Een moeilijke oefening, elke dag weer

In al ons gedoe vergeten we soms te kijken naar wat is

© Brecht Goris

Jan Mertens

In het voortdurend gekakel en gekrakeel over wat mag en niet mag en over wie wel en wie niet, en hoe onrechtvaardig dat wel is, verlangt een mens soms naar wat stilte. Soms kan het helpen om gewoon te kijken naar wat is, schrijft columnist Jan Mertens.

Af en toe voel ik me een beetje moe. En de voorbije dagen was het ook zo. Ik ben waarschijnlijk niet de enige die af en toe een beetje moe is. En misschien is een beetje moe zijn ook niet zo erg. We leven in ingewikkelde tijden.

We kunnen ervan uitgaan dat heel erg veel mensen moe zijn, gefrustreerd, kwaad, uitgeput, rusteloos.
We kunnen aannemen dat heel erg veel mensen pijn voelen in hun huid.
We kunnen vermoeden dat heel veel mensen bang zijn dat het testresultaat dat ze net kregen ertoe kan leiden dat ze in het ziekenhuis terecht zullen komen of dat ze zelfs zullen sterven.
We kunnen veronderstellen dat heel wat politici en wetenschappers met enige vertwijfeling in hun woordenboek zitten te zoeken naar beelden of woorden die ze nog niet gebruikt hebben.

Het is. We zouden willen dat het iets anders was, maar het is. Alles wat is, is natuurlijk veranderlijk, maar het doet wel goed om af en toe te kijken naar wat is.

Bij die zin ben ik nu uitgekomen. De voorbije dagen en nachten lag ik soms te piekeren over dit stukje. Waarover zou het dit keer moeten gaan? En de toestand. De toestand die duwde zich tussen mij en de tekst die nog niet geschreven was.

Andere mensen die echt kunnen schrijven hebben daar misschien een betere methode voor, maar ik moet altijd een beetje wachten op mijn onderwerp. Het komt naar me toe, en eens het daar is, laat het zich niet meer uit de weg duwen. En ik dacht, zo ergens diep in de nacht dat ik moe en verdrietig was en dat ik niet zoveel zin had om te schrijven over de toestand. Wel over die ene boom. Maar de toestand nam te veel plaats in. (De boom komt straks.)

Wat is de toestand? Als ik eerlijk ben, moet ik toegeven dat ik het al meer dan een jaar in wezen niet zo moeilijk vind om te begrijpen wat er gebeurt. Dat wil niet zeggen dat ik het gemakkelijk vind, zeker niet. Ik probeer elke dag de kranten te lezen, het nieuws te volgen en te kijken.

In mijn hoofd wou ik roepen tegen een hoop mensen dat ze misschien eens voor één dag moesten ZWIJGEN.

Ik zie de structurele onzekerheid. Ik zie hoe wetenschappers en politici, ieder op hun beurt, ieder in hun rol, proberen te laveren in het onzekere. Ik zie de druk waar ze onder staan. Ik zie een gigantisch maatschappelijk debat. Ik zie hoe de kennis groeit over wat nog niet zo lang geleden een soort zwart gat was. Ik zie de ethische dilemma’s.

Het doet me soms duizelen. Het daagt me uit om telkens opnieuw te denken. Het nodigt me uit om telkens opnieuw te proberen ethisch te handelen en het reële lijden van anderen dichtbij te laten komen. Maar – dat dacht ik dus in die ene nacht – de vermoeidheid die dat kijken oplevert, vind ik niet zo erg.

Misschien is het een beetje als in een hevige regenbui gaan staan en nadien wat tijd nodig hebben om weer op te drogen. Daarna kan het deugd doen dat het gezellig is in de kamer of kan die warme melk met honing zo lekker smaken.

314.867,3 varianten

Eigenlijk, dacht ik, maakt het gedoe over de toestand me soms meer moe dan de toestand zelf. In mijn hoofd wou ik roepen tegen een hoop mensen dat ze misschien eens voor één dag moesten ZWIJGEN. Ik heb echt geen boodschap meer aan de 314.867,3 varianten van ‘het zijn de anderen die verantwoordelijk zijn, die de motor zijn, die zich niet aan de regels houden, die iets mogen dat wij niet mogen, …’.

Ik vind verder oprecht dat politiek een nobele professie is en ik vind dat een hoop shit die politici naar hun hoofd geslingerd krijgen onterecht is. Het is goed en eerbaar dat politici voor een bepaalde zaak opkomen en daarover hevig in discussie gaan in het zoeken naar een goed compromis. Maar eens dat er is, zou het hun sieren dat ze het ook gewoon zouden verdedigen. Zonder gedoe.

Ik heb dus echt geen boodschap aan de ook al 314.867,2 varianten van ‘het federale coronabeleid legt ons iets op (als je net in het interfederale overlegcomité van federaal en gewesten en gemeenschappen samen iets beslist hebt), als federaal ons tegenhoudt zullen we zelf wel gaan vaccineren (als je weet dat beslissingen samen genomen worden en dat het grotendeels het Vlaamse niveau is dat verantwoordelijk is), als het van ons had afgehangen zouden de scholen helemaal open zijn en de terrassen ook (terwijl de gezamenlijk genomen beslissing ook van jullie afhing en jullie vooraf al wisten dat die belofte niet kon worden gehouden)…’.

De kwaliteit van een samenleving ligt in de mate dat we collectief handelen om de meest kwetsbaren te beschermen.

Het is heel menselijk en heel verleidelijk om alles naar een ander te schuiven. Maar die tactische omgang met de moeilijke werkelijkheid is helemaal niet moedig of stoer, helpt niet echt en put ons allen nog veel meer uit dan de toestand zelf, denk ik soms. Kijken naar alles wat is, het is een moeilijke oefening, elke dag weer.

De roes van het eindeloos reageren kan soms een vorm van ontkenning zijn die het allemaal heel veilig maakt om niet naar onszelf te kijken. Om onder meer niet te zien dat we dus niet allemaal in dezelfde boot zitten. Sommigen hebben het moeilijk, en sommigen hebben het heel moeilijk. Sommigen hebben redenen om te zeuren, en sommigen hebben veel redenen om te zeuren. Sommige mensen zijn kwetsbaar, en sommige mensen zijn heel kwetsbaar.

De kwaliteit van een samenleving ligt in de mate dat we collectief handelen om de meest kwetsbaren te beschermen. De kwaliteit van een samenleving ligt niet in het propageren van het recht van de sterkste.

Kijken betekent ook af en toe eens verder kijken dan naar deze kleine centimeter van de wereld. Zo las ik in een artikel dat de situatie in de ziekenhuizen in Brazilië ondertussen zo dramatisch is dat er “zelfs voor de rijken” geen plaats meer is. En dat allemaal omwille van het ego van één zielige macho…

Het moeilijke van deze toestand is dat je niet iets kunt zeggen zonder iets te zeggen. Ik gebruik nu zelf ook woorden, probeer al zoekend iets te vinden. Wat ik dacht, die nacht, kan ik voorlopig nog niet zo goed benoemen in woorden. Het is misschien dus ook een opgave aan mezelf.

Het beeld dat kwam, was iets als: als je met de woorden ‘het mag, het mag niet’ naar de dingen kijkt, zie je iets anders dan wanneer je met de woorden ‘het is’ kijkt. Het ene zet misschien net iets meer aan tot roepen, het tweede tot dankbaarheid en mededogen. En iets meer van dat tweede zou ons misschien net iets minder vermoeid maken.

Ik voelde me zo moe door al het voortdurende geroep, hoe terecht het voor iedereen vanuit haar of zijn standpunt allemaal was. Ik verlangde ernaar om in een warm bad te zitten met een mooie vrouw en alleen maar te kijken naar elkaar, zonder iets te zeggen. Ik verlangde ernaar om me – paradoxaal genoeg – enkele dagen terug te trekken in mijn huis en alleen maar te lezen, me te verliezen in zoveel verhalen. Ik verlangde ernaar dat iemand me zou troosten voor een totaal onbestemd verdriet. En ik verlangde ernaar dat iedereen gewoon heel even zou zwijgen, gewoon. En dat het dan heel even stil zou worden.

De bril van ‘het mag, het mag niet’ en de bril van ‘het is’

Misschien zijn het brillen die je even op en af kunt zetten. De bril van ‘het mag, het mag niet’ en de bril van ‘het is’. Ik had die tweede bril op toen ik de krant zat te lezen en het verhaal las dat me die dagen het meest heeft ontroerd. Het verhaal over de oude kastanjeboom in Vorst die gewoon mag sterven. De boom is 158 jaar oud en nu ongeneeslijk ziek. Men zal de boom niet hardnekkig proberen te reanimeren. Men zal de boom niet omzagen. De boom zal ‘zachtjes uit het leven worden begeleid’.

Zoveel mensen hebben zoveel van de wezenlijke verhalen uit hun leven verbonden met die boom en nu zullen ze de volgende jaren rustig kunnen kijken naar wat is, naar een boom die sterft. Als je zo’n verhaal leest in de krant, voel je hoe je huid zacht wordt. Als je daarna het radionieuws aanzet, kan het zijn dat je begint te roepen tegen het toestel. Ze mogen er waarschijnlijk allebei zijn.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Diezelfde dag van dat artikel in de krant liep ik door de stad, op weg naar de winkel om een brood te halen. (Ik maak dan vaak een omwegje, stap lekker stevig door, om genoeg beweging te hebben.) Onderweg zag ik in de straat hoe ontroerend mooi de knoppen waren die aarzelend aan de takken kwamen, en ik bleef staan. Er gaat een diepe troost uit van het besef dat dat leven gewoon rustig doorgaat. In al ons gedoe vergeten we soms te kijken naar wat is.

En die avond keek ik op het cultuurkanaal Podium 19 naar een erg mooie dansvoorstelling op de Goldbergvariaties van Bach. Het voelde zo goed dat er geen woorden waren. En ik dacht: ik wil zo kunnen dansen als die vrouw, ze raakt iets aan van wat is, wat blijft, iets dat er de hele tijd nog altijd een beetje is, als je er naartoe gaat.

Misschien zal ik de volgende dagen, tussen de voornemens om die grote stapel nog te lezen boeken weg te werken, tussen de dromen over warme baden in mooi gezelschap, ook nog proberen wat te dansen in huis. Misschien zou het goed zijn als sommige mensen dat ook af en toe doen. Mijn vermoeidheid en mijn verdriet vinden het alvast een goed plan.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3093   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Beleidsmedewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

    Jan Mertens woont in Leuven, werkt voor de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, en is onder meer ook actief in de denktank Oikos.