid in Addis Abeba weet amper waar Gorgora ligt. De manager van het hotel misschien? Waarom zou hij?
Hij had ons de dag voordien al duidelijk gemaakt dat zijn land geen nood heeft aan buitenlandse hulp en geloofde al helemaal niet dat wij hier op “vrijwillige” basis zijn (en dus niet om een buitensporig hoog salaris binnen te rijven). Dat wij echter de enige waren die konden zwemmen en nu nadenken over een preventieve oplossing voor de toekomst, laat hem helaas koud. Daar wordt onze manager immers niet rijker van. Trouwens, hij was ook al besloten zelf niet meer te zwemmen in dat meer.