De concurrentie om wie ‘het meest slachtoffer is’, creëert alleen maar meer slachtoffers

De Canadees-Joodse Anya Topolski is de nieuwste columnist die we op mo.be mogen begroeten. In haar eerste column uit ze haar teleurstelling over de vaststelling dat Europa bitter weinig geleerd heeft uit het verleden. De structurele marginalisatie, criminalisering en uitsluiting van zo veel “anderen” is niet langer te onderschatten.

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Voor ik in de herfst van 2000 van Montréal naar Leuven verhuisde, werkte ik in Zuid-Korea. Daar heb ik voor het eerst in mijn leven een cultuurschok ervaren. België voelde daarentegen heel vertrouwd. Dit vertrouwde gevoel begon echter te vervagen - langzaam, aangezien ik aanvankelijk totaal in beslag werd genomen door mijn studie. Het onaangename gevoel dat me bekroop was niet bepaald een cultuurschok. Het was eerder een soort idealisme-schok.

Hoewel de term Holocaust waarschijnlijk bekender is bij mijn lezers, zal ik dit woord niet gebruiken, omdat het voor mij als Jood beledigend is. ‘Holocaust’ is een Griekse theologische term die letterlijk “brandoffer” betekent. Dit impliceert dat de zes miljoen Joden, Roma, LGBTQ en anderen zich ‘geofferd’ hebben op het altaar van de ‘geschiedenis’.Naïef als ik was, dacht ik dat Europa na de Shoah anders zou zijn. ‘Anders’ in de zin dat het Europa waar ik nu studeerde toch niet het Europa kon zijn dat mijn ouders in 1968 tot vluchtelingen had gemaakt, of mijn grootouders tot de enige joodse overlevenden (in hun beide families) van de Tweede Wereldoorlog. In Canada was mij geleerd dat dit Europa veranderd was. Dat kon niet anders. Om mijn vertrouwen in de mensheid te behouden, niet makkelijk voor een Jood na de Shoah, moest ik wel geloven dat mensen van hun fouten konden leren.

Wat ik zo wanhopig wilde geloven, was dat Europeanen nooit meer structureel zouden discrimineren, ontmenselijken en een andere groep tot “de ander” zouden verklaren, zoals ze ooit met Joden hadden gedaan.

Natuurlijk, er zouden altijd enkele individuen blijven die dat niet konden. Maar wat ik zo wanhopig wilde geloven, was dat Europeanen nooit meer structureel zouden discrimineren, ontmenselijken en een andere groep tot “de ander” zouden verklaren, zoals ze ooit met Joden hadden gedaan. Tot mijn spijt kwam ik er echter achter, toen ik Vlaanderen, België en uiteindelijk Europa beter leerde kennen, dat ik ongelijk had.

Wat ik toen zag, en vandaag nog veel sterker, is de marginalisatie en ontmenselijking van zo veel “anderen”. Ik merkte het voor het eerst toen ik de bus nam– de manier waarop zoveel blanke Leuvenaren naar gekleurde mensen kijken.

Toen ik Nederlands begon te leren, merkte ik langzamerhand ook de subtiele opmerkingen op die gemompeld werden. Kleine opmerkingen, over hun geur, slechte hygiëne, gebrek aan manieren, ongepaste kledij of hoeveel kinderen ze wel niet hadden. De binnensmondse commentaren waren soms hoorbaar voor anderen, die stil bleven.

Deze stilte van anderen brak pas echt mijn hart. Als Jood wist ik heel goed waar dit soort opmerkingen tot kunnen leiden, vooral als niemand er iets over zegt. Dit is nog verontrustender als je bedenkt hoe vaak ik in Leuven op de bus stapte en er alleen maar blanken in zaten. En zeg niet dat dit alleen in Leuven zo is. Juist in Leuven, een universiteitsstad, een plek waar we de toekomstige generaties opleiden, zou er meer diversiteit moeten zijn. De homogeniteit is verstikkend voor iemand die in de meest multiculturele stad ter wereld heeft gewoond.

Het is choquerend hoeveel protest er is tegen zo’n kleine en diverse minderheid. Neem bijvoorbeeld de absurde structurele discriminatie van de boerka- of boerkiniverboden – al die commotie in België over minder dan 300 vrouwen in boerka’s en nog minder in boerkini’s.

Volgens de perceptie van Belgen is 24% van de inwoners dit land moslim. In werkelijkheid gaat het om 7%. Er was een vergelijkbare discrepantie, gevoed door Nazipropaganda, tussen de perceptie en het daadwerkelijke percentage van Duitse Joden in de jaren ’30.

De structurele marginalisatie, criminalisering en uitsluiting van zo veel “anderen” is niet langer te onderschatten.

De structurele marginalisatie, criminalisering en uitsluiting van zo veel “anderen”, of het nu om Roma, moslims, Afrikanen of vluchtelingen gaat, is niet langer te onderschatten. Al deze vormen van ontmenselijking schaden niet alleen de slachtoffers, maar ook de daders– ontmenselijking is een wederzijds proces. Iedereen lijdt. De samenleving als geheel lijdt. De slachtoffers lijden immens.

Het was dezelfde ontmenselijking die het mogelijk maakte dat Europees theologisch anti-jodendom zich zonder al te veel weerstand ontwikkelde tot geracialiseerd biologisch Nazi-antisemitisme.

Ontmenselijking maakte de weg vrij voor Auschwitz. Maar ontmenselijking beperkt zich niet tot antisemitisme. In mijn eerste jaar in België bezocht ik het Afrikamuseum in Tervuren. Ik ging er in tranen weg. Ik had De Geest van Koning Leopold II gelezen. Hoe was het mogelijk dat de meeste Belgen die ik toen kende dit boek niet gelezen hadden, en ook geen andere boeken lazen over het verleden waar ze zo makkelijk hun koning de schuld van geven?

Ik had dezelfde ervaring toen ik de “jungle” in Calais bezocht. Hoe is dit mogelijk? Hoe kunnen we zo blind zijn voor het onrecht en de pijn waaraan we hebben bijgedragen? Zoals het onrecht van het kolonialisme essentieel was voor de Belgische welvaart, is onze huidige samenleving gebaseerd op de uitsluiting van vluchtelingen, waar we dagelijks van profiteren.

De onwetenheid, maar ook de oneerlijkheid over het verleden is ondraaglijk. Hoe kunnen we de hoop behouden dat de geschiedenis zich niet zal herhalen, als we ons niet eens bewust zijn van de fouten die we zelf hebben gemaakt – of het nu gaat om de Shoah, om slavernij of om kolonialisme. Dat deze drie fenomenen aan elkaar gerelateerd zijn blijkt onder andere uit Hannah Arendt’s verhelderende boek The Origins of Totalitarianism.

Het is het makkelijker om anderen de schuld te geven dan om in de spiegel te kijken en je pijnlijke verleden onder ogen te zien.

Soms is het makkelijker om anderen te vertellen hoe ze zich moeten gedragen, dan om ons eigen handelen te begrijpen en er verantwoordelijkheid voor te nemen. Je bewust zijn van je privileges is erg confronterend.

Ook, of misschien wel juist in Europa, is het makkelijker om anderen de schuld te geven dan om in de spiegel te kijken en je pijnlijke verleden onder ogen te zien.

Antisemitisme is geen “moslim”-probleem

Deze realisatie heeft mijn geloof in de mensheid diep geschaad. Ik wilde echt geloven dat Europa van haar verleden had geleerd. Maar ik werd teleurgesteld. En mijn teleurstelling wordt vandaag de dag alleen maar bevestigd door de manier waarop Europese beleidsmakers omgaan met antisemitisme. Maar al te vaak zetten ze antisemitisme neer als een “moslim”-probleem.

Overigens: de term “moslim” wordt vaak vervangen door “vluchtelingen” of “Arabieren”, aangezien veel Europeanen onterecht denken dat alle vluchtelingen moslim zijn, en alle moslims Arabisch.

Het “verhaal” dat deze beleidsmakers allemaal vertellen is dat Europa van haar verleden heeft geleerd. De Nazi’s – alléén de Nazi’s, andere Europeanen namen zogenaamd geen deel en profiteerden absoluut niet (financieel) van de situatie – hebben antisemitisme gecreëerd. Nu is het Nazisme verslagen en daarmee ook het Europese antisemitisme.

Deze karakterisering van antisemitisme, zo “handig” gereduceerd tot Nazistisch biologisch racisme, creëert een vals onderscheid dat het voor Europeanen mogelijk maakt om hun verantwoordelijkheid te ontlopen. Dit valse onderscheid ziet hedendaags cultureel racisme tegen moslims als totaal onafhankelijk van het biologische racisme tegen Joden uit het verleden.

Door dit misleidende onderscheid kan Europa ontkennen dat racisme altijd al verbonden was met religie.

Door het verband met religie te ontkennen en racisme enkel aan de Nazi’s toe te schrijven, hoeft Europa niet langer verantwoordelijkheid te nemen voor eeuwen van christelijke anti-joodse ontmenselijking en kan ze moslims de schuld geven van hedendaags antisemitisme. Dit komt natuurlijk goed uit voor de EU en voor veel nationale overheden, die liever de schuld geven aan één van Europa’s andere gemarginaliseerde groepen, dan zelf eens goed in de spiegel kijken.

We moeten ophouden te denken dat wie andere vormen van racisme erkent, daarmee automatisch de realiteit van hedendaags antisemitisme ontkent.

Het punt dat ik wil maken is heel simpel. Antisemitisme is een reëel probleem. Het is net zo goed een realiteit van de 21e eeuw als van het verleden. Antisemitisme verschijnt vandaag zowel in zijn “klassieke” of theologische vorm als in zijn “nieuwe” vorm, die politiek onlosmakelijk verbonden is met de staat Israël. Hetzelfde geldt voor islamofobie en zigeunerhaat (de officiële term voor racisme en discriminatie tegen Roma en Sinti is “antizyganisme”): ook dit zijn realiteiten.

We moeten ophouden te denken dat wie andere vormen van racisme erkent, daarmee automatisch de realiteit van hedendaags antisemitisme ontkent.

De concurrentie om wie ‘het meest slachtoffer is’ creëert alleen nog maar meer slachtoffers. Het is opnieuw een uitvlucht voor Europese verantwoordelijkheid. We moeten onder ogen zien dat antisemitisme een Europees probleem is, en vervolgens proberen te begrijpen waarom dit zo is.

Dit kunnen we niet doen zolang we “moslims” de schuld ervan geven, of klakkeloos het discours van Europa’s extreemrechtse partijen overnemen. Wat de huidige politieke situatie voor mij persoonlijk extra pijnlijk maakt is dat sommige Joden, die ooit slachtoffer waren van deze structurele ontmenselijking in Europa, nu zelf in zee gaan met islamofoben en Vlaams-nationalisten, zoals een recent artikel in Knack duidelijk maakt.

Dit gaat in tegen alles wat jodendom voor mij betekent. Never Again betekent nooit meer ontmenselijking voor elke mens. Als Europa ooit een echt thuis wil zijn voor haar vele “anderen”, zullen we diep in het verleden moeten kijken en onszelf een aantal hele pijnlijke vragen moeten stellen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • politiek filosofe

    Dr. Anya Topolski, geboren en getogen in Canada, is associate professor in de Politieke Filosofie en Politieke Theorie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.