Pedofilie: geen daden maar woorden

Column

Pedofilie: geen daden maar woorden

25 april 2014
Pedofilie: geen daden maar woorden
Pedofilie: geen daden maar woorden

Over pedofilie bestaan weinig cijfers, maar men schat dat een tot drie procent van de mannelijke volwassen bevolking pedofiel zou zijn: 50.000 tot 150.000 mannen in ons land dus (over vrouwen is minder geweten). Het overgrote deel van deze groep blijkt niet-praktiserend: mensen die zich seksueel aangetrokken weten tot kinderen, maar hun gevoelens en gedachten niet in de praktijk brengen. Tobias Leenaert wil het even hebben over deze potentiële daders, die voor de rest voorlopig nog gewoon onschuldige mensen zijn.

Dat we onze eigen seksuele oriëntatie niet zelf kiezen, is iets waar veel mensen geen rekening lijken mee te houden wanneer het over pedofilie gaat. Bekijk maar even de beruchte recente aflevering van Pauw en Witteman. De - zeer begrijpelijke - angst en woede zijn te groot - ons land heeft op dit gebied zijn eigen kruis te dragen.

Onze aandacht en middelen moeten dan ook eerst en vooral naar de slachtoffers gaan. Maar een minimum aan empathie is voldoende om te beseffen dat ook niet-praktiserende pedofielen zelf in een heel moeilijke situatie zitten. Wat meer is: die empathie is wellicht ook noodzakelijk om het probleem beter te kunnen aanpakken. Even kijken.

Recent in het nieuws: een pedofiel die euthanasie aanvroeg. Hij had nog nooit strafbare feiten gepleegd. Maar het was uit voorzorg, en omdat hij geen levenskwaliteit meer had: ontslagen op zijn werk, vervreemd van vrienden en familie. Hij voelde dat hij in een glazen gevangenis leefde.

Geen wezen op aarde

Wie het ongeluk heeft om seksueel opgewonden te geraken van kinderen en daar niet wil aan toegeven, stuit op een aantal problemen. Ten eerste is er het feit dat zo iemand nooit iets concreets zal kunnen doen met die specifieke seksuele neigingen. Terecht uiteraard, maar laat ons erkennen dat dat ook voor de pedofiel zelf problematisch is.

Ik kan het me moeilijk voorstellen, maar vermoed dat het levenslang een grote en uitputtende discipline vraagt, zeker nu kinderporno slechts een muisklik veraf is. Behalve hun fantasieën hebben deze mensen weinig of niets. Er loopt, tenminste als ze exclusief op kinderen vallen, geen wezen op aarde rond waarmee ze seks willen én mogen hebben.

Zelfs virtuele kinderporno is in vele landen verboden.

Zelfs virtuele kinderporno (computeranimaties, manga of andere zaken waar geen echte personen aan te pas kwamen) is in vele landen verboden. In de Verenigde Staten zit op dit moment iemand voor twintig jaar vast wegens het downloaden van dergelijk materiaal. Het effect van dergelijke virtuele porno (is het een uitlaatklep of eerder olie op het vuur?) is overigens nog niet duidelijk en zal misschien ook nooit duidelijk zijn: onderzoekers zijn immers bang er door testsubjecten van beschuldigd te worden dat de proeven zelf hen hebben aangezet tot het plegen van strafbare feiten.

Stigma

Er bestaat voorlopig nog geen oplossing voor pedofilie. We eisen terecht van pedofielen dat ze hun leven lang nooit toegeven aan hun gevoelens of seksuele driften. Ofwel denken we daar als maatschappij verder niet bij na, beschouwen we ze als verschoppelingen en paria’s die hun plan moeten trekken en weg moeten blijven van alle plaatsen waar er kinderen zijn. Ofwel kijken we hoe we dit draaglijker kunnen maken.

Er zijn centra waar dergelijke mensen terecht kunnen, maar ongetwijfeld speelt het taboe nog enorm. Pedofielen kunnen met weinig anderen spreken over hun problemen. Een psycholoog heeft meldingsplicht en kan hen aangeven als er een ernstig vermoeden van gevaar is.

Ook op onderzoek blijkt een taboe te rusten. Het stigma is zo groot dat heel weinig onderzoekers of fondsenverstrekkers zich met pedofilie willen associëren. Resultaat: er is weinig geweten over zowel oorzaken als behandeling.

Evenwicht

De site This American Life publiceerde vorige week een moedige podcast over pedofilie. Aan het woord kwam een jongeman van negentien, die al op zijn veertiende zijn aantrekking tot kinderen (tussen drie en acht) had ontdekt. Hij heeft nooit strafbare feiten gepleegd, maar heeft zijn weg alleen moeten zoeken. Na veel onbegrip uit zijn omgeving startte hij uiteindelijk zelf maar een kleine online hulpgroep voor andere pedofielen die niet willen praktiseren.

Het onbegrensd stigmatiseren en veroordelen van pedofielen komt de veiligheid van onze kinderen niet ten goede.

Ook wie niet de minste empathie voelt voor pedofielen moet zich realiseren dat het onbegrensd stigmatiseren en veroordelen van deze groep de veiligheid van onze kinderen niet ten goede komt. Het lijkt me duidelijk dat mensen - vaak zijn het zelf nog kinderen - die nauwelijks mogelijkheden hebben om over hun problemen te praten, deze problemen daardoor niet sneller kunnen aanpakken.

Het is tijd, zoals Karel Verhoeven kort geleden in De Standaard voorstelde, om een sereen debat te houden over het probleem pedofilie. Die sereniteit is zoek. Alsook het evenwicht. Er is te lang gezwegen over misbruik van kinderen, maar de klepel gaat nu soms wel erg hard in de andere richting. De laatste decennia lijken we ons als maatschappij alleen maar meer in angst te hebben teruggetrokken.

Empathie

Empathie is een basisvereiste. Op die basis kunnen we werken aan meer begrip en minder isolement, voldoende geld voor onderzoek en begeleiding, meer gespecialiseerde therapeuten en begeleide praatgroepen met een lage drempel. In een klimaat van meer begrip zouden hopelijk meer mensen - opnieuw: vaak jongeren - met dergelijke problemen zich durven melden, voor het voor iedereen te laat is.

‘Ter bescherming van onze kinderen kotsen we pedofielen uit, terwijl ze net vaak slachtoffers zijn van het gebrek aan bescherming in hun eigen jeugd,’ zei een therapeut onlangs in De Standaard. Anders gezegd: zij van wie we denken dat ze onze steun het minst verdienen, hebben ze vaak heel hard nodig.

Tobias Leenaert is directeur van EVA vzw. Hij schrijft deze column in eigen naam.