Hoe openhartig kan je zijn?

Een paar weken geleden heb ik op Facebook en in het ledenblad van EVA bekend dat ik al een hele tijd thuis zit wegens een soort burn-out. Na vijftien jaar aan het roer te staan van een organisatie die ik mee heb opgericht en die mijn kind was - en nog altijd is - was het even te veel. Ik heb heel wat reacties ontvangen naar aanleiding van dat bericht. Daarin kwam vooral terug dat het “moedig” is om dat allemaal te vertellen.

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Dat zette me aan het denken. Over hoe jammer het is dat er blijkbaar moed nodig is om openhartig te zijn. Want dat impliceert natuurlijk dat openheid risico’s inhoudt. We zijn bang dat anderen die openheid slecht zullen ontvangen, ons zullen zien als zwak of incompetent. Ik kan me voorstellen hoe politici bijvoorbeeld best geen enkel moment van zwakte tonen en zo weinig mogelijk in hun emotionele kaarten laten kijken. Ze geloven  - wellicht vaak niet zonder reden - dat hun collega’s als haaien op het bloed zullen afkomen dat ze ruiken.

En dan gaat het enkel over kleine kantjes tonen. Wat met grotere dingen, wat met geheimen, dingen die we echt niet aan iemand willen vertellen? We lopen er wellicht bijna allemaal mee rond: zaken die we doen of gedaan hebben, gedachten die we niet willen denken, eigenschappen waarover we ons schamen, vreemde verlangens… Stel dat telepathie bestond, dan zou wellicht niemand van ons met gediplomeerd telepaat in een lift willen zitten.

Sinds ik met die burn-out worstel, zie ik een therapeut (nog zo’n taboe!). Ze geeft nooit advies, maar ze luistert. Ik kan alles kwijt bij haar, misschien meer dan bij eender wie (en ik kan u verzekeren dat ik soms denk: ik ben geen god in ‘t diepst van mijn gedachten, maar een duivel). Zo open kunnen zijn - al is het niet in de meest natuurlijke situatie - is bijzonder. En telkens ik daar buiten kom, bedenk ik me: iedereen zou tenminste één iemand moeten hebben, of het nu een therapeut is of niet, waaraan hij of zij alles kan vertellen. Van je gekste ideeën tot je diepste zielenroerselen, van je grootste angsten tot je levensdromen.

Maar zo is het duidelijk niet. Ik zie veel mensen rondlopen in een mentaal harnas. Dat ze taboes en geheimen met zich meedragen, staat op hun gezicht te lezen. Welke, weet ik niet. En ik hoef het ook niet te weten. Ik vraag me alleen af: hebben ze die al ooit aan iemand kunnen toevertrouwen?

Misschien is het aantal geheimen dat iemand heeft wel omgekeerd evenredig met zijn geluk.

Misschien is het aantal geheimen dat iemand heeft wel omgekeerd evenredig met zijn geluk. We leven in relatie met anderen, we worden gedefinieerd door hoe we ons tot anderen verhouden. En wanneer we die ander doelbewust buitensluiten, lijkt me dat niet bevorderlijk voor ons geluk.

Hoe kunnen we empathie verwachten? Hoe kunnen we weten waar iemand mee worstelt als hij het niet vertelt? Hoe kunnen we weten dat we niet alleen zijn met dit of dat probleem, die of die gedachte, als niemand ons zegt dat hij er ook mee zit?

Ik keer even terug naar Facebook, waarmee ik begon. Er wordt nogal wat geklaagd en gejammerd over de nieuwe media. Facebook en co zijn inderdaad plekken waar regelmatig wordt rondgescholden. Er wordt veel nonsens op geschreven. Er is vaak een gebrek aan respect voor elkaars privacy (ook vanuit bedrijven als Facebook zelf, uiteraard). En zo zijn er nog wel wat issues waarover we een aantal boeken vol kunnen schrijven.

Maar sta me toe even een mogelijk positief aspect van de nieuwe media te belichten. Zou het kunnen dat Facebook en andere nieuwe media, van blogs tot forums, de openheid waar ik voor pleit, kunnen bevorderen? Misschien heeft een generatie die met Facebook is opgegroeid het makkelijker om dingen te delen en open te zijn. Wellicht is cyberspace in het algemeen voor sommigen juist een veiliger plaats om af en toe iets te openbaren, een ballonnetje op te laten of een hint te geven. Die openheid zal niet altijd gepast of verrijkend zijn, en hetzelfde geldt voor de reacties erop. Zoals met alle nieuwe dingen zullen we ook dit al doende moeten leren.

In elk geval, of de nieuwe media ons nu kunnen helpen of niet, het zo mooi zijn als we op een dag alles met elkaar konden delen wat we willen delen, en dat we naast het mooie en het goede en het slimme in onszelf, ook wat voor verbetering vatbaar is in alle vertrouwen kunnen tonen.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur