Steentje bijdragen

Bie Vancraeynest, vorig jaar een veelgelezen columniste bij MO*, hield tijdens het startevenement van #hartbovenhard maandag een korte speech die we u niet willen onthouden.

‘Als er nog iemand zegt dat ‘iedereen zijn steentje moet bijdragen, dan gooi ik een kassei door een ruit.’

  • © Brecht Goris © Brecht Goris

Ik?
Ik moet helemaal niks.
Ik draag al elke dag een steentje bij.

Door eenvoudig te leven, klein behuisd en zonder auto,

door hard te werken om de stad mooier en zijn jonge bewoners gelukkiger te maken,

door te trachten zorgvuldig om te gaan met de mensen die mijn pad kruisen
en door veel uit te gaan eten en veel schoenen te kopen.

Ik ben niet verantwoordelijk voor de crisis.
Ik heb niet gepokerd met de gemeentefinanciën.
Ik heb niemand een flutlening aangesmeerd.
Ik heb niet boven mijn stand geleefd, allez ja…

Ik moet helemaal niks.

Ik heb, hoewel opgetrokken uit westvlaamse katholieke klei, weinig op met die zelfkastijding.

Ik heb, hoewel opgetrokken uit westvlaamse katholieke klei, weinig op met die zelfkastijding.
Die ‘iedereen moet het voelen’-vibe.
 
Dat masochisme mogen ze houden, samen met hun gebrek aan levensvreugde, hun gebrek aan empathie en solidariteit. Ze mogen hun perverse idee dat we op zorg, geluk en ontmoeting nog kunnen besparen, houden.

En ook al zie ik het mechanisme van ‘ons eerst murw slaan met een doemscenario en dan sussen dat het wel niet zo’n vaart zal lopen! Ook al zie dat doorzichtige mechanisme van ‘het half pakske slaag’.

Toch laat ik me er al aan vangen. Dat gaat dus echt rap.

 Want in mij piept ondertussen ook een klein stemmetje: ‘Please, laat mij gewoon verder doen wat ik nu doe.’ ‘Laat ons wachten op de cijfers, de echte cijfers…’

En dat is gevaarlijk, want daarmee berg ik de vele ambities, en die van en voor mijn jongeren, op.

Want het gaat hier niet over mij.
Het gaat vooral over zij die hier niet zijn (kinderen, tieners, jongeren), die nog veel minder dan ik, schuld hebben aan de crisis.
Het gaat over zij die niet weten wat hen boven het hoofd hangt. Zij die al lang in survivalmodus zitten, zij die al in de touwen hangen.

Ik zie nog een ander pervers mechanisme. Dat verheffen van uitzonderlijke excessen, tot de norm, om daarna een verworven sociaal recht uit te hollen.

Er zijn rijke bejaarden die gratis de bus nemen, schande!

Onder het mom van ‘eerlijk en billijk te werk te gaan’.

Wij, wij gaan de ‘echte armen’ helpen, in plaats van jullie die de ‘valse’ armen  in slaap wiegen, om jullie eigen bestaan te verantwoorden.

Wij, wij gaan de ‘echte armen’ helpen, in plaats van jullie die de ‘valse’ armen  in slaap wiegen, om jullie eigen bestaan te verantwoorden.

Straks komt er dan een projectsubsidielijntje, met ‘competentieprofielen’ en ‘individueel toeleiden naar’ en ‘Nederlands leren’ en ik ga er misschien nog op intekenen ook. Want zo snel gaat dat.

Ik begin mijn werk en mijn publiek te verdedigen. Te pas en te onpas. Op café. Op familiefeesten. In panels. Op kabinetten. Hier.
 
Terwijl ik hier eigenlijk gewoon geen tijd voor heb.
Ik wil gewoon verder doen waarmee ik elke dag bezig was… Een plek creëren waar verschil de norm is en er complexloos van de ene naar de andere taal wordt overgeschakeld. Waar iedereen zorgt voor elkaar, waar de groep, jongeren boven zichzelf doet uitstijgen. Waar we elke dag, met vallen en opstaan bewijzen dat het wel kan: een solidaire en diverse samenleving.

Het is een uitdaging om verbindend te werken, om op zoek te gaan naar de grote gemene deler. Zoeken naar wat werkt, en dat dan groter maken. Actief je oordeel uitstellen en vasthouden aan een onwrikbaar geloof dat samenleven boven segregatie gaat, en dat er van iedereen iets te leren valt. Dat er duizend manieren zijn om iets te doen, niet alleen de ‘mijne’. Er staan nog geen nummers op onze voetbaltruitjes. Anas wil zijn roze fiets zwart spuiten. Nog niet iedereen heeft een school en het is al 22 september. We verwachten dertig mama’s op het infomoment. Ik zoek nog een nieuwe improvisatietheatercoach en het is nog maar maandag.

Moi, j’ai déjà des trucs à faire.

Maar ik ben blij om hier te zijn.
Ik heb het gevoel dat er ‘momentum’ is.
Wij zitten hier toch maar, allemaal samen.
We gaan ons niet uit elkaar laten spelen, laten ons niet bang maken, we laten ons niet opjagen.

We gaan ons hier straks, collectief moed indrinken.

De geruststellende woorden van Eleonore Roosevelt indachtig.
“Courage is more exhilarating than fear, and in the long run, it is easier”.

Hart boven hard” is een burgerinitiatief dat mensen verenigt ‘die zich zorgen maken over het geplande beleid van de Vlaamse en de federale regering’.

Ik ben proMO*

Nu je hier toch bent

Om de journalistiek van MO* toekomst te geven, is de steun van elke lezer meer dan ooit nodig. Vind je dat in deze tijden van populisme en nepnieuws een medium als MO* absoluut nodig is om de waarheid boven te spitten? Word proMO*.

Wil je bijdragen tot de mondiale (onderzoeks)journalistiek in het Nederlandstalig taalgebied? Dat kan, als proMO*.

Wil je er mee voor zorgen dat de journalistiek van MO* mogelijk blijft en, ondanks de besparingspolitiek, verder uitgebouwd wordt? Dat doe je, als proMO*.

Je bent proMO* voor € 4/maand of € 50/jaar.

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Projectmedewerker bij Demos vzw

    Bie Vancraeynest was de coordinator van kunstenfestival  Enter Brussel 2018 en gaat vanaf 1 september aan de slag bij Vzw Toestand, een organisatie die leegstaande of vergeten gebouwen reactiv