De dodelijk verstikkende welles/nietes-formats van de media

Doornroosje kan me geen ruk schelen

© Brecht Goris

Bieke Purnelle

Ik word in mijn professionele hoedanigheid met regelmaat gebeld door journalisten om mijn licht te laten schijnen over deze of gene genderkwestie. Doorgaans hoopt de gestresseerde journalist, wiens deadline ik haast door de telefoon hoor hijgen, dat ik een duidelijk standpunt verwoord. Dat wij niet zozeer standpunten, maar vooral informatie en duiding te bieden hebben, wordt met een zucht ontvangen. Heel wat genderissues zijn doorheen de jaren uitvoerig en vakkundig gedocumenteerd en onderzocht; wij maken er een punt en een missie van om die nuttige info te verspreiden, ook bij twijfelende journalisten.

Kranten grossieren in “welles/nietes” en “het grote gelijk”-rubrieken, waarin mensen met een mijlenver uiteenlopende mening over een bepaald thema onverzoenlijk tegenover elkaar worden geplaatst. Ik heb er de pest aan, aan dat soort formats.

Alleen klinkt dat makkelijker dan het is. Het gebeurt dat ik de ijverige journalist terzake meedeel dat ik geen standpunt voor hem/haar in petto heb. Het gebeurt ook dat ik wel een standpunt heb, maar dat mijn standpunt ontgoochelt. Feministen en mensen die met gender bezig zijn worden namelijk geacht overal een uitgesproken en stellige mening over te hebben, op elke slak zout te leggen en zich vurig te verzetten tegen elk symbool, hoe onooglijk ook, van het gehate patriarchaat. Geen wonder dat de mythe van de mannenhatende feminazi hardnekkig overeind blijft.

Sinds kort is die verwachting aangedikt met het onnozele format van de tegenstelling. Kranten grossieren in “welles/nietes” en “het grote gelijk”-rubrieken, waarin mensen met een mijlenver uiteenlopende mening over een bepaald thema onverzoenlijk tegenover elkaar worden geplaatst. Ik heb er de pest aan, aan dat soort formats. Niet alleen omdat het weinig wezenlijks toevoegt aan een soms noodzakelijk debat, maar omdat het geen ruimte biedt voor enige nuance, noch voor begrip voor een andere visie.

De afgelopen week werd ik gebeld omtrent Doornroosje. Ik wist niet dat er een Doornroosje-rel gaande was, en schoot dus onprofessioneel in de lach toen de journalist in kwestie me meedeelde waarover hij mijn gedachten wenste te horen. Blijkbaar bestonden er mensen die Doornroosje (niet het personage, maar het sprookje) wilden afvoeren wegens misogyn en genderstereotyperend.

Nu zijn er altijd wel mensen te vinden die iets willen afschaffen of verbieden. Dat ze bestaan betekent niet dat we hen ernstig moeten nemen, bedacht ik in stilte. Maar dat zei ik niet. De man kon er ook niets aan doen dat iemand hem met deze opdracht had opgezadeld.

Om de arme man geen dure en schaarse tijd te laten verliezen, meldde ik hem meteen dat ik dat onzin vond, en dat ik niet de persoon was die hij zocht als hij op zoek was naar iemand die deze onnozele claim steunde. Maar de man bleek vastberaden en vroeg door. Ik deed m’n uiterste best om droog uit te leggen dat genderstereotypen de norm zijn in zowat elk sprookje, en bij uitbreiding elk schrijfsel van een paar eeuwen geleden, aangezien de gendernormen in die tijden nu eenmaal redelijk ver stonden van wat we vandaag aanvaardbaar vinden. Ik vertelde hem dat ik het zinvoller achtte om ons druk te maken over wat we vandaag aan kinderen voorschotelen. ‘Dus u bent eigenlijk een voorstander van Doornroosje?’, vroeg de man vertwijfeld.

Geen enkele feminist of genderexpert ligt ’s nachts wakker van Doornroosje of Assepoester. Wij liggen ‘s nachts wakker van seksueel geweld, flagrant alledaags seksisme en een veel te schamel vrouwenpensioen.

Dat ik geen wereldwijd verbod op elke kopij van Doornroosje wenste, kon blijkbaar enkel betekenen dat ik een vurige fan was van het sprookje. Ik sputterde tegen, waarop de man toegaf dat hij ook maar z’n best deed om deze opdracht, die hem van bovenhand was toegewezen, tot een goed einde te brengen.

De werkelijkheid was nochtans vrij eenvoudig: Doornroosje kan me geen ruk schelen. Het is een sprookje, voor het eerst gepubliceerd in 1634, maar wellicht nog ouder dan dat, en dus uiteraard niet meteen een schoolvoorbeeld van een genderbewust narratief. Net als pakweg de Ilias en de Odyssee, de bijbel, en ongeveer elk schrijfsel of vertelsel van eeuwen geleden. Net als de geschiedenis zelf bovendien.

Geen enkele feminist of genderexpert ligt ’s nachts wakker van Doornroosje of Assepoester. Wij liggen ‘s nachts wakker van seksueel geweld, flagrant alledaags seksisme en een veel te schamel vrouwenpensioen.

Kunnen we alstublieft eens ophouden met al die krampachtige en kwalijke pogingen om elke zin voor nuance, elk maatschappelijk thema en elke visie in een dodelijk verstikkend welles/nietes-format te dwingen? De klimaatactivist versus de klimaatnegationist. De voorstander van open grenzen versus de migratiehater. De feminist versus de seksist. Nature versus nurture. Het is onnozel, het is ontoereikend en het leert ons niets weinig. Het is kwaliteitsjournalistiek onwaardig. En het is bovendieneen spijtige verspilling van mijn en uw tijd.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Het is niet omdat politici met kieskoorts over elkaars voeten struikelen in hun pijnlijke pogingen elkaar te tacklen, zelden gehinderd door feiten of kennis terzake, dat media dat soort dwaze polarisering moeten overnemen. Als er al iets is wat ik volgaarne wil afschaffen, dan zijn het geen sprookjes, maar debiele mediaformats die de intelligentie en het denkvermogen van lezers beledigen.

Laat journalisten zich gewoon bezighouden met wat ze zouden moeten doen: maatschappelijk relevante thema’s en vragen ernstig onderzoeken, feiten checken en dubbelchecken, onderzoek vertalen naar mensentaal en autoriteit bevragen.

PS: Het spreekt vanzelf dat de vraag wat we vinden van de nieuwe bril van mevrour Rutten daar niet bij hoort.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift