'Ik hoop dat het ons menselijke doel is om iedereen een waardig leven en waardige dood te geven'

De vrijheid van mededogen

© Brecht Goris

Jan Mertens

Elke dag opnieuw beginnen. Elke dag opnieuw handelen. Elke dag opnieuw geboren worden. Het kan een vorm zijn van een aardse ethiek van menselijke verantwoordelijkheid, stelt columnist Jan Mertens. Daarin is er meer vrijheid in het mededogen voor het lijden van een ander, dan in het ontkennen van de omvang en de aard van de sterfelijkheid.

Elke dag stel ik mezelf de vraag of alle dingen die ik tot dan toe dacht nog wel kloppen. Niet dat ik me daar uren mee bezighoud, gewoon elke dag enkele kranten lezen en het nieuws op radio en televisie volgen volstaat. Sommige mensen willen graag een gevoel van controle over hun werkelijkheid hebben door geen nieuws te volgen.

Ik vind het voor mezelf nuttiger om elke dag dingen te lezen die ik eigenlijk niet wilde lezen. Dat gaat dan weleens gepaard met roepen tegen de krant. Hoezeer ik ook dacht dat ik van elk probleem alle dimensies had bekeken, toch gebeurt het regelmatig dat ik een nieuwe nuance zie. Soms lees ik een mening van iemand die me erg dierbaar is die ik helemaal niet begrijp. Het kan soms dagenlang fysiek pijn doen en me een acuut gevoel van verlatenheid geven.

In het kader van de zelfopvoeding probeer ik ook dan te oefenen: niet meteen kwaad worden, niet meteen beginnen te roepen, iets wat enkel van mij was loslaten. En dan zie ik soms dat ik zelf in andere situaties een min of meer gelijkaardig argument gebruik.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

De conclusie kan dan nog altijd zijn dat de situaties toch niet vergelijkbaar zijn, het verzacht het gevoel alleszins. En het helpt ook om voor mezelf die grote sterke waarden die me blijkbaar drijven, telkens opnieuw een beetje te herformuleren of te actualiseren. Proberen het goede te doen, goed te handelen in een soms duistere wereld, het is elke dag een beetje opnieuw beginnen. Handelen heeft te maken met gradaties van grijs, ook al zijn je waarden in sterke kleuren.

De kranten lezen betekent soms ook een confrontatie met de absurditeit die zich vermomt als normaliteit. Zo las ik enkele weken geleden een stuk in de krant over een bedrijf dat een reclamebord in de ruimte wil lanceren. Het zou erop neerkomen dat een satelliet in de ruimte wordt gebracht, met daarop een scherm waarop reclameboodschappen kunnen worden getoond. Op de satelliet is dan een selfiestick bevestigd die de satelliet zal filmen en het reclamebord zal livestreamen op YouTube en Twitch.

Naar een blikje op mijn tafel kijken met daarop het logo van Coca-Cola zal dus blijkbaar marketinggewijs minder doeltreffend zijn, dan wanneer ik via een stream op YouTube naar een statisch beeld kijk van het logo van een blikje Coca-Cola dat ergens door de ruimte zweeft.

Op een of andere manier zou ik me dus vrijer moeten voelen, meer bevrijd van mijn aardse fundamentele onverzadigbaarheid, door die reclame in de ruimte. Zogenaamd slimme en daarvoor doorgestudeerde jongens of meisjes zullen dat waarschijnlijk innovatie vinden.

Ik ben waarschijnlijk ouderwets, maar ik heb nooit zin in Coca-Cola en drink het ook nooit. Als ik zomaar over straat loop, denk ik weleens dat ik dorst heb, maar ik denk eigenlijk nooit aan Coca-Cola. Daardoor blijft er in mijn hoofd nog ontzettend veel ruimte over om aan andere dingen te denken en voelt mijn vrijheid rustiger aan, minder opgejaagd.

Aardse vrijheid

De voorbije weken zat ik in de trein vaak te lezen in het bijzondere nieuwe boek van Tim Jackson (Post Growth, Life after Capitalism, een Nederlandse vertaling is in voorbereiding). Daarin verwijst hij vaak naar de Duits-Amerikaanse filosofe Hannah Arendt. Ergens halverwege het boek gaat het over de lancering van de Spoetnik. Arendt citeert een titel in de krant van toen: ‘… one step toward escape from [our] imprisonment on the earth’. Die zin bleef dagen in mijn hoofd rondtollen (als een soort rare satelliet waarschijnlijk).

Het besef van aards te zijn, impliceert ook verantwoordelijkheid, een keuze om ethisch te handelen.

Voor mij is het een schokkende zin. Arendt ervaart hem als een diep verankerde rebellie tegen de menselijke conditie. Het is wat we zijn, aards en sterfelijk, en tegelijk ook creatief, verlangend en dromend. Er lijkt me veel vrijheid te schuilen in het besef, elke dag opnieuw, van die aardsheid. Het besef ook van de kwetsbare, complexe schoonheid van de planeet waar we een deel van zijn, en tegelijk van de manier waarop de mens die aarde aan het beschadigen is.

Als we de aarde kunnen voelen als onze huid of als ons huis, en dus niet als een gevangenis, zou het dan gemakkelijker zijn om in vrijheid zorgzaam te zijn?

De nog steeds voortdurende mondiale pandemie daagt me ook elke dag uit om met mijn waarden te laveren in de complexe werkelijkheid. En misschien kunnen we zo wel enkele competenties leren die nuttig kunnen zijn om nog beter om te gaan met de klimaatcrisis.

Het gaat daarbij vaak over het begrip vrijheid, onder meer tegenover het besef van sterfelijkheid. Ik lees en zie deze dagen veel dingen die mijn hoofd heen en weer doen stuiteren. Wat ik hier zeg, gaat vanzelfsprekend alleen over mezelf, ik wil geen oordeel uitspreken over anderen. We zijn als mens tegelijk een deel van al het andere en tegelijk delen we een stuk van wie we zijn met alle andere mensen. Het besef van aards te zijn, impliceert wat mij betreft dus ook verantwoordelijkheid, een keuze om ethisch te handelen.

Zorgzame vrijheid

Met twee, min of meer extreme, posities heb ik het persoonlijk heel moeilijk, vanuit een concept van aards handelen. Aan de ene kant zijn er mensen – gelukkig niet al te veel – die naar mijn aanvoelen iets te opzichtig uiting geven aan hun ‘ik ben toch gevaccineerd, dus ik mag alles en moet me niets meer van anderen aantrekken’. Ik heb moeite met de zelfgenoegzaamheid en het zogenaamde ‘recht’ om jezelf los te zien van anderen. Ook al ben ik gevaccineerd, ik kan nog altijd andere kwetsbare mensen besmetten.

Mijn invulling van mijn vrijheid kan nog altijd die van een ander aantasten als ik niet zorgzaam ben. En het is niet omdat het hier opnieuw een stuk beter gaat, dat we zouden moeten ophouden met ons te laten raken door de reële gevolgen van deze ziekte voor duizenden mensen aan de andere kant van de wereld of dat we ineens moeten vergeten dat er enkele fundamentele problemen waren (zoals de aantasting van de biodiversiteit, onze invulling van de globalisering of de mondiale ongelijkheid) die ervoor zorgden dat deze pandemie zo’n omvang kon nemen. Wegvluchten van het besef van die sterfelijkheid is een raar soort vrijheid, wat mij betreft.

Aan de andere kant zijn er mensen – gelukkig ook niet al te veel – die op een omgekeerde manier wegvluchten van de werkelijkheid van de sterfelijkheid, door die te minimaliseren of te depolitiseren. Ze gebruiken nogal merkwaardige argumenten over de zogenaamde ‘natuurlijkheid’ van het sterven.

Ja, het lijden is een deel van het leven. Sterfelijkheid is een deel van onze conditie. Maar net het besef en het aanvaarden van het idee dat lijden een deel van het leven is, zou ons moeten aanzetten tot meer mededogen. Ik hoop dat ons menselijk doel nog altijd is om iedereen een waardig leven te geven en binnen dat leven een waardige dood. Mensen die net iets te gemakkelijk zeggen dat 25.000 mensen oversterfte in een jaar ‘natuurlijk’ is, en ‘dat dat er nu eenmaal bij hoort’, nemen ethisch gezien wel een erg discutabele positie in.

In het geheel van het aantal mensen dat sterft, gaat het in zekere zin over het verschil tussen lichtgrijs en donkergrijs misschien. Maar dat verschil is net wat ethisch relevant is voor het menselijk handelen. We handelen in tinten van grijs. Wetend dat het aantal mensen dat is gestorven, of dat had kunnen sterven zonder een aantal maatregelen, afhankelijk is van beleidskeuzes maakt het helemaal relevant. We gaan toch ook niet zeggen dat het niet uitmaakt hoeveel mensen er sterven in het verkeer of hoeveel vrouwen er door hun man gedood worden ‘omdat dat er nu eenmaal bij hoort’?

Nederigheid en verbinding

Negeren dat er nog grote verschillen zijn tussen welke sociale groepen meer of minder getroffen worden door het virus en zo niet willen zien hoe ongelijkheid nog eens wordt uitvergroot door een situatie waarop je op verschillende manieren als gemeenschap kunt reageren is een akelige vorm van ontvluchten van de ware aard van de sterfelijkheid, zeker als dat gemotiveerd wordt op basis van een welbepaalde invulling van individuele vrijheid.

Er rust volgens mij meer vrijheid in het oefenen in mededogen tegenover het reële lijden van die 25.000 mensen en hun dierbaren, wat ook verder jouw individuele positie is. Het is soms ook pijnlijk hoe sommige mensen die zichzelf als heel progressief of links of groen beschouwen een argumentatie opbouwen die eigenlijk erg rechts of neoliberaal is in hun feitelijke pleidooi voor een recht van de sterkste, hoewel ze dat zelf ongetwijfeld zo niet bedoelen. Hopelijk toch.

Zo las ik bij iemand die zich heel links voelt de stelling dat ‘vrijheid per definitie onvoorwaardelijk is’. Als je uitgaat van het bestaan van iets als een maatschappij, is vrijheid per definitie natuurlijk net niet onvoorwaardelijk. De ene vrijheid raakt aan die van een ander.

Aanvaarden dat er lijden is, nodigt ons uit om ernaar te streven dat iedereen een waardig leven en een waardige dood heeft.

Ik heb er nog niet alle woorden en beelden voor – gelukkig kan ik elke dag opnieuw beginnen – maar uit deze dingen kunnen we iets leren voor een vorm van aards handelen in de klimaatcrisis.

Ook hier heb ik het moeilijk met twee posities. Er is aan de ene kant een voor mij akelig en dystopisch karakter aan pleidooien om nu voluit te vluchten in een hypermodernisering. Het besef dat we leven in een antropoceen leidt bij sommigen tot een houding van ‘nu mogen we eindelijk voluit gaan en kunnen we ons helemaal afscheiden van de natuur’, en van de ‘gevangenis’ van de aardse sterfelijkheid.

Naar mijn aanvoelen zou het ‘antropoceenbesef’ net tot het tegenovergestelde moeten leiden, en aanzetten tot wat meer nederigheid en verbinding. Het geloof in eindeloze economische groei is trouwens ook een vorm van geloof dat men kan ontsnappen aan de sterfelijkheid. Een geloof dat in de feiten de reële sterfelijkheid en het lijden van reële mensen vergroot.

Aan de andere kant is er een voor mij al even akelig beeld van individuele vrijheid dat doet of er geen grenzen zijn. Als ik vind dat mijn vrijheid erin bestaat dat ik zo vaak en zo ver mag vliegen als ik zelf wil, omdat ik vind dat ik dat nodig heb voor mijn welbevinden, dan leidt die concrete invulling van mijn vrijheid uiteindelijk tot een vermindering van de vrijheid van anderen, en dus tot lijden dat had kunnen worden vermeden.

Minimaliseren of niet willen weten bijvoorbeeld hoeveel mensen er jaarlijks sterven door hitte, en niet willen zien hoezeer dat reële lijden ongelijk is verdeeld over de verschillende sociale groepen is niet echt een verantwoordelijke vorm van vrijheid. We zouden ook kunnen proberen om echt te voelen hoe het is voor al die mensen.

Vrijheid in mededogen

In dat mededogen is er meer vrijheid dan in het kijken naar een blikje Coca-Cola in de ruimte, vind ik toch. Ontkennen dat de klimaatcrisis bestaat en dat die ook een rechtvaardigheidscrisis is, is jezelf laten opzuigen in de fuik van een parallelle werkelijkheid.

Ontkennen dat de klimaatcrisis bestaat en dat die ook een rechtvaardigheidscrisis is, is jezelf laten opzuigen in de fuik van een parallelle werkelijkheid.

In een aardse ethiek is er tegelijk het besef van sterfelijkheid, van materialiteit (wat we delen met de rest van de aarde) en het streven naar rechtvaardigheid (wat ons verbindt met het menselijke project). Aanvaarden dat er lijden is, nodigt ons net uit tot een houding van zorg, om met veel meer mededogen naar al dat lijden te kijken en ernaar te streven dat iedereen een waardig leven en een waardige dood heeft, wanneer de tijd gekomen is.

In de klimaatcrisis zijn we meer dan ooit één mondiale gemeenschap, waarin we alleen vrij zijn als iedereen vrij is. In complexe tijden willen veel mensen graag controle door beelden die zwart of wit zijn. Dat geeft een veilig gevoel, maar het is niet noodzakelijk een leven in waarheid.

Misschien is er meer hoop in het elke dag opnieuw proberen te doen wat we kunnen, vanuit onze aardsheid. Elke dag opnieuw geboren worden, om een beeld van Hannah Arendt te gebruiken. Handelen, elke dag opnieuw, vanuit een vrijheid in mededogen.

 

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Beleidsmedewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

    Jan Mertens woont in Leuven, werkt voor de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, en is onder meer ook actief in de denktank Oikos.