Over vluchtelingen, profiteurs, gelukszoekers, transmigranten, criminele illegalen

De kracht van woorden

© Brecht Goris

Walter Zinzen

Amerikanen, althans de welopgevoede, gaan nooit naar het toilet. Ze gaan wel naar de bathroom, de badkamer. Dames “poederen er hun neus”, heren “wassen er hun handen”.

Preutsheid verhindert hen de zaken te benoemen zoals ze zijn en daarom nemen ze hun toevlucht tot verhullend taalgebruik. Is dat erg? Nee, natuurlijk niet; ’s lands wijs, ’s lands eer.

Jammer genoeg zijn er uit de Verenigde Staten heel wat verhullende termen en uitdrukkingen overgewaaid, die niet zo onschuldig zijn en wel degelijk een maatschappelijke betekenis en bedoeling hebben. Nemen we als voorbeeld de bedrijfswereld. Daar heersten ooit de “patroons”. Een duidelijke omschrijving: patroons zijn bazen. Geen twijfel mogelijk.

Ook de hiërarchie onder die patroons was voor iedereen zichtbaar: aan de top stond een president-directeur-generaal, afgekort tot PDG. Dan kwamen de directeurs , die de verschillende afdelingen onder hun hoede hadden.

Eén van die afdelingen hield zich met personeelszaken bezig. Aan het hoofd ervan stond de personeelsdirecteur. Die terminologie weerspiegelde mooi de échte sociale verhoudingen: je had bazen en je had mensen die aan die bazen te gehoorzamen hadden. De vakbonden, die wel eens met die bazen botsten, vertegenwoordigden de arbeiders en/of de bedienden. De ondergeschikten dus, de werknemers, die hun werk hadden gekregen van de werkgevers.

Het ene kamp streek de winsten op en betaalde daarmee, vaak tegen heug en meug, de mensen in het andere kamp die de winsten hadden mogelijk gemaakt.

Dat waren de twee kampen in de strijd om betere werkomstandigheden, beter loon, meer vakantie enz. Het ene kamp streek de winsten op en betaalde daarmee, vaak tegen heug en meug, de mensen in het andere kamp die de winsten hadden mogelijk gemaakt.

Wezenlijk is dat nog steeds zo, uiteraard. Maar die wat harde werkelijkheid wordt versluierd door de invoering van nieuwe, vaak Amerikaanse, termen. De PDG van vroeger heet nu CEO, spreek uit “Sie Ie Oo”, hoewel er “See Ee Oo” staat. Wie verzint het! Officieel heet bijvoorbeeld het opperhoofd van de VRT, het bedrijf waar ik vele jaren de dagelijkse korst brood heb mogen verdienen, gedelegeerd bestuurder. Maar als de brave man in het nieuws komt , wordt hij steevast “Sie Ie Oo” genoemd.

Ook de bazen van de NMBS, Proximus, B-Post, en ga zo maar door : allemaal CEO’S, en geen mens die weet wat die afkorting betekent. Wie het wel weet (Chief Executive Officer) heeft nog niet noodzakelijk een idee waarom een chef officier wordt genoemd. Want Amerikaans is nu eenmaal onze moedertaal niet. Verhullend taalgebruik dus en niet alleen voor de CEO’s.

De directeurs van vroeger zijn nu allemaal managers of leidinggevenden. En de personeelsleden zijn nu human resources of medewerkers. Hun baas heet HRM, Human Resources Manager. Wat een vooruitgang!

Soms worden die “menselijke rijkdommen” ontslagen omdat het bedrijf “geherstructureerd” wordt . Maar zo bars wordt het natuurlijk niet geformuleerd . Al wie de onderneming “verlaat” moet –helaas– “afvloeien”, de CEO moet –nog meer helaas —  “afscheid van ze nemen”.

Weg dus met de tegenstelling tussen patroons en ondergeschikten. Met zijn allen werken we voor een gemeenschappelijk doel: het succes van de onderneming. En dat kan nu eenmaal niet als je niet af en toe mensen op straat gooit, maar dan wel mooi verkocht met inhoudloze woorden. Want voorop staat natuurlijk het dividend voor de shareholders (aandeelhouders ) en de bonus voor de CEO.

Daarvoor bestaan echter helemaal geen woorden. Zoals in de VS ook niet gezegd wordt wat we in de bathroom precies uitrichten. Alleen voor de vakbonden is nog geen nieuwe term bedacht Die blijven gelukkig hun oude trouwe zelf.

Maar in politieke kringen is het geloof in de genialiteit van de CEO’s , die van post en telefoon zogenaamde performante bedrijven hebben gemaakt, wijd verspreid. Hoewel ze de “human resources” uitpersen als een citroen.

Politici hanteren de wollige, vaak leugenachtige benamingen, uitgevonden door gehaaide marketeers (nog zo’n draak van een woord), alsof de Wetstraat zelf ze heeft gebaard.

Waarom Francken en co de term vluchtelingen niet willen horen: ‘Bij vluchteling denken we aan gevaar, en we supporteren voor wie daaraan wil ontsnappen. Bij transmigrant denken we: die hoorde hier eigenlijk niet te zijn.’

En soms is dat inderdaad het geval. Zo worden “vluchtelingen”, op bevel van de staatsecretaris voor Deportatie Theo Francken (N-VA), “transmigranten” genoemd. De hele politieke klasse en, godbetert, vrijwel alle media, hebben die benaming overgenomen. Maar het is en blijft een leugen. Het gaat om mensen die have en goed hebben achtergelaten omdat, om welke reden dan ook, het leven in hun thuisland ondraaglijk was geworden. Het zijn geen migranten, maar wel degelijk vluchtelingen. Ludo Permentier, die in de Standaard een taalrubriek verzorgt die “Woorden weten alles” heet, heeft er fijntjes op gewezen waarom Francken en co de term vluchtelingen niet willen horen: ‘Bij vluchteling denken we aan gevaar, en we supporteren voor wie daaraan wil ontsnappen. Bij transmigrant denken we: die hoorde hier eigenlijk niet te zijn.’ (DS, 28/05/2018)

Wat ons naadloos bij de term “illegalen” brengt, mensen die hier niet horen dus. De critici van het Pact van Marrakesh zijn boos omdat in de tekst van dat Pact geen verschil wordt gemaakt tussen legale en illegale migratie. Pardon? Zijn mensen die zich hier melden zonder reisdocumenten (de sans papiers) illegaal? Zijn het criminelen? Volgens Francken is het antwoord ja. Illegale migratie moet gestopt worden, hij wordt niet moe het te herhalen.

Oké, toen de Duitsers ons land bezetten in de twee wereldoorlogen was dat vast en zeker illegaal. Het Duitse leger hoorde hier niet. Zoals de Belgen niet in Congo hoorden toen ze dat land koloniseerden. Maar ongewapende mensen, die op zoek zijn naar een beter leven, de zogenaamde “gelukzoekers” –weer zo’n woord dat vijandigheid oproept– kunnen niet illegaal zijn. De wereld is van iedereen en in de duizenden jaren geschiedenis van de mensheid is dat principe zonder ophouden toegepast. Recent DNA-onderzoek heeft uitgewezen dat wij Vlamingen het product zijn van verschillende migratiegolven, waarvan de eerste 4500 jaar voor onze tijdrekening heeft plaats gehad.

Waren al die Europeanen , bijvoorbeeld de West-Vlaamse landverhuizers (ach zo, voor hen geldt ineens wel correct woordgebruik) , die massaal naar de “nieuwe wereld” migreerden, geen geluk- of goudzoekers?

Bij de N-VA valt zo’n wetenschappelijke constatering op een koude steen. De soevereine natiestaat, dat achterhaalde 19de-eeuwse misbaksel, moet volgens de nationalisten zelf kunnen bepalen wie al dan niet binnen zijn grenzen woont. De partij scheldt als een viswijf op de zogenaamde “kosmopolieten” – alweer zo’n woord met de kracht van een belediging – die het daarmee niet eens zijn.

Ooit zal Bart De Wever toch eens moeten aanvaarden dat niet iedereen zijn mening deelt. En dat die mening van hem tot absurditeiten leidt. Of denkt hij echt dat in het Amerikaanse continent iedereen die niet van Indiaanse afkomst is daar illegaal is en er niet hoort te zijn? Of waren al die Europeanen, bijvoorbeeld de West-Vlaamse landverhuizers (ach zo, voor hen geldt ineens wel correct woordgebruik), die massaal naar de “nieuwe wereld” migreerden, geen geluk- of goudzoekers, maar lieden die het volste recht hadden de Indianen hun grond af te pakken en ze daarna uit te moorden? Omdat die oorspronkelijke Amerikanen –op hun beurt ook migranten, afkomstig uit een ander werelddeel– toch geen soevereine natiestaat hadden?

Waartoe een bezoek aan de bathroom al niet leiden kan…

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur