Bot racisme? Nooit, jamais, van ze leive ni

De 0,1 millimeter die determineert wie we zijn

© Brecht Goris

Dat 0,1 millimeter opperhuid, met de dikte van een blad papier, voor sommigen bepaalt wie een ander is? Daar kan Geert Van Istendael niet bij. ‘Racisten verachten, verwerpen, vermoorden hun medemensen omdat die buitenlaag van 0,1 millimeter hun niet aanstaat. En alles wat onder die 0,1 millimeter zit, zou van geen tel zijn?’

Een jaar of drie, misschien vier zal het geleden zijn.

Brussel. Uur of elf ’s morgens. Ik loop door de Georges Henrilaan. We woonden toen in die buurt. Doordeweekse straat, doordeweekse dag. Voor mij uit stappen twee zwarte jongens, jaar of zeventien, misschien achttien. Ook al doordeweeks. Formaat basketters, dat wel, je blijft naar boven kijken en er lijkt geen eind aan te komen.

Een politiecombi komt aanrijden uit tegengestelde richting. Stopt. Raampje wordt naar beneden gedraaid. De blanke chauffeur vraagt de twee jongens: ‘Qu’est-ce que vous faites ici?’ De toon van die vraag is, zacht uitgedrukt, niet vriendelijk. Ze antwoorden iets in het Frans wat ik niet goed kan verstaan en ik voeg eraan toe, ook in het Frans: ‘Mais ils ne font rien, je les ai vus, ils se balladent, comme moi’. Waarop de flik in de combi mij toebijt: ‘Je ne vous ai rien demandé’. Ik wend mijn blik naar zijn nummerbord. Hij geeft gas en rijdt weg.

‘Zo gaat het nou altijd, meneer’, zeggen de jongens en lopen door. Dat was me bekend, theoretisch toch, maar ik had het nooit zelf — hoe moet je dat uitdrukken — bijgewoond. Er met mijn neus opgestaan. Kras racisme, onvermengd.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Ik was op dat moment al meer dan dertig jaar een fervent metro- en tramrijder in Brussel en elk jaar heb ik het aantal kleurschakeringen op perrons en in rijtuigen zien toenemen. Maar nooit heb ik op mijn stedelijke tochten iets gehoord dat ook maar bij benadering in die richting ging.

Niet dat wij, openbaar vervoerden, altijd even hoffelijk zouden zijn. Maar bot racisme? Nooit, jamais, van ze leive ni. Zelfs geen verhuld racisme. En ik ben niet doof. Nu ik eraan terugdenk, de passagiers van de MIVB huldigen over het algemeen het soort onverschillig zwijgen dat het leven in een stad als Brussel draaglijk houdt. Behalve kinderen, maar die vrolijken je op met hun getater.

Tafelgasten en histologie

Racisme. Ik snap er geen bal van, geen fluit, niet het eerste begin.

Racisme.

Ik snap er geen bal van, geen fluit, niet het eerste begin. Dat heeft twee oorzaken.

Eén. Mijn kinderjaren.

Mijn vader bracht geregeld vakbondsmensen uit Afrika, Azië en vooral uit Latijns-Amerika mee naar huis. Die aten met ons mee aan tafel. Dat had onschatbare voordelen. Je jonge oren moesten voortdurend wennen aan andere talen, vooral Frans en Spaans. Je hoorde die talen letterlijk tussen de soep en de patatten. Ik kan iedereen deze methode van taalonderricht aanbevelen.

Daar kwam bij, als kleine leerde je mensen uit de halve wereld te bekijken als, tja, als mensen. En de ene at met smaak en de andere at met lange tanden, en een derde was nors en een vierde was vriendelijk en een vijfde demonstreerde een paar goocheltrucjes. Zoals dat nu eenmaal met mensen gaat. Wat de kleur van hun vel was, weet ik niet meer.

Twee. Histologie. Dat is de wetenschap der weefsels van mensen, dieren en planten. Mij gaat het hier alleen om mensen.

De opperhuid van mensen is 0,1 millimeter dik. Alleen op eeltplekken is je vel wat dikker, maar die plekken zijn nogal schaars. Over het algemeen geldt: je vel is één tiende van een millimeter dik. Zo dik als een blad papier. In je opperhuid zitten onder meer de pigmenten, die maken dat je donker bent of bleek of iets ertussenin.

Racisten verachten, verwerpen, vermoorden hun medemensen omdat die buitenlaag van 0,1 millimeter hun niet aanstaat.

Racisten verachten, verwerpen, vermoorden hun medemensen omdat die buitenlaag van 0,1 millimeter hun niet aanstaat. Werkelijk, daar kan mijn verstand niet bij. Alles wat onder die 0,1 millimeter zit, zou van geen tel zijn? En dat is heel veel, bijna alles is het: de jagende longen, het pompende hart, de lange, lange darmen, de dappere spieren, de knetterende zenuwen, de onvoorstelbaar kronkelende hersens, dat allemaal, allemaal, allemaal zou van geen tel zijn? Alleen het papierdunne vlies dat eromheen zit en alles bij elkaar houdt, alleen dat zou determineren en dicteren, honderd procent, wie wij zijn? Dat is toch te grotesk voor woorden.

Oude, wrede, stompzinnige obsessie

Weet je wat me altijd gefascineerd heeft? De prenten die aan de muur hangen bij de huisarts. Daar staan mensen op afgebeeld zonder opperhuid. Zonder die 0,1 millimeter. Je ziet spieren en pezen. Of anders organen, lever, milt, maag en dergelijke. De hoofdkleur is nogal rood, die van de spieren, en op andere prenten, die van de organen, bleker, valer, hier en daar vaag blauw. Zo zien wij er allemaal uit aan de binnenkant. Heel de mensheid. Acht miljard keer hetzelfde, stand 2020.

Maar ook in het jaar nul, toen er nog veel minder mensen op de aarde rondscharrelden of tienduizenden jaren eerder. Al sinds de mens mens is dus. En dat zal zo blijven. Er is een klein verschil, maar dat heeft niets met ons vel te maken. Vive la petite différence, heb ik ooit een anarchistische feministe horen zeggen.

Mensen met een wat donkerder uitgevallen vel dan het mijne zijn historisch schier bovenmenselijk kalm gebleven.

Mensen met een wat donkerder uitgevallen vel dan het mijne zijn historisch schier bovenmenselijk kalm gebleven, hoewel ze keer op keer op keer op keer geschoffeerd, beledigd, uitgescholden achtergesteld, slechter betaald, afgeranseld, verkracht, opgeknoopt werden door lieden die vonden dat hun eigen 0,1 millimeter opperhuid meer waard was dan de 0,1 millimeter van de ander.

Dat grote groepen woedend de straat opgaan in de Verenigde Staten en Europa is ondubbelzinnig een goede zaak. De oude, wrede, stompzinnige obsessie met 0,1 millimeter moet nu maar eens ophouden.

Standbeeld weg, onrecht weg?

Nog een paar gedachten:

Het gaat vandaag over donker en bleek. Dat neemt niet weg dat opperhuiden van allerlei kleuren altijd opperhuiden van allerlei andere kleuren hebben geërgerd. In alle mogelijke tijdvakken en landstreken, onder alle mogelijke godsdiensten en heersers, zowel autocratische als democratische. Racisme is nooit het monopolie geweest van één kleur tegen één andere kleur. Zelfs vandaag niet.

Je hebt donkere mensen die over andere donkere mensen zeggen dat ze een Bounty zijn. Zoals de chocoladereep met die naam. Vanbuiten donker, vanbinnen wit. Is dat een metafoor? Dan is het een leugenachtige metafoor. Onweerlegbaar. Wij mensen zijn onder onze 0,1 millimeter buitenkant allemaal, zonder één uitzondering, allemaal roodachtig, grijsachtig, geelachtig, kliederig, slijmerig, blubberig, zie hierboven het verhaal over de prenten bij de huisarts. U en ik, wij allemaal. Onze lever is dieppaars neigend tot diepbruin. En mensenbloed is altijd rood.

Standbeeld weg, ergernis weg, dat kan iedereen begrijpen. Maar standbeeld weg, onrecht weg? Dat zou te gemakkelijk zijn. Bovendien lijkt het alsof je zo de geschiedenis wilt uitwissen. Maar wie de geschiedenis vergeet, vergeet ook het onrecht dat aan die geschiedenis vastkleeft. Kan dat de bedoeling zijn?

Ik vind dat politiek hierover gaat: je probeert het leven voor alle burgers draaglijk te maken. Onze sociale zekerheid is op dat punt een mijlpaal van beschaving. Het principe is dat sociale zekerheid iedereen zonder uitzondering bescherming biedt tegen armoede door ziekte, werkloosheid en hoge leeftijd. Onze sociale zekerheid slaagt daar slechts ten dele in, maar de universele eis tot gerechtigheid blijft ons aanmanen en moet ons blijven verontrusten. Ongeacht het pigment in die 0,1 millimeter.

Identiteitspolitiek

Kun je de universele eis tot gerechtigheid vervangen door identiteitspolitiek? Door je eigen, zich gediscrimineerd voelende groep, vijandig op te stellen tegen andere groepen?

De Vlaamse historicus Omar Ba zei daar onlangs behartigenswaardige dingen over (De Morgen, 12 juni 2020). Hij heeft bijvoorbeeld de Vlaamse emancipatiebeweging bestudeerd. Die ijverde ervoor (van 1856 tot 1962, ten minste zo lang) dat de Belgische overheid de sprekers van onze Nederlandse taal zou behandelen op gelijke voet met de Franstaligen. Een universele eis tot eenvoudige gerechtigheid voor iedereen.

Binnen Vlaanderen was de Vlaamse strijd het hoorbare deel van de klassenstrijd. Zoals de strijd voor gelijkberechtiging van iedere opperhuid klassenstrijd is.

Maar wat zien we vandaag? De zelfverklaarde erfgenamen van de oude Vlaamse bewegers rijden zich vast in verstikkende identiteitspolitiek. Zij grijpen elke imaginaire kans aan om de Walen te brandmerken.

Zij vergeten dat het taalonrecht in de eerste plaats bestond binnen Vlaanderen (en Brussel). Binnen Vlaanderen was de Vlaamse strijd het hoorbare deel van de klassenstrijd. Zoals de strijd voor gelijkberechtiging van iedere opperhuid klassenstrijd is. Ik heb het volgende hier al eens geciteerd, maar herhaling kan geen kwaad. In de Vlaamse, doch Franstalige hoge burgerij van Gent, Antwerpen en andere Vlaamse landouwen gold tot in mijn jonge jaren het adagium: On parle le flamand aux animaux et aux domestiques (Men spreekt Vlaams met dieren en knechten). In die volgorde. Van discriminatie gesproken.

Toen in 2014 de regering Michel aantrad, heb ik op deze plek het volgende geschreven. U krijgt een korte versie. Het verbod op het woord blank bestond nog niet, althans, ik had er geen weet van, maar ingaan op dat soort volslagen ondemocratische censuur zou me nu te ver leiden. Hier gaan we dus, het is oktober 2014:

Kijk naar de groepsfoto van de kersverse regering. Valt u niets op? Mij wel. Mijn God, wat een bende bleeksmoelen! Egaal wit. En dat is niet altijd schoon. Dat is een kanjer van een belediging voor tienduizenden kiesgerechtigde medeburgers. Uit moedwil? Veeleer uit onverschilligheid, vrees ik. Of erger, onkunde. Niet weten (of niet willen weten?) hoe België vandaag in mekaar zit. Wereldvreemde bleekgezichten.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Schrijver & voormalig journalist

    Geert van Istendael (°Ukkel, 1947) studeerde sociologie en wijsbegeerte. Hij werkte bij het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, over ruimtelijke ordening.