Een prachtig, Frans boek

“Civilisation”, een boek van de op en top Franse auteur Régis Debray, handelt over de veramerikanisering van onze maatschappij. Als weinig anderen slaagt hij erin aan te tonen dat de weldaden van de Amerikaanse beschaving schier onweerstaanbaar zijn. En wat van buiten de Amerikaanse kring komt, is van nul en gener waarde. Debray heeft het gnuivend over “French Shit”. Een vermakelijk boek, dat bij vlagen grootse inzichten biedt.

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Geert Van Istendael

MO*columnisten
Schrijver & voormalig journalist
17 juli 2017

Je ziet een boek liggen tussen duizenden boeken. Het is op en top Frans, dat boek: ivoorkleurige kaft, daarop een met dunne, zwarte strepen aangegeven rechthoek, waarbinnen, evenwijdig, dubbele rode strepen. De titel eveneens in rood, een fraaie, ouderwetse letter. Onderaan, binnen de rechthoeken, in het zwart: nrf en Gallimard. Niks geen franje. Geen portret, geen landschap. Abstractie.

Waarom zien alle kaften er niet zo uit? Het scheelt de uitgeverij hopen geld. Geen ontwerpers betalen, geen rechten betalen voor foto’s en andere ijdelheden. De ouwe Sartres en Saint-Exupéry’s die ik ooit tweedehands op de kop tikte, hadden exact dezelfde kaft en ze waren achevé d’imprimer in mijn geboortejaar of daaromtrent. Dit is volmaakt, bijgevolg tijdloos, bijgevolg hoef je het nooit te veranderen, bijgevolg kost het niets.

Maar net dit o zo Franse boek gaat over iets wat vele Fransen bitter stemt, over de Amerikaanse hegemonie op elk denkbaar gebied. Auteur is een op en top Franse intellectueel, niemand minder dan Régis Debray, de kerel die ooit optrok met Che Guevara en vele jaren later adviseur werd van president Chirac. Een linkse hond die muteerde tot rechtse hond? Je ziet het wel vaker. Maar of ik dit, zijn jongste boek, nou rechts moet noemen? Ik twijfel eraan.

De titel is: Civilisation. De ondertitel: Comment nous sommes devenus américains.

Opa Debray zegt dat we met ons allen Amerikaans zijn geworden en niet zo’n klein beetje en geloof nou maar dat opa Debray weet waarover hij het heeft.

Voorwaar een zwaar programma. Alsjeblieft niet tegensputteren, meisjes en jongens, of liever, filles et garçons. Opa Debray zegt dat we met ons allen Amerikaans zijn geworden en niet zo’n klein beetje en geloof nou maar dat opa Debray weet waarover hij het heeft.

O ja, hij weet waarover hij het heeft. Hij kent een paar wereldtalen, Spaans bijvoorbeeld en Engels, wat voor zijn generatie in Frankrijk allesbehalve een evidentie is. Hij bewondert oprecht het beste dat Amerika te bieden heeft. Hij noemt Miles David, William Faulkner, Ava Gardner, Dashiell Hammett en Orson Welles, maar dat is slechts een kleine greep. En hij is waanzinnig erudiet, maar dan niet van het type dat ivoren torens bevolkt. Hij kent zowel Hegel en Aristoteles als Michael Jackson en best burgers and shakes. Niet alleen weet hij waarover hij het heeft, zijn boek barst van grappige, verrassende, lichtjes cynische en soms brutale perspectieven en vergelijkingen. Het verlokt én het geeft je draaien om de oren. En laat dat nou net de methode zijn waarmee de Amerikanen hun wereldimperium groot hebben gemaakt.

Maar eerst dat grote woord: civilisation. Uitspreken op zijn Frans, alstublieft. In het Engels schrijf je het trouwens normaal gesproken met een z.

Beschaving dus. Een beschaving. Of liever, de beschaving.

Wie beschaving zegt, zegt leger en verovering. Wie beschaving zegt, zegt imperium. Bloedbaden. Verwoestingen. Grensoverschrijdingen ook. Zonder onnoemelijke, massale wreedheden, ontstaat niet zoiets als een beschaving, stelt Debray. Dat is een noodzakelijke voorwaarde, maar geen voldoende voorwaarde.

Even goed heb je een symbolische code nodig die je opdringt aan al wie je onderwerpt. Debray zegt het zo: Une forme de pensée, plus une force de frappe (p. 26). De Sovjet-Unie miste pijnlijk die symbolische overtuigingskracht. Miste, laten we het even simpel houden, miste hot dogs en Marilyn Monroe en Mc Do.

Beschavingen gaan onvermijdelijk ten onder, al hebben ze meestal een lang leven.

Om maar meteen zure anti-Amerikaanse opmerkingen de kop in te drukken, de Amerikaanse beschaving had vele voorgangers. Talloze beschavingen hebben de geschiedenis gesierd en ontsierd, bloederig en grandioos. Ze waren lang niet allemaal westers. We kennen allemaal het het Romeinse Rijk, maar je had ook de Abassiden en de Ottomanen, de Chinezen en de Inca’s (die hij eigenaardig genoeg niet vermeldt), en uiteraard het Spaanse imperium, het Britse imperium en nu dus het Amerikaanse imperium. Beschavingen gaan onvermijdelijk ten onder, al hebben ze meestal een lang leven. Het Ottomaanse rijk bijvoorbeeld, zong het uit van de veertiende tot de twintigste eeuw. Taai beest, maar het bestaat niet meer.

Een beschaving heeft gewonnen wanneer ze vanzelfsprekend wordt. Ze is niet langer een, maar dé beschaving. Restanten van oudere culturen blijven meestal wel bestaan, als randverschijnsel. Ook nemen ze onwillekeurig allerlei tics van de hegemonische beschaving over. Hegemonisch, dit wil zeggen dat alles wat de beschaving voorschrijft, wordt aangevoeld als natuurlijk, noodzakelijk, gewoonweg goed.

Een beschaving heeft gewonnen wanneer ze vanzelfsprekend wordt. Ze is niet langer een, maar dé beschaving.

Kijk maar.

De dollar is wereldwijd de referentiemunt. In onze kranten worden vreemd genoeg statistieken die slaan op Europa vaak uitgedrukt in dollars.

Onze kranten en nieuwsuitzendingen besteden uren en bladzijden aandacht aan mogelijke eventuele Amerikaanse presidentskandidaten, nog voor hun rangen uitgezuiverd zijn. Maar echte verkiezingen in pakweg Polen of Roemenië, daar vernemen we nauwelijks iets van en dat zijn lidstaten van de Europese Unie.

De lingua franca is onbetwistbaar Engels. Ik ben maar wat blij dat mijn strenge opvoeders mij de kennis van het Frans in de hersens hebben geheid. Dankzij hen kan ik moeiteloos heerlijke boeken als dat van Debray lezen. Maar veel jonge Vlamingen kijken me bevreemd aan, of liever, verveeld, als ik daarover begin. Frans, dat is toch zó passé. Alles wat niet Nederlands is, moet Engels zijn, en daarmee basta.

In het ander deel van ons taalgebied, in Nederland, grenst de adoratie van het Engels aan het belachelijke.

Je krijgt de indruk dat buiten de Angelsaksische wereld louter analfabeten wonen.

Ik ben geabonneerd op de elektronische krant De Correspondent. Uitstekende artikels lees ik er, geschreven door jonge, gedreven mensen. Maar ál de buitenlandse referenties waar ze naar verwijzen, allemáál, zijn uitsluitend gesteld in het Engels. Je krijgt de indruk dat buiten de Angelsaksische wereld louter analfabeten wonen. Wat geschreven en gedacht en gedrukt wordt in het Spaans of het Frans of het Arabisch of het Japans, het is quantité négligeable, want het hanteert niet de taal van de hegemonie. In de wetenschappen is die hegemonie totalitair. Maar zeldzaam zijn zij die het bevreemdt en zij worden door hun collega’s meewarig bekeken. Zonderlingen zijn het, achterhaald en dus bestraft door de tijd. Niet zonderling is het als je aan de universiteit Utrecht een onderzoeksproject over het werk van Multatuli indient in het Engels. Ik vind niets uit. Toen ik daar een opmerking over maakte, keek de prof me oprecht verbaasd aan.

Dat noem je hegemonie.

Régis Debray schrijft het best als hij het ene kleine voorbeeld op het andere stapelt en dan onverhoeds de sarcastische conclusie trekt. Als weinig anderen slaagt hij erin aan te tonen dat de weldaden van de Amerikaanse beschaving schier onweerstaanbaar zijn.

Debray strooit met grimmig plezier zout in Franse wonden. Hij heeft het gnuivend over French Shit.

Wie komt in opstand tegen de wasmachine, de mixer, de gps, de magnetron oven, de stofzuiger of de spijkerbroek? Zelfs zij die Amerika hartsgrondig haten, gaan betogen op sneakers en drinken achteraf cola. En wat van buiten de Amerikaanse kring komt, is van nul en gener waarde. Debray strooit met grimmig plezier zout in Franse wonden. Hij heeft het gnuivend over French Shit. Of over al wie uit alle macht probeert niet provinciaal te zijn (en dus zo Amerikaans. Probeert te zijn, lees globaal, mondiaal, modern). En juist daardoor te kijk staat als de totaal provinciaal. Of over kunstenaars die zonder enige twijfel uit de Franse wereld komen (bv. uit Québec of Senegal), maar in Parijs pas voet aan de grond krijgen omdat en nadat ze bekend zijn geraakt in New York.

Laten we eerlijk zijn, we zijn allemaal ziek in datzelfde bed.

Maar dit boek is niet enkel vermakelijk, het biedt bij vlagen grootse inzichten en op die bladzijden is Debray beter dan best.

Bijvoorbeeld als hij analyseert hoe de Amerikaanse hegemonie ons besef van tijd vervangt door een besef van ruimte. Hoe we ons Europese bewustzijn van het verleden in hoog tempo aan het verliezen zijn (of al verloren hebben), omdat instellingen die ons met dat verleden verbonden in staat van ontbinding verkeren. Hij noemt familie, school, eigen taal, kerk. Intussen staan we wel in contact met de hele planeet en kan iedereen ons op een paar meter na lokaliseren. Uiteraard heeft het nieuwe besef, dat van ruimte dus, onverbiddelijke geloofspunten. Het is streng verboden te twijfelen aan mondialisering en globalisering.

Ik wil uw leesplezier niet bederven door alles te verklappen wat dit boek zo prachtig maakt. Misschien nog één citaat. Peuples heureux n’ont pas d’histoire, placht mijn lieve moeder te zeggen, gelukkige volkeren hebben geen geschiedenis. Régis Debray vult dat bekende zinnetje aan met woorden van de door hem terecht vereerde dichter Paul Valéry, een van de allergrootste, van vorige eeuw, lees zijn verzen. Valéry keert de redenering om: ‘… la suppression de l’histoire rendrait les peuples plus heureux.’ De afschaffing van de geschiedenis zou de volken gelukkiger maken.

O, wat houd ik van deze rare republiek.

LEES OOK

Lou Gold (CC BY-NC 2.0)
Een onderzoeksrapport van Greenpeace brengt aan het licht hoe Belgische importeurs zich bevoorraden met illegaal hout uit Brazilië.
Foto: James Richardson - U.S. Air Force - CC0
De Franse verkiezingen hebben niet alleen in Frankrijk de gemoederen beroerd. Ook miljoenen Afrikanen volgden de verkiezingen op de voet.
© Brecht Goris
In 2018 en 2019 wordt hier opnieuw gevochten om onze stem. Maar veel mensen hebben hun geloof in de politiek verloren. Ze geloven niet meer dat er iets verandert, laat staan verbetert.
Chinese opschriften op een etalageruit, Hebreeuwse namen op een uithangbord, Turkse bakkers die ook groenten verkopen of een Marokkaanse snackbar met kapsalon, dit zijn stukjes identiteit van de ei

Meest recent van Geert Van Istendael

© Brecht Goris
De naschokken van de verkiezingsdreun in Duitsland
Eenvoudig wordt het niet om een regering samen te stellen na de verkiezingen in Duitsland, weet Geert Van Istendael.
De democratie onthoofd
Ze mepten er niet naast, de Spaanse politieagenten.
© Brecht Goris
Deutschland, was nun?
Dat Geert Van Istendael Duitsland en haar bevolking in het hart draagt is niet onbekend. Ook hij volgde met spanning de verkiezingen in het grootste land van Europa.
© Brecht Goris
Al dat moois, het is van iedereen
‘Van de pot gerukt. Gesjochten. Kierewiet.