Red onze holle wegen

Column

Als natuurbeheer geknoei door onkunde wordt

Red onze holle wegen

Red onze holle wegen
Red onze holle wegen

Kersvers MO*columnist Begijn Le Bleu maakt zich zorgen over de Belgische holle wegen. Niet alleen omwille van hun cultuurhistorische of esthetische karakter, maar vooral om hun waarde als biodiverse habitat. Kan België zich de verharding van deze wegen wel permitteren?

© Charis Bastin

Begijn Le Bleu

© Charis Bastin

Cabaretier, natuurliefhebber en kersvers MO*columnist Begijn Le Bleu maakt zich zorgen over de Belgische holle wegen. Het zijn de leestekens in ons landschap, zichtbaar van Hoeselt tot Hoegaarden. Deze eeuwenoude, uitgesleten wegen met steile wanden worden almaar vaker verhard. ‘De teloorgang van deze unieke landschapselementen betekent een verlies van natuur, schoonheid en cultuurhistorisch bewustzijn.’

September 2020, alarm in Hoeselt. Na de verharding van een aantal bekende holle wegen volgde protest van burgers die niets begrijpen van de ‘onderhoudswerken’ die door de gemeenteraad werden goedgekeurd. Het fietsroutenetwerk diende verbeterd te worden volgens burgemeester Werner Raskin. Hij toonde intussen begrip voor de verontwaardiging en vroeg de provincie Limburg of de aannemer de werken correct uitvoerde.

Verkeersveiligheid primeert in fietsparadijs Limburg en dat kent blijkbaar geen grenzen.

Deze holle wegen zijn landschapselementen. Ze liggen in een stiltegebied waar ook de zogenaamde jeugdkapel staat, gebouwd door de jeugdbewegingen na de Tweede Wereldoorlog. Het is een van de meest romantische ontmoetingsplaatsen geworden in heel België, vooral omdat het ingebed ligt in een uniek en wondermooi natuurgebied.

Toch kreeg dit authentieke landschap een dramatische make-over met grijs porfierbeton. Omdat verkeersveiligheid primeert in fietsparadijs Limburg en dat blijkbaar geen grenzen kent.

Holle wegen?

Om het belang van holle wegen te schetsen moet ik u, en vooral de voltallige gemeenteraad van Hoeselt, de ontstaansgeschiedenis en de rijkdom ervan kort uitleggen.

Holle wegen waren veepaden die vaak naar een dorpskern liepen. Eeuwenlang werden ze verder uitgesleten door mensen en paardenkarren.

Daarnaast heeft een holle weg een stijgingspercentage waardoor erosie door water en wind de omgewoelde grond wegspoelt. Het pad verzinkt daardoor in het landschap. Je duikt stap voor stap kopje onder in een uniek microklimaat omdat het er windluwer, maar ook koeler en vochtiger is.

De wanden naast zo’n holle weg blijven overeind staan doordat de grond, meestal leem, structuurrijk is. De meeste holle wegen in België vinden hun oorsprong in de late Middeleeuwen, maar een aantal gaan terug tot de Romeinse tijd.

Tussen Landen en Tienen vind je bijvoorbeeld de Longa, een weg die soms 10 meter steile bermen heeft. De heirbaan loopt door het Tombelle-veld, een middeleeuwse wijngaard, en is aangeduid als beschermd landschap.

FrDr (CC BY-SA 4.0)

Erosie door water en wind doet de omgewoelde grond in een holle weg wegspoelen. Het pad verzinkt daardoor in het landschap. (Het Pottelbergbos in Henegouwen)

FrDr (CC BY-SA 4.0)

Verticaal land

Naast het cultuurhistorisch aspect bezitten holle wegen een bijzonder esthetisch karakter. Robert Macfarlane is een Brits auteur die het landschap vaak een hoofdrol geeft in zijn boeken. In zijn boek De laatste wildernis wijdt hij een hoofdstuk aan de holle weg.

‘Ze zijn zo oud dat je er nederig van wordt, zonder je nietig te voelen’.

Zo schrijft hij: ‘Net als rimpels in een hand of slijtplekken in stenen dorpels in deuropeningen of onder aan trappen zijn ze het resultaat van traditie, van herhaalde handelingen. Ze boekstaven de vergeten gewoonten van een bepaalde streek, zoals oude bomen in de kronkels en draaiingen van hun takken details weergeven van de windgeschiedenis van een gebied en in hun jaarringen vastleggen of de zon dat jaar veel of weinig heeft geschenen. Ze zijn zo oud dat je er nederig van wordt, zonder je nietig te voelen’.

In België wandelt kunstenaar Wilfried Pulinckx regelmatig in het natuurgebied Rosdel in Vlaams-Brabant, dat visueel gekenmerkt wordt door akkerlandschappen waar holle wegen de weidsheid kruisen. Hij vroeg zich af hoe hij de ervaring van een holle weg op een kaart kon zetten, omdat hij iets wou teruggeven aan het landschap waarin hij zo lang had vertoefd.

Het werd een uitdaging, want tweedimensionale kaarten houden geen rekening met verticaal land. Hij maakte er een project van en portretteerde ‘zijn’ holle wegen met 73 foto’s doorheen de seizoenen met een fisheye-cameralens van 180 graden. Zo werd de natuur die de weg omsluit het hoofdpersonage van de foto’s.

Pullinckx ontwikkelde samen met het boek Holle Wegen ook een alternatieve kaart waarop sommige delen stereoscopisch zijn ontwikkeld zodat de diepte van de wegen zichtbaar werd. Het werd een inspirerend geheel dat aanzet tot verwondering. Zowel de cultuurhistorische als de esthetische dimensie dwingen tot respect voor wat het hart van dit landschap in zich draagt.

Meer dan een erezaak

Dat is ook de reden waarom zoveel mensen terugkeren naar de Hoeseltse trage paden, stille getuigen van eeuwenlange samenwerking tussen mens en natuur. Daar kan een porfierbetonnen pad, enkel gemaakt voor de steeds sneller rijdende groepen e-bike- en wielertoeristen, niet tegenop.

De eeuwenlange samenwerking tussen mens en natuur daar kan een porfierbetonnen pad niet tegenop.

En dan heb ik het nog niet gehad over de rijke biodiversiteit die aangetroffen wordt in holle wegen. Om dat wat scherper te stellen verwijs ik naar de recentste evaluatie van de stand van de natuur in de Europese Unie van het Europees Milieuagentschap. Daarin neemt België een beschamende laatste plaats in wat betreft de instandhouding van de habitattypen.

Biodiverse habitats zijn een buffer om de steeds sneller wordende klimaatwijzigingen op te vangen. Maar laat me eerlijk zijn: de omvang van de holle wegen zijn te klein en te versnipperd om betekenis te hebben op dit niveau. Toch speelt het voortbestaan een rol in de kleine, Limburgse gemeenschap en gezien de toeristische aantrekkingskracht, ver daarbuiten.

Het is meer dan een erezaak. Holle wegen vormen een rijke basis voor heel wat fauna en flora die je in geen enkel andere habitat aantreft. In de Hoeseltse bermen leven symboolsoorten zoals de das of de hazelworm, een pootloze hagedis die zich voedt met ongewervelden. De aanwezigheid van vogelsoorten zoals kneu, grasmus en geelgors in sommige Limburgse holle wegen bewijst dat deze een veilige haven zijn om in struiken en bomen nesten te bouwen en genoeg voedsel te vinden.

De fauna kan een verbazingwekkende variatie vertonen omdat de abiotische factoren, zoals licht, water en temperatuur op korte afstand verschillend zijn. Dit zorgt er voor dat op zonnige plaatsen grasklokje of wilde marjolein kan voorkomen, terwijl op schaduwrijke plaatsen dan weer varens groeien.

Je vindt er oude, autochtone bomen terug, vroeger door de mens gebruikt om gerief- of hakhout te verzamelen. Deze soorten worden meer gewaardeerd door insecten dan exotische boomsoorten en ze zijn aangepast aan de lokale bodemgesteldheid. Het pad vormt trouwens ook een brug voor andere soorten of soortgenoten en speelt een rol in de verspreiding van zaden.

Geknoei door onkunde

Holle wegen worden bedreigd door onder andere bebouwing, verkeer en slecht beheer.

‘Hoe je naar iets kijkt bepaalt wat je ziet’, schrijft kunstenaar/cartograaf Wilfried Pulinckx naar aanleiding van zijn project. Holle wegen worden bedreigd door onder andere bebouwing, verkeer en slecht beheer. Meststoffen die van akkers spoelen geven de meeste groeikansen aan brandnetels en bramen ten koste van de plantenvariatie.

Als je dat weet, snap je ook dat het teloorgaan van deze unieke landschapselementen een verlies betekent aan natuur, schoonheid en cultuurhistorisch bewustzijn. Daar dien je zorg en verantwoordelijkheid voor te dragen. Dat geldt in de eerste plaats ook voor het natuurbeheer dat wel eens onderhevig is aan geknoei door onkunde.

Een Facebook-post van Hugo Abts van Natuurpunt Velpe-Mene toonde dat het snoei- en maaibeheer van een holle weg in Bierbeek zich beperkte tot het flagrant doorzagen van bomen. De wellicht onwetende gemeentedienst werkte onder het mom dat ‘het proper moet zijn’. Dat er ondertussen een waardevol historisch en biodivers stuk natuur is kapot gemaakt in een mum van tijd, daar staat niemand bij stil.

Vlaamse Gemeenschap (CC BY 4.0)

Steeds meer holle wegen worden verhard. (Een holle weg tussen Eikelberg en Liedeberg)

Vlaamse Gemeenschap (CC BY 4.0)

Ook verhardingen van landwegen zijn niet alleen schering en inslag, maar blijken bovendien illegaal uitgevoerd te worden. Een recent voorbeeld daarvan vinden we over de verharding van de landweg Broekstraat tussen Willebringen en Hoksem langs het natuurgebied Mene-Jordaan. We staan er bij en kijken er naar.

Die paar holle wegen in Hoeselt zijn nu verhard. Hoe schraap je zoiets terug weg? Of is de verharding volgens het boekje verlopen?

Als burgemeester zou ik blij zijn met zulke kritische burgers.

Het zijn wijzigingen die volgens de Vlaamse natuurwetgeving geen normale onderhoudswerken zijn en dus niet zomaar kunnen uitgevoerd worden. Ik kijk reikhalzend uit naar het vervolg van deze saga die een grote symboliek heeft.

En er is ook goed nieuws. Heel wat Hoeselaren zijn boos en tonen daarmee hun engagement en alertheid rond de instandhouding van deze natuurpareltjes. Als burgemeester zou ik blij zijn met zulke kritische burgers. Dat zal ongemakkelijk aanvoelen voor burgemeester Werner Raskin maar zoals Rutger Bregman het mooi verwoordde in een artikel voor De Correspondent: ‘Ongemak is de brandstof van vooruitgang’.

Het is ook een mooi voorbeeld van glokalisatie. Het idee dat de wisselwerking tussen duurzame, lokale verankering en het bewust onderdeel zijn van een groter geheel aan de basis staat voor verandering. Voor sommige mensen is dit een druppel op een hete plaat, maar het is ook een druppel die de emmer doet overlopen.