Een zwarte vrouw met een tegendraadse mening, veel gekker moet het niet worden

‘Het lijkt alsof we er razendsnel en radicaal op achteruit gaan wat betreft ons vermogen om het respectvol en empathisch oneens te zijn.’ MO*columniste Bieke Purnelle legt de vinger op de wonde.

  • © Brecht Goris Bieke Purnelle © Brecht Goris

Bieke Purnelle

MO*columnisten
Directeur Kenniscentrum RoSa
25 september 2017

Beroepsklagers. Lange tenen. Onbenulligheden. Van een mug een olifant maken. Aandachttrekkerij. Dat is al 25 jaar zo, en er is nog nooit iemand over gevallen.

Het zijn geen gezellige, maar wel boeiende tijden in de debatarena. Het lijkt alsof we er razendsnel en radicaal op achteruit gaan wat betreft ons vermogen om het respectvol en empathisch oneens te zijn.

Wie vanuit een minderheidspositie een onomfloerste mening formuleert die de status quo ondergraaft, die krijgt de wind van voren: van het wegwuiven van de mening als dwaas of onbetekenend, over giftige kritiek tot onversneden gescheld.

De tegenwind komt steevast uit dezelfde richting, van mensen die zelf nooit worden omvergeblazen, nooit collectief onder vuur liggen en meestal ernstig worden genomen, in hoofdzaak blanke mannen. Het is dan ook lastig om te begrijpen wat een ander dwarszit als je zelf nooit in die schoenen hebt gestaan. De karikaturen of cafégrapjes over blanke mannen, ze zijn onbestaande.

Of de aanklagers nu Tunde, Chokri, Rachida, Alona of Dalilla heten: wat ze zeggen wordt in een oogwenk gekaderd, getackled en onzacht onderuit gehaald door mensen die menen beter te weten dan zij hoe zij zich mogen voelen over de feiten in kwestie.

Het is onthutsend om te zien hoeveel woede kritiek van mensen met een kleurtje los kan maken

Het is onthutsend om te zien hoeveel woede kritiek van mensen met een kleurtje los kan maken, helemaal wanneer het ook nog een vrouw betreft. Een zwarte vrouw met een tegendraadse mening, veel gekker moet het niet worden.

Het patroon is verbluffend standvastig: Zwarte burgers melden dat ze Zwarte Piet beledigend vinden. De blanke goegemeente staat op z’n achterste poten en noemt hen een bedreiging voor onze gekoesterde tradities. Een zwarte vrouw neemt aanstoot aan een gedateerde karikatuur van een zwart jongetje als uithangbord voor een scoutsfuif. Ze heet een aandachtshoer en heeft geen respect voor de jeugdbeweging en voor onze gebruiken. Elke keer, opnieuw en opnieuw, wordt de cruciale stap overgeslagen, vergeet men te luisteren en zich te verplaatsen in het perspectief van de spreker of schrijver.

Die moest niet zo overdrijven, zich niet zo aanstellen, wat minder klagen en zeuren. Het deed me denken aan de reflex van volwassenen om snel “het doet geen pijn, hoor” te roepen, wanneer een kind hard tegen de grond smakt. Hoe kan je weten of iemand pijn heeft wanneer jij niet degene bent die is gevallen?

Ernstig praten over structurele ongelijkheid tussen blank en niet-blank (ik vermijd doelbewust het woord wit, dat als een rode lap op een stier schijnt te werken) is zo goed als onmogelijk. De arena zit vol drijfzand. De toestand lijkt hopeloos.

Klaar

Toch zijn er redenen om de hoop niet te laten varen. Pas wanneer de dreiging reëel wordt en de verhoudingen onder druk staan, stijgt de toon en laait het vuur hoog op.

Een groeiende groep mensen met migratieroots is klaar met de bescheidenheid en de nederigheid die hun positie, die van “ongenode gast”, al decennia kenmerkt.

Een groeiende groep mensen met migratieroots is klaar met de bescheidenheid en de nederigheid die hun positie, die van “ongenode gast”, al decennia kenmerkt. Er is een generatie opgestaan die het recht opeist om gelijk te worden behandeld door de samenleving waarvan ze deel uitmaakt. We zijn het niet gewend dat ze zich roeren, dat ze hun kijk op de maatschappij en haar euvels delen omdat ze die relevant vinden. Het is een generatie die niet langer meesmuilt met racistische grapjes en karikaturen om aardig en ongevaarlijk te worden bevonden, die het zat is om altijd en overal de kop van jut te zijn en daarin te berusten. Dat het toch allemaal niet zo is bedoeld, volstaat niet langer als excuus. De intentie van een belediging maakt geen verschil voor de kwetsuur.

In het bitsige steekspel klinkt één stem altijd luider: die van de blanke man, ongewild en onbewust lid van de dominante groep, die nooit collectief geviseerd wordt en altijd ernstig wordt genomen. Voor het eerst in onze geschiedenis ziet hij zijn positie bedreigd, al is het met een alarmpistool.

Een privilege verliezen

De afgelopen maanden, bij elk mediatiek racisme-debat dat de kop opstak, heb ik de reacties, vol gekrenktheid, woede en verontwaardiging geobserveerd met semi-antropologische interesse. Dat hielp om ze te begrijpen.

Wie altijd aan zet is geweest raakt uit balans wanneer die evidente en verworven positie plots in vraag wordt gesteld.

De ontreddering is logisch. Wie altijd aan zet is geweest raakt uit balans wanneer die evidente en verworven positie plots in vraag wordt gesteld. Het onbegrip toont zich soms nog groter bij wie het oh zo goed bedoelt: de progressieve antiracist, de man die partij kiest voor wie zwakker staat. Dat zijn “steun” hem geen dankbaarheid, maar kritiek oplevert gaat zijn verstand te boven. Dat hij nu even niet aan zet is en best een stap opzij zet, omdat het publiek debat eerder spreekruimte biedt aan een blanke man dan aan diegenen over wie het gaat, en op die manier een problematische status quo reproduceert: het lijkt onbevattelijk en ondenkbaar voor wie altijd aan de beurt was en overal gehoord werd.

Je eigen positie in vraag zien stellen voelt oncomfortabel. Niemand staat gezwind en met plezier z’n plaats af, ook niet op het spreekgestoelte.

Het bedreigde privilege resulteert altijd en overal in weerstand. Toen vrouwen stemrecht en recht op betaalde arbeid opeisten, spartelden mannen tegen. Toen arbeiders strijdden voor een leefbaar loon en betaald verlof, ging de heersende klasse koppig dwarsliggen. Dat burgers met migratieroots eisen dat ze ernstig worden genomen en zo op vurige tegenkanting stuiten, laten we het als een lastige, maar hoopgevende fase beschouwen. Een fase die wellicht betekent dat hun verzuchtingen echt werkelijkheid kunnen worden.

LEES OOK

© Ary Maes
Flamboyant, gedreven. Een sluwe marketeer, maar met een onvoorwaardelijk sociaal engagement. Dat is hoe we Ary Maes, bezieler en medeoprichter van Hayat, kunnen omschrijven.
© Brecht Goris
Een paar dagen na de #Metoo-heisa popte het chatvenster van mijn Facebookaccount open. Een vriend wilde weten hoe het met mij was.
MO* sprak met de oprichters van de Palestijnse circusschool, Jessika Devlieghere en haar echtgenoot Shadi Zmorrod, en met Veerle Bryon oprichter van Circus Zonder Handen met hoofdzetel in Mole
© Bunderachiv (CC0)
In het voorbije jaar zijn de herinneringen van oostfronters weer een stuk aanvaardbaarder gemaakt voor het brede publiek.

Meest recent van Bieke Purnelle

© Brecht Goris
Sorry
Een paar dagen na de #Metoo-heisa popte het chatvenster van mijn Facebookaccount open. Een vriend wilde weten hoe het met mij was.
Checklist met de vragen die we vergeten stellen
Een artikel over schoolgaande kinderen die spijbelen om voor zusjes en broertjes te zorgen, wekt, voorspelbaar, verontwaardiging bij de Vlaamse lezer op.
© Brecht Goris
Vakantietijd
Ergens halfweg tussen het reizen en het in- en weer uitpakken van koffers, verschijnt een onbeduidend krantenstukje dat vertelde waarom twee weken vakantie verspilde tijd is.
© Brecht Goris
Waar blijft de verontwaardiging?
21 jaar geleden werd een van de grootste betogingen uit de Belgische naoorlogse geschiedenis gehouden. Een witte mars tegen kindermisbruik.