Kroniek van een aangekondigde dood

Voor zijn column van deze maand, leende Geert van Istendael zonder blozen de titel van de befaamde schrijver Gabriel Garcia Marquez. De inhoud van Marquez verhaal heeft geen bal te maken met socialisme, het thema van deze column, maar wel hiermee: met open ogen in je verderf lopen.

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Geert Van Istendael

MO*columnisten
Schrijver & voormalig journalist
19 juni 2017

Mijn verhaal van vorige maand droeg als titel een citaat uit De Kapellekensbaan van Louis Paul Boon: De neergang van het socialisme.

Een mens geeft er zich geen rekenschap van hoezeer en hoe snel hij gelijk kan krijgen. Niet dat mijn vijftienhonderd (min of meer) maandelijkse woorden ook maar enig effect zouden sorteren. Ach nee, de illusie dat de staart de hond kwispelt heb ik al jaren geleden bij het klein gevaarlijk afval gekieperd.

De kracht van literatuur echter, die heb ik in huis gehouden, opgeslagen in een paar duizend boeken. De kracht van schone letteren, ja. Schone letteren moeten verontrustend zijn, op welke manier ook, op welk gebied ook, hermetisch, zonneklaar, polemisch, aristocratisch, elitair of juist volks, dat doet er allemaal niet toe, alles mag. Letteren die werkelijk schoon zijn, ontplooien altijd een storende, verwarrende, soms profetische, soms onderhuidse, soms zelfs verwoestende kracht.

Dat is de reden waarom ik ook voor dit verhaal te rade ben gegaan bij de literatuur. Kroniek van een aangekondigde dood is de titel van een kleine roman/reportage van Gabriel García Márquez (oorspronkelijk Crónica de una muerte anunciada, de vertaling is letterlijk), een bladzijde of honderd slechts, veel dunner dan de indrukwekkende turven die Márquez wereldfaam en uiteindelijk de Nobelprijs hebben bezorgd. Het verhaal speelt zich af in een klein dorp aan de Caribische kust. Het gaat over erewraak, een moord dus om aangedane oneer uit te wissen. Meer wil ik er niet over kwijt, ik mag uw leesplezier niet bederven.

Het scheen me toe dat Boons bezorgdheid over de neergang van het socialisme niet alleen voortkwam uit waarneming van wat in de jaren vijftig van vorige eeuw verkeerd liep, maar misschien nog meer een aankondiging was van wat we de jongste jaren meemaken, meer dan dertig jaar na Boons overlijden. Het leek alsof citaat en titel elkaars echo werden, hoewel de inhoud van Márquez’ verhaal geen bal te maken heeft met socialisme. Maar wel hiermee: met open ogen in je verderf lopen.

Of moet ik veeleer zeggen, ziende blind? Dan belanden we een paar duizend jaar eerder in de schone letteren, bij Antigone van Sofocles, regel 620-623 (τὸ κακὸν δοκεῖν ποτ᾽ ἐσθλὸν / τῷδ᾽ ἔμμεν ὅτῳ φρένας / θεὸς ἄγει πρὸς ἄταν·), wat je ruimhartig kunt vertalen als: wie slecht voor goed aanziet, hem verblindt een god die hem in het verderf wil storten.

 

Allemaal te ver gezocht? Slechts ijdel spel van een pronkzieke erudiet?

Zeg dat niet te snel.

Wat de jongste tijd een kwaadaardige en onontkoombare lotsbestemming lijkt te zijn van de Europese sociaaldemocratie wordt samengevat door luttele literaire citaten: aangekondigde neergang en de betrokkenen weigeren die te zien.

Neergang, ik scheef het vorige maand en ik vul aan:

  • Griekenland: PASOK al tijden weggeveegd.
  • Spanje: PSOE drie keer op rij de verkiezingen verloren. Anderhalf miljoen stemmen kwijt.
  • Nederland: PvdA bijna 80% van de stemmen kwijt.
  • Frankrijk: PS en bondgenoten 70% van de stemmen kwijt in eerste ronde. Van de tweede ronde heb ik nog geen resultaat terwijl ik dit schrijf.
  • Duitsland: drie deelstaatverkiezingen op rij verloren.

 

Groot-Brittannië dan?

Zijn we dan vergeten dat meneer Corbyn slechts een maand geleden nog werd weggezet als een rood anachronisme, een verstarde aanbidder van ultra-linkse dogma’s, een staatsgevaarlijke subversief, die door de zittingen van het Lagerhuis heen stuntelde? Dat zijn eigen fractie hem met nauwelijks verholen afgrijzen wilde afserveren? Maar daar niet in slaagde? Waarom niet? Omdat die halve analfabeten van kiezers de halve idioot Corbyn adoreerden?

Wat je Corbyn niet kunt aanwrijven is dat hij geen ware socialist is. Net dat kon je een lange reeks voorgangers wel degelijk aanwrijven, aan de kop Tony Blair.

Hoeveel verstandige, goed geïnformeerde, gematigde, realistische hoofden zag je wel niet schudden bij zoveel onverstand, gebrek aan kennis en wereldvreemdheid van Corbyn en zijn aanhang. Toen Corbyn voor het eerst tot partijvoorzitter werd verkozen, heb ik een dierbare Britse vriendin moeten troosten. Dit was het einde van links in haar land, ze bleef het herhalen, je kon haar niet op andere gedachten brengen, ze voorspelde de totale verschrompeling van Labour en years of harsh, conservative rule. Misschien heeft ze met dat allerlaatste geen ongelijk, maar aan Corbyn zal het niet te wijten zijn. En Labour verschrompelt niet, integendeel.

Je kunt het op een aantal punten gloeiend oneens zijn met Corbyn (mijn geval), maar wat je hem niet kunt aanwrijven is dat hij geen ware socialist is. Net dat kon je een lange reeks voorgangers wel degelijk aanwrijven, aan de kop Tony Blair.

En het is niet alleen het probleem van de socialisten achter de white cliffs of Dover.

Het was het probleem van François Hollande. En vóór Hollande was het het probleem van Gerhard Schröder, de man in Davos is gaan pochen dat Duitsland een van de beste lagelonensectoren had opgebouwd in Europa. Een sociaaldemocraat die trots is omdat hij lonen en uitkeringen opgelegd heeft waarmee geen mens rond kan komen. Hoe verblind kun je zijn? En vóór Schröder was het het probleem van Wim Kok en vervolgens van Bos en Plasterk. En dan had je nog onze eigen Van Miert.

Toen ik journalist was bij de binnenlandredactie van het televisiejournaal, dat is intussen zowat een kwart eeuw geleden, hoorde je wel eens, licht smalend, de omschrijving: dat is nog een socialist van de propere nagels. Altijd uit de mond van andere socialisten. Moderne socialisten moesten met zwier in en uit BMW’s en Mercedessen kunnen stappen, moderne socialisten moesten aanschuiven aan driesterrentafels, moderne socialisten wisten in welke Louizalanen je de elegantste pakken kon kopen.

Ook hun denken moest sporen met dat van de bovenbazen. Met dergelijke socialisten hebben we geen neoliberalen meer nodig.

Kortom, moderne socialisten moesten goed zichtbaar mee kunnen spelen met de hoge heren, met de grote jongens van het kapitalisme, daar helemaal boven op de toppen van de bergen geld. Ik wil hiermee niet gezegd hebben dat socialisten nooit een goeie Chablis mogen proeven of een mooi overhemd mogen aantrekken. Dat is onzin natuurlijk. Maar weldra ging het uiterlijke over op het innerlijke. Ook hun denken moest sporen met dat van de bovenbazen. Met dergelijke socialisten hebben we geen neoliberalen meer nodig.

De kiezer heeft daar in de loop der jaren conclusies uit getrokken. Eerst was het afkalven, allengs ging het sneller. Nu is het de implosie.

 

Nochtans, in één streekje van Europa leken de socialisten stand te houden, min of meer toch. Dat streekje heette Wallonië. Eer u nu walgend wegvlucht naar het eerste het beste computerspelletje, nog even gauw dit. In Wallonië bleven de traditionele rooien de ellende van de kleine mensen ter kennis nemen. Ze stonden er met hun neus boven op. Ze luisterden. Probeerden te helpen waar ze konden. In La Louvière, in Morlanwelz, in Seraing en andere uitgerangeerde hopen roestende industriële archeologie. Eveneens in Brusselse gemeenten als Sint-Joost ten Node. Het zag ernaar uit dat ze daarom ook niet weg te branden waren uit de centrales van de macht.

Parallel daaraan bedachten zij aan de lopende band schier feilloze systemen om hun onaantastbare macht te smeren met fikse vergoedingen. Onze kranten en weekbladen en webstekken hebben de doolhoven waar deze kameraden hun poen schepten al proberen door te lichten. Ongetwijfeld zullen meer onthullingen volgen.

De gangen van de labyrinten zijn aan het instorten. Onwennig schittert het goud in het zonlicht. Maar de kameraden waren al veel eerder verblind, vraag me niet door toedoen van welke wijze godheid.

Ik heb zitten kijken naar de zwijgende koppen op het avondjournaal. Hadden ze dan echt niets in de gaten?

Iemand als meneer Mayeur bijvoorbeeld? Tot voor kort kon ik hem wel waarderen, Mayeur, die stuurse, strenge bestuurder, wat kribbig, hoekig en, naar ik, koorknaap, dacht, onkreukbaar. Zelden heb ik me zo vergist. Was Mayeur werkelijk verrast door de aanval? Zou hij gedacht hebben, dit zijn de abominabele rechtse krachten die de kans schoon zien om het socialisme de nek om te wringen?

Waarom probeerden ze uit alle macht die paar stuivers méér te grijpen? Dan laat je toch schaamteloos je blote, kleinburgerlijke achterwerk zien.

Ik heb nogal wat socialisten gekend die iets achterdochtigs over zich hadden. Het was een zeer begrijpelijk overblijfsel uit de tijd dat ze door bijna de voltallige, zogezegd weldenkende bourgeoisie geminacht werden als uitschot. Zij, maar vooral hun voorouders, hadden moeten vechten voor een rood plekje onder de kapitalistische zon. Dat argwanende, dat stekelige konden ze maar moeilijk afschudden. Was het daarom dat Mayeur verstijfde?

Er zijn nog enkele dingen die ik maar niet snap.

  • Voor de ware kapitalisten, genre Brito van InBev of Coucke of Frère zijn de vergoedingen van de socialisten nauwelijks een paar zakcenten. Ze zouden niet eens bukken om ze op te rapen. Deze lieden zijn onvergelijkelijk veel brutere rovers dan alles wat in de politiek zit.
  • Mensen als Mayeur of Peraïta, die, volkomen terecht, een behoorlijk salaris uitbetaald kregen, hadden die bijkomende centen toch niet nodig. Ze vingen regulier al ruimschoots genoeg om er zorgeloos van te leven. Waarom probeerden ze dan uit alle macht die paar stuivers méér te grijpen? Dan laat je toch schaamteloos je blote, kleinburgerlijke achterwerk zien.
  • Socialisten in half Europa hebben jaren en jaren en jaren genadeloos mee bespaard en geprivatiseerd (zie boven), aldus in niet geringe mate het leven bezwarend van de kleine mensen wier natuurlijke verdedigers zij hadden moeten zijn, maar niet langer wensten te zijn. En nu blijkt dat de socialisten zelf aan de vleespotten zaten, tot overmaat van ramp nog in instellingen die gemaakt waren om de armsten der armen te helpen. Een kind kan toch zien dat zoiets nooit wordt vergeven.
  • Ben je als socialist niet veel geloofwaardiger als je tegen de kapitalist zegt: nee, meneer, je ne mange pas de ce pain-là, zoals de surrealistische dichter Benjamin Péret het onnavolgbaar formuleerde (alweer literatuur!). Ik heb uw gegraai naar grof geld niet nodig. Ik kom perfect rond met veel minder en daar wil ik ook nog eens hard voor werken. Uit puur idealisme. Wat zegt u? Uw miljoenen zijn marktconform? Dan is het systeem dat u markt noemt verwerpelijk.

 

Op de achtergrond staan de alternatieven al klaar. Ik heb het programma van Syriza gelezen (zie mijn stuk van 15.I.’15). Ik heb de boeken van Peter Mertens gelezen. Uiteraard zijn er heel wat punten waar ik het niet mee eens ben. Daar gaat het echter niet om. Ik zag bij die lectuur grote stroken stevig, ouderwets sociaaldemocratisch gedachtegoed. Ouderwets? Vergeet dat woord. Het moet zijn: heel erg nieuwerwets. Gericht op de toekomst.

Ja, ondanks alle jobstijdingen, de sociaaldemocraten of voor mijn part de socialisten hebben toekomst. Maar dan moeten ze wel ophouden hun ziel te verkopen aan de duivel, zoals Faust het deed (oei, Goethe! Literatuur!). Uiteindelijk wordt Fausts ziel hemelwaarts gedragen door engelen. Als ik welingelicht ben, geloven socialisten niet zo erg aan engelen.

LEES OOK

© Bunderachiv (CC0)
In het voorbije jaar zijn de herinneringen van oostfronters weer een stuk aanvaardbaarder gemaakt voor het brede publiek.
© Communauté de la Poudrière
‘Leefgemeenschap die een alternatief probeert te bieden voor kapitalisme en individualisme waar het menselijke terug primeert’.
© Brecht Goris
Het gaat niet goed met de armoedebestrijding, zegt Ikrame Kastit.
Public domain (CC0)
Tijdens de VN-week vatte onze minister van Ontwikkelingssamenwerking nog eens duidelijk zijn visie omtrent ontwikkelingssamenwerking samen.

Meest recent van Geert Van Istendael

De democratie onthoofd
Ze mepten er niet naast, de Spaanse politieagenten.
© Brecht Goris
Deutschland, was nun?
Dat Geert Van Istendael Duitsland en haar bevolking in het hart draagt is niet onbekend. Ook hij volgde met spanning de verkiezingen in het grootste land van Europa.
© Brecht Goris
Al dat moois, het is van iedereen
‘Van de pot gerukt. Gesjochten. Kierewiet.
© Brecht Goris
Een prachtig, Frans boek
“Civilisation”, een boek van de op en top Franse auteur Régis Debray, handelt over de veramerikanisering van onze maatschappij. Als weinig anderen slaagt hij erin aan te tonen dat