Het is beter sporen te bouwen naar de toekomst dan treinen tegen te houden

Het is warm, het is weekend, ZE KOMEN! Stop de treinen

© Brecht Goris

Wat er zich afspeelde aan de Belgische kust in volle hittegolf, is slechts een symptoom van een dieperliggend probleem, stelt Jan Mertens. Maar we willen alleen maar naar die symptomen kijken. Wat er werkelijk achter schuilt willen we niet weten. ‘Maar we zullen moeten leren het strand dat ons nog rest rechtvaardig te verdelen.’

Het had iets van een absurd theater, de discussie over de treinen die naar de zee gaan. En dat in tijden dat veel theaters zelfs niet eens een absurd theaterstuk mogen opvoeren. Stel je voor dat mensen na de voorstelling aan elkaar zouden willen vragen wat ze ervan vonden.

Terwijl de mensen die rijk genoeg zijn om een eigen huis met tuin te hebben het kostbare water oppompen om hun zwembad te vullen, voelen anderen zich benauwd door de drukkende hitte in hun kleine appartement. Hun ‘leuke tips’ om de kinderen te amuseren zijn al eeuwen uitgeput, en ze willen – bijna instinctief – naar een plek waar het koel en nat is.

In je eigen tuin heb je geprivatiseerde pret en koelte. In het huis aan die tuin staat mogelijk de airco volop aan, waardoor het voor de anderen nog warmer wordt. Veel mensen willen dus naar de zee. Op het strand was het al krap. Er moet gereserveerd worden. En de mensen met een tweede verblijf krijgen sowieso voorrang (terwijl mogelijk de tuin van hun eerste verblijf rustig ongebruikt blijft). Als het water stijgt, wordt het strand nog krapper en beginnen de comfortzones van al die individuen met elkaar te wringen.

Mensen met een tweede verblijf krijgen sowieso voorrang (terwijl mogelijk de tuin van hun eerste verblijf rustig ongebruikt blijft).

De weerman legt in het journaal uit dat we letterlijk de warmste week ooit hebben beleefd in ons land. Hij zegt er met zoveel woorden bij dat dit door de klimaatverandering stilaan het nieuwe normaal gaat worden.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

Hittestress doodt

De hitte zet het samenleven onder druk. Hittestress doodt. In hetzelfde journaal krijgen we te horen dat enkele dagen met hoge sterftecijfers bij kwetsbare personen mogelijk te maken hebben met een combinatie van het virus en de hitte. Nieuwe studies versterken ondertussen de veronderstelling dat luchtvervuiling de impact van het virus versterkt. De hitte vergroot de ongelijkheid.

Heel wat mensen die thuis konden blijven in hun eigen huis en van daaruit konden werken, hebben al bij al de voorbije maanden redelijk goed overleefd. Wie op straat leeft, of met een heel gezin in een klein kamertje, had die luxe niet. En met de warme dagen werden dezelfde tegenstellingen versterkt.

Je zou kunnen proberen een beetje dieper te kijken naar de fundamentele oorzaken van waarom de dingen beginnen te schuren. Of je kunt enkel naar de symptomen kijken. En dat laatste gebeurde vooral. Het is warm, het is weekend, ZE KOMEN!

Ze komen. Er doemt ergens zo’n bijna mythisch beeld op van een stroom van wezens die ‘anders’ zijn en ons comfort – “wij hebben toch betaald voor de rust en het groen en het verre uitzicht” – komen verstoren. Zoals men zich in een aantal dorpen van ‘de parking’ verzet tegen een tram die zomaar een soort glijbaan van binnenkomende ongewenstheid zou kunnen veroorzaken. Ze komen. Meer zelfs: ze komen met de trein. Er ontstaat een roep naar ‘daadkrachtige’ politici. Oplossing: stop de treinen.

Lokale politici die de ene week zichzelf trots op de borst kloppen en vragen dat ze aan ‘lokaal maatwerk’ kunnen doen, moeten de week daarna vaststellen dat het gedoe blijkbaar geen rekening houdt met hun illusie van lokale identiteit en veronderstelde autonomie.

Een ander tegengeluid

Om te voorkomen dat ze (= de mensen die we niet willen) komen, moeten ze (= andere politici, elders) er maar voor zorgen dat de stroom stopt. Het is op zich wel een beetje bitter dat dezelfde politici die enkele maanden geleden boos waren op de spoorwegmaatschappij omdat die niet alle treinen liet rijden, waardoor op sommige treinen mensen te dicht bij elkaar zouden zitten, nu bewust oproepen om minder treinen te laten rijden. Met als doel dat mensen te dicht bij elkaar zullen zitten, waarna ze hopelijk thuis zullen blijven. Men zal nu ook in de trein de schaarste streng gaan verdelen. Mensen met een tweede verblijf zullen waarschijnlijk zeker wel mee mogen, al zullen die zich mogelijk niet verlagen tot het nemen van de trein…

Ik had minstens één van de kustburgemeesters willen horen oproepen om voorrang te geven aan mensen die thuis weinig ruimte hebben.

Natuurlijk is het een heel ingewikkelde situatie voor onder meer de kustburgemeesters, dat begrijpt iedereen wel. Maar misschien had ik graag van minstens één van hen een oproep willen horen om voorrang te geven aan mensen die thuis weinig ruimte hebben, die thuis geen eigen zwembad hebben, die niet genoeg geld hebben om een mobilhome (als derde verblijf) te kopen of huren.

Het zou niets uithalen, maar het zou minstens even een ander geluid hebben gegeven. Dat mensen verontwaardigd zijn over brutale overlast, is normaal. Maar om een of andere reden lijkt overlast door gekleurde medemensen in de ene meer volkse kustgemeente meer aanleiding te zijn tot een dringend parlementair debat dan (ondertussen al een hele tijd voortdurende) overlast door witte iets meer geprivilegieerde mensen in een meer mondaine kustgemeente iets verder.

Sommige burgemeesters zijn trouwens iets meer transparant dan andere. Ze zeggen dat de trein niet zozeer het probleem is, wel welke mensen er in de trein zitten. Waarvan akte. Ik heb overigens diezelfde burgemeesters nog nooit vragen horen stellen over wie er in de auto naar hun gemeente komt. Blijkbaar zijn dat dan allemaal gewenste ‘goede’ toeristen. Ze brengen mogelijk meer op voor de lokale horeca en brengen geen frigobox mee.

Coronamoe of klimaatmoe

In de krant lees ik dat er ‘coronamoeheid’ is bij de mensen. Ze zijn het beu, hebben er geen zin meer in, willen weer alles ‘gewoon’. Allemaal heel begrijpelijk en relevant, maar wat is de conclusie dan? Het ondertussen beroemde virus heeft een andere logica en trekt zich eigenlijk niets aan van de vraag of wij er wel of geen zin in hebben. Als geen zin hebben zich vertaalt in niet willen kijken naar enkele meer structurele oorzaken van waarom deze crisis zo ontwrichtend kan zijn — zoals de voortdurende aantasting van de biodiversiteit — zijn we uiteindelijk nog verder van huis, zullen nog meer mensen sterven en zal de ongelijkheid verder toenemen.

Er is waarschijnlijk ook ‘klimaatmoeheid’ bij veel mensen. Zou best kunnen, is begrijpelijk, maar het verandert in wezen niets aan het probleem. De wereldwijde lockdown heeft maar een zeer beperkte ademruimte gecreëerd en ondertussen weten we dat de voorbije tien jaar de warmste ooit waren. Het ‘abnormale’ dreigt ‘gewoon’ te worden.

Sommigen vinden dat ze recht hebben op hun verworven (ecologisch gulzige) levensstijl.

De klimaatverandering is een rechtvaardigheidsprobleem: zij die het minst verantwoordelijk zijn voor het probleem, dragen er de grootste gevolgen van. Het veranderende klimaat zorgt er zo ongeveer letterlijk voor dat de wereld kleiner wordt, het strand smaller, met andere woorden. Sommigen hebben hun plek al ingenomen, vinden dat ze recht hebben op hun verworven (ecologisch gulzige) levensstijl en vinden het wel een beetje vervelend dat anderen ook op het strand willen liggen.

Dat er elders mensen zijn die geen mogelijkheden hebben om zich te beschermen tegen de grotere hitte, willen we misschien – moe als we zijn – liever niet weten. Dat mensen hun verdwijnende eiland of verdorrende bakkende land moeten verlaten om elders te kunnen leven, willen we liever ook niet al te diep laten doordringen.

Sommigen roepen op tot daadkrachtige politici die ervoor moeten zorgen dat ‘de stroom’ stopt. Als we de rechtvaardigheidsdimensie van de klimaatcrisis framen als een migratieprobleem dat ervoor zorgt dat de rust op ons strand verstoord wordt, dan is het relatief gemakkelijk om te roepen dat die trein moet stoppen.

Om hoop te vinden en te kunnen geven, moet je minstens bereid zijn de ernst van de situatie onder ogen te zien.

Het is moeilijker waarschijnlijk om je eigen privileges in vraag te stellen. Het is moeilijk waarschijnlijk om dat gevoel van moe zijn door je heen te laten stromen en te kijken naar dieperliggende oorzaken van de gigantische maatschappelijke ontwrichting die op ons afkomt door de klimaatcrisis. Om hoop te vinden en te kunnen geven, moet je minstens bereid zijn de ernst van de situatie onder ogen te zien. Dit gaat niet vanzelf weer weg met een beetje javel, integendeel.

Ondertussen lijkt de vraag of we een sterker klimaatbeleid nodig hebben voor sommige politici niet meer dan een tactische kwestie. Kunnen we door enkele cosmetische toegiften over klimaatbeleid die ene politieke familie ervan overtuigen om toch maar tot die nieuwe regering toe te treden? Een intrinsieke motivatie lijkt geheel te ontbreken, het gaat blijkbaar enkel over “de dada’s” van een welbepaalde politieke familie. Het verstoren van het “kaartenhuisje” zou “crimineel” zijn.

De verlichte burgemeester van een stadje in het noorden van het land die die uitspraak deed, beseft misschien niet hoe cynisch hij daarmee bevestigt dat hij nog liever de trein wil laten stoppen dan het probleem aanpakken. Denken dat we ongestoord verder kunnen gaan met het stimuleren van een verspillende levensstijl en een ecologisch onhoudbare groei-economie dat is letterlijk je maatschappij bewust organiseren als een kaartenhuisje dat uitnodigt tot omvergeblazen worden.

Door die selectieve blindheid versterk je trouwens het extreme weer, dus je zorgt er zelf voor dat er meer wind komt. De klimaatcrisis niet aanpakken zorgt overigens voor een zwaardere maatschappelijke kost dan het wel doen. En net nu we moeten beginnen aan het economisch herstel hopen sommigen dat het ‘gezeur’ over een groen herstelbeleid wel snel zal verstommen. Terwijl we net nu volop zouden moeten investeren in duurzame hernieuwbare energie, in energetische renovatie van woningen (zeker van mensen met een laag inkomen), in een circulaire economie die onze voetafdruk echt verkleint, in mobiliteit die zorgt voor minder luchtvervuiling, in meer gezond publiek groen.

We zullen moeten leren het strand dat ons nog rest rechtvaardig te verdelen, mee door ervoor te zorgen dat het klimaat niet verder ontspoort en dat de zee niet verder sterft. Het is beter sporen te bouwen naar de toekomst dan treinen tegen te houden.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3190   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Beleidsmedewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

    Jan Mertens woont in Leuven, werkt voor de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, en is onder meer ook actief in de denktank Oikos.