Zonder klimaatambities belandt ook onze planeet in uitgestelde zorg

Deel zijn van de oplossing is vrij zijn

© Brecht Goris

Jan Mertens

Deel zijn van de oplossing, vanuit verantwoordelijkheid en rechtvaardigheid, is een rijke vorm van vrijheid. Sommige politici zijn echter meer bezig met het permanent uitstralen van cynisme en chagrijn dan met de klimaatcrisis, schrijft Jan Mertens. En dat maakt hem kwaad. ‘Wie het beter heeft, moet meer voor de oplossingen zorgen.’

Soms wil ik verdwijnen. In de winkelstraat van de stad waar ik woon, is sinds kort opnieuw een kerstwinkel geopend. Ik ben niet slim genoeg om het concept van een kerstwinkel te begrijpen. Het geeft me alleen maar een gevoel van totale vervreemding.

Soms ben ik kwaad. Niets is perfect natuurlijk, en de weg is nog lang.

Maar ik voelde me tevreden toen ik hoorde dat de federale regering bij de maatregelen voor het energiebeleid prioriteit wilde geven aan de meest kwetsbare groep van de samenleving. Eindelijk, dacht ik.

Ecologische gulzigheid

Dat gevoel werd al snel opzij geduwd toen ik de reactie van sommige politici hoorde. Zij leken zo ongeveer een gevoel van afgunst op te wekken tegenover mensen in armoede. “Waarom krijgen zij iets wat wij – hard werkende Vlamingen – niet krijgen?”

Nog los van de vaststelling dat mensen in armoede vaak de hardst werkende Vlamingen zijn, is het wel een beetje schokkend. De meest kwetsbaren dragen de grootste gevolgen van de ecologische gulzigheid van wie rijker is, onder meer via de klimaatverandering. Wie rijker is, heeft een grotere voetafdruk, gebruikt meer energie en vervuilt meer. Het zou normaal moeten zijn dat wie het beter heeft, en meer verantwoordelijk is voor het probleem, ook meer voor de oplossing zorgt.

Wie verantwoordelijk is voor het probleem en het beter heeft, zorgt meer voor de oplossing. Dat lijkt me normaal.

Deel zijn van de oplossing, vanuit verantwoordelijkheid en rechtvaardigheid, is wat mij betreft een rijke vorm van vrijheid. Sommige politici zijn echter meer bezig met het permanent uitstralen van cynisme en chagrijn, en dat onder meer omdat een van hen het onverteerbaar vindt dat hij zijn persoonlijk “episch project” niet kan realiseren.

Ik gun iedereen zijn verdriet, maar als de werkelijkheid louter een instrument geworden is om iets voor het eigen gedeukte ego te doen, komen we op gevaarlijk terrein.

Hoe kan ik mild blijven?

Soms voel ik me verlamd. Iemand die me dierbaar is, ligt momenteel in het ziekenhuis. Hij zit in de categorie uitgestelde zorg als gevolg van de coronacrisis.

Zonder deze hele situatie zou hij eerder geholpen zijn, zouden dingen die hem nu te wachten staan niet aan de orde geweest zijn, waarschijnlijk. Het is moeilijk om te weten dat er een kans is dat mogelijke ingrepen misschien weer zullen moeten worden uitgesteld, door de toenemende druk op de ziekenhuizen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Ik weet soms niet goed waar ik met mezelf naartoe moet en hoe ik mild kan blijven als ik dingen lees van sommige mensen – vanuit hun visie waarschijnlijk zelfs goedbedoeld – die blijven beweren dat er niets aan de hand is, dat er geen probleem is. Elke poging tot collectieve maatregel om te voorkomen dat nog meer mensen in die categorie uitgestelde zorg zullen komen, lijkt voor hen een of andere “onmenselijke” aantasting van hun individuele vrijheid.

In vrijheid kiezen om onze voetafdruk te verkleinen, zo kunnen we voorkomen dat voor anderen aan de andere kant van de wereld de zorg te laat komt.

Dat idee van vrijheid is alleszins niet het mijne. Alleen al uit mijn kankerverleden weet ik dat ik mijn leven te danken heb aan anderen die (nog net op tijd) goed voor me gezorgd hebben en me in dit leven hebben gehouden.

Ik ben maar individu dankzij mijn verbondenheid. Ik voel me veel vrijer als ik vanuit die verbondenheid als lid van een maatschappij kan handelen, vanuit een vanzelfsprekende solidariteit met wie kwetsbaar is.

En verder doe ik mijn best om mild te blijven, natuurlijk.

Klimaattop tijdens dag van de doden

En soms voel ik me droef. Het begin van de grote klimaatconferentie in Glasgow valt min of meer samen met Allerheiligen, de dag van de doden. De voorbije weken voelde ik vaak een diep, heel lichamelijk, verdriet. Alsof mijn huid oud en zwaar was.

Ik merkte het tijdens de recente klimaatmars. Aan de ene kant was ik blij om daar te zijn, de warme kracht te voelen van zoveel mooie mensen, en die jonge mensen te zien dansen. En aan de andere kant voelde ik me moe, vroeg ik me af waarom we nog altijd daar moesten lopen.

Het is een beetje alsof we uit collectief onvermogen of collectieve onwil onze planeet – veruitwendigd in de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen – in uitgestelde zorg hebben gebracht. We hadden veel eerder veel meer kunnen doen. Het zou veel minder ingrijpend geweest zijn. Het zou minder verwarrend en beangstigend geweest zijn.

Ik heb zelf jammer genoeg geen kinderen, maar ik denk vaak aan Julia, de dochter die ik had kunnen hebben. Die zondag was ze er ook bij en schreef ik haar een brief, waarin ik iets probeerde te zeggen over mijn verwarrende verdriet.

Voor “klimaataanpassers” is het aantrekkelijker om de klimaatcrisis louter als een “ingenieursprobleem” te bekijken.

Het is soms moeilijk om mild te blijven bij de zoveelste uitleg van de powers that be dat die klimaatverandering natuurlijk heel erg is, maar dat veranderen eigenlijk gewoon niet mogelijk is. Als er al iets moet gebeuren, dan is het: niet wij, niet hier, niet nu.

Als er al ergens voorstellen komen om iets extra’s te doen – wat alleen maar rechtvaardig zou zijn – voor de meest kwetsbaren die het meest lijden onder de klimaatcrisis, dan lijkt de houding van de Vlaamse regering er vaak een te zijn van een soort kronkelige afgunst en verbittering.

De rest van de wereld zou beter moeten begrijpen hoe zwaar het lot is van wie zo rijk en zo ecologisch gulzig is als wij gemiddeld zijn. Onze welvaartspositie hebben we historisch gezien te danken aan een ongelijke ecologische ruil, en nu zouden we ook nog solidariteit willen van hen met ons, zonder dat wij solidair moeten zijn met hen. Zo klinkt het soms.

Verantwoordelijkheid

En het zou zo anders kunnen zijn. Voor een keer eens niet die cynische bitterheid, maar wel een ruimhartige openheid om een planetaire verantwoordelijkheid op te nemen, vanuit een streven naar ecologische rechtvaardigheid. Ik zou me voor een keer even minder vervreemd voelen en meer thuis.

In vrijheid kiezen om onze voetafdruk te verkleinen, zo kunnen we voorkomen dat voor anderen aan de andere kant van de wereld de zorg te laat komt. Misschien grijpt de regering de kans om net voor Glasgow toch nog iets van de achterstand in te halen. Of zal men weer gemakkelijke symbolische vijanden zoeken om niet te moeten doen wat men kan doen. Goede voorstellen zijn er genoeg.

Het is frustrerend dat die groepen of personen of krachten die tot voor kort de grootste klimaatontkenners of
-minimaliseerders waren, zich nu willen voorstellen als de redders. Ze zijn nu overtuigde klimaataanpassers, die vinden dat we niet te veel aandacht moeten geven aan die moeilijke emissiereductie en dat we vooral niet moeten kijken naar machtsrelaties en ongelijkheid.

Ik geloof niet dat je een probleem kunt oplossen met de logica die het veroorzaakt heeft.

Het is fijner de klimaatcrisis als louter een “ingenieursprobleem” en vooral geen rechtvaardigheidsprobleem te bekijken. Het klinkt voor hen aantrekkelijk dat we gewoon nood zouden hebben aan een kerncentrale en wat extra bomen, daarna aan grote machines die de CO2 wel uit de lucht zullen zuigen en met daarna nog een goede scheut geo-engineering waarbij we – als waren we god – rechtstreeks gaan ingrijpen in het klimaat.

En we moeten dus vooral niets veranderen aan het dogma van de “normaliteit” van onze verslindende groeiverslaving. Er is volgens mij veel meer vrijheid in zelf kiezen voor een waardige en rechtvaardige welvaart binnen planetaire grenzen. Ik geloof niet dat je een probleem kunt oplossen met de logica die het veroorzaakt heeft.

Kritische moderniteit

In dat verband vond ik een mooie term in het interessante en wat mij betreft genuanceerde rapport van de Hoge Gezondheidsraad over nucleaire risico’s en duurzame ontwikkeling. Het is niet – die term las ik er – de ‘triomferende moderniteit’ die we volgens mij nodig hebben, maar wel de ‘kritische moderniteit’.

Ik geloof dus helemaal niet in het “scheidingsdenken” dat sommigen verdedigen wanneer het over voedsel en landbouw gaat. Het idee dat er een ‘volledige scheiding’ zou moeten komen tussen mens en natuur wanneer het over voedsel gaat, is wat mij betreft akelig. Het beeld van aan de ene kant een zogenaamd “zuivere” of “wilde” natuur en aan de andere kant dan een geïndustrialiseerde voedselvoorziening, heeft voor mij meer van een dystopie dan van een wervend of hoopvol perspectief.

Verweving, waarbij landbouw en natuur met elkaar samenwerken, is veel zinvoller. Dat impliceert ook dat de natuur de stad in komt, en dat er ook daar op een organische manier aan stadslandbouw wordt gedaan. Van de vier kijkrichtingen in de Natuurverkenning 2050 sluit die van ‘Samenwerken met de natuur’ hier het meest bij aan.

Het idee van een volledige scheiding is wat mij betreft een vorm van triomferende moderniteit die de verkeerde logica versterkt. Je kunt je trouwens niet van jezelf afscheiden. Het is interessant om vast te stellen dat we zelf ook maar gezond kunnen zijn door bijvoorbeeld de bacteriën in onze darmen.

Leren van de bomen

Er is een deel van wie we zijn dat we alleen delen met de andere mensen, en er is een deel dat evenzeer bewijst dat we maar autonoom kunnen zijn door onze verbondenheid met de rest van de natuur.

Als we deel zijn van het web van het leven, is de zorg voor het geheel van dat web een vanzelfsprekende vorm van vrijheid.

Het agro-ecologisch perspectief waarin we onze bodems weer herstellen, via een regeneratieve landbouw, biedt interessantere perspectieven. Maar het impliceert een logica van samenwerken, vertrekkend vanuit dynamische en weerbare ecosystemen, met misschien wat meer nederigheid in plaats van eng individualisme. En dat is ook goed voor onze eigen bodem.

Wanneer je verdriet voelt om wat er verdwijnt in deze mooie wereld, dan zegt die pijn iets over onze samenhang met de rest van de natuur. In een boek las ik iets over het geluid van een boom die sterft. Van de bomen kunnen we misschien nog veel leren. Zoals dat we zelf ook deel zijn van het web van het leven.

Velen vinden dat een bedreigend idee, iets als een soort ‘terug naar vroeger’, terwijl het volgens mij net het tegenovergestelde is. Als we deel zijn van dat web, is de zorg voor het geheel van dat web een vanzelfsprekende vorm van vrijheid. Zorgen voor de andere mensen, zonder wie we zelf niet kunnen zijn, en zorgen voor de rest van de natuur.

Gelukkig is er nog de schoonheid

Onlangs stond ik in de winkel te praten met iemand. We hadden het over het gevoel van machteloosheid dat ons soms overvalt. Het gevoel dat cynisme en bitterheid soms sterker lijken dan de hoop die we zoeken. Gelukkig is er nog de schoonheid, zei ze. Mijn huid werd zachter, terwijl ik dacht aan Angela Hewitt die Die Kunst der Fuge speelt op de piano.

Enkele weken geleden stond ik in de boekhandel een beetje zenuwachtig aan te schuiven. Charlotte Van den Broeck signeerde er haar nieuwe, heel mooie, bundel Aarduitwrijvingen. We konden even praten, en ze zei me iets over de kwetsuren van het landschap.

Onlangs las ik haar gedichten ’s morgens in de trein. Ik moest wachten tot de mist van mijn brillenglazen was weggetrokken om te kunnen lezen. En het was alsof mijn lichaam veranderde. Je kunt haar gedichten in je huid voelen, en je kunt het landschap van je lichaam zien, niet meer wetend in welk landschap de kwetsuren zijn.

Het landschap is niet zomaar een decor, en de Grote en de Kleine Slangengodin hebben de woestijn geharkt. Die schoonheid is tegelijk een troost. Misschien is er meer troost in verbinding dan in scheiding. Misschien hebben we dat landschap nodig om ons verdriet voor wat er verdwijnt te dragen. En misschien komen we zo bij een rijkere vrijheid. En als we het vandaag niet helemaal weten, dan spreken we morgen wel, zoals Spinvis zegt in een van zijn landschappen.

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Beleidsmedewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

    Jan Mertens woont in Leuven, werkt voor de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, en is onder meer ook actief in de denktank Oikos.