Wat betekent vrijheid in deze tijden?

Rijk zijn in begrenzing

(c) Brecht Goris

Misschien kunnen we wel iets leren in de huidige crisis. Misschien zijn deze moeilijke dagen een kans om te kijken naar alles wat is. En te kijken naar wat vrijheid kan betekenen.

De voorbije weken is ons leven heel erg veranderd. Dat ervaren we allemaal. Dingen die we zo vanzelfsprekend vonden, zijn ineens ver weg of heel bijzonder. Ritmes waar we ons zonder al te veel nadenken aan over konden geven, zijn verdwenen. Iedereen probeert op haar of zijn manier een nieuw ritme te vinden. Soms lukt dat, soms niet.

Thuis werken en tegelijk voor je kinderen zorgen, wat vaak helemaal niet vanzelfsprekend is. Elke dag opnieuw voor je werk vertrekken naar het ziekenhuis, wetend dat er ook die dag mensen zullen sterven. Zelf met enige angst in de winkel aan de kassa werken en rustig moeten blijven terwijl sommige mensen paniekerig en soms onbeleefd zijn. Al of niet door het virus een dierbaar familielid verliezen en geen normale afscheidsviering kunnen organiseren. Dakloos zijn en vaststellen dat je nog meer uit de maatschappij weggegomd bent dan daarvoor. Er zijn eindeloos veel varianten.

In een poging tot dapper zijn, heb ik de voorbije weken voor mezelf geprobeerd van deze hele situatie een oefening te maken. De dingen waar ik controle over heb, probeer ik zo goed mogelijk te doen. Waar ik geen controle over heb, dat is er, of ik het nu leuk of beangstigend vind. De boeddhisten zeggen me dat het goed is om te proberen daarmee om te gaan. Kijken naar alles wat is. Dat ik nu week na week de hele tijd alleen thuis ben, helpt wel een beetje.

Als ik naar mezelf kijk, zie ik allerlei bewegingen die iets minder gestructureerd zijn dan het dagritme dat ik met mezelf heb afgesproken. Ik zie een onderhuidse angst, die raakt aan wat de tijd ooit in mijn lichaam schreef. Ik zie af en toe verdriet voorbij komen drijven. Ik zie een verwarrend verlangen naar lichamelijke nabijheid. Ik zie hoe ik diep in mezelf Julia, het kind dat ik graag had gehad, probeer te beschermen voor een wankele wereld.

Ik zie ook rust. Ik zie hoe het eenvoudige ritme van de dag me helpt om me te concentreren. Ik zie hoe diep berichtjes van dierbaren me kunnen ontroeren. Ik zie mijn machteloosheid om anderen echt te kunnen beschermen. Ik zie de dood. Ik zie hoe het eten dat ik net maakte me weer helemaal warm maakt. Ik zie hoe echt vragen als ‘hoe gaat het met jou’ kunnen zijn. En nog veel meer.

Vermoedelijk heeft iedereen nu wel op haar of zijn manier een eigen mix van al die naast elkaar bewegende gevoelens. Door ze naast elkaar te zien, zie je je eigen onbestendigheid, je eigen vloeibaarheid. Die botst met ons verlangen naar herkenbaarheid en controle. Het is er allemaal, en je kunt er naar kijken. Als was het een soort meditatie. Als je naar de wereld buiten kijkt, zie je hetzelfde. Je kunt een aantal dingen doen om sommige risico’s te vermijden.

En daarnaast zie je onbestendigheid. Je kunt die niet zomaar wegduwen of negeren. Ook al ben je bang, je moet naar de winkel gaan om brood te halen. Niemand kan je een pasklaar antwoord geven waardoor de dingen waar jij in jouw situatie mee worstelt deze dagen ineens zullen verdwijnen, zo lang je in het leven bent. Wat er aan de buitenkant van je huid gebeurt, is in wezen niet zo heel verschillend als wat aan de binnenkant gebeurt. Als ik in de stad waar ik woon in de ene richting wandel, kom ik uit aan het ziekenhuis waar op dat moment mensen op de rand van leven en dood zijn. Als ik in de andere richting wandel, kom ik in het park, waar ik de lente kan ruiken en waar ik tot rust kan komen. Ik ben die stad

Paralellen met de klimaatcrisis

Het is een normaal mechanisme om te denken dat wat er nu gebeurt iets is dat “extern” is en dat ons “overkomt”. Binnenkort is het “voorbij”, en dan wordt alles weer “normaal”. Zo werkt ons brein en zo reageert ons lichaam. De werkelijkheid daarbuiten is echter verwarrender, of vloeiender. Wat er nu gebeurt, hebben we voor een deel zelf veroorzaakt. Hoe we zijn omgegaan met de biodiversiteit, hoe we de economische globalisering hebben georganiseerd, hoe we de wereld tot een product hebben gemaakt, dat is niet uit de lucht komen vallen, of veroorzaakt door de goden. Het zijn onze demonen. En met elke dag die voorbij gaat, en naarmate we beter zien wat er aan het gebeuren is, beseffen we ook dat we de volgende maanden stap voor stap zullen moeten bewegen in onzekerheid.

Madonna zal de criminele egowaanzin van haar totaal incompetente president wel overleven, maar voor duizenden anderen worden het angstige tijden.

Er zijn erg veel parallellen te trekken met de klimaatcrisis die bezig is. Die is net zomin extern. Het is een vorm van georganiseerde structurele onzekerheid, die relatief voorspelbare systemen langzaam maar zeker onvoorspelbaar en wankel maakt, met potentieel immense gevolgen voor onze economie, waarvan we tegen onszelf zeggen dat die erg rationeel is.

En wat je in beide gevallen ziet, is dat de meest kwetsbaren het grootste slachtoffer zijn. Madonna kan dan wel in haar blootje in haar bad zeggen dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten, ik ga ervan uit dat zij in de Verenigde Staten wel een goede ziekteverzekering zal hebben en dat zij wel terecht zal kunnen in een goed privéziekenhuis. Zij zal de criminele egowaanzin van haar totaal incompetente president wel overleven, maar voor duizenden anderen worden het angstige tijden. En met een ander idee over wat vrijheid betekent en wat de taken zijn van een overheid en hoe we het idee van een gemeenschap begrijpen, hadden die duizenden mensen meer uitzicht gehad op een langer leven.

Dat het leven in veel opzichten onbestendig is, dat moet je aanvaarden. Dat we zelf de wereld in veel opzichten structureel onzeker maken, dat hoef je niet te aanvaarden. Dat we zelf beslissen hoe het “allemaal” het “tous ensemble” is, dat is burgerschap.

De coronacrisis zou ons iets kunnen leren over verschillende invullingen van wat vrijheid is. In het gangbare moderne denken over “de” economie zijn we allemaal onstilbaar begerige mensen die eindeloze verlangens hebben. Om daaraan tegemoet te komen, maken we onszelf wijs dat we een eindeloos groeiende economie kunnen realiseren op een begrensde planeet.

Met die eindeloze groei gaan we zelfs bijna geloven dat we in zekere zin onsterfelijk zijn, dat geen enkele grens ons kan tegenhouden. In zo’n visie vind je al snel een idee van vrijheid dat neerkomt op: ik mag in geen enkel opzicht gehinderd worden in mijn eindeloze en immer rusteloze verlangens. Dat soort vrijheid is als het ware gewichtloos.

Het probleem is alleen dat we in een werkelijke wereld leven, met de zwaartekracht van grenzen. Als ik in de supermarkt hamster, omdat ik graag een volle voorraadkast wil hebben, met meer dan ik ooit op zal krijgen, leidt dat ertoe dat anderen – of ze nu een verpleegster zijn die laat gaat winkelen of iemand in armoede die geen voedselhulp meer krijgt – in de problemen komen, en onvrijer worden.

Als we de wereld beschouwen als een supermarkt, waar we ongestoord de grondstoffen kunnen halen die we nodig hebben om ervoor te zorgen dat sommige mensen elk jaar een nieuwe smartphone kunnen kopen, dan zijn er ook verliezers. Mensen die wel de grondstofrekken mogen vullen, maar zelf in angst moeten leven.

Eindeloos consumeren kan ons leeg en eenzaam maken, terwijl we nu elke dag voelen hoe onze vrijheid alleen kan bestaan in verbondenheid en solidariteit met anderen.

De vrijheid van grenzen is, lijkt me, een mooiere vrijheid. Het is een vrijheid in verantwoordelijkheid. Als ik me aan de coronaregels houd, kan ik ertoe bijdragen dat ons collectief systeem van bescherming niet onderuit gaat. De begrenzing die ik mezelf daarbij opleg, maakt me in een bepaalde zin vrij. Hoe ik mijn vrijheid invul, bepaalt of anderen ook vrijer kunnen blijven.

In onze afzondering leren we wat we echt nodig hebben om ons veilig en geborgen te voelen. Je voelt harder dat je rusteloze huid wil aangeraakt worden dan dat je nog een extra paar schoenen zou willen. Je mist het waarschijnlijk harder dat je je kleinkinderen niet in je armen kunt sluiten dan dat je nog een extra goedkope citytrip meer kunt maken.

Die onstuitbare stroom reclame die ons de hele tijd wil bevestigen als eindeloos hongerige wezens maakt ons niet vrij. Als we bewust kwaliteitsvolle wortelen kunnen kopen bij de zelfplukboerderij en weten dat de boer of boerin daardoor een waardig inkomen heeft en wij eerlijk voedsel, dan kunnen we ons vrij voelen in verantwoordelijkheid en verbondenheid. Eindeloos consumeren kan ons leeg en eenzaam maken, terwijl we nu elke dag voelen hoe onze vrijheid alleen kan bestaan in verbondenheid en solidariteit met anderen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Wat me erg fascineerde de voorbije weken was de discussie over de regels. Wat mag je wel en wat niet? Meestal geformuleerd als: nog wel en niet meer. Hoe “duidelijk” moeten die regels zijn? Het was natuurlijk een beetje zoeken, er waren tegenstrijdigheden, er waren verwarringen die stap voor stap werden uitgeklaard. Maar er was ook bij een aantal mensen een verlangen naar regels die zo strikt waren dat je vooral zelf niet meer zou moeten nadenken. Alsof ze liever niet de verantwoordelijkheid erbij namen. Liever geen vrijheid dan zelf met de grenzen te moeten omgaan.

Er rust een grote rijkdom in de positieve vrijheid van grenzen. We kunnen er nu een beetje in oefenen.

Als men zegt dat je de auto niet mag nemen om kilometers te rijden om naar het bos te gaan en als men zegt dat je best terugkeert als je ziet dat er heel veel mensen in het bos of het natuurgebied zijn, dan zijn dat eigenlijk duidelijke regels. Toch zijn er heel wat mensen die dan toch met de auto naar het bos rijden (‘ze moeten mij niet zeggen wat ik niet mag doen’), zich toch tussen die anderen willen wringen (‘als die daar mogen wandelen, dan moet ik dat ook mogen’) en er in de feiten dan zelf voor kiezen dat ze worden tegengehouden door een politieagent die zegt dat ze dat niet mogen doen (wat nogal evident is).

In volle vrijheid kiezen voor zelfbegrenzing, zelf de verantwoordelijkheid nemen om er mee voor te zorgen dat we allemaal nog wel genoeg kunnen wandelen, is in zekere zin een vrijere vrijheid. De mensen die terecht kwaad waren nadat een minister had gezegd dat je in je eentje geen 50 km mag fietsen, waren vaak niet zozeer kwaad omdat ze niet ongelimiteerd hun zinnetje mochten doen, maar wel omdat ze zich als burger beledigd voelden in hun invulling van vrijheid als verantwoordelijkheid.

Er rust een grote rijkdom in de positieve vrijheid van grenzen. We kunnen er nu een beetje in oefenen. Het kan ons weerbaar maken en dingen leren die nog van pas zullen komen in de turbulente klimaatjaren die op ons afkomen. We zullen niet alles kunnen controleren, maar veel dingen wel. We kunnen kiezen of we in onzekere tijden gaan voor rechtvaardigheid, waardoor er voor iedereen genoeg is. (Zelfs in een lang leven heb je geen oneindige behoefte aan wc-papier.)

Of we kunnen vanuit een negatieve vrijheid de hebzucht van een minderheid normaliseren en de dictatuur zelf organiseren, omdat we te bang waren van een vrijheid in verantwoordelijkheid binnen grenzen. Het hoopvolle voordeel van oefenen is dat je elke dag opnieuw kunt beginnen. Misschien kunnen we tussen onze vertwijfeling ook leren om dankbaar te zijn voor die kans die we krijgen.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3181   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Beleidsmedewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

    Jan Mertens woont in Leuven, werkt voor de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, en is onder meer ook actief in de denktank Oikos.