Deelde de eerste premier van Congo de droom van Koning Boudewijn?

Omtrent Lumumba

© Brecht Goris

Walter Zinzen

Twee weken geleden herdachten we de moord op Patrice Lumumba. Die herdenking vervult me met tegenstrijdige gevoelens. Omdat de beeldvorming over de eerste Congolese premier haast altijd eenzijdig is.

Voor de kolonialen was hij de duivel zelve, een communist, de veroorzaker van alle ellende in Congo. Voor zijn bewonderaars was hij een heilige, een nationalist , iemand zonder gebreken , die op zijn eentje de onafhankelijkheid had veroverd. Niets van dat alles klopt. Lumumba was geen communist en eigenlijk ook geen nationalist. Hij was een pan-Afrikanist , volgeling van Kwame Nkrumah, de eerste president van Ghana, de eerste onafhankelijk geworden Afrikaanse kolonie. (In 1958)

Lumumba’s verdienste in de onafhankelijkheidstrijd is onbetwistbaar groot, maar pas vrij laat op gang gekomen. De eerste die op luide toon “onafhankelijkheid nu” riep was Joseph Kasa Vubu, de latere president. Daar was Lumumba het aanvankelijk niet mee eens. In 1956, vier jaar voor de onafhankelijkheid , schreef hij een boek dat hij “Le Congo, terre d’avenir , est-il menacé? [1] titelde.

Congo was nog niet klaar voor de onafhankelijkheid, vond hij toen. Hij zat dus op precies dezelfde golflengte als de kolonialen. Sterker nog: Lumumba deelde de droom van Koning Boudewijn: dat Congo en België, als twee autonome delen van één rijk, een soort condominium zouden vormen onder één staatshoofd: de Koning der Belgen.

Voor de Belgische kolonisator had hij niets dan lof. Ik citeer: ‘Tout homme réellement humain et raisonnable doit témoigner de la reconnaissance et s’incliner avec respect devant l’œuvre grandiose réalisée dans ce pays au prix d’incalculables sacrifices matériels.’ (p. 21) [2]

Is dit dezelfde Lumumba die op onafhankelijkheidsdag, 30 juni 1960, het kolonialisme in een magistrale speech geselde in de meest felle bewoordingen? Interessante vraag.

Feit is dat Lumumba al snel moest vaststellen dat het voor zijn gematigde opstelling te laat was. De oproep van Kasa Vubu en vele anderen voor onmiddellijke en volledige onafhankelijkheid werd gehoord, niet de zijne. Dus veranderde hij het geweer van schouder en eiste, verkreeg en won hij de verkiezingen. Maar de feiten bleven wat ze waren. Congo was nog niet klaar voor de onafhankelijkheid. Het ontbrak Lumumba en zijn ministers aan iedere vorm van bestuurlijke ervaring.

De administratieve ruggengraat van Congo, die de onervaren ministers zo nodig hadden, was op een paar weken tijd volledig verdwenen.

Een catastrofale fout die het koloniale regime zwaar moet worden aangerekend. Zwarten mochten immers nergens leidende functies uitoefenen, niet in de administratie, niet in het bedrijfsleven, nergens. Lumumba, zelf een jongeman van 32, leidde bijgevolg een regering van groentjes. Het zou dus al moeilijk genoeg geweest zijn om het onafhankelijke Congo in normale omstandigheden een beetje behoorlijk te besturen. Maar die normale omstandigheden waren er niet. Wel integendeel.

Een muiterij in het leger, de afscheiding van de twee rijkste provincies (Katanga en Kasai), de daaruit voortvloeiende oorlogen en de evacuatie van zo goed als alle Belgen veranderden de onafhankelijkheidsdroom in een nachtmerrie. Die evacuatie verliep als een vicieuze cirkel: de Belgen ontvluchtten het geweld, het geweld nam toe naarmate de staat ophield te functioneren. Het gevolg was wel dat de administratieve ruggengraat, die de onervaren ministers zo nodig hadden, op een paar weken tijd volledig verdwenen was.

Dat België het nodig achtte het “soevereine “ Congo militair te bezetten “om landgenoten te evacueren” zonder Lumumba er zelfs maar over te informeren, verkleinde de problemen zeker niet.

Op 17 januari 1961 verdween Lumumba voorgoed van het toneel, toen een Katangees executie-peloton onder Belgisch bevel een einde maakte aan zijn leven. Eeuwig onbeantwoord blijft de vraag hoe Lumumba zich zou ontpopt hebben als hij zijn land had kunnen blijven leiden.

Zou hij een Nelson Mandela geworden zijn? Laten we nog eenmaal zijn boekje uit 1956 erbij nemen. Op een bepaald moment richt hij zich rechtstreeks tot de blanken: “Du fond de coeur nous vous disons, sans crainte ni flatterie, que nous vous aimons d’un amour sincère parce que vous nous avez beaucoup aidés et que d’autre part nous sommes tous des frères. (….) Nous attendons de votre côté le même amour que nous vous témoignons et qui se prouve par l’hospitalité que nous vous réservons depuis plus de trois quarts de siècle.’ (P. 158-159) [3]

Brussel had maar één bedoeling: zijn toen nog enorme economische belangen veilig stellen. Dit was met ups en downs de leidraad van de Belgische Congo-politiek tot beginjaren 90, toen er vrijwel geen belangen meer waren.

Klinkt toch een beetje als de regenboognatie, niet? Hier spreekt een verzoeningsgezinde, niet rancuneuze man, niet te vergelijken met de redenaar van 30 juni. Vanwaar die “radicalisering”? Er is m.i. maar één antwoord mogelijk: zijn liefde werd niet beantwoord. Brussel had maar één bedoeling: zijn toen nog enorme economische belangen veilig stellen. Van enige liefde voor de Congolese bevolking was geen sprake. Dit was met ups en downs de leidraad van de Belgische Congo-politiek tot beginjaren 90, toen er vrijwel geen belangen meer waren.

Het is ongetwijfeld die neo-koloniale houding gedurende zovele jaren, die de Congolese professor Elikia Mbokolo deed zeggen: “België, zowel het politieke als het journalistieke België, moet de Congolezen niet komen vertellen wat ze moeten doen.” (In de Canvas-serie “Kinderen van de kolonie”.) Heeft hij gelijk? Op het eerste gezicht natuurlijk wel. Op het tweede gezicht hoor ik hier een dictatoriale echo.

Als dictatoren door buitenstaanders op hun misdaden worden aangesproken, schermen ze steevast met hun “souvereiniteit”. Als die kritiek van de gewezen kolonisator komt, wordt ze al snel als neo-kolonialistisch bestempeld. Mag ik de zaak eens op scherp stellen? Mogen Duitse politici en journalisten geen uitspraken doen of reportages maken over bijvoorbeeld schendingen van mensenrechten in andere landen, alleen maar omdat hun voorouders zich schuldig hebben gemaakt aan de meest gruwelijke misdaden op ons continent (en daarbuiten)? Te gek voor woorden? Zeker wel. Waarom zouden Belgen dan hun mond moeten houden als ze in Congo geconfonteerd worden met bijvoorbeeld kiesbedrog op grote schaal, zoals we dat de afgelopen weken hebben mee gemaakt? Dat prof. Mbokolo journalisten en politici op één hoop gooit, is onaanvaardbaar. Voor politici steek ik mijn handen niet in het vuur, voor mijn vakbroeders en -zusters wel.

Als ik even persoonlijk mag worden: zelf ben ik nooit koloniaal geweest en ik heb het kolonialisme ook nooit verdedigd, wel integendeel. Toch ben ik 15 jaar lang persona non grata geweest in Congo omdat mijn berichtgeving niet in de smaak viel van Mobutu (en zijn Belgische spitsbroeders). Ik was, ja zeker, een “neo-koloniaal”. Tientallen collega’s is hetzelfde lot te beurt gevallen.

Vandaag zien we andermaal een soortgelijk scenario zich afspelen. Belgische journalisten kregen geen toelating de presidents- en parlementsverkiezingen bij te wonen. (Op één regime-vriendelijke dame na). Was het de bedoeling van al die nakomelingen van het Belgische kolonialisme om de Congolezen de les te gaan spellen? Natuurlijk niet. Ze wilden alleen kijken of de wil van de kiezer werd gerespecteerd. Uitgerekend dat is niet gebeurd. Zijn Belgische journalisten, die dat aan de kaak stellen , “neo-kolonialen”? Of zijn ze niet eerder vrienden, echte vrienden dan, van Congo en zijn bewoners, die zovele jaren later Lumumba’s liefdesaanzoek wél beantwoorden?

Jammer dat we het hem zelf niet meer kunnen vragen. Zoals hij ook niets meer kan zeggen over de tirannen die hem zijn opgevolgd en zijn erfenis hebben verkwanseld. Of is dat neo-koloniale praat?



[1] Wordt Congo, land van de toekomst, bedreigd ?

[2] Iedere echt menselijke en redelijke mens moet erkentelijkheid betuigen en eerbied betonen voor het gedane grandioze werk in dit land ten koste van ontelbare materiele offers.

[3] Uit de grond van ons hart zeggen we u, zonder vrees noch vleierij, dat wij met een oprechte liefde van u houden omdat u ons vaak geholpen heeft en omdat we anderzijds allemaal broeders zijn. Wij verwachten van uw kant dezelfde liefde die wij u verklaren en die bewezen wordt door de gastvrijheid die we u verlenen sinds meer dan driekwart eeuw.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur