Het spagaat van links over de Brexit

Voor vele Britse progressieven waren het frustrerende en zelfs schizofrene weken. Ze zagen zich genoodzaakt campagne te voeren om lid te blijven van een club waarvoor ze anders erg kritisch zijn. Terwijl geen enkele uitslag hun project meteen wind in de zeilen zal geven. Wat kunnen we daaruit leren?

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Zelden heb ik spijt dat ik geen Brit ben, en de laatste tijd al helemaal niet. Er waren de voorbije weken veel redenen om de wenkbrauwen te fronsen bij het debat over het referendum over EU-lidmaatschap aan de andere kant van het Kanaal.

Een persoonlijke ervaring als aanleiding voor een breder stuk over links en de brexit (en de EU in het algemeen): de voorbije weken heb ik vele Britse, progressieve collega’s die anders vrij kritisch zijn over de Unie zich maniakaal zien uitsloven om kennissen te overtuigen “remain” te stemmen.

Dat zou ik zelf ook hebben gedaan. Maar niet zonder me een deur-aan-deur verkoper van een product waar ikzelf niet helemaal in geloof te voelen.

Als (Brits) progressief lijk je alleen maar te kunnen verliezen in het Brexit verhaal.

Een uitstap uit de EU zou vandaag het Verenigd Koninkrijk alleen nog conservatiever, zelfs reactionair, maken.

Een uitstap uit de EU zou vandaag het Verenigd Koninkrijk alleen nog conservatiever, zelfs reactionair, maken. Het zou een boost geven aan Nigel Farage’s UKIP en de rechtervleugel van de conservatieven die vinden dat de EU het VK belemmert om een nog neoliberaler (nu zelfs het IMF die term gebruikt, kan ik dat helemaal ongehinderd doen) beleid te voeren.

Het slot op de deur voor vluchtelingen en migranten, het afschaffen van de richtlijn die de arbeidstijd beperkt en van andere arbeidsbeschermende regels, zouden prioritaire maatregelen zijn voor de (nieuwe) Britse regering na een Brexit. De verspreiders van xenofobe boodschappen en grove leugens zullen zich gesterkt voelen dat deze strategieën werken.

Maar een overwinning voor remain zal de progressieve boodschap over de EU ook niet meteen kracht bijzetten. Enerzijds zal het verliezende kamp (niet helemaal ten onrechte, trouwens) oordelen dat het blijf-kamp het heeft gehaald dankzij een strategie van angstschepperij voor de negatieve economische gevolgen van een uitstap, en de strijd dus niet snel staken. Anderzijds zullen de gematigde conservatieven zulke uitslag framen als steun voor de “eurorealistische” visie van een nog meer laisser-faire Unie die Cameron (samen met bondgenoten in andere landen) bepleit.

Tussen die twee kampen bevinden zich die collega’s waarvan eerder sprake. Ze nemen een positie in die vergelijkbaar is met diegene die de leider van Labour, Jeremy Corbyn en andere linkse politici innemen: voor een verlengd Brits verblijf in de EU, maar met de bedoeling om de Unie in progressieve zin te hervormen. Het is een boodschap die grotendeels tussen de plooien van het verhitte Brexit debat valt. En het lijkt ook zeer onwaarschijnlijk dat welke uitslag dan ook zal geïnterpreteerd worden als een pleidooi voor een socialere Unie. Als remain het haalt (pronostiekje: het zal het halen met een marge van dubbele cijfers), zal het nochtans voor een groot stuk te danken zijn aan een ruime meerderheid van Labour-kiezers die veel EU-gezinder zijn dan kiezers van de conservatieven.

“Blijven om te hervormen” vs “Geef ons land terug”

De onmacht om het Brexit-debat te gebruiken voor een progressieve boodschap toont nog maar eens hoe moeilijk het is voor reformistische progressieven om succes te boeken in de EU. Het is niet alleen opboksen tegen nadelige machtsverhoudingen en structuren, maar ook een steile ideeënberg waar men tegen aanloopt.

Vergelijk nog eens de aanloop naar het referendum in Griekenland een jaar geleden met dat van de Brexit nu. Terwijl de Grieken werden afgedreigd om toch maar juist te stemmen, kreeg Cameron op voorhand een aantal tegemoetkomingen, staat deze Commissie in het teken van de door de Britten gevraagde “minder regulering” en hebben vele EU-prominenten het “ever closer union” ideaal begraven ter wille van Britse eurosceptici (pronostiekje: na het referendum zal de boodschap weerklinken dat het signaal van de 40, 45 procent leave-stemmers serieus moet worden genomen door nog meer in te zetten op deze koers).

Op het vlak van ideeën is de reformistische boodschap moeilijker te brengen dan zij die het status quo gunstig gezind zijn of zij die de revolutie prediken. De boodschap van progressieve reformisten met betrekking tot de EU (‘blijven om te hervormen’) is simpelweg moeilijker te brengen dan de slogans van de Brexiteers (‘geef ons land terug’) en de conservatieve remainers (‘Brexit zal ons armer maken’ én ‘geen nieuwe bevoegdheden voor Brussel’).

Fiscale expansie, een humaan en sociaal-duurzaam vluchtelingenbeleid of een anti-terreurbeleid zonder stereotypering doen het minder goed dan simplistische slogans.

Ook in andere belangrijke actuele dossiers is de reformistische progressieve boodschap vaak complexer en (dus) minder succesvol dan die van de verdedigers van de status quo of avonturiers die de bestaande orde omver willen werpen. Fiscale expansie om de schuld terug te dringen, een humaan en sociaal duurzaam vluchtelingenbeleid of een antiterreurbeleid zonder stereotypering doen het nu eenmaal minder goed dan simplistische slogans. Links moet die standpunten in politiek attractievere boodschappen zien te gieten.

Dat samenvallen van machtsverhoudingen, structuren en ideeëndominantie (wat als ‘gezond verstand’ beschouwd wordt) is wat hegemonie wordt genoemd. Daartegen opboksen en een succesvolle strategie vinden, is vreselijk moeilijk en frustrerend, zoals links nu ook weer in het brexit-verhaal ondervindt. Maar het verleden heeft bewezen dat hegemonie niet voor eeuwig is. De Spaanse verkiezingen van aanstaande zondag bieden misschien meer hoop om er weer een scheur in aan te brengen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Ferdi De Ville is docent Europese Studies aan de Universiteit Gent. Hij is gespecialiseerd in vraagstukken omtrent Europees handelsbeleid, Sociaal Europa en de euro.