Omdat onbegrensde groei niet houdbaar is

Naar een economie van het genoeg

© Brecht Goris

Jan Mertens

Hoe komen we dichter bij een rechtvaardige welvaart binnen planetaire grenzen? Werken aan een economie van het genoeg biedt betere perspectieven op een echte vooruitgang dan het blind nastreven van een economische groei die de draagkracht van de planeet ontkent en zo de ongelijkheid versterkt. Het wordt wel tijd dat er een plek komt waar we over zo’n economie van het genoeg kunnen nadenken.

Stel dat je op een familiefeest zegt dat je genoeg hebt. In eerste instantie zullen je tafelgenoten misschien vragen of je toch geen vierde keer langs het dessertbuffet zou passeren.

Stel dat je dan zegt dat je vindt dat je genoeg verdient, dat je huis meer dan groot genoeg is, dat je genoeg kleren hebt, dat je gsm best nog wel een tijd mee kan, dat je geen behoefte voelt om nog meer met vakantie te gaan en dat je het eigenlijk belangrijker vindt dat anderen die het moeilijker hebben dan jij wat meer krijgen en dat jouw geluk daar mee van afhangt.

De kans is groot dat de anderen je raar aankijken. Er zullen waarschijnlijk snel veel reacties komen. Allerlei verwijten. Allerlei verwijzingen naar de eigen situatie.

In de marge geduwd

We kunnen echter niet zeggen dat onze maatschappij die zo sterk gericht is op steeds meer consumeren ons allen zo gelukkig maakt. Heel veel mensen worden in de marge geduwd, hebben het op zich al moeilijk om waardig te leven, en voelen ook nog eens de druk van de statusconsumptie (je telt immers maar mee als je ook een smartphone hebt).

‘De vaststelling dat het moeilijk is om op een rustige manier met elkaar te praten over hoe zo’n andere, meer duurzame en rechtvaardige, welvaart eruit zou kunnen zien is eigenlijk triest’

En veel mensen die wel genoeg hebben om waardig te leven ervaren hun leven als zinloos, voelen zich permanent opgejaagd door de druk om steeds te moeten uitdragen dat ze zo’n fantastisch topleven hebben en proberen te verbergen hoe eenzaam ze zich werkelijk voelen. Stel dat we de gemeenschappelijke welvaart eerlijker zouden verdelen, dat we ervoor zorgen dat we overal zuivere lucht hebben en genoeg groen, en dat we zorgen voor meer menselijke nabijheid, misschien worden we dan samen wel gelukkiger.

De vaststelling dat het moeilijk is om op een rustige manier met elkaar te praten over hoe zo’n andere, meer duurzame en rechtvaardige, welvaart eruit zou kunnen zien is eigenlijk triest.

Wanneer het gaat over de “grote” economie is het eigenlijk niet anders. Het is niet moeilijk te beseffen dat we op een pad zitten dat we niet echt kunnen volhouden. Als we met zijn allen op deze planeet opgeteld nog veel meer het vliegtuig gaan nemen, nog meer vlees eten, nog meer de auto nemen voor zelfs heel korte verplaatsingen, nog meer grondstoffen gebruiken, omdat we zo graag dingen weggooien, dan lopen we onherroepelijk vast.

En iedereen die dat wil weten, weet dat ook. Het lijkt alleen zo moeilijk om het alternatief te denken, omdat we in een soort tunnelvisie zitten.

Mentale omwenteling

Het is wellicht heel menselijk om het alternatief te denken als bedreigend te ervaren, omdat je dan mentaal iets moet opgeven. Als we alleen maar vanuit onze huidige concepten van wat een “goede” economie is vooruitkijken, zien we alleen wat moeilijk lijkt, want we mogen de veronderstelde heiligheid van het groeidenken niet in vraag stellen.

Een klimaatdoel van 1,5 graden Celsius nastreven wordt dan quasi onhaalbaar. Je kunt echter ook even uit het “doorholdenken” stappen en omgekeerd redeneren. Stel dat we vertrekken van de beschikbare veilige klimaatruimte die er nog is, en dan beginnen knutselen aan een welvaartsmodel dat daarin past, dan krijg je ineens wel de kans om het alternatief te zien.

Stel dat we de kosten berekenen van doorhollen, dan wordt het alternatief misschien wel erg interessant. Een recente studie bracht in kaart dat de vermeden schade bij een klimaatdoel van pakweg 2 of 3 graden Celsius hoger is dan de kost van de nodige emissiebeperkingen.

In de visie van Kate Raworth en haar donuteconomie vertrek je van planetaire grenzen en begin je zo stap voor stap een economie te bouwen die regeneratief en herverdelend by design is. Het lijkt misschien moeilijk, maar het is wel hoopvol. Stel dat we binnen de beschikbare veilige klimaatruimte afspreken hoeveel we kunnen voorzien voor vliegreizen en dan zo een beperkt aantal slots toekennen per luchthaven en mogelijk ook een individueel vliegrecht, dan betekent dat een hele omwenteling die voor velen heel moeilijk zal zijn.

Het is echter wel een omwenteling die er mee voor zorgt dat de huidige klimaatverandering geen klimaatchaos wordt. Hierdoor wordt de toekomstige maatschappelijke kost kleiner en kan die garanderen dat onze kinderen en kleinkinderen ook nog kunnen vliegen.

Zo’n systeem zal nog niet voor morgen zijn. Maar tot op zekere hoogte vinden we het al wel aanvaardbaar voor onze visbestanden. We proberen veilige visquota vast te leggen om zo te garanderen dat de bestanden op peil blijven. Stel dat we in onze beleidsinstrumenten om tot een meer circulaire economie te komen hardere doelen vastleggen dan nu, dan zouden we tot meer verregaande innovaties kunnen komen die ook op langere termijn het voortbestaan van duurzame productie en werkgelegenheid kunnen verzekeren.

Dubbele ontkoppeling

Het wordt tijd dat we in ons hoofd de deur openen voor nieuwe visies op welvaart. Alles zetten op economische groei is immers uiteindelijk een heilloze weg. Het hele geloof in de verzoenbaarheid van economische groei en de planetaire grenzen steunt op een strategie van eco-efficiëntie. Die zou moeten leiden tot een ontkoppeling tussen BBP-groei en impact op de planeet.

Tot nu toe zien we dat die ontkoppeling alleen maar relatief of partieel is. De efficiëntiewinst die we maken, wordt tenietgedaan door volumetoename. We maken een zuinigere auto, maar we rijden er meer mee. We moeten minder uitgeven aan energie in onze geïsoleerde woning, dus we kunnen een keer meer vliegen. In absolute termen gaat het gebruik aan grondstoffen niet naar beneden, neemt de druk op de planeet dus niet af.

‘De materiaalproductiviteit neemt af, de groei aan groene technologie stagneert, en de voorbije jaren was de steun voor fossiele brandstoffen hoger dan de BBP-groei’

Mondiaal gezien is er zelfs sprake van een herkoppeling. De materiaalproductiviteit neemt af, de groei aan groene technologie stagneert, en de voorbije jaren was de steun voor fossiele brandstoffen hoger dan de BBP-groei.

We moeten dringend werken aan een dubbele ontkoppeling, enerzijds de efficiëntie van onze producten en systemen verhogen en anderzijds werken aan een welvaartsmodel dat garandeert dat in absolute aantallen de druk op de planeet vermindert (in plaats van trager stijgt).

Naast een strategie van efficiëntie is er dus ook nood aan een complementaire strategie van sufficiëntie, van het nadenken over een genoeg dus. De voorbije jaren zagen we al dat een tragere groei leidde tot toegenomen sociale spanningen. We konden de sociale vrede niet zomaar meer afkopen met het vooruitzicht op forse groei.

Het verhaal dat groei ertoe zou leiden dat iedereen rijker zou worden klopt niet. De vruchten gingen vooral naar wie al behoorlijk rijk was. Van de ecologische degradatie waren vooral de armsten het slachtoffer. Bij trage of nulgroei wordt de keuze scherper: je kunt ervoor kiezen om sociale rechten van sommigen af te bouwen of je kunt beter verdelen wat er is. En als we zelfs niet kunnen denken dat een model zonder of met weinig groei ook het nieuwe normaal kan zijn, bereiden we enkel een volgende toename van de ongelijkheid voor.

Volgens Tim Jackson zal het hardnekkig opnieuw willen aanzwengelen van de groei alleen maar leiden tot meer sociale en ecologische problemen (en op dat punt is hij het niet eens met Piketty).

Vooruitgang, vrijheid en welvaart

Hoe we een stabiel welvaartsmodel maken dat niet afhankelijk is van groei is niet eenvoudig. We weten alleen steeds beter dat ten koste van alles doorhollen in een groeimodel dat de planeet uitput en uiteindelijk de ongelijkheid vergroot alleszins niet stabiel is.

Het zou goed zijn als er in onze maatschappij plekken zouden zijn waar politici, academici, middenveldmensen en burgers op een veilige maar ook structurele wijze kunnen nadenken over zo’n alternatief. Die plekken zijn er nu te weinig. Er is te weinig ruimte voor ernstig wetenschappelijk onderzoek naar zo’n welvaartsmodel.

De dwang van het groeidenken is zo groot dat veel politici en ook mensen uit middenveldorganisaties het niet eens aandurven om het alternatief van een economie van het genoeg te zien dat zich buiten de doorholtunnel bevindt.

Elke bewust nagestreefde maatschappelijke verandering moet je eerst denken. De Duitse Maja Göpel spreekt in dat verband over een ‘tweede Verlichting’, waarbij we begrippen als vooruitgang, vrijheid en welvaart anders gaan invullen, op een manier die aangepast is aan de 21ste eeuw, aan het Antropoceen.

Het is alleszins de moeite om te proberen. Er rust immers meer hoop in een genoeg dat kan blijven duren dan in een teveel dat weleens heel snel voorbij zou kunnen zijn of dat enkel het voorrecht is gebleven van een kleine minderheid in ruimte en tijd.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Beleidsmedewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

    Jan Mertens woont in Leuven, werkt voor de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, en is onder meer ook actief in de denktank Oikos.