Een oplossing voor de falende particratie?

We hebben nood aan een filosofisch parlement

© Charis Bastin

Bert Gabriels

De wetten in het oude Zuid-Italiaanse Locri, die gebaseerd waren op het principe van oog om oog, konden op voorstel van alle burgers worden gewijzigd, maar niet zonder risico. Ieder die een voorstel had om een nieuwe wet in te voeren, kreeg een strop om de nek, en als het voorstel geen meerderheid van stemmen haalde, werd de strop aangetrokken. Het gebeurde ongetwijfeld zelden dat iemand daar een zot ideetje in de groep durfde gooien.

Ik moest toch even aan Locri denken bij het lezen van de commentaren over de huidige politieke impasse. Het lijkt wel of elke partij in elke combinatie zeker is van politieke zelfmoord. De Belgische constructie laat blijkbaar niet toe dat er nog op een geloofwaardige manier aan een beleidsplan kan worden gewerkt.

Er wordt in verschillende commentaren met de vinger gewezen naar de partijpolitiek. De wispelturige kiezer maakt het partijen onmogelijk om op lange termijn te werken, en de voortdurende campagnemodus die daar een gevolg van is, maakt dat ze te zeer gebonden zijn aan hun eigen weinig realistische slogans. Je kan in dit geval inderdaad niet beweren dat “de democratie niet werkt”. Het is de particratie die hier faalt. Onze partijen zijn niet alleen onbekwaam tot het vormen van een regering of een beleid, dag na dag vernietigen ze ook nog hun eigen legitimiteit en en passant onze nationale welvaart. Ook politici zien dat, maar niemand krijgt de trend gekeerd.

De sleutel om partijpolitiek tegen te gaan, ligt mogelijk in de herwaardering van het parlement. Vuye klaagde de knechting van het parlement al meermaals aan, Carl Devos stelde een Angelsaksisch meerderheidsstelsel voor voor meer slagkracht, en Joël De Ceulaer stipt in zijn boek aan dat het parlement gewoon meer middelen nodig heeft om zijn werk van politieke controle te kunnen doen. Ik heb nog een idee, maar dan wat knulliger.

De Universele verklaring voor de Rechten van de Mens werd in 1789 niet door juristen geschreven, maar door filosofen.

Jonathan Israël noemt de Franse Assemblee Nationale tijdens de Franse Revolutie een “filosofisch” parlement. Lijkt me sowieso een fijne titel om te dragen en ook een nuttige insteek voor de huidige impasse.

Het was de zogenaamde filosofische fractie die de burger definieerde als vrij en gelijk, en die ook de representatieve democratie invoerde. Op 18 juni 1789 stelde ze voor om de Vertegenwoordiging van de Derde Stand om te vormen tot “Nationale Vergadering”. Er veranderde niets, iedereen bleef zitten en niemand veranderde van mening. Maar vanaf dat moment kwamen de ingezetenen niet meer op voor hun stand, maar voor het gehele volk. Een ruime meerderheid stemde voor. Dat was niet in het voordeel van hun fractie, of van welke groep ook. Het was een filosofisch gemotiveerde maatregel. Boerenverstand. Omdat het louter opkomen voor de eigen belangen geen oplossingen meer bood. Ook de Universele verklaring voor de Rechten van de Mens werd datzelfde jaar niet door juristen geschreven, maar door filosofen.

Het zal wel een zot idee zijn, maar stel dat we nu opnieuw zo’n filosofische fractie zouden hebben. Ook nu beschikken veel politici buiten hun partijtrouw nog altijd over boerenverstand.

Als men beweert dat niemand nog onpopulaire maatregelen durft nemen, en elke belastinghervorming gedoemd is te mislukken, is het dan niet handig om eens op papier te zetten wat dat is, een rechtvaardige belasting? Want laat ons eerlijk zijn, de Turteltaks of het rekeningrijden waren niet enkel een extra belasting, ze waren vermoedelijk ook onrechtvaardig.

Als de uitvoering van de hervorming van de arbeidsmarkt altijd weer verzandt in wederzijds wantrouwen inzake machtsmisbruik door bonden en werkgevers, moeten we dan niet eens op papier zetten wat een rechtvaardige verdeling is?

Als de regio’s in dit land mekaar niet meer vertrouwen, is het dan niet nuttig eerst overeen te komen aan welke voorwaarden een rechtvaardige solidariteit tussen regio’s moet voldoen? Dat de twee delen van onze ministaat “hopeloos verdeeld” zouden zijn, kan er bij mij wel ergens in, maar niet in mijn hoofd. Het zal wel dat een paar partijen zich vastgereden hebben door hun marketing volledig te laten steunen op het verketteren van mekaar, maar het blijft een flauw excuus om niet gewoon eens op papier te zetten dat nationale solidariteit er niet toe mag leiden dat de ene regio blijvend afhankelijk wordt van de andere, bijvoorbeeld.

En om terug te komen op de regeringsvorming, als blijkt dat de partijvoorzitters niet in staat zijn een regering te vormen, waarom leggen ze de vraag dan niet terug bij het parlement? Als de partijen een aantal personen voorstellen waaruit het parlement even heel eerlijk, in eer en geweten en dus liefst bij geheime stemming, de meest bekwame ministers moet kiezen, dan is de kans reëel dat ook echt de besten worden gekozen. Onze parlementairen zijn namelijk echt wel goed op de hoogte van wat er bij de mensen leeft, en kennen het talent van hun collega’s. Alleen wordt er op dit moment met al die kennis niks gedaan.

Om er voor te zorgen dat politiek een echte strijd tussen ideeën wordt, moeten we eerst die ideeën hebben. Dus ook nu hebben we nog af en toe nood aan een filosofisch parlement.

Trouwens, bij het opstellen van de Verklaring voor de Rechten van de Mens stelden een paar leden van de Vergadering voor om ook een een “Verklaring van de Plichten van de Mens” te schrijven. Daar kunnen we dan ook ineens aan beginnen, met voorop de plicht om bij te dragen aan je samenleving.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2643   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift