Onze apathie is hun overwinning: samen onverschilligheid bestrijden

Tijdens het zoeken naar inspiratie voor een column, voelde Anya Topolski een zekere apathie opkomen. ‘Wat heeft het voor zin, deze wereld gaat naar de knoppen’, dacht ze bij ieder onderwerp. Maar tegelijkertijd besefte ze dat je aan apathie niet mag toegeven, ‘want dat is exact hoe onrechtvaardigheid wint’.

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Wie mij kent, weet dat ik gepassioneerd ben over rechtvaardigheid en over alle vormen van onrechtvaardigheid een sterke – meestal een hele sterke – mening heb. Deze passie is overduidelijk in mijn dagelijkse gesprekken met vrienden, mijn kinderen of met onbekenden. Het is al even zichtbaar op mijn Facebookpagina, op mijn werk en gek genoeg ook als ik date (wat voor geweldige verhalen zorgt).

Gezien de sombere politieke realiteit vandaag de dag (vanuit het perspectief van links), is er duidelijk geen gebrek aan problemen om aan te kaarten. Normaal gezien ben ik al weken aan het broeden op een idee voor mijn MO*column. Een voetnoot van de maand ervoor, een link met mijn colleges, of een reactie op een politiek debat.

Maar wat gebeurde er deze week? Hoewel ik een handvol ideeën voor deze column had, voelde ik me door geen enkele langer dan een paar minuten geïnspireerd, over elk idee voelde ik me steeds apathisch. Wat heeft het voor zin? Deze wereld gaat naar de knoppen. Zoveel van mijn tijd en mijn hart wijden aan vechten voor rechtvaardigheid is tijdverspilling. Het maakt toch geen verschil. Maar een stemmetje in mij riep dat ik niet aan deze apathie mocht toegeven, want dat is precies hoe onrechtvaardigheid wint…

Een aantal jaren geleden heb ik op een kritiek moment in mijn leven de beslissing genomen mijn Facebookpagina niet tot een Fakebook pagina te maken – gevuld met enkel gelukkige en succesvolle verhalen – maar om het menselijk te houden, met ook de pijn én empowerment.

Daarom besloot ik op Facebook anderen te vragen om inspiratie – en juist daarin vond ik de inspiratie voor deze column: het persoonlijke en politieke belang je tot anderen te wenden, aansluiting bij hen te vinden en te weigeren je neer te leggen bij de eenzaamheid van neoliberale hyper-individualisering.

Ik zou in deze column twee met elkaar samenhangende aspecten van deze these willen verkennen. Ten eerste, hoe kon deze apathie mij overvallen (en waarom overvalt het anderen)? Ten tweede, hoe kan ik ervoor zorgen dat dit gevoel van onverschilligheid niet mijn nieuwe status quo wordt?

Voor deze column gaf een mede-feministische, politiek geëngageerde filosoof, Helen De Cruz, me een antwoord dat me inspireerde om niet verzwolgen te worden door apathie. Ze herinnerde me aan een citaat van mijn favoriete filosoof, Hannah Arendt. ‘Moreel en politiek gezien is deze onverschilligheid, hoewel het vaak voorkomt, het grootste gevaar. Daarin ligt de verschrikking en tegelijkertijd de banaliteit van het kwaad’.

Eenzaamheid, het ongewenste soort isolement, is een grote bedreiging voor activisme dat zich richt tegen de neoliberale individualiseringspolitiek.

Toen het idee voor deze column vorm begon te krijgen – een idee dat in de virtuele dialoog met verschillende Facebookvrienden was ontstaan en dus een collectieve onderneming is – herinnerde ik me een briljant citaat dat ik enkele dagen na Trumps inauguratie online las. ‘Sociale bewegingen vereisen sociale banden tussen hun leden’. Het is bijna overbodig in zijn eenvoud, maar soms is zo’n voor de hand liggende herinnering precies wat we nodig hebben om wakker te worden uit onze door apathie veroorzaakte slaap van onverschilligheid– wat Arendt het grootste gevaar voor het politieke noemde.

Activisme vereist solidariteit, collectief empowerment, gedeelde ruimten. Eenzaamheid, het ongewenste soort isolement, is een grote bedreiging voor activisme dat zich richt tegen de neoliberale individualiseringspolitiek. De onverschilligheid vandaag de dag is deels gerelateerd aan het algemene vijandige politieke klimaat dat neoliberalisme gecreëerd heeft. Maar recentelijk is deze onverschilligheid, in ieder geval voor mij, ook nauw verbonden met de snelheid waarmee bepaalde politici en politieke posities werden genormaliseerd. Hoewel ik ook naar Brexit, Wilders en Rutte of LePen en Macron zou kunnen refereren, richt ik me liever tot Trump, die deze week naar Brussel komt.

Trump noemde Brussel een hellhole – gaan we hem gelijk geven door zijn bezoek tot een hel te maken?

Trump noemde Brussel een hellhole – gaan we hem gelijk geven door zijn bezoek tot een hel te maken? Toen zijn komst een aantal maanden geleden bekend werd gemaakt, kondigden tientallen van mijn vrienden aan dat ze zouden protesteren. Nu, een paar maanden later, vlak voor zijn bezoek, is mijn Facebookfeed verstomd. Hebben we al onze boosheid, ons verzet al verloren? Is Trumps terrorisme normaal geworden… zo snel al?

In een eerdere column refereerde ik aan de snelheid waarmee de centrum – en linkse partijen de retoriek van rechts hebben overgenomen – en normaliseren. Dit is waar Stuart Hall ons in 1979 met de komst van het neoliberalisme voor waarschuwde, toen hij het “the great moving right show” noemde. Zoals Foucault plastisch beschrijft in Discipline, Toezicht en Straf, normalisering is de manier waarop conventies worden genaturaliseerd, schijnbaar niet meer waard ze te bevragen en weerstand te bieden. Het is echter zo belangrijk dat we alle vormen van ontmenselijking die genormaliseerd worden blijven identificeren en ons ertegen verzetten. En dat kunnen we niet alleen.

Neoliberalisme ontmenselijkt ons en normaliseert de ontmenselijking van anderen. Het is een relationeel proces.

Politiek is een collectief project. De paradox van liberale democratieën is dat het gemeenschappelijke subject van democratie gereduceerd wordt tot een individueel subject. In neoliberale tijden wordt dit individuele subject nog verder geïsoleerd – een stap dichter naar eenzaamheid, waar onverschilligheid op gedijt. We vergeten vaak dat neoliberalisme dit eenzame subject nodig heeft. Neoliberalisme heeft subjecten wier voorkeuren marktwaarde hebben en wil subjecten met agency transformeren tot atomen. Voor mij is dat een vorm van ontmenselijking die we niet los kunnen zien van seksisme noch racisme. Neoliberalisme ontmenselijkt ons en normaliseert de ontmenselijking van anderen. Het is een relationeel proces.

Er is een duidelijke connectie tussen de snelheid van dergelijke normaliseringen en de triomf van apathie of onverschilligheid. Dat is wat ik “activisme burn-out” zou willen noemen. De statistieken over burn-outs in de arbeidssector liegen er niet om – opnieuw gerelateerd aan de toenemende onzekerheid en ontmenselijking van/door neoliberale regimes. Ik weet niet of iemand de statistieken van activisme burn-outs bijhoudt, een activiteit die vaak plaatsvindt naast “werk”, zorg voor kinderen en de vermoeiende verplichtingen van het “dagelijkse” leven, maar ik heb zo het gevoel dat de aantallen niet fraai zijn.

De normalisatie van Trump – waar we allemaal gedeeltelijk verantwoordelijk voor zijn – is er deels de oorzaak van dat we onze passie en onze overtuiging om te protesteren, verloren hebben. Dit is neoliberale depolitisering op zijn best. Het overkwam mij, en het is zo vele anderen aan het overkomen. Hoewel we het ervaren als individueel probleem is dit een valstrik: het probleem is collectief – en het vraagt om een collectieve reactie. We kunnen het niet alleen bestrijden.

Om Arendt juist te citeren, zocht ik online naar het citaat en (waarschijnlijk vanwege google algoritmes) kwam ik het tegen in mijn eigen boek over Arendt. Toen ik bepaalde passages teruglas viel het me op dat ik dezelfde vraag – hoe we onverschilligheid kunnen tegengaan – al in dit boek probeerde te beantwoorden. Dit is wat ik schreef:

Misschien zijn de meest opvallende parallellen tussen de problemen in de jaren ’30 en het eerste decennium van de 21e eeuw, waarvan Arendt voorspelde dat ze een probleem zouden blijven voor de mensheid, ten eerste de overmacht van technocraten, en met name economen, in politieke zaken; ten tweede, het toenemende aantal vluchtelingen in Europa en de uitbreiding van de vluchtelingencrisis – die zowel ethisch als politiek is – tot voorbij de grenzen van Europa; ten derde, de toenemende vervreemding van de publieke sfeer en haar relatie tot de stijgende aantallen van eenzaamheid, die vaak tot uitdrukking komt in een gebrek aan interesse in alles wat politiek is. Volgens Arendt is het spoor van totalitarisme nog steeds aanwezig in onze moderne democratieën.

Volgens Arendts analyse zijn eenzaamheid en vervreemding het resultaat van de tweede stap in het ontmenselijkingsproces dat de Nazi’s implementeerden.

Volgens Arendts analyse zijn eenzaamheid en vervreemding het resultaat van de tweede stap in het ontmenselijkingsproces dat de Nazi’s implementeerden. De eerste is de vernietiging van de politieke en juridische sferen. De tweede stap is gebaseerd op angst. Klinkt bekend? Angst wordt gebruikt om de banden tussen mensen te vernielen. Om gemeenschappen te reduceren tot geïsoleerde of eenzame individuen.

In haar omschrijving van eenzaamheid beschrijft Arendt de ervaring in de wereld te zijn en je vervangbaar en onnodig te voelen, een nummer in plaats van een persoon of een mens. Hoewel Arendts analyse zich richt op gemarginaliseerde groepen waar eenzaamheid wijd verspreid is omdat hun leden werden uitgesloten van de gedeelde wereld, beperken de gevolgen van eenzaamheid zich niet tot de marges: heel de samenleving lijdt eronder.

Eenzaamheid is de ervaring vervreemd te zijn van onszelf, anderen en de wereld. Eenzaamheid is ongelofelijk moeilijk te verdragen (iedereen die ooit een verlies of depressie heeft meegemaakt kan dit beamen) deels omdat je je voelt alsof niemand anders ooit je pijn kan begrijpen.

Hoewel dit misschien waar is, betekent het niet dat je verbinden met anderen, door te delen en te praten, niet kan helpen – waarschijnlijk is het juist het enige dat helpt, omdat het je in staat stelt weer aansluiting te vinden met de wereld. Hoewel apathie ongetwijfeld besmettelijk is, is empowerment dat gelukkig ook. Uit ervaring weet ik dat aansluiting vinden bij anderen en het creëren van banden van solidariteit en ruimte voor collectief verzet, de enige manier is die we hebben om onverschilligheid te bestrijden. Het feit dat ik mijn column deze maand kon schrijven is hier het bewijs voor.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 2540   proMO*’s steunen ons vandaag al.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • politiek filosofe

    Dr. Anya Topolski, geboren en getogen in Canada, is associate professor in de Politieke Filosofie en Politieke Theorie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.