Dingen die stukgaan en dingen die blijven

Column

Is een ander normaal mogelijk en weten we eigenlijk al waar het zich bevindt?

Dingen die stukgaan en dingen die blijven

Dingen die stukgaan en dingen die blijven
Dingen die stukgaan en dingen die blijven

Misschien kan een verlangen naar dingen die blijven een beetje de weg tonen naar hoe een duurzame en rechtvaardige welvaart eruit zou kunnen zien. Dat schrijft MO*columnist Jan Mertens. 'Dingen die blijven hebben veel meer waarde dan zoveel zooi die je weggooit.'

© Brecht Goris

Jan Mertens: ‘Het is mogelijk dat er dingen zijn die kunnen blijven en die daardoor meer waarde hebben dan zoveel zooi die je weggooit.’

© Brecht Goris

Misschien kan een verlangen naar dingen die blijven een beetje de weg tonen naar hoe een duurzame en rechtvaardige welvaart eruit zou kunnen zien. Dat schrijft MO*columnist Jan Mertens. ‘Het moet mogelijk zijn een model van welvaart te ontwerpen of te herontdekken dat meer aansluit bij de dingen die echt van waarde zijn.’

Volgens de gangbare opvatting van wat welvaart is, zou ik een onverzadigbare honger moeten hebben naar steeds meer en steeds nieuwe dingen. Ik zou mezelf ook de hele tijd moeten vergelijken met anderen die dingen hebben die ik ‘nog niet’ heb. Het stimuleren van individuele hebberigheid en afgunst zou zogenaamd goed zijn voor het geheel.

Het is merkwaardig dat dingen die in zowat alle spirituele en religieuze tradities als ondeugd of onwaarde worden gezien bewust worden gestimuleerd in wat we een ‘normaal’ idee van welvaart vinden. Misschien is een ander normaal mogelijk en weten we eigenlijk al een beetje waar het zich bevindt.

Ik kan niet zo goed tegen dingen die stukgaan. Een apparaat dat het ineens niet meer doet. Een gat in mijn trui of een scheur in het laken op de plek waar mijn voeten liggen, de ketting van mijn fiets die vastloopt, het handvat aan die kookpot dat los aan het komen is, …

Het raakt telkens een of andere diepere laag in mezelf en doet me – heel even, of net iets langer – bevriezen in een soort existentiële machteloosheid en eenzaamheid. Dat heeft ongetwijfeld te maken met traumalagen in mijn lichaam die getriggerd worden. Verlatingsangst, onveiligheid, het gevoel dat iedereen van mij weggaat en dat dat dus altijd zo zal zijn.

Maar dat is toch maar een deel van het verhaal, denk ik. We leven in een maatschappij waarin een vergelijkbaar soort rusteloosheid bewust wordt gestimuleerd. En die vaststelling zegt iets over wat we beschouwen als zijnde van waarde.

Verlangen naar dingen die blijven

Iedereen heeft in haar of zijn leven een eigen odyssee. Je zwerft door het leven, en na lang ronddolen komt er misschien iets dat aanvoelt als een soort thuis, in welke vorm dan ook. In je lichaam voelt het aan als een plek waar je ‘ergens’ bent, een plek die je herkent wanneer je aankomt, een plek die aanvoelt als je bestemming, waar de dingen zich neer kunnen leggen, waar je veilig bent voor de demonen van de duisternis.

Of zoiets. Ik heb er lang over gedaan om die plek te vinden. En ook al weet je dat alles per definitie onbestendig is – onze lichamelijkheid is er het bewijs van – toch verlangen we naar een thuis. In mijn geval is een deel van dat verlangen dat er dingen zijn die blijven. Niet te veel natuurlijk, maar toch wel enkele.

Wie geen onvoorwaardelijke consumptiepatriot wil worden, is iemand die tegen de ‘vooruitgang’ is.

Het is fascinerend en veelzeggend dat in onze moderne consumptiemaatschappij mensen op die diepe verlangens worden aangesproken met antwoorden in de vorm van dingen die (zo snel mogelijk) verdwijnen of stukgaan. Het is blijkbaar de bedoeling dat we nooit aan zullen komen op onze bestemming.

Die nagestreefde thuisloosheid is dan een voorwaarde voor welvaart begrepen als steeds meer produceren en consumeren. En wie daar niet blindelings in mee wil stappen, wie geen onvoorwaardelijke consumptiepatriot wil worden, is volgens sommigen iemand die tegen de ‘vooruitgang’ is.

Het is denk ik iets genuanceerder. Er zijn wegen die ons wel dichter bij huis kunnen brengen. De rusteloosheid voel je in je lichaam.

Ik herinner me hoe het vroeger was, als je een computer ging kopen. Zodra je de winkel buiten kwam, leek het ding zo ongeveer ter plekke in je armen te desintegreren. Want een week later zou er wel weer een snellere processor of een groter geheugen zijn, je liep dus altijd achter. Elke keuze was een falen. Maar het andere kun je ook voelen.

De leegte van de wegwerpcultuur

Ik ben een grote fan van het Britse televisieprogramma The Repair Shop. Terwijl ik onder mijn dekentje zit te kijken, wordt mijn lichaam helemaal warm en begin ik minstens een keer per aflevering te snotteren. (Het is een voordeel van alleen wonen dat dat allemaal ongestoord kan…)

Het is mogelijk dat er dingen zijn die kunnen blijven en die daardoor meer waarde hebben dan zoveel zooi die je weggooit.

Mensen brengen een of ander voorwerp dat voor hen een grote emotionele waarde heeft binnen en de specialisten repareren het. De verhalen van die mensen raken me telkens weer, en ik geniet ook enorm van de liefde en deskundigheid waarmee de dingen weer worden geheeld.

Er is een alternatief voor de spirituele leegte van de wegwerpcultuur. Het is mogelijk dat er dingen zijn die kunnen blijven en die daardoor meer waarde hebben dan zoveel zooi die je weggooit.

Terwijl ik kijk, voel ik me een beetje beter thuis in mijn eigen huis. Ik kijk af en toe opzij naar de oude stoel uit het ouderlijk huis. Toen mijn zus en ik het huis leegmaakten, stond hij er nog.

Niemand wilde hem, en ik voelde dat de stoel bij mij hoorde. Hij was wankel geworden, verlaten. Een goede vriend heeft hem helemaal gerestaureerd en de stoel staat nu bij het raam, en blijft dicht bij me.

Achter me staat de kast die mijn grootvader Fons zelf maakte – hij was schrijnwerker – toen hij ging trouwen met Julia. Hij maakte meubels voor de eeuwigheid. Elke dag kan ik even voelen aan de kast, en dan is hij weer dicht bij me, kan ik weer de geur van zagemeel ruiken die altijd in zijn kleren hing wanneer ik tegen hem aanleunde terwijl hij voor mij en mijn zus voorlas.

Naast de kast staat de piano waarop ik als kind leerde spelen. Enkele jaren geleden is hij helemaal gerestaureerd. Hij staat er, als een soort rustpunt in mijn huis.

Soms heb ik de neiging om tijdens dat programma te bellen naar mijn vader – ondertussen al lang overleden – om te zeggen dat hij ook moet kijken. Hij zou dan allerlei commentaar hebben op de gebruikte hersteltechnieken, maar hij zou wel elke week stiekem kijken, denk ik.

Een beetje thuiskomen

Mijn ouders hadden een winkel. Het is een beetje complex uit te leggen wat daar allemaal gebeurde, maar de ene kant van de winkel was voor de fotografie. We verkochten onder meer degelijke fototoestellen.

Als er iets aan was, kwam het toestel terug naar de winkel. We brachten het dan naar een reparateur. Een merkwaardige man, ergens in Brasschaat of Schoten of zo, dat weet ik niet meer. En een week later was het dan klaar. Zo bleef het toestel.

Op een bepaald moment moesten we aan de klanten zeggen. ‘Ik denk dat u beter een nieuw toestel kunt kopen, we kunnen het niet meer laten repareren.’ Dat deed pijn. Het voelde niet als vooruitgang, veeleer integendeel. Het maakt je ogen een beetje leeg.

Wanneer de mensen in The Repair Shop hun spullen terug komen ophalen, zijn ze heel zenuwachtig. Zodra ze het herstelde ding zien, beginnen ze helemaal te glimmen, en fonkelen hun ogen. ‘Mag ik het aanraken?’ Dat vragen ze steeds. En het is alsof ze op dat moment weer een beetje thuis kunnen komen.

Het doet me denken aan de mevrouw van het Fotomuseum. We hadden beslist de (redelijk gigantische) collectie oude fototoestellen van mijn vader te schenken aan het Fotomuseum. En zij kwam langs, om samen met mij alles, toestel per toestel, te bekijken.

Hoe ze keek, hoe ze de toestellen in haar handen nam, wat ze erover vertelde, ik wist meteen dat het goed was. Ik weet dat de toestellen een nieuwe thuis hebben gevonden, waar ze kunnen blijven. Als we zouden geprobeerd hebben om het geheel toestel per toestel te verkopen, en er dus geld aan te verdienen, zou ik alleen maar ongelukkig geweest zijn.

Welvaart als rust

Sommigen zullen dit misschien allemaal maar wat sentimenteel gebazel vinden. Het zij zo. Ik denk dat we uit dit alles wel iets kunnen leren over hoe we naar welvaart kunnen kijken.

Welvaart kan zoveel meer zijn dan de rusteloze hebberigheid waarmee mensen elkaar opzij duwen tijdens de solden.

Welvaart kan zoveel meer zijn dan de rusteloze hebberigheid waarmee mensen elkaar opzij duwen tijdens de solden of op Black Friday om toch maar dat ene koopje te bemachtigen. Welvaart kan meer zijn dan je machteloosheid tegenover een apparaat dat geprogrammeerd is om na een bepaalde tijd stuk te gaan en vervangen te worden.

De vrijwilligers in een repair café, de vakvrouw of –man in het atelier, zij laten iets zien van de rust die welvaart ook kan zijn. Hetzelfde gevoel krijg je wanneer je zelf je fiets kunt repareren.

Het gevoel dat de vervreemding verdwijnt. Het gevoel dat dingen die je dierbaar zijn, die de drager zijn van de grote verhalen van jouw odyssee, kunnen geheeld worden wanneer ze stuk zijn. Het gevoel dat er dingen zijn die kunnen blijven, en de diepe vrijheid die daarin rust.

Nochtans krijg ik de hele tijd de boodschap dat we alleen maar moeten willen groeien, tot in het oneindige. En dat is een absurde gedachte.

Er is een heel eenvoudige oefening die je kunt doen bij jezelf. Stel jezelf de vraag welke vijf dingen je echt nodig hebt om gelukkig te zijn. Probeer je er rustig op te concentreren, en geef dan het antwoord. Stel je daarna de vraag welke vijf dingen je zou vragen aan Sinterklaas. De kans is groot dat het vijf andere dingen zijn.

Het is maar een oefening en er zijn ongetwijfeld allerlei bemerkingen bij, maar het zegt iets over wat er echt toe doet in het leven. Het moet mogelijk zijn een model van welvaart te ontwerpen of te herontdekken dat meer aansluit bij de dingen die echt van waarde zijn.

Mensenplichten

Een tijdje geleden was ik aanwezig bij een manifestatie waarbij mensen in armoede het woord namen. Een vrouw las een brief voor. Ze vertelde over hoe ze ervoor gezorgd had dat de kleren voor haar kinderen bij iemand anders terecht zouden komen. En ze zei hoe ze zeker wist dat haar vader zich zou omdraaien in zijn graf als hij zou weten hoeveel spullen we vandaag weggooien. Ze had meer dan gelijk in haar verontwaardiging.

In een recent artikel zei Wolfgang Sachs het nog eens. Er zijn niet alleen mensenrechten, er zijn ook mensenplichten. En die hebben wat mij betreft te maken met het zoeken naar een model van welvaart dat de aarde niet uitput maar integendeel herstelt.

Hoe kun je rust vinden in het besef dat wat we ‘normaal’ vinden alleen maar kan bestaan door uitputting van de aarde, door toenemende ongelijkheid?

Hoe kun je rust vinden in het besef dat wat we ‘normaal’ vinden alleen maar kan bestaan door uitputting van de aarde, door toenemende ongelijkheid, en dus alleen maar een waardeloze welvaart kan zijn die enkel terechtkomt bij een deel van de mensheid? Als de norm een “imperiale” manier van leven is, die niet uitbreidbaar is naar iedereen en niet vol te houden is in de tijd, dan blijven alleen het onrecht en de rusteloosheid.

Welvaart is niet het idee dat sommigen nog een tweede en een derde SUV kunnen kopen. Welvaart is de wetenschap dat iedereen een dak boven het hoofd heeft, goed kan eten, naar school kan gaan en zelf een veilige plek kan zijn voor kinderen die opgroeien. Het rusteloze najagen van steeds meer en dat via een weg die al te veel mensen verder wegduwt in ongelijkheid maakt ons trouwens alleen maar ongelukkig en eenzaam.

Om thuis te kunnen komen heb ik liever de kast van mijn grootvader dicht bij me dan elk jaar een nieuwe kast. En de trui die ik van mijn beste vriend kreeg is gerepareerd door de vriendelijke kleermaker die steeds beter Nederlands spreekt. Daardoor kan ik me nog langer hullen in deze warmte.

De dingen van waarde hoeven niet weerloos te zijn. Er is een vorm van welvaart te bedenken die rechtvaardiger is en die ons minder ontheemd achterlaat.