Tegen een mythe van Europese onschuld

All I want for Christmas zijn meer echte christenen

© Brecht Goris

 

Hoewel ik zeker geen geschiedkundige ben, realiseer ik me steeds meer dat een zekere historische context cruciaal is voor de meeste hedendaagse politieke discussies. DuBois herinnert ons hieraan in zijn essay The Collapse of Europe (1947), als hij schrijft:

Het is misschien wel de grootste aanklacht die gemaakt kan worden tegen geschiedenis als een wetenschap en tegen haar leraren dat we meestal niet naar de geschiedenis kunnen verwijzen voor het oplossen van dringende problemen. We realiseren ons dat geschiedenis al te vaak is wat we willen dat het is en waarvan we overtuigd zijn dat mensen het moeten geloven, in plaats van een grimmig verslag van wat erin het verleden is gebeurd.

Geschiedenis, zoals cultuur, zoals identiteit, staat niet vast en berust op het verweven van vele stemmen en vertellingen. Deze kunnen niet allemaal in harmonie zijn, maar dat is geen reden om sommige uit te sluiten. Dat is vaak wel wat er gebeurt. Geschiedenis, van lager tot hoger onderwijs, is al te vaak wat ‘wij’, de witte Europeanen, willen dat het is. Hiermee leggen we het zwijgen op aan verhalen en herinneringen van uitgesloten, gemarginaliseerde en vermoorde groepen.

Het geduld van degenen die het zwijgen wordt opgelegd, raakt (begrijpelijk) op—ze hebben onze bullshit te lang getolereerd en wachten al te lang op verandering.

We mogen niet doorgaan met deze selectieve geschiedenis, omdat het ons in staat stelt dezelfde fouten te blijven maken, en ook omdat het geduld van degenen die het zwijgen wordt opgelegd (begrijpelijk) op raakt- ze hebben onze bullshit te lang getolereerd en wachten al te lang op verandering.

Ook in de gedeelde publieke ruimten van herinnering en herdenking zien we deze selectieve geschiedenisschrijving terug. Hoewel ik niet wil afdoen aan het belang van onderwijs over de geschiedenis van de Shoah, denk ik wel dat deze geschiedenislessen niet alleen mogen gaan over wat er met de Joden gebeurd is. We vergeten veel te vaak de Roma, de Jehova getuigen en de vermoorde LGBTM populatie.

Hoewel ik waardeer hoeveel zorg er wordt besteed aan het herinneren van het onrecht dat de Joden is aangedaan, in musea of met herinneringsstenen op straat, mag dit niet rechtvaardigen dat we andere onrechtvaardigheden vergeten.

De geest van Congo

Dit geldt natuurlijk hier, in België en in Nederland, ook vooral vanwege het verschrikkelijke verleden van slavernij, imperialisme en kolonialisme – een geschiedenis die vaak vergeten wordt of, in het onderwijs, wordt geminimaliseerd, vooral in vergelijking met de Shoah.

Ik heb het nooit publiekelijk durven zeggen, maar misschien is er een andere verklaring voor de discrepantie tussen de herdenking van de Shoah en die van de slavernij en het kolonialisme.

Vaak wordt gezegd dat we de Shoah meer herdenken dan ons koloniale verleden omdat het recenter is en dus relevanter en voelbaarder. Maar dit kan ik niet langer accepteren.

Ik heb het nooit publiekelijk durven zeggen, maar misschien is er een andere verklaring voor de discrepantie tussen de herdenking van de Shoah en die van de slavernij en het kolonialisme.

Ik ben me er bewust van dat heel weinig Belgen boeken hebben gelezen als De geest van Koning Leopold II  (die veel confronterender zijn dan boeken als Congo), maar het gangbare excuus dat Congo het werk van de Koning was, en dat de staat en het volk er niet van wisten, kan het verschil in ieder geval niet verklaren.

Er zijn brieven uit 1904, nu openbaar, die de wrede realiteit beschrijven van het beleid dat de regering voerde nadat Congo van Leopold was afgenomen:           

Wanneer de inboorlingen rubber brengen naar een post, worden ze opgewacht door een agent, beschermd door soldaten. De manden worden gewogen; als ze niet de benodigde vijf kilo bevatten, wordt de man onmiddellijk beloond met 100 slagen van de chicotte [een zweep van nijlpaardhuid] … Wanneer er honderd mannen in een dorp zijn en slechts vijftig van hen komen rubber brengen, dan worden deze gegijzeld terwijl de soldaten gestuurd worden om de andere vijftig dood te schieten en het hele dorp plat te branden (Delathuy 1988, 529).

Zelfs als we historisch geheugenverlies meerekenen, hoe kunnen we dan niet begrijpen dat het nodig is publiekelijk voor de 10 miljoen slachtoffers van de voormalige kolonie Congo te rouwen?

Zeggen we dan niet impliciet dat de moord op 6 miljoen witte slachtoffers in de Shoah minder te betreuren is dan de moord op 10 miljoen zwarte slachtoffers die in Congo leefden?

Is er dan geen structureel racisme in hoe we publiek boete doen voor de onrechtvaardigheden van het verleden?

Een mythe van Europese onschuld

Als we de Shoah herdenken en niet hetzelfde doen voor de verschrikkingen van slavernij en het kolonialisme, lopen we het risico antisemitisme te veroordelen terwijl we racisme op basis van huidskleur in stand houden. Door deze genocides los te koppelen bevorderen we een mythe van Europese onschuld.

De Shoah is onderdeel van een veel groter systematisch patroon van het tot zwijgen brengen, marginaliseren en vermoorden van de ander.

Maar zoals DuBois ons herinnert is “geschiedenis wat we willen dat het is.” Misschien willen we wel dat de Shoah een uitzonderlijke smet is op het Europese blazoen. Maar dat is het niet. De Shoah is onderdeel van een veel groter systematisch patroon van het tot zwijgen brengen, marginaliseren en vermoorden van de ander.

Denk aan de Armeense genocide.

Denk aan Srebrenica.

En als we beginnen de verantwoordelijkheid te nemen voor hoe we ons buiten de grenzen van Europa hebben gedragen, komt er geen einde aan de lijst. Gerelateerd aan wat ik eerder schreef over Zwarte Piet: we hebben goede geschiedenislessen nodig om ons bewust te maken van een patroon dat we tot nu toe hebben geweigerd onder ogen te zien.

Het verbaast me vaak hoe kort ons collectieve geheugen is. Dit is waarschijnlijk deels te wijten aan de weinige aandacht voor geschiedenislessen, versterkt door het feit dat het vak geschiedenis (en de geesteswetenschappen in het algemeen) een achtergestelde positie innemen in ons neoliberale productiegedreven onderwijssysteem, en natuurlijk door de bias in zowel onze geheugens als het onderwijs ten gunste van de mythe van Belgische deugdzaamheid.

Een concreet voorbeeld hiervan is de geschiedenis van de tweede golf gastarbeiders in België. Dit is pas een halve eeuw geleden, maar we lijken vergeten te zijn dat de Belgische staat gastarbeiders uitnodigde en rekruteerde uit vele voornamelijk Islamitische landen; dat deze uitnodiging expliciet een hoge levenskwaliteit voor hen en hun families beloofde; en dat de staat beloofde gastvrij en verwelkomend te zijn voor buitenlanders. 

Vergeten verleden

Wie luistert naar het discours van de overheid, of de beleidsvoorstellen van Francken bekijkt (waarvoor hij brede steun vindt) is het duidelijk dat dit zeer recente verleden volledig vergeten is, of onderdrukt, en dat degenen die ooit nodig waren om de Belgische staat te herbouwen en versterken niet langer nodig en dus eigenlijk niet langer welkom zijn. Dit is waarschijnlijk de meest tragische les die we niet van de geschiedenis hebben geleerd.

Slechts dertig jaar na de Shoah, één generatie later, had de Belgische staat geen gewetensbezwaren bij het instrumentaliseren en dus ontmenselijken van buitenlanders.

Slechts dertig jaar na de Shoah, één generatie later, had de Belgische staat (en vele andere Europese staten) geen gewetensbezwaren bij het instrumentaliseren en dus ontmenselijken van buitenlanders. En vandaag de dag zetten we dit voort door hen, nu ze niet meer nodig zijn, aan de kant te zetten. De geschiedenisles die we het meest nodig hebben is het gevaar van deze ontmenselijking. Allereerst voor de ander, maar ook voor onszelf en de samenleving die we delen.

Hoewel Kerstmis (voor de meeste van u) vrije tijd betekent, reizen, of tijd doorbrengen met vrienden en familie, is het belangrijk ons te realiseren hoe geprivilegieerd we zijn om dit te kunnen doen. Voor vele anderen in onze samenleving kan Kerstmis een hele “ontmenselijkende” tijd zijn.

Slechts twee jaar geleden, met de dagen in de aanloop naar Kerst heel koud, donker en nat, waren de straten rondom station Brussel Noord gevuld met vluchtelingen. De meeste hadden geen plaats om te slapen. Voor velen die de verraderlijke en loodzware reis naar Brussel hadden ondernomen, symboliseerde Kerst nog een week langer wachten, terwijl de overheidsgebouwen koud waren, zonder een plaats om te slapen, zonder zekerheid en zonder hoop. 

Hoewel ik trots ben toen deel te zijn geweest van een groep vrijwilligers die een wonder lieten gebeuren met Kerst, door een tijdelijk thuis te bieden voor enkele tientallen mensen, is Kerst dit jaar voor sommige van deze mensen net zo onmenselijk. Een aantal van de vrijwilligers die twee jaar geleden een tijdelijk verblijf vonden voor vluchtelingen zijn nog steeds bezig onderdak te vinden voor deze vluchtelingen die inmiddels nieuwe Belgen zijn.

We noemen onszelf Buren Zonder Grenzen en proberen permanente huisvesting in appartementen, studio’s of huizen te vinden voor de vele vluchtelingen die, nadat ze een verblijfsvergunning hebben gekregen, slechts twee maanden de tijd hebben om onderdak te vinden. Iedereen die hier een huis heeft gezocht zal herkennen dat het niet makkelijk is: de prijzen zijn hoog en er is felle competitie. En wij hoeven niet eens rekening te houden met racisme – de belichaming van structurele ontmenselijking.

Bovendien hebben vluchtelingen een beperkt budget en geen tijd gehad om Nederlands te leren. Om hun zoektocht te ondersteunen bellen sommige van onze vrijwilligers immo-bureaus en huiseigenaren. Hoewel we al enkele miraculeuze momenten hebben meegemaakt, herinnert de dagelijkse praktijk ons aan het belang van geschiedenislessen:

‘Vluchtelingen niet welkom’

‘Buitenlanders zijn smerig en vies’

‘Afrikanen stinken en andere huurders zullen wegtrekken’

‘Zijn het moslims? Dan kan ik hen niet vertrouwen’

Eén van mijn favorieten was gericht aan een andere vrijwilliger, die Vlaams is: ‘Dat is toch verraderlijk dat gij andere Vlamingen belt en zegt dat zo’n mensen betrouwbaar zijn.’

De manier waarop vluchtelingen worden ontmenselijkt is niet acceptabel, zeker niet gegeven de Belgische geschiedenis.

De manier waarop vluchtelingen worden ontmenselijkt is niet acceptabel, zeker niet gegeven de Belgische geschiedenis.

Misschien hebben we met Kerst allemaal wel meer geschiedenislessen nodig, of in ieder geval een les over Kerstmis zelf. Hoewel ik dit feest niet vier, weet ik – aangezien ik in een christelijke cultuur leef – wel het één en ander over de geschiedenis. Kerstmis viert de geboorte van Jezus. Tijdens zijn leven bestreed hij onrechtvaardigheid en de ontmenselijking van de ander, en droeg hij zorg voor diegenen zonder eten, zonder onderdak, zonder hoop.

Wat ik zou willen deze Kerst? Misschien wel echte christenen.  

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • politiek filosofe

    Dr. Anya Topolski, geboren en getogen in Canada, is associate professor in de Politieke Filosofie en Politieke Theorie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.