Een brief aan Anne Provoost

Een auteur die argumenten levert tegen de vrije meningsuiting?

© Brecht Goris

‘Horen je extreem-rechtse buren wel bij de sterkste en de rijkste om ons heen? Waar vind ik in je betoog voorbeelden van hún gevoeligheden?’

Dierbare Anne Provoost,

In De Morgen van 27 december 2019 schrijf je een opiniestuk over vrije meningsuiting. Het is een ingekorte versie van een toespraak die je hield voor het jaarlijkse werkcongres van de Vlaamse Auteursvereniging. Ik ben daar niet naartoe geweest, congressen liggen mij niet zo, maar dat blijft toch een beetje een lam excuus. Naarmate de lectuur van je stuk vorderde, klonk in mijn hersens steeds luider de gedachte: man toch, je had daar moeten zijn om haar tegen te spreken.

Jij bent een uitstekende en volkomen terecht bejubelde schrijfster, al bijna dertig jaar nu. Dat staat hier niet om je te vleien, het is gewoon een feit en wie de hoge kwaliteit van je werk ontkent, getuigt van kwade wil of heeft geen verstand van literatuur.

Ik leef de wetten van mijn land na, maar ik ben het ten gronde niet eens met wettelijke beperkingen zoals het verbod op Holocaust-ontkenning.

Maar nu zie ik in mijn krant hoe een schrijfster die ik bewonder zich keert tégen de vrije meningsuiting. Een auteur die argumenten levert tegen de vrije meningsuiting, dat klinkt als een priester die het bestaan van God probeert te ontkennen. Of een Groene die ten strijde trekt tegen biodiversiteit.

Je kunt aanvoeren dat je helemaal niet tegen vrije meningsuiting bent. Alleen tegen absolute vrije meningsuiting. Dat vrije meningsuiting nooit absoluut is geweest en nooit absoluut zal zijn. Mag zijn.

Ik ben het daarmee niet eens. Ik vind dat wij de absolute vrijheid van meningsuiting op zijn minst moeten nastreven.

De meerderheid van vandaag, de minderheid van morgen

Ziehier enkele bezwaren tegen je argumentatie.

Je gooit twee beperkingen van vrije meningsuiting door elkaar.

  • Beperkingen op wat mensen zo al zeggen in de dagelijkse omgang.
  • Beperkingen die door wetten worden opgelegd.

Wat die tweede soort beperkingen betreft, je citeert enkele al bestaande wetten: het verbod op Holocaust-ontkenning bijvoorbeeld, of de antiracismewet. Ik ben een overtuigd democraat, dus ik probeer naar best vermogen de wetten van mijn land na te leven, ze zijn per slot van rekening door democratisch verkozen meerderheden goedgekeurd. Maar ik ben het ten gronde niet eens met dergelijke wettelijke beperkingen. Niet. Dat lees je goed.

Mijn argumentatie gaat zo. Als je probeert de vrije meningsuiting aan banden te leggen door middel van wetten, heb je twee problemen.

Een denkoefening: wat als meerderheid en minderheid wisselen, en een rechtse coalitie kritiek op collaboratie zou verbieden?

Het eerste probleem: de meerderheid van vandaag kan de minderheid van morgen zijn. Wetten kunnen worden gewijzigd, wetten kunnen worden opgeheven. Een deel van het democratische gelijk berust bij de meerderheid, het andere deel berust bij de minderheid en die twee kunnen wisselen.

Wat nu als bijvoorbeeld in 2024 Vlaanderen een coalitie N-VA en Vlaams Belang krijgt? Die, het is slechts een hypothese, een decreet goedkeurt dat kritiek op de collaboratie verbiedt? Probeer de denkoefening maar eens te maken, we hebben nog een jaar of vijf de tijd.

Het tweede probleem: als je door middel van een wet kritiek een of andere mening wilt verbieden, dan leg je het oordeel over die mening bij degene die zich door die vrije mening beledigd voelt. Dat leidt tot willekeur, terwijl wetten juist bestaan om willekeur zoveel mogelijk in te perken. Ik geef het voorbeeld van godslastering. De fanatiekste belijders van een of andere godsdienst vinden uitspraken altijd sneller blasfemisch dan lauwere gelovigen. Of dan ongelovigen.

Wat anderen nauwelijks opmerken, vinden die belijders een onduldbare gruwel. Verbieden die handel. Volg je dat, dan riskeer je door middel van wetten de hele vrije meningsuiting af te schaffen en dat zou het einde van de democratie zijn. Ik kan me niet voorstellen dat een auteur dat wenst. Dat jij dat wenst.

Discriminatie in woorden

En dan was er nog de beperking op wat mensen zeggen in de dagelijkse omgang. Hier is geen sprake meer van democratische meerderheden. Hier betreden we het domein van de gevoeligheden. Je geeft een paar voorbeelden: halfbloed, n-woord, wit-blank en dergelijke. Ik kan er daarnaast tientallen, zo niet honderden andere zetten die jij niet aanhaalt.

De grond van de zaak is dat we discriminatie in woorden moeten voorkomen. Discriminatie in daden evenzeer, maar dat is een ander verhaal.

Hebben zij niet vaak hun mond moeten houden? Hun rug moeten krommen? Waar vind ik in je betoog voorbeelden van hún gevoeligheden?

Woorden dus. Je mag niemand discrimineren. Niemand. Ik wil aannemen dat je het daarmee eens bent. Maar dan mag je onze extreem-rechtse medeburgers ook niet discrimineren. Dan heb je de heilige plicht ook hún gevoeligheden in acht te nemen. Niet te kwetsen. Niet het n-woord, maar ook niet het m-woord. Of het M-woord. Of het kM-woord. Enzovoort. Enzovoort.

Volgens jou hebben de mensen die reageren tegen een bepaald woordgebruik, ik citeer je, ‘iets meegemaakt’. ‘Ze hebben een verhaal, een problematiek, vaak zelfs een drama. Ze lijden aan wat de Britten chandelier pain noemen, dat is pijn op een plaats die, als je hem aanraakt, zo veel zeer doet dat een patiënt onwillekeurig opveert en in de luster gaat hangen’, schrijf je. Ik zou zeggen, ze zijn gediscrimineerd geweest casu quo worden gediscrimineerd. Het zijn niet onze sterkste of rijkste medeburgers.

Horen je extreem-rechtse buren wel bij de sterkste en de rijkste om ons heen? Met hun kleine pensioen? Hun geringe loon? Hun krappe appartement? Hebben zij niet vaak hun mond moeten houden, bijvoorbeeld op hun werk? Hun rug moeten krommen? Hebben zij niet aan den lijve ondervonden hoe hopeloos en vernederend werkloosheid is?

Waar vind ik in je betoog voorbeelden van hún gevoeligheden? Of kon je hun gevoeligheden niet opschrijven? Of wilde je het niet? Omdat die dan in botsing zouden komen met de gevoeligheden die je wél opschrijft? Die gangbaar zijn in je eigen kring?

Het komt me voor dat de voorbeelden die jij geeft deel uit maken van een soort canon. Een canon is altijd een uitsluitingsmachine, vind ik, daarom ben ik ertegen. Je hebt het zelf over, ik citeer, ‘groepen mensen waarvan de geschiedenis heeft bewezen dat ze kwetsbaar zijn voor uitsluiting.’ Sluit jij zelf je medeburgers niet uit die jaar na jaar na jaar een karig bestaan bij elkaar hebben gewroet en nog altijd nauwelijks rondkomen, en die daardoor extreem-rechts in de armen zijn gevallen?

Jij aanvaardt in je stuk bepaalde gevoeligheden en over andere rep je niet. Die sluit je uit. Dus discrimineer je. Maar het is net je bedoeling níét te discrimineren.

Aan het eind van je betoog zak je door de vloer. Ik citeer: ‘En valt het u op dat in geen tweeduizend jaar de vrijheid van spreken ooit absoluut was, en dat nu de vrouwen en de zwarten beginnen te praten hij ineens met grote urgentie absoluut moet worden?” Dit is een boosaardige suggestie, die nergens op slaat.

In de loop van je eigen stuk heb je het over Voltaire, die met vuur het recht verdedigde meningen te verkondigen waar hij het niet mee eens was. Voltaire leefde van 1694 tot 1778 en toen hadden de vrouwen zeer weinig te zeggen en de zwarten werden verkocht aan Hollandse en Britse slavendrijvers. Wie hen aan die schurken verkocht, moet je zelf maar eens opzoeken, het waren in geen geval Europeanen.

Voltaire was trouwens lang niet de enige in de tweeduizend jaren die ons voorafgaan. En zelfs meer dan tweeduizend jaar. Ik denk bijvoorbeeld aan het lange, revolutionaire want goden loochenende gedicht De Rerum Natura van Lucretius, tijdgenoot van Cicero, dat eeuwenlang werd doodgezwegen.

Dienaars van de censuur

Nog twee opmerkingen, ik heb er veel meer in het hoofd.

Eén. Ik citeer je: ‘De mensen die zich liberaal noemen, zijn de “zuiveren”. Ze zijn als een Grieks koor: ze geven commentaar, ze komen niet op de planken, ze houden hun handen proper.

De mensen die de vrijheid van meningsuiting willen beknotten vinden zichzelf moreel superieur.

Integendeel. Mensen die aansturen op de beknotting van de vrije meningsuiting, die vinden zichzelf juist zuiver. Zij zijn er heilig van overtuigd dat zij het grote gelijk aan hun kant hebben en zij eisen het recht op dat grote gelijk aan heel de samenleving op te dringen. Wie weigert hun gelijk te erkennen, wordt verketterd.

De mensen die de vrijheid van meningsuiting willen beknotten vinden zichzelf moreel superieur. Dat is vandaag niet anders dan vroeger. Door de eeuwen heen hebben de dienaars van de censuur altijd de vrije mening aangevallen in naam van hogere principes. De inquisitie. Lodewijk XIV met zijn dragonnades. Stalin. Goebbels. Er zijn honderden minder spectaculaire en recentere voorbeelden.

Nee, de mensen die zich liberaal noemen, zijn veeleer wat modderige democraten, compromissenbakkers, schipperaars, hele of halve loodgieters.

De taal van Trump

Twee. Waarom doorspek je je betoog met woorden uit de taal van Donald Trump? Ik kan moeilijk geloven dat jij een aanhanger bent van Donald Trump. Nu, je bent niet alleen, hoor. Niet te tellen zijn de progressieve intellectuelen die zowat om het andere woord iets meedelen in de taal van Donald Trump.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Je kunt opwerpen: het is niet alleen de taal van Donald Trump het is de taal van… Sta me toe hier zelf aan te vullen: de taal van Emily Dickinson, een der grootste poëtische genieën aller tijden. Tony Morrison. Jane Austen. En talloos veel anderen. Maar dan nog. Heb je dan geen enkel inzicht in de imperialistische culturele hegemonie van de Angelsaksische wereld? Die alles vermorzelt wat zich niet conformeert?

Wat zijn dat voor progressieve schrijvers en intellectuelen die door het stof kruipen voor de culturele oppermacht van New York en Londen? Hoe slaafs, hoe zelfgenoegzaam, hoe neokoloniaal is het om grotere, soms veel grotere talen als Mandarijn (900 miljoen moedertaalsprekers) of Spaans (400 miljoen moedertaalsprekers) te negeren? Hindi (800 miljoen moedertaalsprekers)? Arabisch (380 miljoen moedertaalsprekers)?

Ik wens je een gelukkig en literair vruchtbaar jaar 2020.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Schrijver & voormalig journalist

    Geert van Istendael (°Ukkel, 1947) studeerde sociologie en wijsbegeerte. Hij werkte bij het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, over ruimtelijke ordening.