De kracht van doemdenken

De verbeelding van de hoop

Een aantal dagen geleden mocht ik meewerken aan een gastcollege voor een groep studenten. Het debat ging over mogelijke manieren om meer duurzaam gedrag te stimuleren. Om de pret er een beetje in te brengen en het gesprek wat naar het echte leven te leiden, hadden we het over de ecologische impact van vliegreizen en de gevolgen daarvan voor het rechtvaardigheidsdebat (sinds ik over dat onderwerp een stukje schreef, komen fijne discussies over vliegreizen geregeld op mijn weg).

We hadden een discussie in een kleine groep over wat nu eigenlijk onze persoonlijke (ethische) positie is in dit debat. Zeg je dat je het normaal vindt om wat minder te vliegen, zodat je kinderen en kleinkinderen het ook nog kunnen? Zeg je dat de toekomst nog niets voor jou heeft gedaan en dat je daarom niet inziet waarom je je gedrag zou aanpassen ten gunste van mensen die je niet kent of nog niet eens geboren zijn? Of zeg je dat je denkt dat het eigenlijk al te laat is om de planeet nog te redden en dat je het er dus beter nog even goed van kunt nemen?

Sorry meneer

In zo’n discussies heb je een relatief grote kans op sociaal-wenselijke antwoorden. Of op een wat ongemakkelijke stilte. In dit geval was er een studente die zei dat, eigenlijk, als ze eerlijk was, en ze wist dat het niet in orde was, ze dacht dat het toch al te laat is. Het is toch niet meer te redden, dus vlieg ik maar. Daar kwam het op neer. Ze zei nog: ‘Sorry meneer.’ Ik zei haar dat ze niet tegen mij sorry moest zeggen, maar tegen zichzelf. In de min of meer normale orde der dingen zal ik immers waarschijnlijk eerder dood zijn dan zij. Op een bepaalde manier bewonderde ik haar eerlijkheid, al maakte die me ook heel erg droevig.

‘De toestand is natuurlijk ernstig, en eigenlijk weten we dat allemaal. We hebben nog enkele jaren om te voorkomen dat de klimaatverandering een klimaatchaos wordt’

Het is op zich al droef dat je bij jezelf -in mijn geval: een man van middelbare leeftijd, waarschijnlijk al een stuk over de helft- in je hoofd stiekem gaat rekenen hoe lang je nog hebt in dit leven. Het zet aan tot lichte schaamte. Het is tegelijk heel erg droef dat een jonge vrouw van een jaar of twintig hardop zegt dat ze denkt dat het al om zeep is, basically.

De toestand is natuurlijk ernstig, en eigenlijk weten we dat allemaal. We hebben nog enkele jaren om te voorkomen dat de klimaatverandering een klimaatchaos wordt. Ik denk dat het beter is te leven in waarheid dan in ontkenning. We helpen onszelf en onze jonge mensen niet door te doen alsof er niets aan de hand is. We helpen onszelf niet met een opgefokt en dwangmatig optimisme. Er zijn, denk ik, weinig redenen tot optimisme. Er zijn wel eindeloos veel redenen tot hoop.

Het is soms een dilemma. Wat zeg je? Al snel krijg je dan een batterij argumentaties over je heen, allemaal zogenaamd steunend op wetenschappelijk onderzoek, die moeten bewijzen dat je positieve boodschappen moet geven. Die redeneringen zijn zinvol, maar nemen niet zomaar je ethisch dilemma weg. Wat is immers een positieve boodschap? Het kind in ons –en dat is voor mij niet anders dan voor een ander– wil waarschijnlijk graag dat er iemand zegt dat alles goed zal komen en dat we veilig zijn. Maar we zouden toch een stapje verder moeten kunnen komen.

Voor mij is een positieve boodschap niet: (1) zeggen dat ‘ze’ het allemaal wel op zullen lossen, (2) zeggen dat je er zelf toch niets aan kunt veranderen, (3) zeggen dat je zelf je gedrag niet kunt wijzigen, maar wel hopen dat ‘ze’ strenge wetten zullen maken zodat het in jouw plaats beslist wordt, (4) zeggen dat het misschien toch niet zo’n slecht idee is om een vorm van verlichte ecodictatuur te overwegen, (5) zeggen dat het misschien toch niet zo’n slecht idee is om een technocratische ecodictatuur te overwegen die dan via geo-engineering het klimaat wel even gaat wijzigen (zodat we ons andermaal niet moeten afvragen of we misschien niet beter onze manier van leven aanpassen), (6) zeggen dat Donald Trump waarschijnlijk wel van gedacht zal veranderen waardoor uiteindelijk alles nog goed komt. Een positieve boodschap is dat je deel kunt zijn van de oplossing, ook al is de uitdaging immens.

Koot en Bie

Het gevoel van die jonge vrouw is me niet geheel vreemd. Toen ik een jaar of twintig was, leefden we in volle Koude Oorlog, met de enorme nucleaire dreiging boven ons hoofd. Ik was immens kwaad op de wereld, op de generatie van mijn ouders, omwille van die klotewereld waarin ik geworpen was en waarvoor ik niet gekozen had.

Het heeft me heel wat jaren gepieker en gewroet en tegen de muur lopen gevraagd om te begrijpen dat hoop rust in een houding, in een praktijk, in dingen doen zonder ooit cynisch te worden en zonder zekerheid over het resultaat. Het is een heel ander soort vrede in je hoofd dan een geforceerd optimisme.

Dat brengt me bij het doemdenken. Het is op zich een heel mooi woord, bedacht door de geweldige Koot en Bie, van wie ik altijd een grote fan ben geweest. Ik heb echter altijd het gevoel dat de verkeerde persoon wordt aangepakt. Als je aandacht vraagt voor de inzichten uit de wetenschap over de klimaatverandering en de dingen die zouden kunnen gebeuren als we niet kiezen voor een omslag, dan krijg je soms het verwijt dat je aan doemdenken doet.

Het doet me soms denken aan een situatie waarbij je met enkele mensen naar een brandend gebouw staat te kijken. Jij zegt dat het gebouw brandt. De ander antwoordt dat je niet aan doemdenken mag doen en blijft staan kijken. Jij zegt dat het mogelijk is het gebouw te blussen. De ander zegt dat je er toch niets aan kunt veranderen. Wie is dan de doemdenker? En wie is de realist?

En daar ligt de grond van mijn droefenis, en kwaadheid. Je hoort het zo vaak, en het is weerspiegeld in de uitspraak van die jonge vrouw. ‘Ik weet dat het slecht is, ik weet dat de situatie heel ernstig is, maar je kunt de mensen toch niet veranderen.’ Het blijft me fascineren en pijn doen dat mensen zoiets in volle bewustzijn kunnen zeggen. Misschien is het te vergelijken met een verslaving. ‘Ik weet dat roken slecht is voor mij, ik weet dat ik waarschijnlijk ziek zal worden, ik weet dat ik mijn geliefden daarmee verdriet zal doen, maar ik geloof niet dat ik er iets aan kan veranderen, dus probeer ik het maar niet.’

Solidair en verbonden

Naast vele andere dingen getuigt dit ook van een merkwaardig idee over dingen als vrijheid en autonomie. Dezelfde mensen die in een discussie zeggen dat alle mogelijke ecologische maatregelen een inbreuk zijn op hun vrijheid hebben tegelijk blijkbaar wel een heel trieste inschatting van hun eigen vrijheid als mens. Het is alsof we met zijn allen in een bus zitten die keihard naar de afgrond rijdt, maar we kunnen ons gewoon niet voorstellen dat we niet in die bus zitten, terwijl dat perfect mogelijk is.

‘Voor hoop moet je misschien de moed hebben om je een andere wereld in te denken. Maar die verbeelding kan je wel bevrijden’

Misschien is hoop een vorm van verbeelding. Voor hoop moet je misschien de moed hebben om je een andere wereld in te denken. Maar die verbeelding kan je wel bevrijden. Bevrijden uit wanhoop of cynisme, en zo ook vrij maken in de ware zin van het woord. Jezelf kunnen verbeelden dat er een ander soort welvaart mogelijk is, die niet steunt op steeds meer produceren en consumeren.

Een welvaart waarin we onszelf als individu in de eerste plaats zien als een solidair en verbonden wezen, en niet als een hebzuchtige en calculerende eenheid die wordt aangezet om een grotere SUV te hebben dan haar of zijn buur. Een welvaart binnen planetaire grenzen die wel uitzicht geeft op meer rechtvaardigheid.

Als je jezelf kunt verbeelden dat je niet in een bus hoeft te zitten die naar de afgrond rijdt, kun je ook zien dat het meer dan de moeite waard is om elke dag opnieuw je volle vrijheid te beleven en een deel te zijn van het alternatief. Je hebt daarbij geen enkele zekerheid dat het zal lukken. Er is geen externe instantie die jou zal zeggen dat je optimistisch moet zijn. Het ligt mee in je eigen handen.

Het is een vorm van verzet die elke dag opnieuw vorm krijgt. Je weet nog niet waar je aan zult komen, maar je weet wel dat het zinvol was om het te doen. Het is een vorm van hoop die geen valse illusies nodig heeft, en daardoor misschien wel meer rust kan geven.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3306   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur

  • Beleidsmedewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

    Jan Mertens woont in Leuven, werkt voor de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, en is onder meer ook actief in de denktank Oikos.