Het gebruik en misbruik van antisemitisme in België, Polen en Israël

Meer stenen en minder wetten

© Brecht Goris

 

Progressieve Joodse groeperingen, in samenwerking met lokale en internationale Palestijnse en Europese activisten, hebben zich met hand en tand verzet tegen de werkdefinitie van antisemitisme zoals die werd voorgesteld door de Internationale Alliantie ter Herdenking van de Holocaust (IAHH), maar het mocht niet baten. De macht van de lobby was te groot. In tegenstelling tot het verhaal van David en Goliath, waarbij joden zich traditioneel met David identificeren, eindigde deze strijd met een overwinning van Goliath. Goliath, niet David, had de steun van vele wereldmachten, waaronder de staat Israël. Dit feit alleen al maakt het de moeite waard het verder te onderzoeken.

Laten we eerst eens kijken naar de definitie:

‘Antisemitisme is een bepaald beeld van Joden, dat zich kan uiten als haat tegen Joden. Retorische en fysieke uitingen van antisemitisme worden gericht tegen Joden of niet-Joden en/of hun bezittingen, tegen instellingen van de Joodse Gemeenschap, en religieuze voorzieningen’.

Hoewel ik het geen hele goede definitie vind, realiseer ik me dat ik als academicus moet accepteren dat er simpelweg nooit genoeg nuance is in de meeste politieke concepten en definities. Het excuus dat mensen nuances niet kunnen of niet willen begrijpen, is absoluut een leugen – en niet één die alleen van toepassing is op Trump en zijn soort populistische politici. Het is een essentieel onderdeel van de neoliberale mythe, waarin depolitisering voorkomt dat betrokken en bekwame burgers onrecht aankaarten. Hoe dan ook, deze definitie van antisemitisme is niet per se meer problematisch dan andere (oppervlakkige) definities. Het probleem begint pas echt bij enkele voorbeelden die de IAHH geeft om de definitie te verduidelijken en te illustreren.

Met name enkele van deze voorbeelden, allemaal gerelateerd aan de staat Israël, zijn zorgwekkend:

  • Het ontzeggen van zelfbeschikkingsrecht aan het Joodse volk, e.g. door te stellen dat het bestaan van de staat Israël een racistisch project is.
  • Het hanteren van dubbele standaarden jegens Israël door er gedrag van te verwachten dat niet wordt verwacht of vereist van enige andere democratische natie.
  • Het vergelijken van hedendaags Israëlisch beleid met dat van de Nazi’s.
  • Joden collectief verantwoordelijk houden voor de daden van de staat Israël.

Zonder diep op elk voorbeeld in te gaan, zou het duidelijk moeten te zijn dat deze nieuwe werkdefinitie van antisemitisme Joden wereldwijd associeert met de staat Israël, en wel op een eenzijdige manier. Joden kunnen niet collectief verantwoordelijk worden gehouden voor de daden van de staat Israël en toch kan de staat Israël wel spreken voor het Jodendom wereldwijd, inclusief diegenen die zich identificeren als diasporische Joden en hiermee de staat Israël, zowel als staat en als hart van het Rabbijnse jodendom, verwerpen.

Volgens de voorbeelden kan de staat Israël niet worden bekritiseerd als racistisch – wat me doet afvragen hoe we de huidige illegale en gedwongen deportaties van Soedanese en Eritrese vluchtelingen uit Israël zouden moeten noemen – terwijl het voortbestaan van Israël (in zijn huidige racistische vorm) berust op het ontzeggen van zelfbeschikkingsrecht aan miljoenen Palestijnen.

De nieuwe definitie van antisemitisme biedt een uitweg voor de hedendaagse Goliath. David zou zich omdraaien in zijn graf (tenzij zijn graf natuurlijk vernietigd is door een illegale nederzetting). Ik vraag me zelfs af of het vergelijken van Israël met Goliath volgens deze definitie wel toegestaan is…

Hoewel het bovenstaande een voorbeeld is van de invloed van Israël in de EU, vertelt een recent goedgekeurde wet in Polen een ander verhaal. De wet, vergelijkbaar met sommige voorbeelden uit de hierboven genoemde definitie, reguleert welke terminologie gebruikt mag worden om de vernietigings- of werkkampen tijdens de Shoah te beschrijven, waarvan de meeste op Pools grondgebied stonden. Het is nu bijvoorbeeld illegaal en strafbaar met boetes of gevangenisstraf om hiernaar te verwijzen als Poolse vernietigings- of werkkampen.

Hoewel voorstanders van vrijheid van meningsuiting hier wereldwijd tegen in opstand komen, blijven ze opvallend stil over de beperkingen van de antisemitisme definitie van de IAHH (hoewel deze natuurlijk niet juridisch bindend is). Over een handige dubbele standaard gesproken.

Veel Joden, Joodse groeperingen en de regering van Israël zijn ook woedend. Dit heeft geleid tot een ongekend snelle omkering in internationale betrekkingen, gezien het feit dat Israëls meer recente partnerkeuze bestaat uit een variëteit aan Centraal(Oost)-Europese rechtse leiders, waarvan een groot aantal expliciet antisemitisch is en tegelijkertijd pro-Israël (schijnbaar het enige dat telt voor Bibi Netanyahu). Desondanks lijken sommige van Israëls nieuwe vrienden zijn nieuwe definitie van antisemitisme niet te kunnen waarderen – aldus Netanyahu.

Het is zowel tragisch als ironisch dat Netanyahu de chutzpa (het lef) had om te zeggen: ‘Je kunt de geschiedenis niet veranderen en de Holocaust niet ontkennen’. Dit is dezelfde man die het illegaal heeft gemaakt om Palestijnen te onderwijzen over de Nakba, de catastrofe die hun ouders en grootouders overkwam.

Hoe kan hij zich beklagen over de Poolse overheid, terwijl hij in 2018 – 70 jaar na de Nakba – de geschiedenis hierover nog steeds probeert te veranderen? Het is kiezen of delen, Bibi.

Hoe kan hij zich beklagen over de Poolse overheid, terwijl hij in 2018 – 70 jaar na de Nakba – de geschiedenis hierover nog steeds probeert te veranderen? Het is kiezen of delen, Bibi. Het lijkt erop dat Netanyahu’s Poolse vrienden simpelweg het voorbeeld van Israël volgen. Door taalgebruik te reguleren proberen ze hun eigen versie van de geschiedenis tot de enige versie te maken. Dit benadrukt maar weer het belang van een scheiding van wetten en politiek. Laten we onze politieke strijd in het politieke domein voeren – niet alleen in het parlement, maar zeker ook in de publieke sfeer – en dit debat niet reguleren of verzwijgen door wetgeving.

Hoewel ik me realiseer dat ik me mogelijk schuldig maak aan antisemitisme, is er wellicht wat waarheid en waarde in de woorden van Poolse premier Mateusz Morawiecki: ‘Ik kan best zeggen dat er tijdens de oorlog Poolse daders waren. Ik kan evengoed zeggen dat er Russische daders waren. Ik kan evengoed zeggen dat er Joodse daders waren, echt wel, of Oekraïense. Er waren echt niet alleen Duitse daders.’ Wat Bibi en veel Israëliërs willen, is een ongenuanceerde dichotomie tussen slachtoffers en daders. Met deze absurde logica is er alleen een slachtoffer en een dader – er is geen ruimte voor verandering en een genuanceerder beeld van de geschiedenis.

Dit is waarschijnlijk één van de redenen waarom het werk van Hannah Arendt, vooral haar boek over Eichmann, bij zovelen in Israël afkeuring opwekt. Het valse onderscheid tussen dader en slachtoffer zorgt ervoor dat Israël zichzelf kan blijven zien als eeuwig slachtoffer, waardoor het dus de facto onmogelijk is dat Palestijnen een slachtoffer van Israël zijn of geweest zijn.

Eén van de redenen waarom ik het boek of de film The Pianist in mijn lessen gebruik, is dat het de simpele waarheid zo goed laat zien: er zijn goede en slechte mensen aan beide kanten. Het ontkennen van deze waarheid is ook de reden dat bepaalde geschiedkundige feiten tot relatief kort geleden zijn ontkend, zoals het feit dat Golda Meir selecteerde welke Joden ze in Israël zou accepteren in de jaren ‘50.

Israël was in de jaren

’50 geen staat voor alle Joden, en dat is het ook vandaag niet.

Hoe is het mogelijk dat een onbevreesde Zionistische leider bepaalde Joden prioriteit geeft voor aliyah (immigreren naar Israël) en anderen uitsluit? Israël was toen niet een staat voor alle Joden, en dat is het ook vandaag niet.

In plaats van de geschiedenis en het geheugen te reguleren en veranderen, zoals de Poolse en Israëlische staat proberen te doen, zouden we deze geschiedenis niet juist moeten verkennen en erover spreken, in al haar nuances? Juist daarom is het zo belangrijk dat we struikelstenen hebben in heel België– en niet alleen voor slachtoffers van de Shoah.

Scholen zijn niet de enige plaats om te leren. Publieke ruimten en debatten, straatnamen en monumenten, ze zijn allemaal mogelijke geschiedenislessen. Ik zou tot slot graag een les delen die ik dit jaar met mijn kinderen meemaakte. Op vakantie in Amsterdam bezochten we het huis en de school van Anne Frank. Om de hoek bij haar school merkte een van mijn kinderen de glanzende stenen in de stoep op. We bleven staan en begonnen te lezen: het was het huis waar de familie Frank geleefd had, niet het beroemde huis waar ze ondergedoken zaten en waar nu een museum is. We bleven er praten, ons voorstellend hoe het geweest moest zijn. Tijdens de rest van onze vakantie bleven mijn kinderen de grond afzoeken naar stenen – en elke keer stopten we en brachten we de geschiedenis tot leven.

Eenmaal terug in Leuven, enkele dagen later, liepen we naar huis vanaf het station. In een straat waar we al honderd keer doorheen waren gelopen, bleven mijn kinderen plotseling staan. Ze hadden struikelstenen gevonden in Leuven. Ik geloofde hen eerst niet. Ik wist niet eens dat we ze ook in Leuven hadden. Zo leerden de stenen mijn kinderen dat hun moeder ook nog veel te leren had. Ze leerden ook – van mij, dit keer – dat families complex zijn, toen ik hen vertelde over de Rothchild familie en hun verschillende rollen in de Joodse geschiedenis.

De derde, en misschien wel belangrijkste les van de struikelstenen, was dat geschiedenis zich niet afspeelt in een tijd en plaats ver van hier. De geschiedenis van Leuven en dus het leven van mijn kinderen is ook verbonden met de Joodse geschiedenis. De haat van toen, of het nu antisemitisme of islamofobie was, behoort niet alleen tot andere plaatsen en tijden.

In plaats van ons te richten op de wet en het reguleren en beheersen van taalgebruik, zouden we ons bezig moeten houden met het herinneren van de geschiedenis in al zijn complexiteit. Als stenen zoals deze erbij helpen, mogen we onze trottoirs nog veel vaker bewerken.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2623   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • politiek filosofe

    Dr. Anya Topolski, geboren en getogen in Canada, is associate professor in de Politieke Filosofie en Politieke Theorie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.