Rouwen om onrechtvaardigheid

© Brecht Goris

 

Ik ben de maand mei met moeite doorgekomen, iets wat anderen zullen herkennen. Iedereen wiens hart niet verhard is, zoals dat van de Farao in het Exodusverhaal, brengt waarschijnlijk soms ochtenden, of avonden, in tranen door. Velen zullen hebben overwogen om Facebook te verwijderen of het nieuws uit te zetten. Ik kan niet zeggen dat ik dit verlangen om de realiteit van de wereld waarin we leven te ontsnappen, niet begrijp.

Je hart laten verharden, is een ontsnappingsmechanisme waar helaas de meeste mensen in Europa, en eigenlijk de westerse wereld, gebruik van maken. Waarom sluiten zoveel mensen, vooral witte mensen uit midden- en hogere klassen, zich af voor het lijden in de wereld? Waarschijnlijk omdat ze dit kunnen, in tegenstelling tot mensen wiens leven er direct bij betrokken is.

Voor sommigen zal het voortkomen uit een gevoel van hulpeloosheid, van machteloosheid: wat kunnen zij doen om de realiteit te veranderen? Voor anderen is het wegkijken echter een zeer problematisch ontsnappingsmechanisme. Ergens diep vanbinnen, verborgen achter een discours van verdienste en hard werk, liggen schuldgevoelens, een kwetsbaarheid die duidt op een ongewenste verantwoordelijkheid. Hun “goede leven” kent een hoge prijs, die zijzelf niet hebben betaald en nooit willen betalen. Ik zeg niet dat al deze mensen een perfect of makkelijk leven leiden. Maar de realiteit van wat er in de wereld gebeurt, bestaat uit een groter verhaal, dat we ontkennen of negeren wanneer we onze verantwoordelijkheden ontlopen.

Zoals ik al zei, was de maand mei een moeilijke maand. Het waren vooral twee specifieke gebeurtenissen die me tranen en slapeloze nachten bezorgden: de aanvallen op demonstranten in Gaza door het Israëlische leger en de moord op de tweejarige Mawda door de Belgische politie. Deze twee gebeurtenissen zijn natuurlijk op verschillende manieren verbonden – historisch, economisch, politiek – maar voor mij is het verband eerder persoonlijk.

Veel overlijdens kunnen niet worden voorkomen. Er zijn er ook veel waar men niet over hoort en nooit van zal weten. Maar bij elke dood die voorkomen kan worden – veroorzaakt door een gebrek aan menselijkheid, of het ontlopen van verantwoordelijkheid, of een weigering te denken en te voelen – ervaar ik zo’n enorme woede dat het me vaak te veel wordt. Ik heb me altijd ingezet voor rechtvaardigheid, maar toen ik voor het eerst persoonlijk werd geconfronteerd met verlies, heb ik nieuwe denkpistes moeten vinden om te rouwen om onrechtvaardigheid.

In 2014, toen ik vier Palestijnse jongens die voetbalden op het strand in Gaza vermoord zag worden door het Israëlische leger, voelde ik een diep verdriet, maar meer nog een intense woede. Een bijna blinde razernij. Het kostte me enkele maanden om mijn woede en onvermogen om het “los te laten” te begrijpen.

We kunnen onszelf niet toestaan om deze woede “los te laten”, we moeten een manier vinden om om onrecht te rouwen door het te bestrijden.

Het jaar erop, toen de wereld geschokt was door de beelden van een driejarige Syrische jongen die aanspoelde op het strand van Turkije, gebeurde hetzelfde – verdriet, maar veel sterker nog, woede. Het jongetje, Alan Kurdi, stierf op 2 september 2015. Twee jaar eerder, op de dag af, had ik een kind verloren, een tweejarige dochter. Haar dood kon niet voorkomen worden. De dood van Alan Kurdi, en zovele anderen, waren en zijn wel te voorkomen. Ook de dood van Mawda en ook de dood van de demonstranten op de grens van Gaza tijdens de “Mars van Terugkeer”. Dit basale feit maakt me woedend. We kunnen onszelf niet toestaan om deze woede “los te laten”, we moeten een manier vinden om om onrecht te rouwen door het te bestrijden.

Pas recentelijk realiseerde ik me wat ik met mijn woede begon te doen. Hoewel ik zelden hulp zoek bij Freud, op zijn zachtst gezegd geen vriend van het feminisme, is zijn onderscheid tussen rouwen en melancholie de moeite waard - zowel voor individuen die rouwen om verlies als voor het omgaan met maatschappelijke onrechtvaardigheid. In zijn essay Vergankelijkheid (1915), gebaseerd op het verlies van zijn kind, beschrijft Freud twee manieren om te rouwen om het verlies van iemand of iets waarvan men hield. Het ene type van rouwen betekent het accepteren van kwetsbaarheid. De andere, meer problematische manier is om te proberen aan de pijn te ontsnappen.

Twee jaar later breidt Freud dit onderscheid uit in een langer essay, Rouw en Melancholie. Hij beschrijft rouw en melancholie als twee manieren om met verlies om te gaan. Hoewel deze op een vergelijkbare manier beginnen, verschillen de reacties. Rouwen impliceert een acceptatie van de werkelijkheid, waarbij je accepteert dat je kwetsbaar bent, geen controle hebt en niet verantwoordelijk bent. Het kan ook betekenen dat je zowel de pijn en kwetsbaarheid als je verantwoordelijkheid accepteert.

Melancholie, in tegenstelling tot rouw, weigert echter de realiteit, ons agency en onze verantwoordelijkheid te erkennen en accepteren. Dat wat verloren is, in plaats van langzaam losgelaten te worden, trekt ons dan naar beneden, waarbij we dieper en dieper verzinken in depressie en zelfdestructie. Het verlies en conflict wordt geïnternaliseerd. Dit leidt op het individuele niveau tot een gevaarlijke, mogelijk zelfs suïcidale, depressie.

Op het maatschappelijke niveau opent het de deur naar zelfhaat en pijn die op een ander geprojecteerd kan worden, een deur die de weg opent naar racisme en populisme. De maatschappij biedt haar leden veel retorisch gereedschap om deze haat van de ander te “rechtvaardigen” - economisch, politiek, historisch, allemaal manieren om de realiteit en het geïnternaliseerde conflict te ontwijken. De eerste symptomen van melancholie zijn verdriet en apathie. Maar wanneer hier niets aan wordt gedaan, kan het snel omslaan naar haat en geweld. Dat is wat ik elke dag op het nieuws zie.

Wat we als samenleving moeten doen, is samen leren rouwen. Rouw houdt ons menselijk.

Wat we als samenleving moeten doen, is samen leren rouwen. Rouw houdt ons menselijk. Melancholie is een gevaarlijke vorm van ontmenselijking, van onszelf en van de ander. We moeten de realiteit onder ogen zien dat de meeste rechtvaardigheid, uit het heden en het verleden, voorkomen kon en kan worden. Niet alles kan voorkomen worden - en dit accepteren is deel van het erkennen van onze kwetsbaarheid. Maar onrechtvaardigheden die we wél kunnen veranderen en voorkomen mogen we niet accepteren.

Hulpeloosheid en machteloosheid zijn de eerste reacties op verlies, maar wat er op moet volgen, is een erkenning van de werkelijkheid. Het accepteren van onze kwetsbaarheid betekent geen maskers dragen en muren bouwen om te voorkomen dat anderen weten wie we zijn, hoe kwetsbaar we ons hierdoor ook voelen.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws
Mensen bouwen niet alleen muren om anderen buiten te houden, maar ook om zaken binnen te houden. Dit is vaak het geval voor zowel fysieke als emotionele muren. Geen van beide is een rechtvaardige (of gezonde) houdbare oplossing. We denken vaak dat de pijn wel weg zal gaan, zolang we er niet over spreken. Dat de werkelijkheid dan minder werkelijk wordt. We proberen ongemak uit de weg te gaan, elkaar lijden te besparen, we delen liever alleen onze gelukkige momenten op Facebook – maar wanneer we onze pijn ontkennen, ontmenselijken we de wereld. Het leven is vergankelijk, zoals Freud ons herinnert, en het kent zowel geluk als pijn. Wanneer we dit accepteren, of in ieder geval blijven proberen het te accepteren in plaats van het te ontlopen, is rouw niet destructief. Het is wat ons menselijk houdt.

Wanneer we gebeurtenissen hier in België of ergens anders in de wereld wegstoppen, dan houden we niet alleen de pijn op afstand, de kwetsbaarheid, maar ook ons vermogen tot geluk en blijdschap. Wanneer we ons hart laten verharden, sluiten we ons af voor álle emoties. Ik heb zelf geprobeerd mijn verlies te accepteren zonder blind te worden voor de onrechtvaardigheid van verlies dat voorkomen had kunnen worden.

Voor deze onrechtvaardigheden moeten we verantwoordelijkheid nemen. Hoewel ik mijn eigen verantwoordelijkheid moet nemen, hoop ik dat ik niet alleen sta. Door collectieve inspanningen en solidariteit kunnen we rouwen om onrechtvaardigheid en melancholie tegengaan. Zoals individuen kunnen kiezen – zowel rationeel als emotioneel – hoe ze met hun verlies omgaan, kan ook een maatschappij deze keuze maken. Hoewel ik Freud niet ben, ben ik er vrij zeker van dat Vlaanderen en Europa als geheel op dit moment niet de juiste keuzes maken.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • politiek filosofe

    Dr. Anya Topolski, geboren en getogen in Canada, is assistent professor in de Politieke Filosofie en Politieke Theorie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.