Scharrelkinderen: laat ze maar lopen langs de straten

Blog

Scharrelkinderen: laat ze maar lopen langs de straten

10 september 2015
Scharrelkinderen: laat ze maar lopen langs de straten
Scharrelkinderen: laat ze maar lopen langs de straten

Ga niet alleen op straat! Spreek geen vreemden aan! Bel wanneer je bent aangekomen! Doe de deur op slot en ga niet naar buiten! Vandaag loert voor kinderen het gevaar om elke hoek. Alleen en zonder toezicht op pad is voor het gemiddelde kind ondenkbaar geworden. In een aantal Amerikaanse staten ben je als ouder zelfs strafbaar wanneer je je kind zonder begeleiding de straat op stuurt. Wat kan worden geleerd van de Hmong bergstam in Noord-Thailand, maar ook van Aldous Huxley wanneer het gaat over vrije ruimte voor kinderen?

Een paar weken geleden fietste ik door Nong Hoi Khao, een dorp hoog in de heuvels ten noorden van Chiang Mai, een van de meest rurale regio’s van Thailand. Het dorp wordt bevolkt door de Hmong en alle families zijn actief in de landbouw.

Ik manoeuvreerde mijn fiets tussen de overstekende kippen en honden, remde voor spelende kinderen die in een troepje aan de kant van de weg verzameld waren.

Op blote voeten liepen ze, hun gezichten bedekt met vuile vegen. Iets verderop fietste een jongetje van ongeveer negen jaar met een aftandse fiets zonder trappers de heuvel af. Geen idee of de remmen nog werkten.

Scharrelkinderen versus batterijkinderen

Mocht een verstedelijkte gezinstherapeut uit pakweg Washington dit tafereel gadeslaan, hij zou het fenomeen definiëren als ’scharrelkinderen’ en er vermoedelijk meewarig het hoofd bij schudden. Zie ze lopen, die arme kindertjes. Geen controle, aan hun lot overgelaten. A case of bad parenting. Hoe is het zover kunnen komen? Niet voor de kinderen, maar voor de therapeut die geschokt is bij de aanblik van een kind dat zonder toezicht alleen op de hort is?

Mocht er een enkelband voor kinderen bestaan, er zou naar een grote markt voor zijn.

‘Scharrelkinderen’ zijn een fenomeen geworden. Het gaat over kinderen die, net als de Hmong, vrij en zonder ouderlijk toezicht rondlopen. Het gevaar is overal en ouders zijn als de dood dat hun kinderen iets zou overkomen: aangereden door een auto, meegenomen door een kidnapper, betast door de zonderlinge buurman. Kinderen worden binnenshuis gehouden, onder permanent toezicht. Mocht er een enkelband voor kinderen bestaan, er zou naar alle waarschijnlijkheid een grote markt voor zijn.

Het resultaat is dat deze kinderen zichzelf niet meer kunnen ‘redden’. Ze hebben nooit geleerd gepast te reageren in een onbekende situatie, ze zijn niet in staat een risico in te schatten, een vreemde te taxeren of zelfredzaam te zijn. Verantwoordelijkheidszin werd in de kiem gesmoord van voor het goed en wel aanwezig was.

Deze jongelingen bewegen zich als schimmen tussen een beperkte kring van vertrouwde gezichten. Het resultaat is een grote groep ‘batterijkinderen’: jonge mensen die zich, zonder zelf na te denken en zonder de handen letterlijk en figuurlijk vuil te maken, zielloos voortbewegen in de beperkte ruimte die hun wereld is.

Aldous Huxley’s Mutual Adoption Club

Dat Aldous Huxley een visionair was, bewees hij met Brave New World, maar meer nog met Island, zijn allerlaatste boek dat in 1962 verscheen en utopisch, maar ook ietwat surrealistisch kan worden genoemd. In Island beschrijft Huxley Pala, een fictief en utopisch eiland, een positief antwoord op het duistere Brave New World.

De Palinese maatschappij wordt gedragen door wetenschap, oosterse filosofie en een beperkte industrialisatie. Op school maken rotsklimmen en ongesuperviseerde ontdekkingstochten in de jungle deel uit van het curriculum. Kinderen krijgen op jonge leeftijd verantwoordelijkheid en vrije ruimte om te ontdekken. Men kan gerust stellen dat Huxley een groot voorstander van het kweken van ‘scharrelkinderen’ was.

Een Palinees kind heeft meerdere ouderparen en groeit op in een cluster van verschillende gezinnen en volwassenen die een ouderrol spelen.

In Island gaat hij nog een stap verder met het concept van de MAC, Mutual Adoption Club. Een Palinees kind heeft meerdere ouderparen en groeit op in een cluster van verschillende gezinnen en volwassenen die een ouderrol spelen.

Huxley stelt in zijn boek dat ouders niet noodzakelijk de beste opvoeding voor hun kind bieden en dat het voor zoon of dochter verrijkend kan zijn om ervaringen op te doen in een ander gezin. Het kind kan zelf beslissen of en wanneer het het biologisch ouderlijk huis wil verlaten, bij wie het tijdelijk wil intrekken en voor hoe lang precies.

Utopisch, uiteraard en in de westerse wereld praktisch een moeilijk uit te voeren concept, maar het idee dat kinderen opgroeien in een bredere leefwereld en al van jongsaf geconfronteerd worden met andere leefwijzen en verschillende opvattingen van verschillende ‘ouders’, helpt de ontwikkeling van kritisch denkvermogen en grotere zelfstandigheid.

Huxley’s idee van de MAC’s sluit veel nauwer aan bij de intuïtieve Hmong-traditie.

De Hmong kinderen in Nong Hoi Kao maken deel uit van een kleine gemeenschap van families die leven op en rond een erf.

Kinderen worden verzorgd door meer dan alleen het biologische ouderpaar en lopen vrij rond in het dorp.

Bij de Hmong is er niet onmiddellijk sprake van een gestructureerd en bijzonder overdacht sociaal en opvoedkundig concept, integendeel. Maar de overgeconceptualiseerde en over-overdachte maatschappelijke (opvoeding)structuur waarin het westen zich op dit moment bevindt, is het slechtst denkbare alternatief. Huxley’s idee van de MAC’s sluit veel nauwer aan bij de intuïtieve Hmong-traditie.

Pala, daar kom ik vandaan

Ik ben zelf opgegroeid op ‘den buiten’: spelen in het ‘bosken’, fietsen naar school zonder toezicht, vuil thuiskomen en daarvoor geen slaag krijgen. Wel de handen wassen vooraleer aan tafel te gaan. Mijn ouders waren voltijds werkende mensen. Ik bleef geregeld bij onthaalouders, grootouders en toen ik in de middelbare school zat bleef ik alleen thuis.

Huxley’s Pala is mij dus niet helemaal vreemd. Het is echter nooit zover gekomen dat het me werd toegestaan om mijn ouders voor even te ruilen.

Nu woon ik hier, in Thailand, het grote onbekende en beangstigende Verre Oosten waar een massa vrije ruimte is en kinderen zomaar op straat lopen.

Ik ben een scharrelmens, een Palinees, in de ogen van sommigen een halve zot.

Tags