Het privilege van kennis. Mijmeringen uit Dakar.

MO*columniste Anya Topolski reisde afgelopen maand naar Senegal en bezocht er onder andere “La maison des Esclaves”, een trieste herinnering aan de slavernij. Het raakte raakte haar dieper dan ze verwacht had. ‘Zelfs een maand later vind ik niet de woorden om uit te drukken wat ik daar zag en voelde, en ben ik overmand door verdriet.’

  • © Brecht Goris Anya Topolski © Brecht Goris
  • © Anya Topolski © Anya Topolski
  • © Anya Topolski Terwijl de Amerikanen weigerden onrechtvaardig geregeerd te worden door Groot-Brittannië en de Fransen in opstand kwamen tegen het onrechtvaardige bewind van de monarchen, werden zwarte Afrikanen, onder wie vrouwen en kinderen, vaak in mensonterende omstandigheden maandenlang opgesloten in dit “huis”, voordat ze werden verkocht en als eigendom werden getransporteerd naar Amerika. © Anya Topolski
  • © Anya Topolski © Anya Topolski
  • © Anya Topolski ‘wijsheid is als een baobab; de hand van één persoon kan hem niet omarmen, zijn wijsheid moet collectief zijn’. © Anya Topolski
  • © Anya Topolski De ruimte in La maison des sclaves waar kinderen werden vastgehouden tot ze naar hun eigenaars in Amerika werden getransporteerd © Anya Topolski

I

k pijnig mijn hersenen, terwijl ik me best schuldig voel. Hoe heette mijn lerares Engels uit het zesde leerjaar ook alweer? Ik heb al jaren niet aan haar gedacht. Toen ik vorige maand Dakar, Senegal bezocht, realiseerde ik me dat zij de persoon was die me mijn roeping heeft helpen ontdekken.

Op mijn Franstalige basisschool in Canada hadden we een aparte leraar voor Engels. Zij was, net als mijn ouders, een immigrant die, ook net als mijn ouders, benadrukte hoe belangrijk het was om de talen van haar nieuwe land te leren. Ik herinner me haar als inspirerend, maar ook best streng. Ze verwachtte veel van ons.

We moesten veel lezen, wat niet makkelijk was, aangezien Engels voor de meeste van ons de tweede of derde taal was. Maar één boek dat ze ons liet lezen, heeft mijn leven veranderd. Zelf dertig jaar later kan ik het me scherp voor de geest halen. Harriet Tubman: Conductor on the Underground Railroad, door Ann Petry.

Voor hen die het niet kennen: het boek vertelt het verhaal van Harriet Tubman, een zwarte vrouw die in de Verenigde Staten van 1820 geboren werd als slaaf. Volgens de volkstelling die dat jaar werd gehouden, bestond 1,5 van de 10 miljoen inwoners van de VS uit slaven, ongeveer 15%. Tubman – wiens verhaal dit jaar herdacht wordt op het 20$-biljet en daarmee ironisch genoeg slavenhouder Andrew Jackson vervangt – ontsnapte uit slavernij en werd “conducteur” op de geheime Underground Railroad die slaven hielp het Zuiden te ontvluchten naar het Noorden, waar ze “vrij” zouden zijn, tenminste van de fysieke ketenen van slavernij en racisme.

Ik weet niet waarom dit boek zo’n indruk op me gemaakt heeft. Was het omdat dit één van de eerste boeken was die ik las met een vrouwelijke heldin? Was het omdat de Underground Railroad vaak eindigde in Canada? Omdat Tubman haar leven wijdde aan de strijd tegen onrechtvaardigheid, zelfs nadat ze haar eigen vrijheid had gewonnen? Was het omdat naar haar verwezen werd als de Mozes van haar volk, wat aansloot bij mijn – toen nog latente – Joodse identiteit? Of was het omdat ik voor de eerste keer werd geconfronteerd met de geschiedenis van systematisch structureel racisme?

© Anya Topolski

 

Wat de reden ook was, na het lezen van dit boek werd ik een gretige lezer. Ik las elk boek over slavernij dat ik kon vinden. Ik weet nog dat mijn ouders bezorgd en ongerust waren en dat mijn lerares tegen hen zei dat het wel goed zou komen, dat zij dergelijke dingen ook gedaan had als kind.

Wat ik toen niet begreep, was dat mijn ouders zich eigenlijk meer zorgen maakten om iets anders. Ze waren bang dat ik te weten zou komen over de verschrikkelijke misdaden die slechts een halve eeuw eerder tegen de Joden waren begaan. Mijn ouders wilden me beschermen tegen mijn eigen geschiedenis.

Kennis, vooral over je eigen verleden en cultuur – of het nu positief of negatief is – een privilege is dat (helaas) maar weinigen is gegeven.

Toen ik met kinderen in Senegal sprak, realiseerde ik me dat kennis, vooral over je eigen verleden en cultuur – of het nu positief of negatief is – een privilege is dat (helaas) maar weinigen is gegeven. En hoewel ik vaak gewild had dat ik de kennis (en dus verantwoordelijkheid) niet had, realiseer ik me ook dat ik er niet aan kan en niet mag ontsnappen. Ik moet het juist delen en zo hopelijk de last kleiner maken.

© Anya Topolski

‘wijsheid is als een baobab; de hand van één persoon kan hem niet omarmen, zijn wijsheid moet collectief zijn’.

Bij deze gedachte moet ik denken aan het prachtige spreekwoord over baobab bomen, bomen met enorme stammen die tot 1600 jaar oud kunnen worden, dat Mogobe Ramose, een Zuid-Afrikaanse professor uit Limpopo met me deelde: ‘wijsheid is als een baobab; de hand van één persoon kan hem niet omarmen, zijn wijsheid moet collectief zijn’.

Tot ontzetting van mijn ouders kwam ik binnen het jaar meer te weten over de Shoah. Mijn vader, die als hij zijn school had afgemaakt zeker geschiedkundige was geworden, had een bibliotheek vol boeken over WOII, en, erger, afbeeldingen over de Shoah. Toen ik erachter kwam wat er in die boeken stond, kon ik er niet meer langs lopen. Het is mogelijk dat ik te jong was om te begrijpen wat ik zag en las.

Ik herinner me wel één naïeve gedachte, waardoor ik uiteindelijk biochemie ben gaan studeren. Ik was er namelijk van overtuigd dat er iets mis was met de hersenen van de mensen die zulke vreselijke misdaden hadden begaan in zowel de slavernij als de Shoah, en dat ik – zoals Marie Curie Sklodowska, een heldin voor alle Poolse meisjes – de oplossing zou vinden. Tegelijkertijd legde ik, misschien opnieuw omdat ik te jong was om alles te verwerken, het verband tussen de slavernij en de Shoah – een verband waar ik eeuwig dankbaar voor zou zijn.

Toch realiseerde ik me het verband tussen deze twee geschiedenissen niet volledig tot deze maand, na een week te hebben doorgebracht in Dakar, Senegal – en met name na het bezoeken van La Maison Des Esclaves op het Île de Gorée (de naam Gorée komt van het Nederlandse goede reede). Hoewel ik wat ik zag en ervaren heb in Senegal niet wil reduceren tot de slavernijgeschiedenis zoals we de Poolse geschiedenis ook niet reduceren tot Auschwitz, kan ik niet ontkennen dat ik me altijd “geroepen” voelde om een bezoek te brengen aan deze plek die de verschrikkingen van de slavernij symboliseert.

© Anya Topolski

Terwijl de Amerikanen weigerden onrechtvaardig geregeerd te worden door Groot-Brittannië en de Fransen in opstand kwamen tegen het onrechtvaardige bewind van de monarchen, werden zwarte Afrikanen, onder wie vrouwen en kinderen, vaak in mensonterende omstandigheden maandenlang opgesloten in dit “huis”, voordat ze werden verkocht en als eigendom werden getransporteerd naar Amerika.

La Maison Des Esclaves stamt uit 1776. Terwijl de Amerikanen weigerden onrechtvaardig geregeerd te worden door Groot-Brittannië en de Fransen in opstand kwamen tegen het onrechtvaardige bewind van de monarchen, werden zwarte Afrikanen, onder wie vrouwen en kinderen, vaak in mensonterende omstandigheden maandenlang opgesloten in dit “huis”, voordat ze werden verkocht en als eigendom werden getransporteerd naar Amerika.

Er wordt geschat dat meer dan drie miljoen mensen de dood vonden tijdens hun gevangenschap of transport over de Atlantische oceaan. Minstens twaalf miljoen mensen werden tot slaven gemaakt – meer dan de totale bevolking in de Verenigde Staten in 1820.

© Anya Topolski

 

La Maison des Esclaves raakte me dieper dan ik verwacht had. Zelfs een maand later vind ik niet de woorden om uit te drukken wat ik daar zag en voelde, en ben ik overmand door verdriet. Ik herinner me steeds de woorden die er op de muur geschreven stonden: ‘Vandaag… Angst dat ze geprobeerd hebben ons te laten geloven dat er niets gebeurd is in Auschwitz en Dachau. Morgen… Hoeven ze niet eens meer te beweren dat er niets gebeurd is in Gorée’.

Het verband tussen slavernij en de Shoah dat ik decennia geleden gelegd had een verband waarnaar ik jarenlang onderzoek gedaan heb, geïnspireerd door Hannah Arendt’s analyse van de relatie tussen kolonialisme en totalitarisme, wil ik niet vergeten. Het citaat waarschuwt ons over het verlangen te vergeten, uit te wissen, te ontkennen – en dat het risico hierop veel groter is in Gorée dan in Auschwitz. Gedurende mijn tijd in Dakar realiseerde ik me hoezeer dit waar is, om verschillende redenen.

La Maison Des Esclaves was de eerste plek in Afrika die erkend werd als UNESCO-werelderfgoed.
We moeten ons afvragen hoe het komt dat zo weinig plaatsen in Afrika op de werelderfgoed lijst staan.

De eerste van deze redenen is dat we niet echt willen weten wat er in Gorée gebeurd is. Toen La Maison Des Esclaves in 1978 tot UNESCO-werelderfgoed werd verklaard, was het de eerste plek in Afrika die erkend werd. We moeten ons afvragen hoe het komt dat zo weinig plaatsen in Afrika op de werelderfgoed lijst staan. Bovendien zou men verwachten dat dergelijke erkenning – zoals in Gorée – ervoor zorgt dat een plek een leerzame gedenkplaats wordt.

Toch waren er in La Maison des Esclaves minder dan twintig korte paragraafjes om te lezen. Bordjes die aangaven wie in welke cel werd gehouden, waaronder waar kinderen en volwassenen “vetgemest” werden, zodat ze hopelijk genoeg wogen om als slaaf verkocht te worden, waren nauwelijks leesbaar. Als ik niet al over de geschiedenis had geweten, dan had ik nooit begrepen wat ik daar had gezien. Men zou natuurlijk kunnen aannemen dat de bezoekers er al genoeg van wisten. Maar nadat ik zowel op straat als op de universiteit met verschillende mensen gesproken had, bleek dat dit lang niet altijd het geval was.

Ik leerde over een andere reden tijdens gesprekken met onderzoekers van de Université Cheikh Anta Diop de Dakar — Sénégal (UCAD). Zij wezen me op de tragische asymmetrie tussen kennis over zwarten in de VS en Joden in Europa in vergelijking met Afrika – zowel in Afrika als daarbuiten. Zelfs voordat ik naar Dakar ging, was ik verbaasd hoeveel door Afrikaanse auteurs geschreven boeken niet langer werden gepubliceerd of niet te vinden waren in Europese bibliotheken.

Het is enorm verontrustend om de kwaliteit, laat staan de kwantiteit van musea (vooral over de Shoah in Europa), boeken en geschiedenis over slavernij in Amerika of over de Shoah te vergelijken met wat er bestaat over Afrikaanse filosofie, talen, culturen, geschiedenis en volkeren. Dat is het feit dat ik het bijvoeglijk naamwoord ‘Afrika’ gebruikte overigens ook – en het feit dat velen van u het misschien niet eens gemerkt hadden. Wij, ikzelf ook, denken vaak over Afrika als een land of een eenheid zonder ons te realiseren hoe groot en divers het is.

© Anya Topolski

De ruimte in La maison des sclaves, waar kinderen werden vastgehouden tot ze naar hun eigenaars in Amerika werden getransporteerd

Misschien ligt het aan onze kaarten en het onderwijssysteem in het algemeen, maar we hebben het geld en de mogelijkheid om ze te veranderen– en dat hebben we tot op heden niet gedaan. Ik moest lachen toen mijn oudste kind Europa op een correcte kaart niet eens kon vinden, zo klein was het. Misschien moeten we beginnen door deze kaarten eens uit te leggen. Het is hoog tijd dat we onze onderwijssystemen, van basisschool tot universiteit, dekoloniseren.

Dit is wat ons in Europa te doen staat. Maar voor de mensen die ik in Senegal ontmoette, ziet de realiteit er somberder uit, hoewel de vrolijkheid, warmte en vrijgevigheid die ik er ervaren heb de grimmigheid maskeert. Door de slavernij en het kolonialisme die vandaag de dag sterk hun sporen nalatenn, hebben veel Senegalezen geen toegang tot hun eigen verleden. Het onderwijssysteem is Frans. Het is Franstalig (en niet Wolof of een andere taal die de meeste mensen in Senegal spreken) en behandelt stof over Frankrijk en Europa– en niet over wat de Fransen Senegal hebben aangedaan. Wij in Europa kiezen ervoor onwetend te blijven en de geschiedenis te ontkennen.

Maar ik krijg de indruk dat veel Senegalezen, en mogelijk ook andere Afrikanen, niet het privilege van kennis hebben, dat hun eigen geschiedenis hen is ontzegd. Hoewel er plannen zijn om eind 2018 in Dakar Le musee des civilisations africaines te openen, zou dit het eerste museum in zijn soort zijn. Dit spreekt boekdelen. Herinneren en herdenken is fundamenteel voor het proces van hermenselijking waarvoor we de verantwoordelijkheid hebben na zoveel eeuwen van ontmenselijking.

Na slechts één week in Dakar te hebben doorgebracht, met het voorrecht toegang te hebben tot onderzoekers en plaatsen die de meeste Senegalezen nooit tegen zullen komen, realiseerde ik me hoe weinig ik weet en hoeveel er nog te leren is. Verborgen achter onwetendheid, kolonialisme, privilege en armoede vindt men oneindige bronnen van kennis, geschiedenis, taal en cultuur die ik de rest van mijn leven verder hoop te verkennen. Dit past verrassend goed bij wat het woord Afrika in een oeroude ongeschreven taal betekent: je keren tot de “ka”, de baarmoeder of geboorteplaats van de mensheid.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2630   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • politiek filosofe

    Dr. Anya Topolski, geboren en getogen in Canada, is associate professor in de Politieke Filosofie en Politieke Theorie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.