De bedwelmende geur van uitlaatgassen: wat als stank een geliefd parfum wordt

De invloed van de menselijke bedrijvigheid op andere levensvormen gaat ver. Erg ver. En we hebben het vaak niet door dat er meer dan een luchtje aan zit, betoogt gedragsecoloog Hans Van Dyck.

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Uw neus is de mijne niet. Gevoeligheden en voorkeuren variëren tussen menselijke snuffelaars. Dat weet de parfumindustrie ook. De taferelen in de parfumwinkel bieden ruimte voor veel keuzestress; te zoet, te vluchtig, te veel vanille, te ik-weet-het-niet-meer. Nog een geluk dat ons geurapparaat slechts een afgeslankte versie is van de doorsnee zoogdierneus.

Wij mensen zijn erg visueel ingesteld. Dat blijkt verband te houden met ons evolutionair verleden. Onze tak van primaten in de evolutionaire levensboom wordt gekenmerkt door een historie van fruiteters. Fruit biedt meer calorieën dan blaadjes, maar je moet tussen het lover de pruimen wel zien hangen. Een kijk op de wereld in kleur komt dan goed van pas om gele of rode vruchten tegen het groen gebladerte te kunnen onderscheiden.

Onze club (van primaten) heeft minder functionele genen die betrokken zijn bij geurdetectie dan die andere zoogdieren.

Primaten uit de Oude Wereld, met inbegrip van u en ik, zien meer kleuren dan ratten en honden. Maar onze club heeft wel minder functionele genen die betrokken zijn bij geurdetectie dan die andere zoogdieren. Alsof we een stuk van ons geurvermogen evolutionair inruilden voor een meer kleurrijke kijk op de zaak.

Evolutionaire paden zijn echter zelden zo simpel. Vogels zien trouwens meer kleuren dan wat in humane kringen als “zichtbaar” wordt versleten. Homo sapiens kijkt graag naar de rest van het leven door zijn eigen bril; al helpen zijn glazen zelden tegen bijziendheid tegenover die andere levensvormen. Iedere vogel zingt zoals hij gebekt is, maar ieder dier kijkt en ruikt zoals natuurlijke selectie dat vermogen kneedde.

Snuffelen als missie

De mens weet creatief om te springen met beestige geurdetectie die aan zijn eigen neusvleugels voorbij gaat. Ratten kunnen getraind worden om landmijnen op geur te detecteren. Maar ook kleine wespen kunnen als levende snuffelpaal ingezet worden om explosieven of illegale drugs te vinden. Varkens en hun truffels zijn ook een gekende combinatie. Zelfs voor vroegtijdige kankerdetectie kunnen de gevoelige, beestige neuzen hun nut bewijzen.

Een variant op dit thema die natuuronderzoekers en -beschermers gebruiken, betreft het opsporen van zeldzame, moeilijk te spotten diersoorten. Zo werden honden recent succesvol getraind om vliegende herten te helpen zoeken. Het vliegend hert is een forse kever waarbij de mannelijke kaken tot geweien uitgroeiden. Ideale wapens voor spectaculair vertoon en geworstel in oude eikenbossen. De mannen van dit uit de kluiten gewassen insect zijn evenwel ook professionele snuffelaars. De vrouwen produceren lichaamsgeurtjes om mannen aan te trekken. Feromonen heet dat.

Onbedoelde geuren

Dat Homo sapiens de wereld stevig naar zijn hand zet, is een open deur intrappen. We leven in het antropoceen, het tijdperk waarin heel de biosfeer getrakteerd wordt op menselijke activiteit. Maar hoe is het gesteld met onze impact op het geurenpalet van Moeder aarde?

Door het verdwijnen van natuurlijke vegetaties verdwijnen ook de natuurlijke aromatische cocktails die erbij horen. Maar onze vervuiling te land, ter zee en in de lucht, zet de zintuigelijke prikkelingen van menig dier op z’n kop. De geur van bloemen en planten kan gecamoufleerd worden door luchtvervuiling waardoor bloembezoekende insecten er veel langer over doen om hun favoriete aroma te detecteren en thuis te brengen.

Onze vervuiling te land, ter zee en in de lucht, zet de zintuigelijke prikkelingen van menig dier op z’n kop.

Dieseluitstoot is niet alleen een kwestie voor onze longen, maar blijkt ook garant te staan als ferme stoorzender voor bijen en andere insecten die het van vluchtige geurprikkels moeten hebben om goed te functioneren. Vooral stikstofoxiden verstikken de natuurlijke geurstoffen van wilde bloemen.

Nachtvlinders blijken er ook al mottig van te worden, zo leert recent onderzoek. Hoewel nachtvlinders zelfs in het duister kleuren kunnen zien, zijn ze toch erg aangewezen op de parfums die ze binnenkrijgen. Gesnuffel is voor mottenmannen onmisbaar om van straat te geraken of om geprefereerde nectar te spotten. Het juiste geurspoor moet uit de achtergrond van andere geuren opgepikt worden.

Uitlaatgassen blijken stoffen te bevatten die lijken op de sexy geurtjes van sommige nachtvlinders om een fladderaar van het andere geslacht te lokken. Het heeft veel van een smerig spelletje dat wij onbewust spelen. Gas geven tijdens een nachtelijke rit en de nachtvlinders worden bedwelmd door geile geurtjes die telkens weer loos alarm blijken te zijn. We hebben er geen erg in dat we chemische pesters zijn.

Chemisch zootje

In een wereld op mensenmaat laten wij de hele biodiversiteit meer dan een poepje ruiken. Er wordt flink met al die beestige voeten gespeeld. In beken en rivieren spelen gelijkaardige taferelen zich af. Watervervuiling verstoort de prikkels en informatie die vissen gebruiken om normaal te functioneren. Het kan zelfs om stoffen gaan die helemaal niet als toxisch of gevaarlijk te boek staan.

In sommige vervuilde wateren zijn vissen bij momenten “verblind” door de geloosde stoffen die op hun geurstoffen lijken en dan blijven vergissingen niet uit. Hofmakerij met verkeerde soorten zorgt voor tragikomische taferelen, maar toont de ingrijpende impact van de mens op het andere leven.

Een wereld op mensenmaat blijkt voor vele andere levensvormen een resem aan onbedoelde ecologische valstrikken te spannen.

En dan hebben we het nog niet over de hormoon-verstorende stoffen die verbreid in het milieu opduiken. Wetenschappelijke vooruitblikken onder de noemer “horizon scans” verwachten dat er wereldwijd met de vergrijzing ook meer medicatie gebruikt zal worden en diffuus in het milieu zal komen. Hoe zullen padden, wormen, insecten en hele natuurlijke voedselketens omspringen met nog meer residu’s van viagra en antidepressiva?

Een wereld op mensenmaat blijkt voor vele andere levensvormen een resem aan onbedoelde ecologische valstrikken te spannen. Valstrikken met een geurtje. Zullen we deze lastige problemen ooit echt in de neus hebben?

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2916   proMO*’s steunen ons vandaag al. We hopen 2021 te kunnen starten met 3000 proMO*‘s, word jij er één van?

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Professor Natuurbehoud en Gedragsecologie (UCL)

    Hans Van Dyck is professor gedragsecologie en natuurbehoud aan de UCL (Louvain-la-Neuve). Hij tracht het gedrag van dieren in een wereld op mensenmaat te begrijpen.