‘Pas op dat de bomen geen schaamlapje worden voor het gebrek aan klimaatbeleid’

De excuusboom schiet wortel in Vlaanderen

© Brecht Goris

Tine Hens

Het planten van bomen scoort bijzonder hoog, leidt journaliste Tine Hens af uit wat politici tegenwoordig graag tonen op sociale media. Maar sinds de betonstop is ook de verharding de hoogte ingeschoten, als een opgeschrikte patrijs. ‘Mochten we aan hetzelfde tempo bomen planten als we beton gieten, dan had minister Demir haar bomenquota nu al gehaald.’

Voor een liberale politicus was het een ongewone pose. Hij stond naast een boom. Met de voeten in de botten en met de botten in de modder. Ik beeld me in dat iemand hem had ingefluisterd dat dit de kledingstijl is die bij bomen hoort en dat men hem ook had ingefluisterd dat mensen dat graag zien tegenwoordig. Mannen die bomen omarmen. Niet letterlijk. Om niet de indruk te wekken een wat labiele boomknuffelaar te zijn, hield de politicus die tevens schepen van mijn gemeente is de nodige afstand. De elleboog losjes leunend op de spade waarmee men de boom had geplant.

Op de cover van het lokale partijblad pakte de schepen uit met zijn daad. De schop ging in de grond. Dankzij hem. Dat mochten we bij de volgende verkiezingen niet vergeten. Het veldje naast de steenweg zou bos worden, een gemengd bos, stond in het begeleidend schrijven, met authentieke rassen van vergeten fruitbomen.

Afgeleid uitwat politici tegenwoordig graag tonen op sociale media, scoort het planten van bomen bijzonder hoog. Soms ontaardt dat zelfs tot wedstrijdjes om ter meest en om ter best alsof bomen planten en niet langer bomen hakken onverhoeds is uitgegroeid tot nationale volkssport.

Definitief voorbij lijken de dagen waarop een minister van Natuur kon schamperen dat een boom geen ander doel heeft dan gekapt te worden.

Op de eerste vorstdag van het jaar postte de federale minister van Energie een selfie waarop ze enthousiast een boom in de grond stak. De regionale minister van Energie reageerde alsof ze een stroomstoot kreeg. Met de scherpte van een gewette hakselaar sneerde ze dat wie bomen plant bij vriesweer vooral bewijst dat ze er niets van begrijpt. Niet van bomen, niet van bossen, niet van aanplantingen in het algemeen.

Ze voegde er een link aan toe naar een website waarop iedere burger van haar land kon aflezen hoeveel bomen zij al had geplant. De boodschap was duidelijk. Er was maar een queen of the tree, maar een prinses van de inheemse lijsterbes, maar een heerseres der heesters en dat was zij. 4000 hectare extra bos. Daar mocht men haar op afrekenen. Gezien de ambitie zou je denken dat ze blij zou zijn met iedere poging tot meer bos. Maar minstens zo belangrijk als bijkomende bomen is de politieke recuperatie ervan. Bomen die zij als pluimen op haar hoed kan steken, wegen in de communicatiekanalen iets zwaarder door.

Toch is het een hele verademing. Definitief voorbij lijken de dagen waarop een minister van Natuur kon schamperen dat een boom geen ander doel heeft dan gekapt te worden. Of een politicus nu rood, geel of oranje is, hij komt niet graag in beeld naast een stapel omgezaagde boomstammen. Het draagvlak voor houtkap is afgekalfd. Liever verklaren we ons collectief vrienden van het bos en de bomen. Het opbod is soms duizelingwekkend. Zelfs Donald Trump sloot zich aan bij het One Trillion Trees Initiative, een wereldwijde belofte om duizend miljard bomen te planten om de klimaatcrisis af te remmen.

Mochten we aan hetzelfde tempo bomen planten als we beton gieten, dan had minister Demir haar bomenquota nu al gehaald.

Onwillekeurig moet ik bij al die politieke drang om te scoren met bomen denken aan wat de Franse klimaatwetenschapster Valerie Masson-Delmotte me ooit vertelde. Ze raadde burgers aan vooral wantrouwig te kijken naar politici die uitpakken met plannen om bomen te planten. Zeker als diezelfde politici amper plannen kunnen bedenken of formuleren om de uitstoot van broeikasgassen daadwerkelijk te reduceren. ‘Pas op’, zei ze. ‘dat de bomen geen schaamlapje worden voor het gebrek aan klimaatbeleid.’ Ze had er een woord voor: excuusbomen. Men verschool zich erachter en zwaaide er symbolisch mee om de indruk te wekken dat men heel hard bezig was de wereld van de klimaat- en biodiversiteitscrisis te redden.

Ik weet niet of de excuusboom een inheemse soort is, maar in Vlaanderen heeft hij alvast wortel geschoten. De voorbije vijftien jaar, ongeveer even lang als de N-VA deel uitmaakt van de Vlaamse regering is de uitstoot van broeikasgassen amper gedaald. Nog altijd ontbreekt het aan een deftig plan waarvan men concreet resultaat mag verwachten.

Iedere maatregel waarvan studie na studie aantoont dat die de grafiek van de uitstoot omlaag buigt, wordt geamputeerd nog voor hij wordt ingevoerd. Rekeningrijden? Op de lange baan geschoven. Digitale meter en zonnepanelen? In plaats van uit te leggen waarom deze innovatie toekomst biedt, koopt men eigenaars af met geld dat voor armoedebestrijding zelden beschikbaar is. Betonstop? Sinds hij werd aangekondigd schoot de verharding als een opgeschrikte patrijs de hoogte in.

Om de zoveel tijd duikt de vraag op die illegale bossen een verblijfsvergunning te geven.

Mochten we aan hetzelfde tempo bomen planten als we beton gieten, dan had minister Demir haar bomenquota nu al gehaald. De cijfers tonen een ander verhaal. Ondanks de selfies met bomen wordt nog altijd meer bos gekapt dan geplant en verandert men nog steeds vlotter groengebied in bedrijventerrein dan omgekeerd.

50.000 hectare bos is op papier illegaal in Vlaanderen. Het schoot op op gronden waarvan de mens ooit besloot dat er bedrijven of woonwijken moesten komen. In afwachting van de betonmolens groeiden de bomen. Want de beste bomenplanters zijn nog steeds de bomen zelf. Om de zoveel tijd duikt de vraag op die illegale bossen een verblijfsvergunning te geven. Altijd staan er eigendomsrechten en financiële compensaties in de weg. Bos, zo luidt nog steeds de redenering, mag dan goed zijn voor de gezondheid van mens, dier en bodem. Het brengt zo weinig op.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
In de krant lees ik het verhaal van fotograaf Nick Hannes. Iedere dag trekt hij een foto van de notelaar in zijn tuin en het landschap met hagen, knotwilgen en natte weides dat zich tot aan de horizon uitstrekt. Officieel is het agrarisch gebied. Eind 2020 heeft de Vlaamse regering beslist om deze zogenaamd strategische zone nabij het Albertkanaal te ontwikkelen tot bedrijventerrein. Zo makkelijk gaat het. Voorlopig is er nog geen politicus die naast de boom van Hannes heeft geposeerd met de mededeling dat al het groen dat hier te zien is onder beton zal verdwijnen.

Thuis voerde ik een heel eenvoudig experiment uit. Ik nam de overzichtskaart van de gemeente die samen met het publicatieblad van de schepen in de bus viel. Ik knipte het veld uit waarop de schepen trots zijn bomen toonde en legde het op het gebied dat men de voorbije jaren had volgebouwd. Het paste er zo’n 25 keer in. Zo lang dit de verhouding tussen bouwen en bossen blijft, zijn selfies met bomen sympathiek maar waardeloos.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3068   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Klimaat en sociaalecologische transitie

    Tine Hens is historica, journaliste en auteur van Het klein verzet (Epo, 2015), het verhaal van mensen die van Griekenland tot Denemarken in hun eigen wijk of stad, of met hun eigen b

    Actieve thema's