De blijde intrede van Kafka in Kortrijk

Column

De blijde intrede van Kafka in Kortrijk

De blijde intrede van Kafka in Kortrijk
De blijde intrede van Kafka in Kortrijk

De burgemeester van Kortrijk heeft plannen. Hij wil het stadhuis afschaffen. Zijn argument? “tijdsbesparing”. Geert Van Istendael heeft zo zijn bedenkingen bij dat Kafkaïaanse plan.

De burgemeester van Kortrijk zou het liefst van al zijn stadhuis willen afschaffen. Hij wil het zijn stadsgenoten besparen dat ze uren moeten aanschuiven in de lokettenzaal. Ze moeten een heleboel formulieren elektronisch thuis kunnen krijgen, wel, eigenlijk álle formulieren op den duur, maar zover is zelfs het vooruitstrevende Kortrijk nog niet gekomen.

Als de burgemeester in zijn opzet slaagt, zal dat de Kortrijkzanen dertigduizend verplaatsingen per jaar besparen. Niet gering, zeg nu zelf.

Is dat een vooruitgang?
Ik betwijfel het.
Sterker. Ik geloof er geen bal van. Het is achteruitgang. Waan. Mist. Onzin.
Om het maar eens lapidair te stellen: de Kortrijkzanen zullen hun dertigduizend jaarlijkse verplaatsingen naar het stadhuis gezwind vervangen door dertigduizend verplaatsingen naar de plaatselijke ziekenhuizen. Wegens het wegvallen van dertigduizend mogelijkheden om te bewegen, zullen ze, thuis voor allerlei schermen hokkend, in de kortste keren opzwellen tot vetklompen of, als u het in het West-Vlaams wilt horen, ze worden slekkevet.

Nu ik erover nadenk, er is misschien een alternatief. Ze zouden hun dertigduizend verplaatsingen naar de lokettenzaal kunnen vervangen door dertigduizend verplaatsingen naar allerlei fitnesstoestanden.
Wacht eens even, nu ik er nog dieper over nadenk, zou het geen idee zin om een reeks van die fitnessfoltertuigen op te stellen in de lokettenzaal? Twee vliegen in één klap: én verplaatsing en je in het zweet werken. Dat kan toch alleen maar gezond zijn.
Ha nee, zo zouden ze de dierbaarste wensen van hun burgemeester verraden. Die gast wil juist afraken van al die verplaatsingen. Én van zijn gemeentehuis, liever vandaag dan morgen.

Ik moet met iets anders voor de pinnen komen, moment, mijn hersens draaien op volle toeren, ja, ja, ja, dát is het. Vergeet het voorgaande, het volgende lijkt me beter.
Je doet gewoon het omgekeerde.
Je brengt je gemeentediensten onder in fitnesslokalen, gedecentraliseerd natuurlijk, dus dichter bij de burger. En je laat de fitnesseigenaars daar een redelijke som voor betalen, want dankzij deze wijze maatregel van de burgemeester krijgen ze meer klandizie. Zo werk je gelijk het gat in de gemeentebegroting weg. Als dat geen win win win win winsituatie is!

Het gemeentehuis is het hart van het dorp. Het stadhuis is het hart van de stad.

Nee, alle gekheid op een stokje, ik vind de verdwijntruc met het gemeentehuis een verschrikkelijk slecht idee.
Het gemeentehuis is het hart van het dorp. Het stadhuis is het hart van de stad. Waarom, denkt u, waarom zouden wij in onze gewesten de mooiste gemeentehuizen ter wereld hebben? Een goed deel ervan staat op de UNESCO-lijst van het werelderfgoed, maar dat is niet meer dan een detail. Denk bijvoorbeeld eens aan Brussel, denk aan Leuven, denk aan Bergen, denk aan Gent, denk aan Thuin, denk aan Oudenaarde, denk zelfs aan Schaarbeek en Sint-Gillis.

Stuk voor stuk zijn het trotse symbolen van de gemeentelijke democratie en die heeft in onze gewesten wortels reikend tot de middeleeuwen, dit wil zeggen, onze plaatselijke democratie is veel ouder dan in andere delen van Europa. Stuk voor stuk zijn het symbolen van onze gemeentelijke autonomie en die is in onze gewesten breder dan op veel andere plekken.

In Nederland bijvoorbeeld kunnen gemeentelijke autonomie en democratie niet tippen aan die van ons. De burgemeester is daar een ambtenaar, lees, hij is het oog en het oor van Den Haag. Hij is een figuur die door de regenten wordt uitgezonden om in alle hoeken van het land de gemeentenaren op de vingers te kijken, want je kunt dat zootje toch nooit vertrouwen. Bij ons is de burgemeester een verkozene en zijn het de gemeentenaren die hem of haar op de vingers kijken. En tikken desnoods.

Naar het schijnt heeft de burgemeester van Kortrijk zijn kafkaiaanse waanideeën daar vandaan.

Het verbaast me dan ook geen zier dat een dorp in Zuid-Holland na een fikse fusie niet eens meer een nieuw gemeentehuis wilde bouwen. Naar het schijnt heeft de burgemeester van Kortrijk zijn kafkaiaanse waanideeën daar vandaan.

Inderdaad, dit is de blijde intrede van Kafka in Kortrijk. En dan te bedenken dat dezelfde burgemeester in een vorig leven (hij was toen staatsecretaris) uit alle macht geprobeerd heeft het struikgewas weg te hakken uit ons bureaucratische oerwoud. Blijkbaar lijdt hij aan acuut geheugenverlies.

Ik weet niet hoe het met u zit en ik ben natuurlijk een oude vent. Telkens als ik probeer aan mijn computer een elektronisch document te ontfutselen, mislukt dat, ik wil niet overdrijven, in driekwart van de gevallen. Je mag allerlei verlokkelijke portalen betreden en dan plots, hop, stop, je botst op een muur. Geen doorkomen aan. Dat drijft je tot wanhoop, want je vermoedt dat de poort waardoor je tot bij het begeerde document zou moeten kunnen komen, wagenwijd openstaat.
Het is precies dat wat Franz Kafka beschrijft in en van de beroemdste fragmenten uit zijn werk, de parabel van de poortwachter.

Voor de wet staat een poortwachter. Een man van het platteland komt bij de poortwachter en vraagt om binnengelaten te worden. Maar de poortwachter zegt dat hij hem nu geen toegang kan verlenen. De wet moet toch voor iedereen en altijd toegankelijk zijn, denkt de man van het platteland. Hij besluit te wachten. De poortwachter geeft hem een krukje en laat hem naast de poort zitten. Daar zit hij dagen en jaren. De poortwachter hoort hem uit over allerlei zaken. De man van het platteland probeert de poortwachter om te kopen, tevergeefs. Na vele jaren is de man stervende. De poortwachter buigt zich over hem heen en brult: Deze ingang was alleen voor u bestemd. Ik zal hem nu dichtdoen.

Het is slechts een samenvatting, u kunt de volledige tekst lezen in Het proces, Amsterdam, Polak & Van Gennep, p. 180-182. De vertaling van Willem van Toorn, waarop ik steun, is voortreffelijk. Het proces verscheen in 1925, postuum.

Terug naar vandaag.
Herkent u het ook?
De man van het platteland is het domme digiboertje, de burger die tevergeefs worstelt met elektronische poespas. Ik bijvoorbeeld. Een scherm eist dat je de intiemste inlichtingen over jezelf geeft. En dan nóg helpt het niet. De burger mag dan wel dénken dat iedereen toegang zou moeten hebben tot de elektronische paradijzen, maar allerlei wachters versperren hem de weg. Dat is een verschil met Kafka. Er zijn nu meer wachters dan ooit en zij staan verdekt opgesteld achter geniepige elektronische hoeken en kanten.

Naar een doodgewoon loket zul je niet meer mogen, zelfs niet meer kúnnen gaan. Gesloten wegens digitale revolutie.

Maar de burgemeester van Kortrijk is niet voor één gaatje te vangen. De stad zal gratis lessen organiseren voor elektronische domoren zoals ik.
Nou vráág ik je!
Naar een doodgewoon loket zul je niet meer mogen, zelfs niet meer kúnnen gaan. Gesloten wegens digitale revolutie. Maar de burgemeester dwingt je wel je vege lijf naar de les te slepen. Waarom die verplaatsingen wél, maar níét de dertigduizend die hij beweert uit te sparen? Lijkt me wat kafkaiaans.

Maar goed. In die lessen zullen jonge snaken je veel te snel en in ondoordringbaar jargon diets maken dat je een hopeloos minkukel bent. Ik heb het dan nog niet eens over de ruikbare minachting waarmee ze vragen beantwoorden. Ze zijn niet bij machte te snappen dat je niet alles wat zij weten al wist eer je het leslokaal binnenstapte. Ik ben een paar keer naar zulke lessen gegaan en wie zag ik daar vooraan staan? Juist, de poortwachter van Kafka, versie 2.0.

O maar, de burgemeester is genadig! Je zult altijd mensen hebben die met deze evolutie niet mee willen, verklaart hij. Dus moeten we alternatieven blijven voorzien. Ziet u de priemende wijsvinger? Hoort u de subtekst in die zin? Jij achterlijke dwarsligger, jij hopeloos geval. In mijn oneindige genadigheid zal ik, burgervader, dat handvolletje stoute kinderen, pardon, grijsaards, over de kalende bol aaien.

De burgemeester (en zijn juichende medestanders) hebben nog een paar andere zaken niet in de gaten.

Over een zeer zatte medemens zeggen wij in Brabant: hij wist niet meer van welke parochie hij was.

Uiteraard gaan mensen naar een loket om een rijbewijs of een uittreksel uit de geboorteakte of iets dergelijk te krijgen. Maar vaak slaan ze ook een praatje met die meneer of mevrouw aan de balie. Over zieke moeders, opgroeiende kinderen, vervelende buren, of ze halen herinneringen op omdat ze nog samen in de klas hebben gezeten. Probeer dat eens met elektronische middelen. Die hebben geen zieke moeder. En al zeker hebben niet bij jou in de klas gezeten. Ze bestonden niet eens.

Over een zeer zatte medemens zeggen wij in Brabant: hij wist niet meer van welke parochie hij was. Na de sluiting der gemeentehuizen zal de burger al na korte tijd niet meer weten van welke gemeente hij ook weer was. Want de burgemeester van Kortrijk loopt digitaal enkele weken achter, dit wil in het hedendaagse tijdgewricht zeggen, enkele decennia, zo niet eeuwen. Waarom zou je die documenten in ’s hemelsnaam ter plaatse laten aanmaken? Wegens besparingen? Wat een achterlijk gedoe. Zijn we geglobaliseerd of zijn we het niet? In India of Suriname maken ze die documenten véél goedkoper. Uitbesteden die handel.

Dat je Kortrijkzanen bezwaarlijk naar een loket in Paramaribo of Delhi kunt sturen, begrijpt een kind. Maar dat een kantoortje in Paramaribo of Delhi de Kortrijkse documenten voor een fractie van de prijs levert, snapt de burgemeester dan helemaal niks? En als dat gebeurt, worden de grenzen van de gemeente vaag en blubberig en zullen de gemeentenaren, wankel en zwemmerig, al gauw niet meer weten of ze nu van Kortrijk waren of, ja, van welke parochie ook weer?

Waarom zou je maar dertigduizend verplaatsingen besparen als je er driehonderdduizend kunt schrappen?

Je hoeft niet alleen de gemeentehuizen te laten verdampen. Waarom ook niet de postkantoren? De politiekantoren? Laat de winkels wegvloeien. Dump de scholen. Los de ziekenhuizen op in ether. Allemaal overbodig. Waarom zou je maar dertigduizend verplaatsingen besparen als je er driehonderdduizend kunt schrappen? De straten van wat ooit Kortrijk heette zullen leeg zijn, de leegte beloerd door honderden camera’s, waarvan de beelden op hun beurt door de wezens die ooit Kortrijkzanen heetten worden beloerd op tientallen schermen in hun elektronisch vergrendelde thuisburchten. Kind voor scherm van digitale school, ouders voorgeprogrammeerd kokkerellen, oma elektronisch gemasseerd, opa aan de pillenrobot.

Ik denk dat we een nieuwe Kafka nodig hebben. De ouwe was een jurist die door de bureaucratische labyrinten van het Oostenrijkse keizerrijk had gedwaald. Van die zwerftochten bracht hij verslag uit. Hij las de fragmenten die wij nu zo dreigend vinden voor aan zijn vrienden en zij rolden over de grond van het lachen. Wat wij nu nodig hebben is een soort nerd-geektype, maar dan een meid/kerel die zo schrijft dat wij niet meer bijkomen van het lachen. Bijvoorbeeld Franziska/Franz Hacka.

Tags