Angst en fetisjen

De aanhoudende aandacht waarmee de huishoudmedia ons onderhielden in de nasleep van de aanslagen in Parijs snakte naar adem. Deskundigen van divers pluimage hadden hun ding gezegd. De handelsreizigers van de electorale entertainmentindustrie hadden geluisterd naar hun spindokters en wisselden verontwaardiging af met troostende woorden.

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Toen kwam Verviers. Daar werden naar verluid uiterst gevaarlijke sujetten uitgeschakeld. Vakkundig, efficiënt. Zoals het een professionele “opkuisoperatie” betaamt. Geradicaliseerde booswichten hadden het vuur geopend dus werden ze geneutraliseerd. De pers bracht rampverslaggeving en liet vanzelfsprekend na om kritisch naar het incident te kijken.

Alleen “cynici” als ik of oude bromberen als Walter Zinzen wilden zich niet verzoenen met het discours dat vooral gekenmerkt wordt door de oorverdovende stilte waarmee gezwegen wordt over de simpliciteit van onze verhalen. 

Daarom horen we vooral dat de wereld eigenlijk toch simpel in elkaar zit. Er zijn de goeden. Daartoe behoren wij, dat spreekt voor zich. En dan zijn er de slechten. Dat zijn de anderen. De vormeloze, gezichtsloze anderen. De fantomen van het kwaad.

Wie die anderen dan wel zijn, weten we niet precies. Dat hoeft ook niet. Het volstaat dat we willen geloven dat die anderen een permanent gevaar vormen. Dat ze ons naar het leven staan om wie en wat we zijn, om onze waarden, onze verworven vrijheid. Wij, erfgenamen van de Verlichting, worden bedreigd.

We willen niet weten. We willen vooral angstig zijn en worden daarin aangespoord door de architecten van onze blik op de wereld.

En hebben Verviers en de acties die daarop volgden niet duidelijk gemaakt dat die vermaledijde anderen onder ons vertoeven? Ze worden niet meer speciaal ingevlogen om een aanslag te plegen. Ze leven net als wij onder een kerktoren, of beter, in de buurt van een moskee waar ze op gezette tijden in grote getallen verzamelen om te luisteren naar iemand die we niet verstaan maar waarvan we met grote stelligheid vermoeden dat hij ophitst.

Dat we geen flauw besef hebben wat de recente gebeurtenissen precies inhouden deert ons niet. We stellen geen vragen. We willen niet weten. We willen vooral angstig zijn en worden daarin aangespoord door de architecten van onze blik op de wereld.

Een godsgeschenk

Angst is dan ook een godsgeschenk. Angst verbindt. Dat weten sociologen al langer. Angst doet ons dichter tegen elkaar schurken. Angst versterkt de sociale cohesie en maakt dat we ons gelukkig prijzen dat we mogen behoren tot de groep. Angst verstomt dissidentie. Angst is een vrijgeleide voor het kinderlijk verlangen naar iemand die ons verlost.

Angst spoort ons aan om fetisjen te scheppen, zoals de filosoof Markus Gabriel het stelt. Als we een beeld creëren waarin rolbekleders – laten we als voorbeeld de minister van Binnenlandse Zaken nemen – over krachten beschikken die geen enkele rationele analyse overleven, doen we niets anders dan een fetisj in het leven roepen. We koesteren deze omdat we nood hebben aan iets of iemand waarvan we graag willen geloven dat die “het weet”. 

Mensen in wankele machtsposities weten van deze menselijke nood aan fetisjen en maken er dankbaar gebruik van om zich als wetende op te werpen. Daarom lopen ze elkaar haast omver in hun spurt naar de microfoon, telkens een incident hen daartoe de gelegenheid geeft. Ze presenteren maatregelen die dienen om onze fetisj te bevestigen. De inhoud van waar ze komen mee aanzetten doet niet ter zake. Het simpele feit dat ze worden geformuleerd is belangrijker. Maatregelen dienen om hen die ze aankondigen voor te stellen als adequaat, krachtdadig, nodig. Ze dienen de perceptie. De bevestiging.

Ik geloof niet dat mensen ooit een perfect veilige samenleving kunnen maken. Als ik al ergens bang voor ben, is het wel die illusie.

De recente gebeurtenissen maken mij niet angstig. Daarvoor zijn ze (gelukkig maar) voorlopig nog te incidenteel. Met het reële risico kan ik leven. Ik geloof dan ook niet dat mensen ooit een perfect veilige samenleving kunnen maken. Als ik al ergens bang voor ben, is het wel die illusie. Die is immers een vrijgeleide voor de verdere afbraak van de fragiele samenlevingsvorm die me dierbaar is. Mijn fetisj is dan ook niet de politieke klasse die me beschermt, maar de vrij denkende mens die ondanks angst, ondanks calamiteiten en geweld, blijft geloven in de noodzaak van vrijheid en redelijkheid.

 

Vond je dit artikel de moeite? Schrijf je hier in op de MO*Daily en ontvang elke dag 5 topartikels.

 

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Socioloog, digitaal strateeg en auteur

    Ben Caudron (1965) is socioloog, gepassioneerd door mens en technologie. Sinds 1993 is hij actief betrokken bij de ontwikkeling van digitale media.