Gele hesjes en groene hesjes: één front?

Pendelaars pesten is het domste wat je kan doen (als je klimaatbeleid wil voeren)

© Krijn Ter Beek

Ewald R. Engelen

Het is deze maand een jaar geleden dat in Frankrijk de gele hesjes voor het eerst van zich lieten horen. Uit protest tegen een forse verhoging van de accijnzen op diesel bezetten boze Franse pendelaars, gehuld in de gele fluorescerende hesjes die je in Frankrijk moet dragen als je panne hebt, enkele honderden van de ruim 40.000 rotondes die Frankrijk rijk is. Of togen ze naar de grote steden om daar via wilde demonstraties van hun grieven jegens de regering Macron kond te doen.

En die grieven betroffen vooral de vaststelling dat de kleine man buiten de grote stad weer eens zonder te zijn gehoord, mocht opdraaien voor kosten die anderen veroorzaakt hadden. Eerder die van het oplappen van de banken in 2008, en nu die van het halen van de klimaatdoelstellingen waar de Franse regering zich met het Verdrag van Parijs aan heeft verbonden.

Het protest kantte zich in eerste instantie niet zozeer tegen die klimaatdoelstellingen zelf, als wel tegen de toondove politieke elite die zich comfortabel had verschanst in de Parijse bubbel. En tegen de oneerlijke verdeling van de kosten ervan. Hoog voor de mensen die het al krap hadden, die al sinds de crisis van 2008 de buikriem moesten aanhalen, en die voor hun reis van en naar werk waren aangewezen op hun goedkope diesel omdat goed openbaar vervoer ofwel onbetaalbaar of in het Parijs-centrische Frankrijk onvindbaar was. En laag voor de grote Franse multinationals die zwommen in het geld, verantwoordelijk waren voor het merendeel van de uitstoot, maar die ook de deur platliepen bij oud-zakenbankier Macron en dus werden ontzien.

En zoals dat gaat in het post-democratische publieke debat: verzet tegen een specifieke milieumaatregel werd verzet tegen een elitaire klimaatlobby, die werd gevoed door groeiend wantrouwen jegens de wetenschap van door de mens veroorzaakte klimaatverandering.

Nog jarenlang zullen in Frankrijk de gele hesjes pal tegenover de groene hesjes staan.

‘The rest is history’, zoals ze aan de andere kant van het kanaal zeggen. Ondanks het inzetten van buitenproportioneel politiegeweld – minstens 2500 demonstranten raakten gewond, waarvan veertig ernstig oogletsel opliepen door rubberen politiekogels – moest Macron bakzeil halen. De accijnsverhogingen werden geschrapt; er ging ruim een procent van het bruto binnenlands product aan inkomenssteun van de staat naar de lagere middenklasse waardoor de begrotingsdoelstellingen die de regering met de Europese Commissie had vastgelegd niet konden worden gehaald; en de regering organiseerde een maandenlange, theatrale burgerconsultatie om de kloof tussen Macron en de Fransen, tussen Parijs en de rest van het land, te dichten.

Het heeft het vertrouwen tussen de burgers en de politieke kaste niet geheeld. Sterker, in de opiniepeilingen doet Macron het nog altijd uiterst beroerd. Een kleine veertig procent van de ondervraagden zegt hem te vertrouwen. Vlak na zijn verkiezing in 2017 was dat nog zeventig procent.

Oftewel; met een domme actie heeft Macron waarschijnlijk voor de rest van zijn regeringsduur de steun verspeeld die hij nodig heeft om te kunnen regeren en de Franse samenleving en economie te hervormen, in welke richting ook. Nog jarenlang zullen in Frankrijk de gele hesjes pal tegenover de groene hesjes staan. En dus zal het vrijwel onmogelijk blijken om de politieke coalitie te smeden die nodig is om de Franse economie werkelijk te verduurzamen.

Het is een belangrijke les, die de politieke kaste in Nederland echter niet heeft geleerd. Ook in Nederland worden de kosten van het tegengaan van klimaatverandering namelijk vooral bij de burger gelegd en worden grootzakelijke belangen ontzien. Bij het aantreden van het kabinet Rutte III werden naar goed Nederlands gebruik veertien klimaattafels ingesteld om de sociale partners – bedrijfsleven en ngo’s – afspraken te laten maken over hoe de klimaatdoelstellingen het beste konden worden bereikt.

De buitenproportioneel grote veehouderij heeft Nederland tot een ecologisch rampgebied gemaakt waar mens, dier en natuur een steeds hogere rekening voor betalen.

Wie de kalkoen over de kerstmaaltijd laat beslissen, moet echter niet vreemd opkijken als de maaltijd wordt uitgesteld. Zulks geschiedde: via een forse milieuheffing op zijn energierekening zou de Nederlandse burger moeten opdraaien voor de overgangskosten. Terwijl schatrijke grootvervuilers als het olieconcern Shell grotendeels ongemoeid werden gelaten. Het was een wonder dat het stil bleef in de Nederlandse straten, maar het bleek achteraf wel het startsein voor een vloedgolf aan klimaatsceptische berichtgeving, aangevoerd door de grootste krant van Nederland, De Telegraaf.

Vijf maanden later oordeelde de rechter dat de overheid structureel in gebreke was gebleven ten aanzien van het beschermen van de schamele natuurresten die Nederland nog kent, waartoe de Europese Commissie de regering onder Natura 2000 toe heeft verplicht. Teveel stikstofdeposieten, met name door de intensieve veeteelt, een beetje door auto- en vliegverkeer en nog minder door bouwactiviteiten. De rechter oordeelde dat terstond alle bouwprojecten moesten worden gestaakt.

In de context van een zelfverklaarde wooncrisis, die in werkelijkheid wordt veroorzaakt door het krankzinnige monetaire beleid van de Europese Centrale Bank maar door de politieke kaste in nauwe samenspraak met de Nederlandse bouwsector wordt gebracht als een tekort aan woonruimte met bouwen-bouwen-bouwen als de oplossing, was dat politiek onverteerbaar. En dus is sinds de zomer naarstig gezocht naar oplossingen voor de te grote stikstofuitstoot.

De politieke dreigmacht van de veeboeren en de woningbouwers, geëtaleerd in de vorm van een aantal mediagenieke demonstraties, bleek dermate groot dat de regering Rutte, net als de regering Macron eerder, koos voor de makkelijke uitweg: in heel Nederland gaat vanaf januari 2020 overdag de maximumsnelheid van 130 naar 100 kilometer per uur.

Nederland is steeds meer een grote bekkendemocratie aan het worden.

Het is de kleinst denkbare ingreep die nodig is om de bouwsector weer vlot te trekken, de Nederlandse veeteelt ongemoeid te laten, en tegelijk binnen de stikstofgrenzen te blijven die Natura 2000 heeft vastgelegd. Ook al is het kleine Nederland na de grote Verenigde Staten de grootste voedselexporteur ter wereld en heeft de buitenproportioneel grote veehouderij Nederland tot een ecologisch rampgebied gemaakt waar mens, dier en natuur een steeds hogere rekening voor betalen, het economische gewicht van de sector is met 170.000 werknemers en een bijdrage aan het Bruto Binnenlands Product van 1,4 procent op de keeper beschouwd gering.

Drie decennia aan identitaire afleidingspolitiek heeft de politiek-economische kennis die nodig is om de systeemfouten in het kapitalisme te ontdekken, weggevaagd.

Het betekent dat Nederland steeds meer een grote bekkendemocratie aan het worden is. En dat is een onthutsende uitkomst die het politieke cynisme van de Nederlandse burger alleen maar verder voedt. Als je maar hard genoeg schreeuwt, krijg je vanzelf je zin. En hard schreeuwen, dat hebben de boeren en de bouwers gedaan. Met groot materieel optrekken naar Den Haag, het verkeer in het hele land platleggen, de gevel van een overheidsgebouw indrukken, en de grootste lobbyist van Nederland – Hans de Boer van de landelijke ondernemerskoepel VNO-NCW – tijdens een demonstratie in Den Haag vorige week laten scanderen: ‘Wij verdienen hier de centen. Wij maken hier de banen. Jullie moeten naar ons luisteren. Nu! Nu! Nu!’. Waarbij “wij” staat voor het grootbedrijf en “jullie” voor de politieke kaste.

Het is de ultimatumtaal van een man die weet hoe het met volkssoevereiniteit is gesteld in het neoliberale tijdvak: het is een loze term geworden die verwijst naar een politiek systeem dat met de mond het publieke belang belijdt en met de hand het grootbedrijf streelt en de gewone man slaat, het Machiavellistische gezegde indachtig dat er bij de laatste stomweg meer te halen valt dan bij de eerste. Al was het maar omdat ze met veel zijn. En het bijkomend voordeel is dat ze lastig te mobiliseren zijn: drie decennia aan identitaire afleidingspolitiek heeft links gefragmenteerd, de vakbeweging uitgehold en de politiek-economische kennis die nodig is om de systeemfouten in het kapitalisme te ontdekken weggevaagd.

En toch zou dat, net als bij Macron die werd overvallen door de gele hesjes, wel eens een dure misrekening kunnen worden. Volgens de laatste peilingen wordt het besluit om de maximumsnelheid te verlagen de partij van Mark Rutte zwaar aangerekend: maar liefst vier zetels heeft de VVD in een paar dagen tijd in rook zien opgaan. En volgens de laatste berichten wordt er op 23 november in Den Haag gedemonstreerd tegen de plannen van het kabinet waarvoor zich op facebook nu al 14.000 mensen hebben aangemeld.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Ik voorspel gele hesjes op het Malieveld. En vrees dat het net als in Frankrijk voor een golf van klimaatscepsis zal zorgen: alsof natuur en milieu een zaak van de rijken en de hoogopgeleiden zijn. Niet omdat de armen dat denken, maar omdat de rijken dat met hun besluiten suggereren: jullie mogen opdraaien voor onze hobby, zelf blijven we lekker buiten schot.

Oftewel, wie de planeet ter harte gaat, kan niet anders dan concluderen dat pendelaars pesten zo ongeveer het domste is wat een regering kan doen. Je verspeelt er in hoog tempo het draagvlak mee dat je nodig hebt voor een serieus klimaatbeleid. Zonder de middenklasse gaat het namelijk mis. Die les heeft Macron hardhandig moeten leren. In Nederland gaat Rutte datzelfde pad op.

Dom, dom, dom!

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Wil je dat MO* dit soort verhalen blijft brengen?
Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift

Word proMO* of Doe een gift