De gulzigen moeten plaatsmaken

Aan iedereen op deze aarde een duurzame en rechtvaardige toekomst garanderen, betekent dat de ecologisch gulzigen plaats zullen moeten maken voor de anderen. Aldus columnist Jan Mertens.

  • © Brecht Goris ‘Iedereen weet dat in een wereld van 9 à 10 miljard mensen niet iedereen evenveel vlees kan eten als wij nu gemiddeld eten.’ © Brecht Goris

Tijdens een recent klimaatdebat in Leuven kregen de aanwezigen een inkijk in het internationale klimaatbeleid, aan de vooravond van de grote klimaatconferentie in Parijs.

De grote baas van het klimaatdepartement van de EU-Commissie, Jos Delbeke, legde op heldere wijze uit waar we nu staan en hoe de EU de klimaattop voorbereidt.

Hij legde onder meer uit hoe men de voorbije jaren heeft gewerkt om de grote spelers mee te krijgen in de onderhandelingen. Een klimaatakkoord zonder China en de VS heeft inderdaad weinig zin. Het is deels terecht dat op kritiek over de houding van de EU wordt geantwoord dat andere blokken heel wat meer uitstoten dan de EU. Het is evenwel ook nuttig die discussie in een ruimer verband te zien vanuit een standpunt van ecologische rechtvaardigheid.

Gemakkelijke conclusies

In 2013 waren de drie grootste uitstoters van CO2: China (29%), Verenigde Staten (15%) en de EU (11%). We moeten er dus alles aan doen om die twee anderen mee aan boord te krijgen, of we kunnen nooit tot een uitstootniveau komen dat een klimaatchaos voorkomt. Het is verder zo dat de voorbije jaren de uitstoot per hoofd van de bevolking in China fors toenam, en in de EU daalde. In 2013 stak China de EU voorbij. Een Amerikaan weegt nog steeds heel veel zwaarder overigens, en dat gewicht blijft toenemen.

Voor heel wat beleidsmakers is het verleidelijk om uit deze cijfers gemakkelijke conclusies te trekken, in de zin dat het vooral de ‘anderen’ zijn die het probleem zullen moeten oplossen. De combinatie van ‘we doen al veel’ + ‘de anderen stoten nu meer uit dan wij’ + ‘we moeten vooral naar de toekomst kijken’ + ‘we gaan onze levenswijze niet fundamenteel in vraag stellen, maar wel proberen die efficiënter te organiseren’ leidt tot een discours dat zou suggereren dat we als EU stilaan aan het einde van onze mogelijkheden zitten. Dat is natuurlijk iets te eenvoudig.

Geschiedenis

De klimaatuitdaging is er gekomen door historisch geaccumuleerde uitstoot. Als we de uitstoot tussen 1850 en 2011 bekijken, levert dat voor de EU toch al 25% op, tegen 11% voor China. Als je alle uitstoot die in China gegenereerd wordt voor producten die in Europa geconsumeerd worden bij onze uitstoot zou bijtellen, zou het positieve beeld verder verzwakken.

En zeker als je de reële ecologische voetafdruk van de EU bekijkt, dus ook de grondstoffen en grond die we gebruiken overal ter wereld, is nog meer bescheidenheid aangewezen. We gebruiken bv. miljoenen hectaren in andere continenten om ons – sterk op vleesconsumptie gericht – voedingsysteem overeind te houden.

Als je dan ook nog eens ziet dat we steeds minder uitgeven aan ontwikkelingshulp, en erg ‘creatief’ cijfertjes van de ene naar de andere tabel doorschuiven om toch maar de indruk te geven dat we iets bijdragen aan klimaatfinanciering, dan wordt het beeld steeds minder rooskleurig. De EU schermt wel steeds met de veronderstelde ‘ontkoppeling’ tussen economische productie en impact op de planeet. Die ontkoppeling – voor zover aanwezig – is echter alleen relatief: de toename van de druk gaat minder snel, maar de totale druk blijft toenemen. Als je op weliswaar efficiënte en iets tragere wijze naar de afgrond rijdt, zul je nog altijd in die afgrond terechtkomen.

‘We hebben de hele wereld jarenlang voorgehouden dat de westerse levenswijze de beste weg naar ‘ontwikkeling’ en welvaart is.’

Mondiaal gezien weegt de mensheid veel te zwaar op de planeet, dat weet iedereen. Die druk moet naar beneden, in absolute aantallen, of het gaat mis. Het enige rechtvaardige is de nog resterende draagkracht tegelijk te herstellen en op eerlijke wijze te verdelen tussen iedereen.

Wat we nu meestal doen, is vanuit het huidig perspectief vooruit denken naar de toekomst. Dat komt in de feiten neer op het huidig welvaartsmodel als ‘normaal’ beschouwen, en dat proberen te bestendigen in de toekomst. (Iets als: meer wegen bouwen om de toenemende file ‘op te lossen’.) Tegelijk zeggen we dat de ‘anderen’ in principe ook hetzelfde mogen hebben.

We hebben de hele wereld jarenlang voorgehouden dat de westerse levenswijze de beste weg naar ‘ontwikkeling’ en welvaart is. En nu die anderen hetzelfde willen, gaat het fout. Die weg van ‘vooruit denken’ vanuit het gangbare zal gegarandeerd tot een catastrofe leiden: escalerende ongelijkheid, ecologische degradatie en een op hol geslagen klimaat. Het zijn de armsten die de zwaarste prijs zullen betalen. In een recent rapport zei zelfs de Wereldbank dat zonder forse bijsturingen de klimaatverandering tegen 2030 een extra 100 miljoen mensen in de ontwikkelingslanden onder de armoededrempel zou kunnen duwen.

De andere weg zou zijn: vanuit de toekomst naar nu denken, vertrekkend van de planetaire grenzen werken aan een welvaartsmodel dat voor iedereen haalbaar is en dat volhoudbaar is in de toekomst. Het UNEP Emissions Gap Report berekende het emissiebudget. Hoeveel CO2 mag er uitgestoten worden om niet over die beruchte 2°C te gaan? Het budget dat beschikbaar was sinds de 19de eeuw was 2.900 Gt. Daarvan is er sinds 2012 nog maar 1.000 Gt over. Binnen die capaciteit moeten we het voor alle landen doen, en dan is eigenlijk die 2°C ook nog eens te ruim bemeten.

Te ver laten komen

Als de EU van vandaag op morgen helemaal niets meer zou uitstoten, dan zou dat niet voldoende zijn om het klimaat te redden. Zo ver zijn we dus gekomen. Je zult maar bijvoorbeeld een land in Subsaharaans Afrika zijn. Zo’n land heeft vanuit rechtvaardigheidsstandpunt recht op een forse economische groei om op een hoger welvaartsniveau te komen, maar ziet dat de ruimte al bijna opgebruikt is. Nog voor men kan beginnen, kan het al niet meer. Meteen zal worden opgemerkt, meer dan terecht, dat we andere landen moeten helpen om vooral niet de fouten te maken die wij gemaakt hebben. Maar daarmee is het probleem nog lang niet opgelost.

‘Als de EU van vandaag op morgen helemaal niets meer zou uitstoten, dan zou dat niet voldoende zijn om het klimaat te redden.’

Als we onder het motto ‘het maakt niet uit waar we de klimaatinspanning realiseren’ in een land in het Zuiden het low hanging fruit weghalen om zo hier bij ons geen emissiereductie te moeten doorvoeren, hypothekeren we ook nog eens hun kansen op ontwikkeling.

En als we niet willen dat landen uit het Zuiden het argument van de historische verantwoordelijkheid van het Noorden misbruiken om eigen onwil te verdoezelen, dan beginnen we best met een echt geloofwaardig eigen engagement.

Iedereen weet dat in een wereld van 9 à 10 miljard mensen niet iedereen evenveel vlees kan eten als wij nu gemiddeld eten. Sommigen denken dat je dat wel kunt oplossen via technologische weg via een of andere hypermodernisering (met superintensieve veeteelt en ggo’s en nog veel meer). Sommigen zullen openlijk zeggen dat de anderen hun probleem niet zijn (en er dan nadien aan toevoegen dat ze wel allemaal ‘ginder’ moeten blijven). De meest eenvoudige weg lijkt voor velen vandaag de meest bedreigende, namelijk ecologische ruimte vrijmaken zodat anderen ook een waardig leven kunnen uitbouwen.

Wat zou dat concreet betekenen? Laten we de uitstoot van broeikasgassen fors naar beneden brengen door inspanningen op het eigen grondgebied. Laten we onze voetafdruk fors verlagen en onze welvaart bouwen binnen de planetaire grenzen van ons eigen continent. Laten we onze financiële verbintenissen volledig uitvoeren (ontwikkelingshulp + additionele klimaatfinanciering). Die dingen zijn allemaal perfect mogelijk. We moeten alleen leren om vanuit de toekomst, vanuit de planetaire grenzen naar het nu te kijken.

Affaires als ‘dieselgate’ bewijzen dat we aan de grenzen zijn gekomen van wat we met het gangbare model aankunnen, als we niet willen nadenken over nieuwe concepten van wat welvaart kan zijn. Het is aan de EU om te kiezen. Alleen zullen we het niet kunnen, maar we zouden al wel voluit de kans op een andere toekomst kunnen grijpen, vanuit een nederig besef van onze historische en huidige reële verantwoordelijkheid. We hoeven niet te wachten op de anderen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Beleidsmedewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

    Jan Mertens woont in Leuven, werkt voor de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, en is onder meer ook actief in de denktank Oikos.