Leven we boven onze stand?

We zouden “allemaal” boven onze stand leven. Op die wat ongelukkige uitspraak van een minister kwam er erg veel terechte kritiek. Maar hoe kunnen we de discussie voeren over de vaststelling dat we in ecologische zin boven onze stand leven? En hoe kan er zo een belangrijk debat geopend worden over een volhoudbaar sociaal contract?

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Misschien bedoelde hij het wel goed, minister Peeters, toen hij zei dat we “allemaal” boven onze stand leven. Misschien wou hij daarmee de rijkeren uit onze maatschappij aanspreken op hun verantwoordelijkheid. Het waren blijkbaar wel de anderen die zich aangevallen voelden. En het is meer dan begrijpelijk dat mensen die het moeilijk hebben om rond te komen zich erg gekwetst voelden door de woorden van Peeters, ook al waren ze misschien anders bedoeld.

Voor een aantal politici is het een min of meer bewuste agenda om een discours te creëren (en een werkelijkheid daarop te laten volgen) waarbij – met verwijzingen naar ‘hangmatten’ en ‘pampers’ – mensen die het al moeilijk hebben nog meer met de vinger worden gewezen. Het verhaal van de ‘individuele verantwoordelijkheid’ en het gewoon ‘grijpen van kansen’ gaat er bij velen in als koek.

Wanneer je een debat begint over een meer rechtvaardige fiscaliteit, waarbij ook mensen die hun geld voor hen laten werken worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid, dan gaan bij velen de knipperlichten branden. Aan mensen met een bovengemiddeld vermogen vragen ook iets bij te dragen, dat is blijkbaar een soort van contractbreuk. Het duurt niet lang of de “hardwerkende Vlaming” wordt weer opgevoerd.

Aan mensen met een bovengemiddeld vermogen vragen ook iets bij te dragen, dat is blijkbaar een soort van contractbreuk.

Een alleenstaande moeder of vader met een beperkt inkomen die met alle denkbare creatieve middelen probeert om financieel het einde van de maand te halen werkt volgens mij bijzonder hard. Maar bestaande sociale voorzieningen voor die groep aanpassen, dat is volgens velen dan weer geen contractbreuk…

Er is verder iets merkwaardigs met die uitdrukking “boven onze stand”. Je kunt die in algemene zin lezen, waarbij het iets als “we leven op te grote voet” betekent. Als men bedoelt dat we als maatschappij meer uitgeven dan we hebben, dan is dat een zinvolle discussie.

Als het daarover gaat, is het alleen maar normaal dat je meteen gaat kijken naar hoe de lasten en de lusten verdeeld zijn. Als die verdeling als rechtvaardig en helder wordt ervaren, zullen mensen ook bereid zijn dat debat verder te voeren. Als men dat niet zo ervaart (ook omdat het ook in de werkelijkheid niet zo is), dan komt er verontwaardiging bij wie aan de kwetsbare kant zit, en volkomen terecht. Als je ‘stand’ echter leest als klasse of kaste of zo, dan klinkt het wel erg denigrerend. Er zou dan iets bestaan als ‘je plaats kennen’ en overeenkomstig handelen. Hopelijk hebben we dat soort denken definitief achter ons gelaten…

Een sociaal contract

Het idee van het sociaal contract is wel interessant om op verder te denken. Als burger aanvaard ik een aantal dingen, zoals belastingen betalen, omdat ik zo ook deel kan uitmaken van een samenleving die mij mee draagt en waarin mijn burgerrechten gegarandeerd zijn. Het idee van “verworven rechten” kan in die context soms wel problematisch zijn, als men bij het invullen van dat sociaal contract geen rekening houdt met een aantal contextfactoren.

Als men mij als ambtenaar zoveel jaar geleden heeft beloofd dat mijn pensioen later zo hoog zal zijn, en dat op basis van een vooronderstelling van een relatief hoge economische groei de volgende tientallen jaren, dan kan er een probleem zijn. Mijn houding kan zijn: mijn verworven recht is dat mijn pensioen x hoog zal zijn, en ik wil me niet bezighouden met hoe dat dan moet georganiseerd worden, want ik heb een contract.

Mijn houding kan ook zijn: het is voor ons als maatschappij een verworven recht dat we er samen voor zorgen dat iedereen goede sociale voorzieningen krijgt, dat iedereen een waardig inkomen heeft, dat iedereen kan wonen, dat er waardig werk is voor iedereen, dat iedereen naar school kan gaan, dat iedereen op een leefbare manier oud kan worden, …

De tweede houding lijkt me nuttiger bij het voeren van een moeilijk maatschappelijk debat over een sociaal contract binnen planetaire grenzen. Als je hele rechtvaardigheidsmodel afhangt van de fictie van een voortdurende forse economische groei, dan is dat riskant, zeker wanneer de groeimotor begint te sputteren.

Er zijn dan in wezen twee opties. Ofwel een maatschappelijke verharding, waarbij mensen met de zwakste stem nog meer in de marge geduwd worden en de boodschap krijgen dat ze boven hun stand leven. Ofwel een piste waarbij een grotere gelijkheid wordt georganiseerd. Zo kan ook een vernieuwd rechtvaardigheidsgevoel ontstaan dat de basis kan worden om samen een nieuw maatschappelijk contract af te spreken.

Als we naar onze ecologische voetafdruk kijken, kunnen we moeilijk anders vaststellen dan dat wij boven onze stand leven.

Als we naar onze ecologische voetafdruk kijken, kunnen we moeilijk anders vaststellen dan dat wij boven onze stand leven. Hier zal eveneens meteen de vraag volgen wie die “wij” dan wel is. Ook hier is het zo dat de rijkeren een grotere voetafdruk hebben, en dus een grotere verantwoordelijkheid.

Maar daarmee is de kous niet af. Wat we gemiddeld vinden, wat we als norm beschouwen van welvaart, wat we in een aantal gevallen als “verworven recht” beschouwen voor laten we zeggen een levensstijl van de middenklasse, dat weegt in ecologische zin, op planetaire schaal, te zwaar.

Verworven rechten

Mondiaal is de druk van de mens op de planeet zo groot dat we eigenlijk doen alsof we anderhalve planeet hebben. Niet volhoudbaar dus. Bij een voortdurende te grote druk zullen de armsten nog meer het gelag betalen. Per hoofd van de bevolking is de voetafdruk in een hoge-inkomensland (zoals het onze) ongeveer vijfmaal zo hoog als die in een lage-inkomensland.

Wat is in die context een recht? En wat een verworven recht? Men verwacht dat er tegen 2050 zo’n 9 miljard of meer mensen op de aarde zullen wonen. Het is perfect mogelijk al die mensen op een duurzame en rechtvaardige wijze te voeden, zonder dat we de aarde uitputten. We kunnen dus “als een goede huisvader” de planeet doorgeven aan de toekomstige generaties.

Het is echter perfect onmogelijk om die 9 miljard mensen evenveel vlees te laten eten als wij nu gemiddeld doen. Als we onze individuele vleesconsumptie als een verworven recht beschouwen, kan dat uitgangspunt de toekomstkansen van anderen in gedrang brengen. Iets kan volgens mij pas een recht zijn als het uitbreidbaar is naar iedereen, nu en in de toekomst. Anders is het een voorrecht. Ecologische gulzigheid is in die zin ook een vorm van boven je stand leven.

Het wordt tijd dat we grondig en met open vizier gaan nadenken over een toekomstgericht sociaal contract voor alle huidige en toekomstige burgers van deze planeet. Als we als relevante gemeenschap voor het organiseren van solidariteit enkel zouden kijken naar ons eigen land, dan is die blik te beperkt. Om de welvaart in ons land te organiseren gebruiken we immers ook heel wat hulpbronnen van elders in de wereld, en de verwerving daarvan gebeurt niet altijd op erg rechtvaardige wijze. Doen of de rest van de wereld er niet is als we nadenken over solidariteit is dus niet erg rechtvaardig. Het is ook riskant.

Doen of de rest van de wereld er niet is als we nadenken over solidariteit is dus niet erg rechtvaardig.

Als we willen dat een nieuw planetair contract steun zal krijgen, dan moet het rechtvaardig zijn. Als we vinden dat niet alleen wie tot de juiste stand behoort recht zou hebben op een waardig leven, dan moeten we de planetaire grenzen volwaardig in het debat brengen.

Als we bijvoorbeeld onze voedselvoorziening duurzaam organiseren, waardoor er geen oplopende ecologische schuld ontstaat, hebben we een meer stabiele (financiële) basis gelegd voor het opbouwen van vormen van sociale bescherming die volhoudbaar zijn en die de burgerrechten van iedereen zullen kunnen garanderen. Hetzelfde geldt evenzeer voor onze mobiliteit, onze energievoorziening, onze manier van wonen, …

Het lijkt me maatschappelijk gezien erg zinvol en urgent om plekken te zoeken waar we op een rustige wijze met politiek en middenveld en wetenschappers en burgers kunnen nadenken over een sociaal model voorbij het huidige niet-volhoudbare groeimodel. Jezelf wijsmaken dat de aarde niet begrensd is, dat we ongestoord kunnen groeien zoals we hebben gedaan de voorbije tientallen jaren, dat is het beste recept voor een toename van de ecologische degradatie en de sociale tweedeling. Die blinde overtuiging is een fictie die boven zijn stand leeft. Of zoiets…

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3210   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur

  • Beleidsmedewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

    Jan Mertens woont in Leuven, werkt voor de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, en is onder meer ook actief in de denktank Oikos.