Van liberaal tot communist, een turbulent leven

Lumumba, de onbekende

© Brecht Goris

Walter Zinzen

De eerste democratisch verkozen premier van de republiek Congo begon ooit in een postkantoor. Lumumba maakte vrienden, kreeg vijanden en werd fout begrepen, schrijft MO* columnist Walter Zinzen. ‘Van de moordenaars is niemand ooit ter verantwoording geroepen. In Congo niet, in België niet.’

Er is de jongste dagen veel gezegd en geschreven over Patrice Emery Lumumba, de eerste democratisch verkozen premier van de Belgische ex-kolonie Congo. Maar veel is ook onvermeld gebleven. Wie was Lumumba? Waar stond hij voor? Waarom werd hij zo gehaat door de enen en verafgood door de anderen?

Zijn verhaal begint in Kisangani, dat toen nog Stanleystad heette. Lumumba was er klerk op het postkantoor.

Hij was een officiële évolué, een zwarte die met succes de moeilijke proeven had doorstaan om een carte d’immatriculation te verkrijgen, waardoor hij op plaatsen kon komen die voorbehouden waren voor blanken. Op die status was Lumumba erg trots. De évolués van Kisangani hadden een vereniging. Lumumba was er voorzitter van.

Hij was medestichter van de Union Belgo-Congolaise, een interraciale vereniging voor Belgen en Congolezen. Hij was ook medeoprichter en voorzitter van een liberale Amicale. Een strategische keuze: de Belgische minister van Koloniën was op dat moment Auguste Buisseret, een liberaal.

Lumumba was een officiële “évolué”. Op die status was hij erg trots.

De twee ontmoeten elkaar. Buisseret is zeer onder de indruk. Hij nodigt Lumumba en vijftien andere évolués uit voor een bezoek aan België. In 1955 doet koning Boudewijn op zijn reis door Congo ook Stanleystad aan.

Buisseret regelt een onderhoud van de vorst met Lumumba. Ook nu weer kunnen beide heren het uitstekend met elkaar vinden.

Maar Lumumba is ook voorzitter van de lokale afdeling van een vakbond voor zwart overheidspersoneel. In die functie ijvert hij voor gelijk loon voor gelijk werk. En dan loopt het mis.

Na zijn terugkeer uit België wordt hij opgepakt en tot twee jaar veroordeeld voor een diefstal op het postkantoor. Hij bekent de diefstal maar haalt in zijn pleidooi vernietigend uit naar de koloniale administratie, die de zwarten veel te weinig betaalt. Tijdens zijn gevangenschap schrijft hij een boek over de toekomst van Congo: Le Congo, terre d’avenir, est-il menacé?

Op dat ogenblik eist een zekere Kasa Vubu in Kinshasa al met veel rumoer de onmiddellijke onafhankelijkheid op. Daar is Lumumba het niet mee eens. Hij vindt het nog te vroeg. In de plaats daarvan stelt hij een soort condominium voor tussen België en Congo met een gemeenschappelijk staatshoofd: koning Boudewijn. Een idee dat, naar men zegt, Boudewijn erg interesseerde…

Nogmaals komt zijn vriend Buisseret tussenbeide: hij zorgt voor Lumumba’s vrijlating en bezorgt hem een baan bij de brouwerij Bracongo in Kinshasa, waar hij vijfmaal zoveel verdient als bij de post in Kisangani.

Een koude steen

Met zijn gematigdheid is het nu afgelopen. Zijn eis voor gelijk loon voor blank en zwart valt op een koude steen, ook bij de Belgische vakbonden. Hij radicaliseert met de dag.

Ook de liberalen luisteren niet meer naar hem. Integendeel, de Amicale gooit hem eruit. Lumumba is nu immers de man die volledige onafhankelijkheid opeist en wel onmiddellijk.

Lumumba is een unitarist die gehecht is aan de integriteit van het Congolese grondgebied. Hij is ook pan-Afrikanist, hij droomt van een verenigd Afrika.

Op 10 oktober 1958 richt hij – met anderen – de MNC op, de Mouvement National Congolais, de enige partij die op het hele Congolese grondgebied lijsten zal indienen bij de eerste verkiezingen in 1960. Bij de kolonialen groeit de haat tegen de man die “hun” Congo wil afpakken. Zij steunen eerder politici als Kasa Vubu en Tschombe, regionalisten die een grote autonomie voor hun gebied – en zichzelf – opeisen. Maar Lumumba is een unitarist die gehecht is aan de integriteit van het Congolese grondgebied. Hij is ook pan-Afrikanist, hij droomt van een verenigd Afrika.

Lumumba wint de verkiezingen en wordt op 30 juni 1960 de eerste premier van het onafhankelijke Congo. Hij houdt een magistrale toespraak over de onmenselijkheid van het koloniale systeem. Het levert hem vele vijanden op in het Belgische establishment. Koning Boudewijn luistert met stijgende woede. Van de bewondering blijft niets over.

Maar, zoals David Van Reybrouck opmerkt in zijn boek Congo, een geschiedenis: van een toekomstvisie is in zijn rede geen sprake. Van een programma voor zijn regering al evenmin.

Dat hoeft niet te verbazen. De Congolese historicus Jean Omasombo, die het leven en werk van Lumumba grondig heeft bestudeerd, windt er geen doekjes om: ‘Er was in 1959 – 1960 geen enkele politieke partij met een goed programma, ook de MNC niet. Een partijkader was er niet, alles draaide om Lumumba, hij is onze leider, met hem zullen we het goed hebben, met hem zullen we te eten hebben. Platvloers gebabbel.’

Ik ben proMO*

 

Steun ons unieke nonprofit mediaproject en word proMO*.

Je geniet van tal van voordelen, maakt MO* mee mogelijk en steunt ons in onze missie.

 

Voor € 4/maand of € 50/jaar maak jij MO* mee mogelijk.

Ik word proMO*

Een oude strijdmakker van Lumumba, die ik in Kisangani ontmoette, is nog strenger: ‘Ik heb Lumumba persoonlijk gekend. Zijn partij heeft me aanvankelijk erg geboeid, maar het nationalisme dat hij predikte, is door de mensen verkeerd begrepen. Onafhankelijkheid werd opgevat als niet meer werken, geen belastingen meer betalen, de blanken eruit gooien. Dat heeft haat verwekt en daar kon ik het niet mee eens zijn.’

Vergiftigde tandpasta

Wat zo mogelijk nog erger was: Lumumba, een jonge man van 35, had geen enkele bestuurservaring. Ook zijn ministers hadden die niet. Want de Belgen hebben systematisch en bewust nagelaten Congolezen leidende functies toe te vertrouwen.

Toch wordt de regering-Lumumba al meteen met gigantische problemen geconfronteerd. Op dag één breekt er een muiterij uit in het leger. Lumumba had zijn verkiezingsbelofte om het officierenkorps te afrikaniseren niet gehouden.

Samen met president Kasa Vubu – een politiek tegenstrever – bezoekt hij alle muitende legerkampen en organiseert er officiersverkiezingen. Tot ieders verbazing worden hier en daar Belgische officieren verkozen. Maar de muiterij jaagt wel de kolonialen het land uit. Lumumba verliest al degenen die wél bestuurservaring hadden: de Belgen.

Op 11 juli 1960 scheurt de rijke koperprovincie Katanga zich af van Congo, met volle steun van de Belgische regering en de Union Minière, de koloniale mijnmaatschappij. Kort nadien doet de diamantprovincie Kasai hetzelfde.

Lumumba beseft dat het Congolese leger niet in staat is om die twee wingewesten weer onder controle te krijgen. Hij roept de hulp in van de Verenigde Naties. Die lanceren de eerste grote vredesactie uit hun geschiedenis.

In volle Koude Oorlog haalt de ex-liberaal Lumumba communisten binnen.

Maar Lumumba is niet tevreden: de blauwhelmen doen niet wat hij vraagt. Hij doet daarom een beroep op de Sovjet-Unie. In Kisangani landen Russische militaire vliegtuigen, in Kinshasa wemelt het van Russische “diplomaten”. In volle Koude Oorlog haalt de ex-liberaal Lumumba communisten binnen.

Nu zijn de rapen overal gaar, niet alleen in Brussel maar nog meer in Washington. Lumumba wordt er als een communist beschouwd.

President Eisenhower, die zijn laatste dagen in het Witte Huis doorbrengt, geeft de CIA bevel Lumumba te vermoorden. De Amerikaanse journaliste Madeleine Kalb leverde al in 1982 het bewijs daarvan in haar boek The Congo Cables, gebaseerd op het telexverkeer tussen het CIA-bureau in Kinshasa en de regering in Washington. Een zekere Joe, schuilnaam van een CIA-agent, probeert de tandpasta van Lumumba te vergiftigen. De poging mislukt.

Meer dood dan levend

Ook binnenslands slaagt Lumumba erin vele vijanden te maken. Zijn vriend en vertrouwensman sergeant Joseph-Désiré Mobutu heeft hij tot kolonel bevorderd en tot baas van het leger benoemd.

Hij stuurt hem met zijn troepen naar Kasai om er een einde te maken aan de secessie. De muiters van gisteren gedragen zich als beesten en vermoorden duizenden onschuldige Baluba, zoals de bewoners van Kasai heten. VN-secretaris-generaal Hammarskjöld spreekt van een genocide.

Of Lumumba opdracht heeft gegeven tot de slachtpartij is zeer onwaarschijnlijk, maar hij heeft er zich nooit van gedistantieerd. Voor zijn vijanden was ze het gedroomde voorwendsel om zich van hem te ontdoen. President Kasa Vubu ontslaat hem (onder grote Belgische en westerse druk) en zijn oude “vriend” Mobutu verraadt hem: hij arresteert Lumumba.

Vijf Baluba willen zich wreken voor de moordpartij in hun gebied. Ze gaan zo hevig te keer dat de bemanning dreigt de vlucht af te breken.

Na een paar vluchtpogingen belandt Lumumba met twee medestanders in het legerkamp van Thysstad, vandaag de dag Mbanza-Ngungu. Daar praat hij in op de militairen die hem bewaken. Met succes, ze willen hem vrijlaten.

Dat is niet wat het machtige trio in Kinshasa wil: president Kasa Vubu, chef van de Veiligheid Victor Nendaka en kolonel Mobutu, alle drie met Belgische adviseurs. Ze besluiten Lumumba over te brengen naar een streek waar hij gehaat wordt. Ze aarzelen tussen Kasai en Katanga. De Belgen adviseren Katanga.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Lumumba en zijn twee makkers worden op een vliegtuig met bestemming Lubumbashi (Katanga) gezet: een Sabena-toestel met Belgische bemanning. De gevangenen krijgen vijf bewakers mee, niet toevallig alle vijf Baluba. Ze nemen de gelegenheid te baat om zich te wreken voor de moordpartij in hun gebied, waarvoor ze Lumumba verantwoordelijk achten. Ze gaan zo hevig te keer dat de bemanning dreigt de vlucht af te breken als ze niet ophouden.

Toen ik zelf twee jaar later in Lubumbashi was, vertelden mensen mij dat Lumumba bij aankomst in Lubumbashi al meer dood dan levend was. Eén van de vijf slagersgasten was een zekere Jonas Mukamba, die onder Mobutu grote baas werd van de diamantmijn MIBA.

Twee tanden

Toen in 1997 de troepen van de oude Kabila oprukten werd Mukamba op zijn beurt gearresteerd en op een vliegtuig gezet. Hem werd sarcastisch de vraag gesteld of dat hem aan een “bepaalde reis” herinnerde. Maar het liep met hem beter af dan met Lumumba. Hij is nog in goede doen en actief als politicus.

Van de moordenaars en hun opdrachtgevers is niemand ooit ter verantwoording geroepen. In Congo niet, in België niet.

Het einde van Lumumba kennen we: hij werd de avond van zijn aankomst geëxecuteerd op bevel van Godefroid Munongo, de Katangese minister van Binnenlandse Zaken, met akkoord van de hele regering. Het executiepeloton werd samengesteld door een Belgisch politieofficier.

Bij de executie waren nog andere Belgen aanwezig, evenals de voltallige Katangese regering. De dag nadien kreeg de inspecteur-generaal van de Katangese politie, de Belg Gerard Soete, van Munongo de opdracht de lijken van Lumumba en zijn twee maten op te lossen in zwavelzuur. Dat deed hij, maar hij bewaarde twee tanden. De tand die nu in een Congolees mausoleum wordt bewaard, zou één van die twee zijn.

Maar van de moordenaars en hun opdrachtgevers is niemand, niemand ooit ter verantwoording geroepen. In Congo niet, in België niet.

P.S.: Wie wil weten om wie het allemaal gaat, lees het boek van Ludo De Witte “De moord op Lumumba”.

Maak MO* mee mogelijk.

Word proMO* net als 3229   andere lezers en maak MO* mee mogelijk. Zo blijven al onze verhalen gratis online beschikbaar voor iédereen.

Ik word proMO*    Ik doe liever een gift

Over de auteur