Een samenleving die muren bouwt, is de weg kwijt

Ze zijn niet tastbaar, maar wie goed kijkt, ziet ze overal. De onzichtbare muren die onze steden en gemeenten doorkruisen. Het zijn de muren van de sociaaleconomische segregatie. Ze vallen samen met kanalen, straten, grenzen van wijken, schrijft Tine Hens. We zijn een samenleving van muren geworden.

  • © Brecht Goris © Brecht Goris
  • Raphaël Thiémard (CC BY-SA 2.0) Amper vijfentwintig jaar geleden leek de muur minstens zo prehistorisch als de dinosaurus. Het was een vergissing die we – met de hand op ons hart – niet snel meer zouden maken. Raphaël Thiémard (CC BY-SA 2.0)

Toen mijn vader in november 1989 thuis kwam van een reis naar Berlijn had hij het lelijkste souvenir ooit mee. Een brok beton met vegen roze, groene en blauwe verf op. Met de beste wil van de wereld – en wij waren opstandige pubers, dus veel goede wil hadden wij niet als het over vaderlijke cadeaus ging – viel er niets moois te ontdekken aan deze homp bouwafval. Maar mijn ouders legden de brok voorzichtig voor zich op tafel, keken er vol blijdschap naar en het ding kreeg tot slot een ereplaats op de kast.

Ik zal nooit die blik in de ogen van mijn ouders vergeten. Alsof daar op dat moment, met die steen tussen hen in, de oorlog die ze als kind hadden meegemaakt echt voorbij was. Alsof daar op dat moment de eerste steen werd gelegd van een nieuw tijdpark, een waarin de wereld een plek zonder prikkeldraad, grenzen, muren en slotgrachten zou zijn. Een waarin iedereen vrij zou zijn te gaan en te staan waar hij wilde, ongeacht afkomst, huidskleur of sociaaleconomische status. Een tijdperk waarin muren niet langer gebouwd maar neergehaald werden en waarvan de grillig gevormde brokstukken in musea of op schoorsteenmantels zouden belanden, of beter nog, overwoekerd zouden worden door parken, bomen en velden.

Samenlevingen die muren bouwen, zijn samenlevingen die de weg kwijt zijn

Samenlevingen die muren bouwen, zijn samenlevingen die de weg kwijt zijn, die hun angst en onmacht in steen gieten. De muur is de ultieme noodrem. Het is de reddingsboei van de machteloze, van de man die het al lang niet meer weet, wat extra testosteron in zijn spierballen spuit en daarna een dreigende vuist in de lucht steekt. Een muur mag er dan stoer, daadkrachtig en onoverkomelijk uitzien, hij is niet meer en niet minder dan een zwaktebod. In de geschiedenis eindigen de bouwers van muren meestal als lachwekkende stumperds, de mensen die op die muren beuken en ze slopen, leven verder als de anonieme helden, als zij die werkelijk stenen verlegden in de rivier.

Zo was het in Berlijn in 1989 gegaan. Amper vijfentwintig jaar geleden leek de muur minstens zo prehistorisch als de dinosaurus. Het was een vergissing die we – met de hand op ons hart – niet snel meer zouden maken.

Raphaël Thiémard (CC BY-SA 2.0)

Amper vijfentwintig jaar geleden leek de muur minstens zo prehistorisch als de dinosaurus. Het was een vergissing die we – met de hand op ons hart – niet snel meer zouden maken.

Maar de muur kwam weer. Sneller dan gedacht. De Nederlandse journalist Dick Wittemberg maakte de optelsom en gaf 2015 de wat twijfelachtige titel mee van het jaar van de muur. Niet minder dan zestien landen besloten verleden jaar te investeren in muren en grenshekkens. Niet om de eigen bevolking binnen te houden – zoals het geval was met het ijzeren gordijn – wel om alles wat vreemd en dus mogelijk slecht en onbetrouwbaar en extremistisch was buiten te houden.

Met financiële steun en technische supervisie van de Verenigde Staten bouwen ze in Tunesië een muur van tweehonderd kilometer op de grens met Libië; Hongarije ronselt nu professionele grenswachters voor zijn hekken op de grens met Servië en de nieuwe Britse minister van Migratie, Robert Goodwill, heeft zonet zijn goede wil getoond door de bouw goed te keuren van een muur van glad beton tussen de snelweg en de jungle van Calais. Opnieuw een muur om de eigen bevolking te beschermen tegen de wanhopige overlevingsdrift van vluchtelingen.

De zinsverbijstering van de huidige politiek, samengevat in de architectuur van een muur.

Maar Europa zou Europa niet zijn mocht er niet gedacht zijn aan het uitzicht en de uitstraling van die nieuwe muur op het continent. Zo voorziet men een plantenscherm aan een kant van de muur. Glad beton aan de ene zijde, klimop, een Engelse roos en wat lavendel aan de andere: het is de zinsverbijstering van de huidige politiek samengevat in de architectuur van een muur. Aan de ene wordt duidelijk gemaakt dat hij mag klauteren zo veel hij wil, hij is gedoemd om telkens weer in het stof te bijten; aan de andere wordt sussend getoond dat men alles perfect onder controle heeft, dat de veiligheid gegarandeerd is en dat die muur nog niet de slechtste is. Hij is groen, ja, zelfs ecologisch verantwoord, want kijk, er zoemen tegenwoordig ook bijen rond!

Het is en blijft een muur als schijnmanoeuvre en als bliksemafleider. Een muur heeft nog nooit iets opgelost. Een muur is altijd een probleem.

Onzichtbare muren

Veertigduizend kilometer. Dat is de totale lengte van alle muren op deze wereld. Dat is evenveel als de omtrek van de aarde. En dan hebben we het enkel over de reële, uit beton opgetrokken, met glasscherven afgeboorde en met camera’s uitgeruste muren. Naast deze zichtbare muren, zijn er de vele onzichtbare die onze steden en gemeenten doorkruisen. Het zijn muren die je niet ziet als je op de juiste sporten van de sociale ladder zit. Het zijn de muren van de sociaaleconomische segregatie. Ze vallen samen met kanalen, straten, grenzen van wijken.

Niets houdt de mens van de ene kant van de weg schijnbaar tegen om de andere kant te bereiken. Dat maakt die muren zo onbegrijpelijk en ook zo pijnlijk. Het vergt wat wilskracht, wat doorzettingsvermogen, wordt er gezegd, en toch blijken er in de praktijk glazen muren en plafonds op te rijzen op onze wegen en pleinen die ervoor zorgen dat mensen elkaar niet meer zo maar ontmoeten en dat publieke ruimte eerder ruimte voor een select publiek wordt.

Ik rekende het even uit voor een plek bij mij in de buurt. In vogelvlucht is het niet meer dan driehonderd meter van de sociale woonblokken boven op de berg naar het Openbaar Entrepot van de Kunsten aan het kanaal aan de voet van de berg. Het zijn driehonderd meter die de bewoners van de woonblokken zelden tot nooit overbruggen. Niet omdat het niet mag of kan, maar gewoon omdat het hun wereld niet is. Ze hebben de grens van die wereld zelf bepaald. Hij valt samen met de villawijk die als een slotgracht rond hun woonblokken ligt.

Ooit dacht men dat sociale mix vanzelf zou ontstaan door sociale woonblokken middenin villawijken te bouwen, de praktijk bewijst dat sociaaleconomische verschillen muren op zich vormen. De kinderen van de wijk lopen langs de tuinen en zwembaden van de villa’s als ze van school naar huis lopen. Maar ze blijven er niet hangen, ze worden er ook zelden uitgenodigd. Hun terrein is het speelveld dat bij hun appartementen hoort. Het is een openbare plek, maar de kinderen van de villa’s komen er nooit. Ergens tussen deze woonblokken en de alleenstaande huizen met tuinen kronkelt een muur. Het is een muur die ook door de klassen schiet waar deze kinderen in zitten en die verder loopt op de arbeidsplaatsen waar hun ouders werken. ’s Nachts poetst de m/v uit het woonblok het kantoor van de m/v uit de villawijk. Ze wonen op vijftig meter van elkaar maar ontmoeten elkaar nooit. Als de ene naar huis gaat, begint de andere aan zijn of haar taak.

Dit is maar een plek. Een hoekje op de kaart van de stad. Maar wie goed kijkt, ziet ze overal.

Dit is maar een plek. Een hoekje op de kaart van de stad. Maar wie goed kijkt, ziet ze overal. We zijn een samenleving van muren geworden, waarbij de onzichtbare muren hoger, langer en gladder zijn dan ooit.

Een vijftienjarige van wie de ouders tot het tien procent rijkste deel van de bevolking hoort, heeft 90 procent kans om in het ASO te zitten; maken zijn ouders daarentegen deel uit van het tien procent armste deel van de bevolking, dan heeft hij tachtig procent kans om in het BSO te zitten.

De gezondheid van een democratie valt af te lezen aan de sociale mix en mobiliteit binnen een samenleving. De wetenschappelijke rapporten zijn daarover redelijk eensgezind: niet de factor “diversiteit” ondermijnt het vertrouwen in een samenleving, wel de manier waarop die diversiteit georganiseerd wordt. Segregatie leidt tot wantrouwen en egelstelling.

Aan beide zijden van de onzichtbare muur.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift