Armoede is een drogreden om vluchtelingen niet te moeten helpen

Het huidige beleid is duidelijk niet van plan om vluchtelingen te helpen, stelt Sabrine Ingabire in haar column. Ze vraagt zich af of we dan misschien de armen zullen helpen. ‘Of zijn armen alleen relevant om uit te leggen waarom we vluchtelingen moeten laten verdrinken?’

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Een vriend kwam me dit weekend bezoeken. Terwijl we zaterdagavond onderweg naar de cinema waren, kwam een jonge bedelaar hem aanspreken. Omdat hij niet van Brussel is, en niet snel genoeg begreep wat er aan het gebeuren was, trok ik hem mee naar de metro, en zijn wij vertrokken. Voor mij was het doodnormaal om mijn vrienden, die niet van Brussel zijn en geen Frans spreken, te beschermen door ze weg te halen van potentiële gevaren voordat er iets kan gebeuren.

“Potentiële gevaren”

Onze metro vertrok, en mijn vriend was bedachtzaam. Toen ik hem vroeg wat er scheelde, vertelde hij mij dat hij zich schuldig voelde omdat hij de jongeman niet had geholpen. Ik staarde even naar hem, en probeerde hem beter te doen voelen over de hele situatie. Maar uiteindelijk was er niet veel dat ik kon zeggen – hij had de jongeman geholpen, indien ik hem niet had weggetrokken van de hele situatie. Omdat ik hem wou weghalen van “potentiële gevaren.”

Ik ben niet zo geboren of opgevoed: onverschilligheid werd mij aangeleerd.

Ik zie de jongen, die niet ouder kon zijn geweest dan wij, nu nog voor mij in zijn vuile groene kapotte kleren, met muntstukken in zijn handen. En een wanhoop in zijn ogen die alleen maar vergroot werd door de honderden mensen die, net zoals ik, dit tafereel gewoon waren geworden. Hoe kon ik in godsnaam denken dat hij een potentieel gevaar was?

Ik ben niet zo geboren of opgevoed: onverschilligheid werd mij aangeleerd. En omdat het mij niet lukte om onverschillig te zijn, omdat ik die armoede en die pijn nog steeds zag, omdat ik nog steeds geneigd was om eten te geven aan zij die eten vroegen, werd er mij aangeleerd om armen te bekijken als potentiële gevaren. En ik, als meisje, moest mezelf beschermen van die potentiële gevaren door er weg van te blijven. Ik, als materialistisch wezen in een kapitalistische wereld, moest mijn bezittingen beschermen door ze weg te houden van mensen die ze mogelijk zouden kunnen stelen.

Indoctrinatie

Een lange indoctrinatie, door middel van artikels, van nieuwsberichten, van speeches van mensen die je proberen te overtuigen dat je je wanhopig moet vastklampen aan “het weinige dat je hebt”, dat daklozen hun situatie zelf hebben veroorzaakt, dat ze gevaarlijk zijn, en – het gekste! – dat ze eigenlijk veel meer verdienen dan een doorsnee persoon door te bedelen. Ik herinner mij nog hoe ik me op een dag begon af te vragen of deze dingen wel goede redenen waren om ze niet te helpen.

Is een persoon te veel helpen dan echt het ergste dat we kunnen doen?

Want, misschien is het wel degelijk zo. Misschien hebben ze al hun geld onverstandig opgedaan en zijn ze zo op straat beland, misschien krijgen zij zodanig veel geld van het bedelen dat ze in een villa kunnen wonen, misschien hebben de jaren op straat hen inderdaad gevaarlijk gemaakt. Maar zullen we een persoon op straat laten sterven omdat hij “zijn armoede” zelf heeft veroorzaakt? Zullen we een persoon op straat laten sterven omdat er misschien leugenaars tussen zitten die helemaal niet arm zijn? Zullen we een persoon op straat laten sterven omdat hij misschien gevaarlijk is?

Waarom wordt onverschilligheid aangeleerd in plaats van solidariteit? En is een persoon te veel helpen dan echt het ergste dat we kunnen doen?

De laatste dagen denk ik vaak aan de bedelaars van Brussel. Ik denk aan het gemak waarmee ik ze nu negeer, de snelheid waarmee mijn lichaam zich voortbeweegt in de Brusselse straten om hen te vermijden. Ik denk aan mijn hart dat zich altijd samentrekt wanneer ik hun blik ontmoet, hoewel ik dat maar zelden doe. Ik probeer mezelf beter te voelen, door te denken aan de keren dat ik hen eten of geld geef. Maar het is niet genoeg. En het gebeurt niet vaak genoeg.

Een maatschappij waar sociale waarden centraal staan

Maar laten we dingen in perspectief zetten. Ik ben een 21 jarige studente die het betalen van haar rekeningen belangrijker vindt dan het kopen van eten. Zonder mijn vrienden, die me regelmatig vragen of ik op die dag aan eten heb gedacht, en me dan eten kopen wanneer ik antwoord dat ik daar geen geld voor heb, zou ik veel ongezonder leven. Ik kan – en moet! – meer doen voor daklozen, ik kan – en moet! – meer doen voor zij die mij om hulp vragen op straat, maar dat zal geen blijvende impact hebben.

Ik blijf me ergeren aan de vele mensen die alleen om armoede geven wanneer er een ander probleem wordt aangehaald.

Wat wel blijvend impact zou hebben, is een regeringsbeleid dat de mensen centraal plaatst. Een beleid waarbij ik, en vele studenten met mij, niet verplicht worden om te kiezen tussen ons psychisch welzijn – door geld uit te geven aan ontspanning – en ons lichamelijk welzijn – door geld uit te geven aan eten. Een beleid waar de staatssecretaris voor Armoedebestrijding niet onverschillig vertelt dat de laagste sociale zekerheidsuitkeringen de Europese armoededrempel niet zullen halen, terwijl ze nog 2,5j heeft om daar iets aan te doen.

Wat wel een blijvende impact zou hebben, is een maatschappij waar sociale waarden centraal staan. Ik blijf me ergeren aan de vele mensen die alleen om armoede geven wanneer er een ander probleem wordt aangehaald. ‘We kunnen vluchtelingen niet helpen, want we hebben hier al genoeg arme mensen.’ Goed, het huidig beleid is duidelijk niet van plan om vluchtelingen te helpen, zullen we dan de armen helpen? Of zijn armen alleen relevant om uit te leggen waarom we vluchtelingen moeten laten verdrinken?

Investeren

Maar dit is geen of-of situatie. We kunnen ervoor zorgen dat er geen 20% (!) van de Belgische kinderen in de armoede opgroeien, dat studenten hun studies niet moeten opgeven om te gaan werken, dat jonge vrouwen hun lichaam niet moeten verkopen om hun studies te betalen, dat ouderen de nodige zorg krijgen als hun pensioen te laag is, dat de levensverwachting van daklozen geen 31 jaar lager (!) ligt dan van niet-daklozen, dat er deze winter geen 72 (!) daklozen in de Brusselse straten sterven, dat we vluchtelingen niet terugsturen naar oorlogsgebieden die we zelf hebben helpen creëren.

Misschien is het tijd om op te houden met de besparingen op armen, kansarmen, en “de gewone bevolking”. Misschien is het tijd om net te investeren in deze mensen en in het verhogen van hun kansen. En misschien is het tijd om belastingontwijking door multinationals aan te pakken, om sociale dumping onmogelijk te maken, om de ongelooflijke lonen van ministers te bekijken, om corruptie te bestraffen, om zich af te vragen of het wel legitiem is dat iemand op 10€/week moet overleven terwijl iemand anders 550 000€/week ‘verdient’.

Alleen dan zullen Zuhal Demir en de rest van deze regering kunnen zeggen dat ze hun best hebben gedaan om armoede te bestrijden. Want de situatie zoals die nu is, is inderdaad eerder een strijd tegen mensen in armoede.

 

Sabrine Ingabire is schrijfster, activiste en studente. Je kan haar op Facebook volgen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur