Een kerstbezinning over vlees en vrede

De periode van vrede op aarde is aangebroken, zo begint Tobias Leenaert zijn laatste column van 2015. Met de feestdagen in het verschiet, en met de hulp van een oude Griek, een Russische schrijver en een Duitser, onderzoekt hij of er een verband is tussen wat je eet en wie je bent.

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

De periode van vrede op aarde is aangebroken. Er zijn (zeer) tijdelijke wapenstilstanden en Kersttoespraken over hoe we met zijn allen kunnen samenwerken en samenleven.

Het lukt niet altijd allemaal even goed, maar we proberen toch, en misschien maken we, langzaam maar zeker, als een processie van Echternach, kleine vorderingen.

Maar deze goede intenties en vredeswensen ten spijt, liggen er straks op de feestborden duizenden kalkoenen, konijnen, koeien of wat dan ook, weggestopt onder saus en pruimen, of vermomd als tournedos.

Zou er werkelijk een verband kunnen bestaan tussen wat we eten en de vrede in de wereld?

Pythagoras — die van de stelling, jawel — zei lang geleden: ‘Zolang mensen dieren doden, zullen ze elkaar doden. Wie het zaad van moord en pijn zaait, kan geen vreugde en liefde oogsten.’ De Russische schrijver Leo Tolstoi ging in de 19de eeuw in dezelfde lijn verder: ‘Zolang er slachthuizen zijn, zullen er slachtvelden zijn.’ En Albert Schweitzer zei: ‘Tot hij het bereik van zijn mededogen vergroot naar alle levende wezens, zal de mens geen vrede vinden.’

Zou er werkelijk een verband kunnen bestaan tussen wat we eten en de vrede in de wereld? Of waren deze drie heren — en vele anderen — maar wat aan het mompelen, al dan niet onder de geestverruimende invloed van teveel paddenstoelen?

Los van politieke structuren, internationale overlegorganen, beter onderwijs, voldoende welvaart voor iedereen — ik som deze dingen maar op om te tonen dat ik geen naïeveling ben, weet u wel — hebben we voor een andere, mooiere, meer vredevolle en verdraagzame wereld vooral compassie nodig, denk ik. Compassie geeft ons de emotionele push (rationele overwegingen zijn ook nodig) om te geven om, te zorgen voor, rekening te houden met. Volgens sommige onderzoekers is compassie iets dat aangeleerd moet worden vanaf jonge leeftijd. Een beetje zoals taalkundige vaardigheden. We zouden er dus meer aandacht voor moeten hebben in onze opvoeding.

Er is veel kans dat u zich, ergens toen u nog heel jong was, vragen stelde bij het vlees op uw bord

En nu spring ik terug naar dieren eten. Misschien weet u het niet meer, maar er is veel kans dat u zich, ergens toen u nog heel jong was, vragen stelde bij het vlees op uw bord: Komt dat nu echt van een dier? Misschien heeft u het gehoord uit de mond van uw eigen kinderen, of neefjes of nichtjes: We eten konijn? Een konijn zoals tante in de tuin heeft? Een varken zoals in mijn boek? Een koe zoals die die in de wei staat? En is dat niet erg voor die dieren? Moeten ze daarvoor dood? Doet dat geen pijn?

Wat hier aan het werk is, is precies die compassie, ontluikend op jonge leeftijd, klaar om te groeien en zich te ontwikkelen. Het jammere is echter dat de meesten van ons een ontwijkend, nietszeggend, verbloemend of in het slechtste geval compleet leugenachtig antwoord op dergelijke vragen hebben gekregen — of geven: Dat is nu eenmaal zo. Mensen moeten vlees eten, anders gaan ze dood. Die dieren worden daarvoor gekweekt. Ze voelen geen pijn, dat gaat allemaal heel snel.

Da-aag, compassie! Je was blijkbaar toch niet nodig. Je bent niet zo belangrijk.

Dieren bevolken massaal de leefwereld van elk kind, in boeken, stripverhalen, filmpjes, pluchen beesten, enzovoort. Maar we vertellen onze kinderen dat ze zo helemaal anders zijn dan mensen. We zeggen dat die dieren niet voelen, en niet denken. En we geven kinderen de boodschap mee dat dieren daarom nauwelijks meetellen — zodanig weinig dat onze belangen en voorkeuren (inclusief de gustatieve) primeren op die van hen.

Ik kan me niet inbeelden dat zo’n opvoeding, waarbij we bijna letterlijk de compassie en empathie bij kinderen in de kiem smoren, zonder gevolgen blijft. Ik kan me voorstellen dat het beter kan. Dat we kinderen — met de gepaste woorden en op de juiste leeftijd — een ander verhaal kunnen vertellen. Dat we hun compassie kunnen koesteren en aanmoedigen in plaats van ze te trivialiseren.

En ik weet wel: ons hart constant openstellen voor alles en iedereen, en ons bewust zijn van alle leed in de wereld, dat is ook niet echt aangewezen. Daar gaan we van kapot. Dus we moeten ons wel voor een stuk afsluiten van de boze buitenwereld. Maar dat neemt niet weg dat we altijd oog kunnen blijven hebben voor wat rechtvaardig is en wat niet. En zeg nu zelf: wat is erger dan iemand die om een ander wil geven, zeggen dat ie dat niet hoeft te doen?

De volgende keer dat uw kind, nichtje, of de kleuter in uw klas vragen stelt over wat op haar bord ligt, kan u misschien even nadenken over wat u wil aanmoedigen: onverschilligheid of compassie.

Als afsluiter en als kerstbezinning wil ik u deze mooie boeddhistische wijsheid meegeven.

Alle levende wezens beven voor geweld. Allemaal zijn ze bang voor de dood. Allemaal houden ze van het leven. Zie jezelf in de anderen. Wie kan je dan kwetsen? Wat voor kwaad kan je dan doen?”

Ik wens u een vredevol einde van het jaar.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur