En wat met de noden van slachtoffers van wanpraktijken bij interlandelijke adoptie?

Column

De maand van Miranda Ntirandekura Aerts

En wat met de noden van slachtoffers van wanpraktijken bij interlandelijke adoptie?

10 mei 2024
En wat met de noden van slachtoffers van wanpraktijken bij interlandelijke adoptie?
En wat met de noden van slachtoffers van wanpraktijken bij interlandelijke adoptie?

Deze week stemde het Vlaams Parlement over een nieuw adoptiedecreet. Psychologe en MO*columniste Miranda Ntirandekura Aerts noemt het een doekje voor het bloeden. ‘Geadopteerden, eerste ouders en hun families in de herkomstlanden moeten het stellen met holle woorden en loze beloftes.’

© Konstantinos Tsanakas

Miranda Ntirandekura Aerts: ‘Geadopteerden, eerste ouders en hun families in de herkomstlanden moeten het stellen met holle woorden en loze beloftes.’

© Konstantinos Tsanakas

Deze week stemde het Vlaams Parlement over een nieuw adoptiedecreet. Voor psychologe en MO*columniste Miranda Ntirandekura Aerts is het decreet een doekje voor het bloeden. ‘De noden van geadopteerden, eerste ouders en hun families in de herkomstlanden vormen daarin geen prioriteit voor de Vlaamse overheid. Zij moeten het stellen met holle woorden en loze beloftes.’

Het is een dinsdagochtend. Mijn eerste cliënt van de dag is Thierry*, een vijftiger met een stevig levensverhaal. Hij is geboren in Burundi en als kleuter geadopteerd in een Vlaams gezin.

Tijdens het kennismakingsgesprek stelde Thierry zichzelf voor als een ‘wandelend DSM’, omdat hij al een berg psychiatrische labels kreeg. Thierry kreeg meer dan acht diagnoses, om precies te zijn, maar met de meeste daarvan is hij het niet eens. (DSM staat voor: Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, een internationaal classificatiesysteem met criteria voor psychiatrische stoornissen, red.).

Ik vroeg hem waar hij zelf last van had. ‘Af en toe een psychose en een alcoholverslaving in het verleden’, was zijn antwoord. Hij voegt eraan toe geen mensen te vertrouwen en een hekel te hebben aan hulpverleners. Wel leerde hij dat hij soms met iemand moet praten om de storm uit zijn hoofd te houden.

Op dit moment ben ik die ‘iemand’.

‘Criminelen zijn het. Dit kan toch niet blijven doorgaan?’

Thierry en ik hebben al enkele gesprekken achter de rug. Zijn eerste levensjaren in Burundi waren redelijk zorgeloos. Zijn vertrek naar België was abrupt en zijn adoptiegezin allesbehalve een warm nest. Wat volgde, was een aaneenschakeling van een in- en uitgaan van verschillende jeugdzorginstellingen en (gedwongen) opnames in de psychiatrie. Zijn wantrouwen in de medemens is invoelbaar.

Gesjoemel

Bij zijn aankomst die dinsdagochtend is hij, in tegenstelling tot anders, te laat en erg geagiteerd. ‘Al dat gesjoemel met papieren en gezinnen die uit elkaar worden getrokken, dat was bij mij ook zo. Criminelen zijn het. Dit kan toch niet blijven doorgaan?’

Thierry vloekt meermaals. ‘Hoe kan het dat een getuigenis over een adoptie van een paar jaar geleden zoveel gelijkenissen vertoont met mijn adoptie van meer dan 40 jaar geleden?’

Nog maar recent ontdekte Thierry dat hij een zus heeft die ook werd geadopteerd en die in Wallonië opgroeide. Op het vliegtuig zaten ze blijkbaar nog naast elkaar, maar in België werden ze van elkaar gescheiden. De levenspaden van broer en zus kunnen niet harder verschillen. Zij kwam gelukkig wel bij een fijn gezin terecht.

De tirade van Thierry werd gevoed door een artikel in Het Laatste Nieuws. ‘Gerecht start onderzoek naar vervalste adoptie’, leest hij luidop de kop op de voorpagina voor. Het artikel gaat over een gerechtelijk onderzoek naar mogelijke fraude bij de adoptie van een tienjarige jongen uit Colombia die eind 2022 naar Vlaanderen kwam.

Vermoed wordt dat de adoptie tot stand kwam op basis van valse voorwendsels. Er is mogelijk sprake van schriftvervalsing. De adoptiemoeder wil de waarheid weten, maar voelt zich onvoldoende gehoord en gesteund door de betrokken instanties.

Iets later die dag herbeluister ik een interview met minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Hilde Crevits op Radio 1. Naar aanleiding van het artikel en de klacht van de adoptiemoeder vertelt ze hoe op 8 mei in het Vlaams parlement een nieuw adoptiedecreet gestemd wordt. Het ontwerp van dat decreet is intussen aangenomen door het parlement.

Het decreet zou de rechten van adoptanten en geadopteerden moeten veiligstellen, had Crevits in het Radio 1-interview gezegd. Ook stelde ze dat iedereen met vragen over zijn dossier nog altijd een melding kan doen. Het idee dat er zich ooit nog wanpraktijken bij adopties zouden voordoen, vond de minister onaanvaardbaar.

‘Wat een politiek gezwam’, was mijn eerste gedacht. De Vlaamse adoptiesector staat bekend om zijn gebrek aan transparantie, het ontbreken van of incorrecte persoonsgegevens in dossiers en medewerkers die niet altijd even deontologisch werken.

Het is pijnlijk om vast te stellen dat de focus op veiligheid en integriteit niet voor alle kinderen geldt.

Wie te veel vragen stelt en openlijk kritisch is, krijgt mogelijk te maken met manipulatie, intimidatie en discriminatie. Daar was ik zelf al getuige van. Het gaat bijvoorbeeld om ongepaste opmerkingen tijdens vergaderingen, bewust uitgesloten worden van overlegmomenten of coördinatoren die gericht leugens verspreiden om het werk van anderen te saboteren. Onprofessioneel gedrag wordt zelden gecorrigeerd en te lang getolereerd.

Eén keer liet ik een officieel schrijven opmaken door een advocaat. Als gewezen lid van het expertenpanel interlandelijke adoptie mocht ik me niet aansluiten bij een vergadering van de kamer adoptie van het Raadgevend Comité van het Vlaams Agentschap Opgroeien. De aanwezigheid van een witte collega in een gelijkaardige positie, vormde daarentegen geen probleem. Na dat schrijven was ik plots wel welkom aan de vergadertafel, maar een opvolggesprek om de zaken uit te praten is er nooit gekomen.

Teleurstellend, maar geen verrassing

Dat de focus van het nieuwe decreet ligt op het behoud van interlandelijke adoptie is een teleurstelling, maar geen verrassing. Een basiskrijtlijn van het decreet is namelijk het volgende:

‘De Vlaamse regering gelooft in een toekomst voor interlandelijke adoptie en heeft geenszins de bedoeling om interlandelijke adoptie stop te zetten of te laten uitdoven. Ze herbevestigt dat daarbij het belang van het kind vooropstaat. Adoptie is in de eerste plaats de zoektocht naar een gepaste thuis voor een kind.’

Dat de minister en haar collega’s uit de Vlaamse regering duidelijk kiezen voor het behoud van interlandelijke adoptie impliceert dat ze het bijbehorende risico op wanpraktijken ondergeschikt vinden. Van het streven naar nultolerantie bij fouten en het hanteren van een voorzorgsprincipe wordt geen prioriteit gemaakt.

Meermaals al werd de suggestie gedaan, onder meer door Freya Van den Bossche (Vooruit), om binnen adoptie, net zoals in de kinderopvang, het voorzorgsprincipe toe te passen. De voorzorgsmaatregel binnen kinderopvang laat het Agentschap Opgroeien toe om binnen de opvang de veiligheid en integriteit van kinderen voorop te stellen. Als er indicaties zijn van inbreuken, kan er snel actie worden ondernomen, zoals de (tijdelijke) schorsing of opheffing van een vergunning.

Het lijkt me evident dat we geen risico’s nemen als het gaat om de veiligheid en integriteit van kinderen. Maar het is pijnlijk om vast te stellen dat dit niet voor alle kinderen geldt.

De voornaamste veranderingen in het nieuwe decreet zijn de werking en taken van de al bestaande actoren, zoals het Vlaams Centrum voor Adoptie en Steunpunt Adoptie. Ook gaat het over de nieuwe (nog te erkennen) adoptiedienst voor interlandelijke adoptie en het gezamenlijke voorbereidingstraject voor pleegzorg en adoptie dat vanaf 2026 operationeel moet zijn.

Daarnaast zal er een adviescomité worden opgericht, dat vooral zal bestaan uit leden uit de sector en externe experten. Afhankelijk van de vraag zal er ook een vertegenwoordiger van adoptanten of geadopteerden kunnen aansluiten.

Maar als men écht het belang van het adoptiekind centraal wil stellen, moet er dan niet standaard een geadopteerde aansluiten in het adviescomité? En wat met de vertegenwoordiging van de eerste ouders? Die zijn opnieuw vergeten in het nieuwe decreet.

In wiens belang?

Op vlak van zorg en begeleiding voor het merendeel van de geadopteerden die ondertussen meerderjarig zijn en mogelijk slachtoffer zijn van fraude en wanpraktijken is er bovendien niets structureels opgenomen. Nochtans engageerden verschillende geadopteerden zich in werkgroepen ter voorbereiding van het nieuwe decreet. Zo lijkt het wel alsof ze louter gebruikt werden om gratis kennis en input te komen delen. Ook dat is een bekende tactiek in de sector.

‘Mijn vader is een gebroken man. Hoe help je een ouder te herstellen van het feit dat zijn kinderen gestolen en verkocht werden?

Uiteraard zal de sector dat tegenspreken. Het Afstammingscentrum, het aanspreekpunt voor vragen over afstamming en verwantschap, zal een tijdelijke projectsubsidie krijgen om enkele extra trajecten te kunnen begeleiden. Ook het Steunpunt Adoptie zal een tijdelijke projectsubsidie krijgen om adviezen verder uit te werken, zonder enige duidelijkheid over hoe die geïmplementeerd zullen worden. Die tijdelijke steun is niet te vergelijken met de miljoenen euro’s die de adoptiedienst aan jaarlijks werkingsbudget zal krijgen.

Wil je weten in wiens belang interlandelijke adopties zijn, kijk dan naar wat in de regelgeving verankerd wordt, welke actoren structureel werkingsbudget krijgen en welke diensten ze aanbieden per doelgroep. De noden van geadopteerden, eerste ouders en hun families in de herkomstlanden vormen daarin geen prioriteit voor de Vlaamse overheid. Zij moeten het stellen met holle woorden en loze beloftes.

Ook de Vlaamse Raad voor Welzijn, Volksgezondheid en Gezin (WVG), dat advies gaf over het voorontwerp van het decreet, spreekt over een gemiste kans. WVG adviseerde, net zoals het expertenpanel, om over te gaan tot de oprichting van een (tijdelijk) Vlaams erkennings- en bemiddelingscommissie voor wanpraktijken bij interlandelijke adopties.

Die visie deel ik. Het wantrouwen ten opzichte van de adoptiesector is groot. Dat mensen bij twijfel of vragen een melding kunnen doen bij het Vlaams Centrum voor Adoptie voelt voor velen aan als een doekje voor het bloeden en neigt naar zelfcensuur.

Wat de zaak van de Colombiaanse jongen betreft, gaf Abderrahim Lahlali, de advocaat van de adoptiemoeder, aan dat er geen enkele vorm van herstelbemiddeling is geweest. Hij stelt dat de overheid meer zou moeten doen in zulke dossiers. Daar sluit ik me volledig bij aan.

Voor we onze sessie afronden, stelt Thierry nog enkele prangende vragen. ‘Waar kan mijn Burundese familie terecht voor psychosociale ondersteuning?’

Zijn moeder in Burundi werd 40 jaar geleden door een Belgische pater onder druk gezet om hem en zijn zus af te staan. Ze kreeg daarbij de belofte dat ze op hun 18 zouden terugkeren. Toen hun vader van zijn werkdag thuiskwam, waren zijn twee jongste kinderen weg. De situatie ontwrichtte de hele familie en de emotionele schade is enorm.

‘Mijn vader is een gebroken man. Hoe help je een ouder te herstellen van het feit dat zijn kinderen gestolen en verkocht werden? Wie bekommert zich om zijn belangen? En die van de vele andere families wereldwijd?’

*Thierry is een fictieve naam, gekozen door de cliënt zelf om de anonimiteit te bewaken.

Tags