De woorden doen ertoe

© Brecht Goris

Jan Mertens

(En ik had me nog zo voorgenomen om niets te schrijven over het klimaat. Er zijn al zoveel stukjes daarover uit mijn handen gekomen.)

Ik kijk naar mijn handen. Het is belangrijk om te kijken naar handen, dat verandert iets aan de woorden. De voorbije dagen hebben veel van mijn vrienden in hun stukjes in de diverse media al zowat alles gezegd wat ik ook dacht, dus daar valt niet zoveel aan toe te voegen.

Soms moet je wachten op een onderwerp van een stukje. Zo hoort het eigenlijk. De dingen wachten wel even, op jouw handen. Het doet je ook beseffen dat je voorzichtig moet zijn met woorden. Ze kunnen krachtig zijn en kwetsen, ze kunnen ook troosten. Woorden doen ertoe.

Muziek doet er ook toe. Ik dacht eraan terwijl ik uit de metro kwam in Brussel Zuid. Net voor de roltrappen staat er vaak een mevrouw viool te spelen. Nu ook weer. Dat ze daar staat, straalt een zekere rust uit. Het is een plek die een beetje plekloos is, iedereen is altijd onderweg, altijd een beetje ergens anders. Maar zij is een plek. Ze speelde de lente van Vivaldi. Het was breekbaar en krachtig tegelijk. Het veranderde de dingen. Ja, het kan lente worden, dacht ik.

Woorden doen ertoe. Ze zijn niet zomaar een vehikel, ze zijn levende organismen.

Op de andere roltrap schoof een man in mijn richting. Hij keek een beetje somber voor zich uit. Op zijn buik en zijn muts had hij een grote sticker geplakt. STOP CLIMATE CRIMINALS. Woorden gaan ergens naartoe. Ze schuiven voorbij. Soms blijven ze in je hoofd. Soms nestelen ze zich ergens in je stotterende lichaam. Soms glijden ze van je af. Maar woorden doen ertoe. Ze zijn niet zomaar een vehikel, ze zijn levende organismen. Ze laten zich niet zomaar gebruiken.

Ik moest er vaak aan denken de voorbije dagen. Sommige woorden die verschijnen hebben als effect dat ik begin te roepen tegen het televisiescherm, de radio of de computer. Die spullen ondergaan mijn geroep, ze doen voorlopig niets terug. Dat is op zich al een troostende gedachte. Wat bedoelen mensen met de zinnen die zo vanzelfsprekend worden ingezet? Daar hangt veel van af. Woorden doen ertoe.

 
‘We moeten stap voor stap gaan,
want we moeten iedereen mee hebben.’

Een minister zei dat. Het klinkt min of meer logisch, maar dat is het daarom nog niet. Als we weten wat we moeten doen, en we doen het niet omdat we denken dat personen die we bedoelen met “iedereen” er geen zin in hebben, moeten we dan niets doen? Horen onze kleinkinderen ook bij iedereen? Bedoelt de minister met iedereen de mensen in armoede die te weinig middelen hebben om waardig te wonen en hun huis te isoleren? Of heeft ze het over de betere gemiddelde middenklasser die geen zin heeft om zijn SUV niet te gebruiken om 300 meter verder naar de bakker te rijden en die elk beroep op het algemeen belang als een inbreuk op zijn persoonlijke vrijheid (tot vervuilen) ervaart?
 

‘We gaan meer doen,
maar het mag geen impact hebben op de koopkracht van de mensen.’

Wie zijn de mensen en wat is koopkracht? Het is een beetje moeilijk om te blijven volhouden dat de huidige ecologische crisis niets te maken heeft met ons gemiddeld consumptiepatroon.

Wie zijn de mensen en wat is koopkracht? Het is een beetje moeilijk om te blijven volhouden dat de huidige ecologische crisis niets te maken heeft met ons gemiddeld consumptiepatroon, structureel ingebed in een welbepaalde visie op wat welvaart is. Maakt de eerste minister zich zorgen over de armsten onder ons? Zo ja, zou hij dan te overtuigen zijn tot een beter algemeen armoedebeleid? Heeft hij het over een waardig inkomen voor iedereen en over een beleid dat ongelijkheid aanpakt, waardoor de ecologische crisis de sociale tegenstellingen niet nog verder zal verscherpen?

Zijn de mensen zoals veel gemiddelde Belgen, mensen met een veel te hoge voetafdruk die hun consumptieve levensstijl als een verworven recht beschouwen, hoewel ze weten dat die niet uitbreidbaar is naar de hele wereld? Hebben we het bij waardige welvaart ook over zuivere lucht, een goede gezondheidszorg en solidariteit? Of zijn we enkel in staat mensen als hebzuchtige wezens te beschouwen die we vooral moeten stimuleren in hun consumptieverlangens?

Zou het zo erg zijn als de koopkracht van sommige mensen wel wordt aangetast, waardoor we iets kunnen doen aan de gigantische maatschappelijke schuld die we opbouwen door het niet inrekenen van de werkelijke ecologische en sociale kosten van ons groeimodel en waarvan de meest kwetsbaren het grootste slachtoffer zijn? Wat we tot nu toe aan de andere kant van de wereld deden wordt nu ook hier zichtbaar.
 

‘We doen al veel.’

Dat zal best. Maar je kunt ook heel erg je best doen om ten koste van alles iets te willen redden wat beter zou veranderen. Iets als een soort therapeutische hardnekkigheid. Als je dat spoor maar lang genoeg volhoudt, denk je dat je geen fundamentele vragen moet stellen over the road to nowhere.
 

‘Geef meer ruimte aan het vrij ondernemerschap.’

Wat is vrij? Vrij staat blijkbaar tegenover gehinderd, of zoiets. Ik ben erg voorstander van een echt vrije markt. Dat wil zeggen een markt die geen ecologische of sociale schuld genereert en dus geen kosten of erfenis doorschuift naar anderen. Ondernemerschap dat vrij wil zijn door vooral geen beperkende regels te moeten aanvaarden over de verwachte milieukwaliteit van bv. auto’s, kan alleen maar die illusie overeind houden door de maatschappelijke factuur niet in de eigen boekhouding in te schrijven. Het is een vrijheid die anderen onvrij maakt.
 

‘Het is de schuld van de bedrijven.’

Klinkt goed, maar is soms ook een beetje gemakkelijk. Ja, het is niet aanvaardbaar hoe sommige bedrijven proberen om strengere klimaatregels af te remmen, opdat ze nog snel winst kunnen maken voor het echt fout gaat. Het is een beetje slap om te zeggen dat je alleen je maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt als “de” klanten dat vragen. Maar omgekeerd is het soms ook een beetje gratuit om alles buiten jezelf te leggen. Geen enkele wet of godsdienst verplicht je om zeven keer per jaar met een lagekostenmaatschappij te vliegen. Dat is ook je eigen verantwoordelijkheid. En als je niet in staat bent te weerstaan aan de reclames, hoe vrij ben je dan werkelijk?
 

‘Je mag wel geen negatieve dingen doen,
zoals taksen heffen op vliegtuigtickets.’

Er kan niet zoiets bestaan als een ongebreideld individueel recht op zoveel vliegen als je zelf wilt tegen een zo laag mogelijke prijs.

Tja… Wat is negatief? Het kan zijn dat je technologisch de impact per vlucht nog kunt verbeteren, maar de voortdurende, bewust nagestreefde groei van de luchtvaart, en dat door het vervalsen van de markt (door de werkelijke kost niet in te rekenen), die is negatief. Dat is in de feiten een oneconomische groei.

Er kan niet zoiets bestaan als een ongebreideld individueel recht op zoveel vliegen als je zelf wilt tegen een zo laag mogelijke prijs. De acuter wordende klimaatcrisis, die we overigens al vele jaren konden zien aankomen, is een rechtvaardigheidscrisis. De ecologische gulzigheid van sommigen vermindert de levenskansen van velen, nu en in de toekomst. Die gulzigheid lijkt mij negatief te zijn.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Als we alleen maar mogen praten over minder vliegen als alle treinen even goedkoop zijn als de goedkoopste vluchten nu, zonder enige vraag te moeten stellen bij de verplaatsingen zelf of de vanzelfsprekendheid van het goedkope, dan komen we er niet.

De klimaatcrisis is niet zomaar de schuld van de “anderen”, ze heeft alles te maken met een bepaalde visie op welvaart. Als we die niet in vraag willen stellen, vergroten we de problemen en maken we de ongelijkheid steeds groter. Als we die vraag al van tevoren als negatief omschrijven, wat is er dan positief? Is positief dan met oogkleppen op volharden in de boosheid (omschreven als ‘realistisch’) omdat je schrik hebt om jezelf op een of andere manier in vraag te moeten stellen? In willen veranderen kan er veel kracht schuilen…
 

Woorden kunnen verontrusten. Woorden kunnen troosten. Woorden kunnen je verzoenen met het aardse bestaan. Woorden leven. Het viel me op toen ik enkele dagen geleden, terwijl de tranen over mijn wangen liepen, stond te kijken naar de optocht van al die mooie scholieren en studenten. De energie in hun ogen, hun terechte vraag naar hoop, niet naar meewarige neerbuigendheid.

Maar ook, en dat was zo mooi, de ongelooflijke creativiteit van de woorden. Al die geweldige bordjes die ze bij hadden met die grappige en uitdagende slogans. Het was ook een beetje liefde voor de woorden, denk ik. Niet alleen de toekomst is van ons, zeiden ze, ook de woorden kunnen van ons zijn. Zoals een mooi gedicht op zich al een daad van verzet kan zijn, lieten zij het zien. Woorden doen ertoe.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Beleidsmedewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

    Jan Mertens woont in Leuven, werkt voor de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, en is onder meer ook actief in de denktank Oikos.