Dossier: 

Fake news en Allochtonië

public domain (CC0)

 

H et was zomer 2016, komkommertijd voor de media. Een aantal zuidelijke steden in Frankrijk had een boerkini-verbod afgekondigd. De beelden toonden hoe de vrouw haar tuniek uitdeed. De vrouw was of leek alleen te zijn. Ze had geen doek bij, tas of parasol. Best eigenaardig voor iemand die aan zee zit te zonnen. Maar niemand had daar vragen bij.

De beelden gingen de wereld rond. Ze zorgden voor een golf van verontwaardiging en een storm aan artikels over het boerkini-verbod. Er doken andere beelden op van Franse politieagenten die vrouwen met hoofddoek van het strand wegstuurden.

Ook wanneer het niet over moslims gaat, gaat het toch over moslims.

“Het debat” was wekenlang het hoofdthema, niet alleen in de Franse pers maar wereldwijd en natuurlijk ook bij ons.

In ons kleine België zijn we de voorbije jaren van de ene heisa rond moslims na de andere gegaan. Van de hoofddoek naar de boerka. Van het ritueel slachten naar de boerkini. Van vastende kinderen naar radicaliserende kleuters. En ook wanneer het niet over moslims gaat, gaat het toch over moslims. Denk maar aan uitspraken en artikels over de superieure beschaving of de discussies over de scheiding tussen kerk en staat.

De aanslagen in Frankrijk en in België hebben uiteraard de polemiek rond gebruiken, rituelen en tradities van moslims gevoed. De wonde was diep en mocht vooral niet helen.

Fake news betekent niet noodzakelijk leugens vertellen. Fake news is niet alleen vervalsing van nieuws, is niet alleen gebeurtenissen manipuleren of verzwijgen. Fake news is ook gebeurtenissen uitlokken of ronduit fabriceren om de publieke opinie te beïnvloeden. In dat opzicht is fake nieuws niet het werk van journalisten maar eerder van invloedrijke mensen of organisaties die het “debat” in de samenleving in een richting willen duwen die hun belangen dient. Daar doen niet alleen politici aan mee maar ook intellectuelen en zelfs universiteitsprofessoren.

De media laten zich uiteraard graag gebruiken. Migranten, vreemdelingen, allochtonen, moslims, ze zijn gemakkelijke en rendabele onderwerpen voor onze kranten en tijdschriften. De opiniepagina’s staan er vol van. Wie wil gelezen of gehoord worden moet maar het woord moslim, allochtoon of Marokkaan in de titel of in de inleiding vermelden. Een strategie die haar succes heeft bewezen. Of het nu over literatuur gaat, politiek, onderwijs of werkloosheid, media bewijzen telkens weer dat ze vindingrijk zijn wanneer het erop aankomt om lezers aan te trekken.

Dat de schade voor de betrokken gemeenschappen enorm groot is, is blijkbaar bijzaak. Het wordt gezien als collateral damage die er maar bij moet genomen worden. Of beter, er wordt wel eens gebeld naar de ene of andere allochtoon/moslim met de vraag om te reageren. En zo komen er nieuwe bijdragen bij, om te ontkennen, te weerleggen of te protesteren.

Het debat, of eerder het geruzie wordt op die manier zo lang mogelijk uitgerekt, tot een ander thema opduikt. En dan zijn we weer vertrokken voor een nieuw onvruchtbaar “debat”.

De eigen agenda zelf bepalen en niet door anderen laten vastleggen, blijft de uitdaging.

Is dit een pleidooi om maatschappelijke kwesties te verzwijgen of uit de weg te gaan? Helemaal niet. Politici, Journalisten en opiniemakers weten ondertussen dat het geen zin heeft om problemen of maatschappelijke kwesties te culturaliseren. En toch doen ze dat, voortdurend.

Het is voor de journalist die zich niet door de waan van de dag wil laten leiden en misleiden enorm moeilijk om weerstand te blijven bieden en deze vicieuze cirkel te doorbreken. Het is niet gemakkelijk om te weten wat de beste manier is om met de terugkerende polemieken om te gaan.

Het is dan begrijpelijk dat veel interessante stemmen met een migratie-achtergrond de voorbije jaren zich uit het publieke debat hebben teruggetrokken. De vraag blijft echter of zich volledig terugtrekken de juiste strategie is om weerstand te bieden. De eigen agenda zelf bepalen en niet door anderen laten vastleggen, blijft de uitdaging.

Allochtonië en het Midden-Oosten

Het lokale staat niet los van het globale. En hier spreek ik niet over landen waar journalisten belet worden om hun werk te doen, of vervolgd worden omdat ze juist en nauwkeurig willen berichten. Ik heb het over democratieën waar persvrijheid gegarandeerd is.

Want welk soort nieuws produceren onze media over het buitenland? Welke soort gebeurtenissen krijgen aandacht en welke niet? Op welke manier wordt er over bepaalde gebeurtenissen bericht?

Er worden zaken op hoog niveau beslist waar we als burgers weinig vat op hebben.

In het debat rond deradicalisering komt de voedingsbodem van het probleem nauwelijks aan bod. Er wordt gedaan aan symptoombestrijding. Het geopolitieke verhaal wordt soms aangehaald maar niet op een consequente manier en ook hier zijn de media niet kritisch genoeg ten opzichte van het beleid.

Er worden zaken op hoog niveau beslist waar we als burgers weinig vat op hebben. We worden wel af en toe geconfronteerd met situaties waarbij regeringen of politieke leiders zich ongemakkelijk voelen. Ik denk hierbij aan de beelden die IS in oktober 2014 vrijmaakte waarbij wapens die de VS hadden gedropt boven Kobani in Syrië en die bedoeld waren voor de Koerdische strijders in handen van IS eindigden. Of aan de gecrashte helikopter boven Benghazi in Libië in jullie 2016 waarbij drie Franse soldaten omkwamen.

In het eerste geval kwam de wapendrop aan bod vooral omdat het in handen van IS kwam. In de tweede hadden de Franse autoriteiten altijd ontkend dat ze militair actief waren in Libië en dat ze met Khalifa Haftar, de sterke maar controversiële man in het oosten van het land, zouden samenwerken.

Opvallend was dat vooral het feit dat die wapens in de verkeerde handen waren gevallen uitgebreid aan bod kwam in de media. Over de wapenlevering zelf en het Amerikaanse beleid ten opzichte van de burgeroorlog in Syrië werden er weinig vragen gesteld. En had de andere partij in Libië de beelden van de gecrashte helikopter niet vrijgegeven dan zouden we waarschijnlijk nooit iets geweten hebben van militaire samenwerkingen.

Vaak zijn zulke voorvallen aanleiding tot mediarellen maar al te vaak waait het allemaal weer weg en keren de media terug naar hun oude gewoontes. Inspelen op straffe of provocerende uitspraken, inspelen op straffe of provocerende tweets.

Samira Bendadi las deze column voor tijdens de MO*lezing ´Écht nieuws in tijden van conflict’, met Amira Hass (Haaretz) en Laila Ben Allal (CNN) in de Roma in Antwerpen op 5 december.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur