Bericht uit een geschonden land

Column

Bericht uit een geschonden land

Bericht uit een geschonden land
Bericht uit een geschonden land

Waarom is de haat van IS voor Frankrijk zo groot? Aan de radio gekluisterd in een klein dorpje in Frankrijk, geeft Geert Van Istendael een verklaring.

Dit is een bericht uit een geschonden land. 
Het wordt geschreven op zaterdag, 16 juli 2016. 
Als u dit leest, beschikt u vermoedelijk al over meer gegevens dan ik nu.

In dit Franse dorp, vierhonderd kilometer ten zuiden van Parijs, bijna achthonderd kilometer ten noorden van Nice, kom ik nu al langer dan drie decennia, geen jaar wordt overgeslagen. Ik heb er zelfs een deel van gekocht, een huis kost hier zoveel als een kamer bij ons. We hebben hier dan ook geen televisie, telefoneren blijft een avontuur en om deze woorden door de sturen naar de redactie van MO* is enig vernuft, zeg maar acrobatie vereist.

Maar de radio komt binnen. En hoe.
Van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat proberen de Fransen via hun radiozenders hun verbijstering, hun ongeloof, hun verslagenheid te verwerken. In Frankrijk betekent dat: erover praten, oeverloos, eindeloos praten. Dit land heeft een woordcultuur ontwikkeld die elders haar weerga niet vindt. Talrijk zijn de buitenlanders die zich daar dood aan ergeren, even talrijk zij die de Franse woordencultus een zoveelste uiting van zelfoverschatting en grootheidswaan vinden. Ik bewonder en bemin het Franse vermogen om ook ter ere van de geringste dingen betoverende woordpaleizen op te trekken.

Wat het land nu doormaakt, is de tegenpool van gering.
Sinds de slachtpartij bij Charlie Hebdo heeft de terreur binnen de grenzen van l’Hexagone, de zeshoek, zoals men het land hier noemt, al meer dan tweehonderd mensen vermoord. We zwijgen dan nog over de verijdelde aanslagen. Zo hebben de inlichtingendiensten net op tijd een aanval op het wereldberoemde carnaval van Nice kunnen voorkomen. Hoeveel mensenlevens die anonieme en vaak geminachte dienaren van de republiek gered hebben door alertheid en tijdig ingrijpen zullen we nooit weten en voor één keer mogen we zeggen, gelukkig maar.

Vanmorgen ben ik naar de groenteboer gegaan, hier twee straten verderop. Niet één van de klanten repte over het grote moorden en er stond een hele tros. Allen hadden ze het over de frambozen die weer délicieuses waren en de tomaten waren merveilleuses. Dat klopt ook helemaal. Overheerlijk zijn fruit en groenten bij de tuinder van dit dorp, zo lekker zul je in België zelden proeven, maar ik kon alleen denken: waarom heeft niemand het over de dreiging?

Daarna reden we naar het nabije stadje, dat doen we elke zaterdag, er is dan markt. Nu gingen we voor alles kranten kopen: Le Monde, Libération, de conservatieve Figaro, de katholieke kwaliteitskrant La Croix. Ik wierp nog een blik op de Populaire du Centre - dergelijke regionale bladen vind je in bonte verscheidenheid van Roubaix tot Nice. Paginabreed en bladzijden lang, één focus: het grote moorden aan de Middellandse Zee.

Radio

Maar tussen de kramen: niets. Niets bij Babette, die de mooiste geitenkaas ter wereld aanbiedt en spreek me nu vooral niet tegen, niet bij Didier, het genie van de kippenkweek, niet bij de imker uit de nabije heuvels, niets, niets, niets. Twee rijen kramen in de zon, daartussen kuiert doodgemoedereerd volk, dat verstand heeft van alles wat door de mond naar binnen gaat, bonjour Madame, comment allez-vous, ah, il est excellent, votre petit vin, kortom, als dit het paradijs niet is, wat is het dan wel?

En toch is dit land geschonden. Ik luister naar de radio. Welke radio is beter dan de Franse? De onze in ieder geval niet. Al twee dagen spuiten de berichten en de commentaren de huiskamer in.

De man die jaren lang de nationale geheime dienst heeft geleid zegt: Frankrijk wordt niet overvallen door een buitenlandse vijand. Wij vechten niet tegen een leger. Één van onze kinderen heeft dit gedaan. Hij legt de vinger op een smartelijke wonde.

Cherkaoui of Stablinski

Frankrijk is trots op zijn republikeinse model. Iedereen in dit land is gelijk. Waar je ook vandaan komt, je mag Cherkaoui of Stablinski heten, je bent een burger van de grote republiek, precies zoals de burgers die Dupont of Durand heten. Sarkozy is de zoon van een migrant die door de achterdeur van het vreemdelingenlegioen het land binnen is gekomen. Of kijk naar de achternaam van de Franse ministers. Zo hoort het in een republiek die naam waardig, zo en niet anders.

Het Franse model wijst resoluut af wat men le communautarisme noemt, de vorming van afzonderlijke gemeenschappen die eigen regels willen stellen, los van de algemene republikeinse regels. Het Franse model zou een kans van slagen hebben als je iedere vorm van discriminatie en/of racisme kon uitsluiten. Dat laatste is nog in geen enkel land gelukt. Zelfs niet in het vaderland van liberté, égalité, fraternité. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het in zijn moordende tegendeel verkeert. Niet toevallig werd de jongste aanslag gepleegd op 14 juillet, hét symbool van de Franse republikeinse orde.

Al heel lang broeit in de Franse voorsteden de haat. Al heel lang stapelt in de Franse voorsteden de woede zich op. Tienduizenden bewoners van de voorsteden willen allang geen deel meer uitmaken van de grote republiek. En nu bezorgt IS hun het gedroomde model om hun woede bot te vieren op hun buren.

Barstend van haat en bloedig geweld

Op de radio hoor ik de Marokkaans-Franse schrijver Tahar Ben Jalloun. Per maand, zegt hij, stuurt IS duizend video’s de wereld in, barstend van haat en bloedig geweld. Die worden overal in Frankrijk gretig bekeken. Als daardoor één man tot handelen overgaat, één man maar, krijg je dit. Hij hoeft niets te maken te hebben met het apparaat van IS. Hij kan volslagen onbekend zijn bij welke politiedienst dan ook. Maar de schade is niet te overzien.

Op 21 september 2014 werd een audioboodschap van de woordvoerder van IS de wereld ingestuurd: “Als je een Amerikaanse of Europese ongelovige kunt doden, vooral die kwaadaardige en smerige Fransen, … dood hem hoe je ook kunt … Sla zijn hoofd in met een steen, keel hem met een mes, rijd hem dood met zijn auto, gooi hem van een hoge plek, wurg hem of vergiftig hem.”

Waarom zouden net de Fransen zo kwaadaardig en zelfs smerig zijn, althans volgens IS?

Dat de Fransen frivoliteit hebben verheven tot een culturele waarde zal de vrome hun nooit vergeven.

Om al wat ik hierboven schreef. De Franse insouciance werkt als vitriool op de fanatici van IS en wijde omgeving. Dat de Fransen frivoliteit hebben verheven tot een culturele waarde zal de vrome hun nooit vergeven. Dat zij onbekommerd op hun terrasjes aan de hele wereld laten zien dat zij de eredienst vieren van wijn en pastis, de islamist krijgt er maagkramp van. Vandaar 13 november 2015.

Dat zij niet knielen in het bedehuis maar knielen voor het vrije woord, het is de rechtgelovige een horror.  Een Franse president als Mitterrand leest niet het ene boek, het enig toelaatbare boek, nee, hij zegt, chaque livre en vitrine excite mon appétit. En dat de katholieke president De Gaulle weigerde de rebelse en goddeloze filosoof Sartre te arresteren met de woorden, on n’arrête pas Voltaire (ook rebels, bovendien antiklerikaal), zulke episodes bestempelen Frankrijk tot de hoer der hoeren. Ten minste, volgens de geestdrijvers van IS en hun gewillige dienaren in Frankrijk.

Maar er is nog erger. Veel erger.

En dus zal Frankrijk zich moeten blijven verweren, want de zeloten van IS zullen blijven moorden tot in de eeuwigheid.

Dat de Fransen de godsdienst werkelijk weggejaagd hebben uit het openbare leven, doet fundamentalistisch volk pas echt de gal omlopen. De Franse republikeinen deden dat al in 1905 (met de Loi Combes). Ze wilden toen paal en perk stellen aan de macht van de katholieke kerk. Toen een andere grote, bekerende wereldgodsdienst het land binnenkwam, hebben ze de scheidslijn tussen godsdienst en staat met onverbiddelijke logica doorgetrokken. Vandaar dat het verbod op hoofddoeken in openbare dienst en op scholen voor Fransen van links tot rechts een republikeinse evidentie is. Eventjes benadrukken, want ervaring leert me dat dit hier te lande niet zomaar wordt geloofd: zeker ook voor linkse Fransen.

En dus is Frankrijk het uitverkoren slachtoffer. Frankrijk is hét symbool voor alles wat IS haat en wil uitroeien in het zogezegd decadente Westen. Frankrijk staat (hoe onvolmaakt ook, hoe ergerlijk onvolmaakt ook, althans, in onze ogen) voor alle waarden en vrijheden die IS wil wegbranden van onze planeet. En dus zal Frankrijk zich moeten blijven verweren, want de zeloten van IS zullen blijven moorden tot in de eeuwigheid. Dat en niets anders is hun perspectief.

(Je durft er niet aan te denken wat ons kleine, slordige België nog allemaal te wachten staat, op 21 juli bijvoorbeeld, maar dat is een ander verhaal).

Eén en ondeelbaar

Na de slachtpartij bij Charlie Hebdo trad Frankrijk naar buiten zoals de regels van de republiek het voorschrijven: één en ondeelbaar. 
Na de aanslagen van 13 november 2015 hoorde je hier en daar de eerste fluisteringen van kritiek. 
De doden op de Promenade des Anglais waren nauwelijks koud of de bittere kritiek op de zogezegde nalatigheid van François Hollande en zijn regering barstte los.

Een krant als Le Figaro maakte het wel bijzonder bont. Wij laten onze grenzen openstaan voor onze vijanden, schreef de grote baas, Alexis Brézet. De president heeft het bestaan op 14 juli het nakende einde van de noodtoestand aan te kondigen! Dat ergerde niet alleen de grote baas van Le Figaro, maar een hele plejade politici ter rechterzijde had het al in alle nieuwsuitzendingen (van de radio) gehuild.

Welke oorlog

Het is niet dat de retoriek van Hollande erg overtuigend klinkt (hij doet me telkens weer denken aan een chef de bureau die een beetje pips is omdat de reglementjes weer eens niet worden nageleefd), maar dit verwijt van rechts raakt kant noch wal. Doen alsof de president maar had moeten weten dat er een aanslag op komst was, getuigt van kwade trouw. De grote kracht van terrorisme is net het totale verrassingseffect. Dat iedereen weet: het kan op elk ogenblik gebeuren en niemand weet waar of wanneer.

Misschien heeft de kritiek van de Franse rechterzijde toch een heilzaam effect. Hollande was het die zei, we zijn in oorlog. Misschien moeten we toch heel even aandacht besteden aan de woorden van de grote baas van Le Figaro: “De oorlog, welke oorlog? Maar wij doen alsof we in vrede leven! … Want de soldaten van het kalifaat, die voeren geen halve oorlog.”

Geert van Istendael
16 juli 2016