Terug naar welk vroeger?

Naar een welvaart van het genoeg, maar dan wel voor iedereen

© Brecht Goris

 

We willen vooral niet terug naar vroeger, stelt Jan Mertens. ‘Het wordt zo vanzelfsprekend gebruikt als een soort voorhamer om moeilijke discussies te stoppen. Nochtans kan blind voorthollen ons misschien wel op een pijnlijke manier terugsturen naar een verleden dat we niet willen.’

Je wordt als mens in de tijd geworpen. Je komt op een moment in het leven dat je zelf niet gekozen hebt. Daar heb je het mee te doen. Mijn grootvader had er niet voor gekozen om twee oorlogen mee te maken. Het meisje dat vandaag geboren wordt, heeft er niet voor gekozen om te moeten opgroeien in een wereld waar de klimaatverandering voor een ernstige ontwrichting van het leven kan zorgen.

De omgeving waarin we dat leven te leven hebben, verandert. In de naoorlogse periode – en ik hoop dat we die woorden nog heel lang zullen kunnen gebruiken – is er wel een enorme versnelling gekomen in die verandering. Die versnelling is niet toevallig tot stand gekomen. Ze is georganiseerd, door sommige dingen bewust te doen en andere bewust te negeren. Het heeft veel te maken met wat we ‘modern’ noemen. Het idee ‘vooruitgang’ is een heel belangrijk en waardevol onderdeel van dat moderne denken. Maar we zijn het wel nogal eenduidig op een welbepaalde manier gaan invullen, als steeds meer produceren en consumeren. En dat dan als enige legitieme weg om te ‘ontwikkelen’.

Het woord grens wordt eenzijdig ervaren als ‘beperking’, in plaats van als uitnodiging tot creativiteit. Het is nog steeds een groot taboe.

Die vooruitgang is in een aantal opzichten een blinde vlucht vooruit geworden. We wilden ons bevrijden van een soort verankering in de natuur en daarbij wilden we liever niet zien dat er grenzen zijn aan wat de planeet aan kan. Het woord grens wordt eenzijdig ervaren als ‘beperking’, in plaats van als uitnodiging tot creativiteit. Het is nog steeds een groot taboe. Terwijl de gevaarlijke ecologische ‘tipping points’ steeds dichterbij komen of al overschreden zijn, is de druk nog steeds groot om op panische wijze te blijven voorthollen. Want – en iedereen knikt instemmend als je dat poneert – stilstaan is achteruitgaan. Maar is dat wel zo? Misschien is blind voorthollen soms ook wel achteruitgang.

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrieven en blijf op de hoogte van het mondiale nieuws

De ultieme dolkstoot

‘We willen toch niet terug naar vroeger? Of wel soms?’ ‘Hiermee gaan we terug naar de middeleeuwen, en dat wil toch niemand?’ Het is fascinerend hoe zwaar die woorden wegen, hoe ze als een soort ultieme dolkstoot in een discussie kunnen gebruikt worden om de ander uit te schakelen. Maar vaak zijn ze ook een vorm van angst. Angst voor de nuance, of angst voor het onder ogen zien van dingen die niet in het eenzijdige beeld passen waaraan men zich wil vastklampen. Op zich is dat allemaal heel begrijpelijk en menselijk, maar het helpt ons niet noodzakelijk vooruit.

Ik heb dus de vraag maar eens aan mezelf gesteld. Of ik terug naar vroeger wil? Alleen al die vraag stellen, roept een wat ongemakkelijk gevoel op. Er komt al snel een subtiele zelfkritiek, die mogelijk wat in de weg komt van een kritische omgang met die vraag. Uiteindelijk is het antwoord genuanceerd. Ik ben zeker blij dat ik nu leef. Ik heb kansen die mijn grootouders nooit hebben gekregen. Ik had veel meer mogelijkheden om zelf keuzes te maken in mijn leven dan zij hadden.

Tegelijk is er het besef dat waar ik nu ben maar in beperkte mate mijn eigen verdienste is. Zonder die studiebeurs had ik misschien niet kunnen studeren. Zonder die goede dokters had ik die kanker waarschijnlijk niet overleefd. Ik kan maar ik zijn door mijn verbondenheid met anderen. Tegelijk voel ik me in de tijd van vandaag soms een beetje ontheemd. Dingen als de consumptiedwang, de manier waarop dingen gemaakt zijn om zo snel mogelijk weer stuk te gaan of vervangen te worden, de immense snelheid waarmee media en politiek elkaar uitputten … ik voel dat ze voor mij niet helemaal kloppen.

Economie van het genoeg

Het wordt beschouwd als vooruitgang, maar het geeft me het beklemmende gevoel van minder vrijheid, minder autonomie. En als je er iets over probeert te zeggen, krijg je al snel het verwijt dat je ‘nostalgisch’ bent. Een variant van terug naar vroeger willen. Terwijl mijn verlangen net omgekeerd is. Als ik goed gemaakte spullen heb, die lang mee kunnen gaan en herstelbaar zijn, vermindert mijn rusteloosheid, wordt mijn machteloosheid kleiner, vergroot mijn autonomie tegenover de consumptietredmolen en weeg ik minder op de planeet, waardoor ik een bijdrage kan leveren aan meer rechtvaardige toekomstkansen voor onze kinderen.

Het viel me de voorbije weken op hoe snel het “terug-naar-vroegerwapen” werd bovengehaald in een aantal maatschappelijke discussies. Mensen die ervoor pleiten nu versneld werk te maken van het alternatief voor een energiemodel dat te eenzijdig steunt op kernenergie kregen vaak ongenuanceerd het verwijt dat ze terug naar vroeger willen.

Merkwaardig is dat. Kiezen voor 101 vormen van hernieuwbare energie is vandaag in de feiten net wel kiezen voor innovatieve technologie. Het cliché zegt nochtans dat de verondersteld nostalgische verdedigers van de windmolen ‘tegen technologie’ zouden zijn. Zucht.

Zo kun je immers de aandacht weghouden van onze autoverslaving of van de fundamentele problemen die een eenzijdig groeimodel stelt.

Het is trouwens ook merkwaardig dat mensen (vaak politiek conservatief dan nog) die zelf stokoude centrales met allerlei onderliggende gezondheidsproblemen willen blijven oplappen anderen verwijten dat ze terug naar vroeger willen. Misschien willen ze met hun gemakkelijke en eenzijdige retoriek van ‘meer kerncentrales en meer bomen en dan komen we er wel’ vermijden dat we wat grondiger naar onszelf moeten kijken. Zo kun je immers de aandacht weghouden van onze autoverslaving of van de fundamentele problemen die een eenzijdig groeimodel stelt.

Trouwens, blind geloven dat je enkel maar alle benzinewagens moet vervangen door elektrische, zonder vragen te moeten stellen bij het aantal autoverplaatsingen en zonder oog te moeten hebben voor de gigantische hoeveelheid kostbare grondstoffen die je daarvoor nodig hebt, brengt je even panisch in dezelfde val. Er is nood aan een verandering die meer diepgaand is. Even stilstaan en nadenken over een economie van het genoeg zou wel eens een heel zinvolle vorm van vooruitgaan kunnen zijn.

Een stap terug naar de toekomst

Doen alsof het niet uitmaakt hoe verregaand je de planetaire ecosystemen vernietigt opdat je maar kunt blijven voorthollen brengt ons met een harde klap terug naar een vroeger dat we niet willen. De huidige wereldwijde pandemie is er een voorbeeld van. We zijn als mens, als individu, ook verbonden met de rest van de natuur. We hebben die levende natuur nodig om echt vrij te kunnen zijn.

Sommigen die anderen verwijten terug naar vroeger te willen, willen behoorlijk blindelings zo snel mogelijk terug naar het ‘oude normaal’.

Maar een heel eenzijdige smalle invulling van wat we vrijheid noemen heeft er mee toe geleid dat we nu – in wat we elke dag missen – voelen hoe waardevol en breed vrijheid kan zijn. Sommigen die anderen verwijten terug naar vroeger te willen, willen behoorlijk blindelings zo snel mogelijk terug naar het ‘oude normaal’, zodat we geen vervelende vragen moeten stellen. Ik wil heel graag terug met mijn dierbaren in de schouwburg kunnen zitten om hevig ontroerd te worden door hemelse muziek. Maar ik verlang nog altijd niet terug naar de jaarlijkse kooporgie rond de kerstdagen. Ben ik dan nostalgisch? Wie wil er terug naar vroeger? En naar welk vroeger?

Voldoende nuance is nodig. Telkens kritisch kijken en blijven nadenken, dat is net een vorm van modern zijn. Het is nogal vermoeiend om een pleidooi voor een meer gelokaliseerde landbouw te omschrijven als ‘terug naar de middeleeuwen’, zoals ik in het edito van een kwaliteitskrant las.

Misschien kunnen we uit de huidige coronacrisis leren dat het model van globalisering dat we hadden ontwikkeld extreem kwetsbaar is en niet erg veerkrachtig. Misschien kunnen we uit recente berichten over de bouw van megastallen iets leren over een landbouwsysteem dat boeren tot waanzin drijft, dieren als wegwerpproducten beschouwt en de kostbare bodem nog verder uitput. De moderne, zogenaamd rationele, logica die tot die uitwassen heeft geleid brengt ons niet vooruit, integendeel. Er is meer vrijheid en rationaliteit en rechtvaardigheid te vinden in een keuze voor een meer agro-ecologische landbouw die kan zorgen voor gezonde, duurzame voeding en een leefbaar inkomen voor boeren die zo weer hun waardigheid kunnen terugkrijgen. Een stapje terug zetten om een momentje goed na te denken en niet toe te geven aan de moderne taboes kan er zo toe leiden dat we ‘terug naar een toekomst’ kunnen gaan.

We moeten nadenken over een vorm van welvaart van het genoeg, maar dan wel voor iedereen.

Het kan nuttig zijn dat we leren om rustiger om te gaan met woorden als: ‘terug’, ‘minder’ of ‘genoeg’. Onze collectieve ecologische voetafdruk is ook nog eens extreem ongelijk verdeeld. Die zorgt ervoor dat kwetsbare mensen vandaag en later minder levenskansen hebben en dat onze kleinkinderen minder vrij zullen worden. Dat lijkt me niet echt een goede vorm van vooruitgang.

Dus ja, we moeten terug naar een veel lagere ecologische voetafdruk, we moeten minder verspillen en we moeten nadenken over een vorm van welvaart van het genoeg, maar dan wel voor iedereen. Die woorden in die betekenis gebruiken is vooral een vorm van beter kiezen voor een vooruitgang die wel vol te houden is. Dat we in alle vrijheid zelf kunnen kiezen voor een meer diepgaande vorm van vrijheid dan de consumptiedwang die mens en planeet uitput, is misschien wel eerder een mooi eerbetoon aan de waarden van de moderniteit dan een ‘terug naar vroeger’.

Zonder jouw steun bestaat MO* niet.

Steun ons en word proMO* voor maar €4/maand of doe een vrije gift. 3091   proMO*’s steunen ons vandaag al. 

Word proMO* of Doe een gift

Over de auteur

  • Beleidsmedewerker Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling

    Jan Mertens woont in Leuven, werkt voor de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling, en is onder meer ook actief in de denktank Oikos.